Henrik IbsenDramatische Werken

BokRobot leeseditie

Boeken

Gratis

Dramatische Werken

Henrik Ibsen

Categorieën:Henrik Ibsen
13 hoofdstukken · 116.300 woorden
Eerste bedrijfGedraaid: 2026-07-18 03:28BokRobot · Pagina 1 / 354

Eerste bedrijf

TOONEELSPEL IN VERZEN IN DRIE BEDRIJVEN

PERSONEN

Mevrouw Halm, een ambtenaarsweduwe. Zwaanhilde, haar dochter. Anna, idem. Valk, een jong schrijver, en Lind, student in de theologie, logé's van mevrouw Halm. Goudstad, groothandelaar. Stuiver, klerk. Juffrouw Ekster, zijn verloofde. Strooman, dorpsdominee. Mevrouw Strooman, zijn vrouw. Studenten, gasten, familie en verloofde paren. De acht kleine meisjes van den dominee. Vier tantes, een huisjuffrouw, een oppasser, dienstmeisjes.

Het stuk speelt op mevrouw Halm's villa aan den Drammensweg bij Kristiania.


Een mooie tuin, onregelmatig maar smaakvol aangelegd. Op den achtergrond ziet men den fjord met zijn eilanden. Links van den toeschouwer het hoofdgebouw met een veranda en daarboven een openstaand zolderraam. Rechts op den voorgrond een open priëel met tafel en banken. Het landschap ligt in sterk avondlicht. Het is in den vóórzomer; de vruchtboomen bloeien.


Bij het opgaan van het scherm zitten mevr. Halm, Anna en juffr. Ekster in de veranda, de beide eersten met een handwerk, de laatste met een boek. In het priëel ziet men Valk, Lind, Goudstad en Stuiver; op de tafel staat een punchbowl met glazen. Zwaanhilde zit alleen op den achtergrond bij het water.


(staat met opgeheven glas en zingt)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 2 / 354


VALKTot vreugde en genot werd u gegeven In stillen bloemhof, zonblijde dag; Vergeet dat de herfst vaak niet kan geven Wat lente beloofde met lieven lach. Bloesemtakken vol zoete geuren Breiden zich welvend over u uit... Laat dan van nacht de storm ze verscheuren, Strooien langs velden en wegen zijn buit. Waarom te vragen naar rijpe vruchten Als alle boomen te bloeien staan? Waarom toch treuren, waarom zuchten, Zwoegend en slavend door 't leven gaan? Waarom in 't veld toch op hooge stangen Vogelverschrikkers met jas en hoed? Broeders, wij willen der vogels zangen Klinkend in 't oor ons lieflijk en zoet. Waarom de vogels te verjagen Uit uw rijk-bloeienden kersengaard! Laat hen maar stelen die enkele dagen... Vogels zijn dubbel hun zangloon waard. Waarlijk in 't eind wint gij bij den ruil nog, Krijgt zoete zangen voor late vrucht... Snel gaat voorbij de Tijd, en bedenk toch Hoe weldra de zomer weer ontvlucht. Leven wil ik, genieten en zingen, Tot bladerloos is de laatste heg; Niet als een kind om méér zal ik dwingen, Ruim dan gerust het overschot weg. Open het hek; laat 't vee naar begeeren Gulzig grazen, tevreden en stil; Ik plukte de bloemen... wat kan 't mij deren Wie 't doode restje nog nemen wil!


(tegen de dames)


VALKKijk, dat was nu het lied waarom u vroeg;... Wil wat toegevend zijn... veel zaaks is 't niet.


GOUDSTADO wat deert dat, als 't lied maar goeden klank heeft!


(kijkt rond)


JUFFR. EKSTERMaar Zwaanhild, die er zoo op aandrong juist? Toen Valk begon, was zij met-een gevlogen; Nu is zij weg.


(wijst naar den achtergrond)


ANNAWelneen, zij zit daarginds.


(zuchtend)


MEVR. HALMOch god, dat kind! Wie leert haar ooit manieren!


JUFFR. EKSTERMaar zeg, mijnheer, mij leek uw lied op 't einde Veel minder rijk aan... ja... aan poëzie, Dan in de rest toch wel te vinden is.


STUIVERJa, en 't was toch gemakkelijk genoeg Om aan het slot ook nog wat aan te brengen.


(klinkt met hem)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 3 / 354


VALKJe smeert maar op, als lijm tusschen de barsten, Totdat het plakt en 't hout gemarmerd lijkt.


(onverstoorbaar)


STUIVERJa, dat gaat best; dat weet ik nog zoo goed; Zoo deed ik 't ook...


GOUDSTADWat? Heeft u ook gedicht?


JUFFR. EKSTERMijn vriend? O ja!


STUIVEROch, 't was niet van belang.


(tegen de dames)


JUFFR. EKSTERHij 's in zijn hart romantisch.


MEVR. HALMJa, dat is hij.


STUIVEROch nu niet meer; dat is al lang geleden.


VALKVernis en romantiek, die slijten op den duur. Maar vroeger wel dus...?


STUIVERJa 't was in dien tijd, Toen ik verliefd was.


VALKWas? Is die dan al voorbij? Ik dacht niet dat je liefderoes al uit was!


STUIVERNu ben ik immers officieel verloofd, Dat is toch beter dan verliefd zijn, dunkt mij.


VALKZeer juist, mijn beste vriend, dat vind ik ook! Aldus gepromoveerd was 't moeilijkste overwonnen; Bevordering van minnaar tot geliefde.


(met een welgevallig herinneringslachje)


STUIVERHet is toch zonderling! 'k Zou haast gaan twijflen Of mijn herinnering mij niet bedriegt. (tot Valk gewend) Nu zeven jaar geleden,... 't is de waarheid! Maakte ik in stilte verzen op 't kantoor.


VALKMaakte jij verzen... waar?


STUIVERWel, aan de tafel.


GOUDSTADSilentium! De klerk heeft nu het woord!


STUIVERVooral zoo 's avonds, als ik vrij-af had, Dan schreef ik heele reeksen verzen wel, Zoo lang soms als... ja, twee drie vellen vol. Dat ging!


VALKJe gaf je Muze maar een schop, Dan draafde ze al...


STUIVEROf het papier gestempeld Was of niet, was haar volmaakt om 't even.


VALKDus 't dichten vloeide dan toch even vlot? Maar zeg, hoe drong je toch den tempel binnen?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 4 / 354


STUIVERMet 't breekijzer der liefde, beste vriend! Met andere woorden, het was juffrouw Ekster, Die een poos later mijn verloofde werd; Want toen was zij...


VALKAlleen nog maar je vlam.


(voortgaand)


STUIVERDat was een vreemde tijd; 'k vergat mijn studie; Mijn pen vermaakte ik niet, neen 'k moest haar stemmen, En als zij soms bleef haken in 't papier, Klonk dat als melodie van wat ik schreef;... Ten slotte expediëerde ik toen een brief Aan haar... aan haar...


VALKWier liefste jij toen werdt.


STUIVERDienzelfden dag nog zond zij 't antwoord mij; Mijn aanzoek nam zij aan... de zaak was klaar!


VALKEn jij, je voelde je op 't kantoor een held; Nu had je veilig dan je liefde binnen!


STUIVERNatuurlijk, ja.


VALKEn dichtte je nooit meer?


STUIVERNeen, 'k heb daarna den drang nooit meer gevoeld; 't Was of op eens mijn dichtvuur was gedoofd; En als 'k een enkle maal nu eens beproef Een Nieuwjaarsvers of zoo iets op te stellen, Dan speel ik het met rijm noch rhythme klaar, En,... ik begrijp niet waar het aan mankeert,... Maar 't wordt kantoorstijl-werk, geen poëzie.


(klinkt met hem)


GOUDSTADEn daar is u zoo waar niet minder om! (tegen Valk) U denkt wel dat in 't bootje van 't geluk Alleen voor u een plaatsje wordt bewaard; Maar wees voorzichtig als den tocht u waagt. Wat nu uw vers betreft, zoo weet ik niet Of het poëtisch is in allen deele, Maar hoe u ook de woorden draait of keert Toch deugt niet uw moraal, dat zeg ik u. Hoe moet men zoo'n administratie noemen, Die vogels vrij het groene ooft laat pikken Vóór het tot rijpe vrucht nog worden kon? Die koe en kalf maar vrij in 't gras laat weiden, Dat alles kaal is als de hooitijd komt? Nou, 't zou er hier mooi uitzien 't volgend jaar!


(staat op)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 5 / 354


VALKOch, 't volgend, volgend! Stuitend is de zin Die in dat slappe woord "het volgend" ligt; Dat maakt den blijdsten mensch op eenmaal arm! Was ik een uurtje maar de sprookjes-sultan Die over dood en leven vrij beschikt, Dát woord was gauw ten doode opgeschreven, Als dubbele o en e in nieuwe spellingsleer.


STUIVERWat heb je dan toch tegen 't woord der hoop?


VALKDat het Gods mooie wereld ons versombert. "De volgende liefde", "de volgende vrouw", "De volgende maaltijd" en "'t volgende leven",... Kijk, die omzichtigheid, die daarin ligt, Die is het die der vreugde zoon verarmt. Zoo ver je ziet wordt heel de wereld leelijk, Zij doodt van 't oogenblik het hoogst genot; Je hebt geen rust, eer je de boot gestuurd hebt Met zwoegend tobben, naar het "volgend" strand; En ben je eenmaal daar... mag je dan rusten? Neen; je moet verder naar een "volgend" eiland. Zoo gaat het voort... voort maar, het leven uit... God weet of ginds een rustplaats wordt gegeven.


MEVR. HALMFoei, mijnheer Valk, hoe kan u toch zoo spreken!


(nadenkend)


ANNAO, wat hij zegt begrijp ik alles best; Er moet, dunkt mij, toch wel iets waars in zijn.


(bezorgd)


JUFFR. EKSTERAch, mijn aanstaande moet dat maar niet hooren, Hij 's excentriek genoeg... Hoor eens, mijn beste, Toe, kom eens even hier!


(bezig zijn pijp schoon te maken)


STUIVERIk kom zoo daadlijk.


(tegen Valk)


GOUDSTADJa, één ding is mij duidelijk althans: U mocht de omzichtigheid wel meer in eere Houden; stel u 't geval eens voor dat u Van daag ging dichten en daarvoor gebruikte Al wat u heeft in kas aan poëzie, Den heelen kostbren voorraad... en u zag Dat er niets meer van over was, als u Den andren morgen 't "volgend" wou gaan dichten... Dan kreeg mevrouw Kritiek u gauw te pakken.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 6 / 354


VALKIk twijfel hard of zij 't bankroet zou merken; Dan slenterden mevrouw Kritiek en ik Gemoedlijk arm in arm te zamen voort. (afbrekend met veranderde stem). Maar zeg eens, Lind, wat scheelt jou eig'lijk toch? Je zit daar maar den heelen tijd zoo somber; Of bestudeer je soms den bouw van 't huis?


(zich beheerschend)


LINDIk? Hoe kom je dáár nu bij?


VALKJa zeker; Je wendt je oogen van 't balkon niet af. Zijn het de breede bogen der veranda Die je met zooveel diepen ernst beschouwt, Of wel het kunstig snijwerk van de deur, Of van de vensterluiken, zeg wat is 't? Want iets moet je gedachten tot zich trekken.


(met een stralend gezicht)


LINDNeen, je vergist je; ik zit maar hier en leef. Bedwelmd door 't nù verlang ik verder niets. Ik heb 't gevoel alsof ik aan mijn voeten, Zag uitgespreid der heele wereld schatten. Dank voor je lied van 't blijde lenteleven. Dat was als uit mijn eigen ziel gegrepen! (heft zijn glas op en wisselt een blik met Anna, onopgemerkt door de anderen). Der bloeme heil, die zoete geuren spreidt Niet denkend aan het worden van de vrucht! (ledigt zijn glas). VALK (kijkt hem aan, verrast en aangedaan, maar dwingt zich tot een luchtigen toon). Hoort, lieve dames, dat is nu wat nieuws! Hier maakte ik ongedacht een proseliet. Nog gisteren liep hij met 't gezangboek rond, Van daag roert boudweg hij de dichtertrom... Men zegt wel dat een dichter wordt geboren; Maar soms kan men een prozaschrijver mesten Zoo onbarmhartig als een arme gans, Met rijmgeknutsel en metrisch geknoei, Dat alles in hem, lever, ziel en krop, Zit opgestopt met lyrisch vet en kruim Van rhetoriek, als hij wordt uitgehaald, (tegen Lind). Mijn dank intusschen voor je vriendlijk woord; Voortaan dus tokk'len samen wij de lier.


JUFFR. EKSTERO ja, u werkt nu zeker veel, mijnheer? De rust hier buiten tusschen bloesemboomen, Waar ongestoord en eenzaam u kan dwalen....


(glimlachend)


MEVR. HALMNeen, hij is lui, het is een ware schand'.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 7 / 354


JUFFR. EKSTERIk dacht zoo dat als gast van mevrouw Halm U juist heel druk aan 't dichten raken moest. (wijst naar rechts). Dit klein priëel, zoo achter 't loof verscholen, Lijkt voor een dichter mij als uitgezocht; Dáár dunkt mij, moet de inspiratie komen...


(gaat naar de veranda en leunt met de armen op de balustrade)


VALKBedek mijn oogen met der blindheid waas, Dan zal den lichten hemel ik bezingen. Bezorg mij voor den tijd van ééne maand Een smart, een diep, reusachtig groot verdriet, En 'k zal van levensvreugde juublend zingen. Of liever nog, bezorg mij maar een vrouw Die voor mij is mijn licht, mijn zon, mijn God. 'k Heb Onzen Lieven Heer daarom gesmeekt, Maar hij bleef doof, of houdt zich zoo, helaas.


JUFFR. EKSTERFoei wat is u profaan!


MEVR. HALMJa, dat is erg!


VALKO, denk toch niet dat 't mijn bedoeling is Om in 't publiek met haar gearmd te wandlen; Neen, uit wildst-jubelenden zwijmelroes Moest plots terug zij in de eeuwigheid. Wat zielegymnastiek heb ik wel noodig; Licht kreeg ik op die wijs mijn deel er van. ZWAANHILDE (is naderbij gekomen; zij staat nu vlak bij Valk en zegt met schertsende uitdrukking, maar toch vast) Goed, ik zal voor u bidden om zoo'n lot: Maar als het komt,... draag het dan als een man.


(heeft zich verrast omgekeerd)


VALKO, juffrouw Zwaanhild!... Ja ik zal mij waapnen. Maar gelooft u ook dat ik vertrouwen kan Op uw gebed, als iets van groote kracht? Want och, de hemel laat zich niet verbidden. Ik weet wel dat uw wil voldoet voor twee Om van mijn zielerust mij te berooven; Maar of uw g'loof voldoende is daartoe, Kijk, dat 's de kwestie.


(half in ernst, half schertsend)


ZWAANHILDEWacht tot het leed er is Verwoestend 's levens lichten, groenen zomer,... Wacht tot het knaagt en schrijnt bij dag en nacht, Dan kent van mijn geloof u pas de kracht. (zij gaat naar de dames toe).


(op gedempten toon)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 8 / 354


MEVR. HALMOch, dat je samen nooit kunt vrede houden! Nu heb je Valk in ernst toch boos gemaakt. (gaat voort zachtjes en vermanend te spreken. Juffr. Ekster mengt zich in het gesprek. Zwaanhilde staat er koud en zwijgend bij). VALK (gaat na een kort nadenkend zwijgen naar het priëel en zegt in zich zelf). Er straalde zekerheid uit hare oogen. Dat ik maar g'looven kon als zij, zoo vast, Dat mij de hemel...


GOUDSTADNeen, dat wil God niet! Het ware, met respekt, ook al te dwaas Als zulke orders werden uitgevoerd. Neen, weet u, wat bepaald u noodig heeft Is gymnastiek voor armen, beenen, lijf; Lig hier niet naar het groene loof te staren Den lieven langen dag, hak liever hout. En 't zou dan wel vervloekt gek moeten loopen, Als binnen veertien dagen u niet was Bevrijd van al die malle dichterkuren.


VALK'k Sta als de ezel tusschen zware keus; Ter linker lokt mij vleesch, ter rechter geest; Wat zou wel hier de wijste keuze zijn?


(terwijl hij inschenkt)


GOUDSTADEerst een glas punch, dat dorst en zorg verdrijft.


(kijkt op haar horloge)


MEVR. HALMMaar 't is al haast acht uur; nu denk ik wel Dat wij den dominee gauw zullen zien. (staat op en reddert op de veranda wat op).


VALKWat? Hier een dominee?


JUFFR. EKSTERJa, waarom niet?


MEVR. HALMDat heb ik immers onlangs u verteld...


ANNANeen, moeder, daar was mijnheer Valk niet bij.


MEVR. HALMJa, dat is waar. Maar kijk maar niet zoo sip, Want zijn gezelschap is hij dubbel waard.


VALKOch kom, wie is hij dan, die zoo gewenschte?


MEVR. HALMWel, lieve Heer, zijn naam is immers Strooman.


VALKJawel; dien naam heb ik wel eens gehoord; En ook gezien dat hij nu werkzaam is Als kamerlid, op 't veld der politiek.


STUIVERJa, hij spreekt goed.


GOUDSTADMaar jammer dat hij schor is.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 9 / 354


JUFFR. EKSTERHij komt hier met zijn vrouw en...


MEVR. HALMMet zijn kinderen...


VALKOm die vooraf een beetje pret te gunnen... Want daarna krijgt hij handen vol met werk. Met Zweedsche kwesties en veel andere zaken. Ja, dat begrijp ik.


MEVR. HALMDat is een man, mijnheer!


GOUDSTADJa, in zijn jeugd was hij nogal een schalk.


(gekrenkt)


JUFFR. EKSTERToch niet, mijnheer! Want al toen ik nog klein was Hoorde ik met grooten eerbied altijd spreken-- En dat door menschen die men g'looven kan-- Over den dominee en zijn roman.


(lachend)


GOUDSTADRoman?


JUFFR. EKSTERJawel. Ik noem zoo iets romantisch, Wat alledaagschen niet waardeeren kunnen.


VALKO, mijn nieuwsgierigheid is hoog gespannen.


(voortgaande)


JUFFR. EKSTERMaar och, er zijn natuurlijk altijd menschen Die door 't aandoenlijke zich laten prikk'len Tot spotternij! Het is genoeg bekend, Dat iemand hier, hij was nog maar student, Zoo ongehoord pedant, zoo erg brutaal was, Om "William Russell" zelfs te kritiseeren.


VALKMaar is die dominee dan een gedicht, Een christlijk drama of zoo iets misschien?


(geroerd tot stille tranen)


JUFFR. EKSTERNeen, Valk,... een mensch, maar met een diep gemoed. Maar als zóó iets, dat toch geen leven heeft, Al zooveel boosheid wekt en lage drift En hevig-fellen hartstocht weet te ontkeetnen, Zoo diep en bitter...


VALKEn zoo schriklijk lang...


JUFFR. EKSTERDan zal u met uw scherpen blik ook wel Begrijpen dat...


VALKJa, dat begrijp ik best. Maar wat tot nog toe mij niet duidlijk werd Dat is, waar die roman nu in bestaat, 'k Vermoed wel dat die heel aangrijpend is; Maar is 't niet mooglijk die zoo heel in 't kort...


STUIVER'k Zal trachten uit de feiten het voornaamste Te resumeeren.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 10 / 354


JUFFR. EKSTERNeen, ik weet er meer van, Ik kan 't vertellen...


MEVR. HALMJa, dat kan ik ook!


JUFFR. EKSTEROch neen, mevrouw, 'k ben nu al goed op gang. Weet u, mijnheer,... hij gold als kandidaat Voor een der knapste koppen van de stad, Wist van kritiek en ook van nieuwe modes...


MEVR. HALMEn speelde ook comedie binnenshuis.


JUFFR. EKSTERWacht toch! En schilderde,... en musiceerde


MEVR. HALMEn weet je nog hoe mooi hij kon vertellen!


JUFFR. EKSTERLaat mij toch 't woord; ik weet er alles van. Hij schreef en componeerde zelf muziek Op iets dat... bij een uitgever verscheen; Het heette: "een sonnettenkrans aan haar". Hoe innig zong hij die bij de guitaar!


MEVR. HALMJa, dat is zeker, hij was geniaal!


(op gedempten toon)


GOUDSTADHm, andren noemden kortweg hem een gek.


VALKEen wijsgeer, oud en praktisch, die niet putte Dat wat hij wist uit muffe perkamenten, Zei eens, de liefde kon Petrarca's maken Zoo goed als vee en luiheid patriarchen. Maar wie was "zij"?


JUFFR. EKSTERDat was zijn veelgeliefde, Nu lang zijn vrouw, die u zal leeren kennen. Zij was een dochter van een firma die...


GOUDSTADIn hout deed.


JUFFR. EKSTERJa, mijnheer zal het wel weten.


GOUDSTADWant 't was met Holland dat die zaken deed.


JUFFR. EKSTEROch, dat zijn toch maar triviale dingen.


VALKEen firma die...?


(voortgaand)


JUFFR. EKSTERSchatrijk was, echte Nabobs. U kan begrijpen dat zij veel begeerd was; Door de voornaamsten werd haar 't hof gemaakt.


MEVR. HALMEn daar was zelfs een kamerheer ook bij.


JUFFR. EKSTERMaar zij streed dapper voor haar vrouwenrecht. Strooman had zij gezien op het tooneel; Hem zien en hem beminnen dat was één...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 11 / 354


VALKEn al de pretendenten konden gaan!


MEVR. HALMJa, stel u voor, is dat niet echt romantisch!


JUFFR. EKSTEREn voeg daarbij een ouden wreeden Pa Die anders niet wou doen dan harten scheiden; En nog een voogd was er, geloof ik, ook, Om 't bittre leed nog bitterder te maken; Maar zij bleef hem en hij bleef haar getrouw; Zij droomden van een hutje op de hei, Een sneeuwwit lam dat beiden voeden zou...


MEVR. HALMJa, op zijn hoogst een koetje klein en bont...


JUFFR. EKSTERIn 't kort, zooals zij mij zoo vaak vertelden: Een hutje, een koele beek, elkanders harte!


VALKAch ja! En toen...?


JUFFR. EKSTERZij brak met haar familie.


VALKVoor goed...?


MEVR. HALMJa, dat deed zij.


VALKKijk, dat was flink.


JUFFR. EKSTEREn trok toen naar het kamertje van Strooman.


VALKTrok bij hem in! Zoo zonder... eerst te trouwen?


JUFFR. EKSTERO foei!


MEVR. HALMSchaam u! mijn man was zelf getuige Van 't jonge paar...!


(tegen juffr. Ekster)


STUIVERJa, 't weglaten van feiten Maakt twijfel wakker en verwart 't verhaal; In referaten komt het er op aan Te ord'nen, chronologisch en correct. Maar nooit heb ik nog goed kunnen begrijpen, Hoe zij daar leefden...


(vervolgende)


VALKWant men mag vermoeden Dat koe en schaap niet ook op zolder woonden.


(tegen Stuiver)


JUFFR. EKSTERO, je moet één ding wel bedenken, beste, Men heeft niets noodig waar de liefde woont; Twee teedre harten leven haast van niets. (tegen Valk) Hij had haar lief bij snarenspel en zang Waarop zij met klavierspel weerklank gaf.


MEVR. HALMEn dan, dat spreekt, zij leefden op crediet...


GOUDSTADEen jaar, totdat de firma ging failliet.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 12 / 354


MEVR. HALMMaar toen kreeg Strooman een beroep naar 't Noorden.


JUFFR. EKSTEREn in een brief, dien 'k later zag, bezwoer hij Alleen voor haar en voor zijn plicht te leven.


(aanvullend)


VALKEn daarmee was dan zijn roman beëindigd.


(staat op)


MEVR. HALMKom, laat ons nu eens in den tuin gaan zien; Het kon toch zijn dat hij in aantocht was.


(doet haar manteltje om)


JUFFR. EKSTERHet wordt al koel.


MEVR. HALMOch, Zwaanhild, haal mij even Mijn wollen doek.


(onbemerkt tegen Anna)


LINDGa vast vooruit!


MEVR. HALMKom je ook? (Zwaanhilde gaat het huis binnen; de anderen, behalve Valk, gaan naar den achtergrond of af naar links. Lind die meegeloopen is blijft staan en komt terug).


LINDMijn vriend!


VALKWel insgelijks!


LINDGeef mij je hand! Ik ben zoo blij;... 't is of mijn hart moet barsten, Als ik 't niet iemand zeg...


VALKMaar kalmpjes aan; Verhoord word je eerst, veroordeeld, dan gehangen. Wat zijn dat voor manieren? Je verbergt Voor mij, je vriend, den schat door je gevonden;... Beken het maar, gegrond is mijn vermoeden: Je trok een prijs uit 's levens loterij!


LINDJa, op een mooien vogel lei 'k de hand!


VALKZoo? Levend,... onbeschadigd door het net?


LINDHeb maar geduld; nu is het gauw gezegd: Ik ben verloofd!...


(snel)


VALKVerloofd, zeg je?


LINDJawel! Van daag,... hoe 'k durfde weet ik zelf niet meer! Ik zei... nou ja, dat kan ik niet vertellen; Maar weet je... zij, dat mooie jonge meisje, Bloosde als een roos,... en werd volstrekt niet boos! Zeg, kan je 't vatten, Valk, hoe ik het waagde! Zij luisterde en... schreide, meen ik zelfs; Dát is toch een goed teeken?


VALKZeker wel.


LINDEn dus, niet waar, is zij nu mijn verloofde?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 13 / 354


VALKIk onderstel van ja; maar wil je 't weten Volmaakt sekuur, vraag 't dan aan juffrouw Ekster.


LINDO neen, ik weet het zeker, mijn gevoel Bedriegt mij niet, 'k ben rustig, zonder vrees.


(Stralend en geheimzinnig).


LINDZeg, even mocht 'k haar handje drukken ook Toen zij de koffiekopjes nam van tafel!


(heft zijn glas op en ledigt het)


VALKNu, lentebloesem siere je verbond!


(doet evenzoo)


LINDEn 'k wil hier luid en plechtig het bezweren Dat ik haar lief zal hebben tot mijn dood, Zoo warm als nu... want och zij is zoo lief!


VALKVerloofd! Dus daarom waren je gedachten Bij Mozes noch profeten meer van daag.


(lachend)


LINDEn jij, die dacht, dat jouw lied dat gedaan had!...


VALKAch ja, poëten g'looven dat zoo licht.


(ernstig)


LINDJe moet niet denken dat ik door 't geluk Den theoloog al uitgeschud heb nu. 't Verschil is dit alleen, dat 'k niet den Bijbel Als Jakobsladder tot mijn God gebruik. Nu moet ik Hem in 't leven zelf gaan zoeken; Ik voel meer goedheid nu al in mijn hart, 'k Heb lief de grashalm, 't wurmpje aan mijn voet; Die moeten van 't geluk hun deel ook hebben.


VALKMaar zeg mij eens...


LIND'k Heb alles nu gezegd, Mijn zoet geheim blijft heilig voor ons drieën.


VALKJa, maar 'k bedoel, heb je al vooruit gedacht?


LINDGedacht? Vooruit? Ik? Neen, voor 't oogenblik Leef ik geheel in lenteblij genot. Ik richt mijn oog op ons geluk vlak bij: Daar houden wij van 't lot de teugels vast. Noch jij, noch Goudstad,... noch zelfs mevrouw Halm Kan zeggen tot mijn frissche bloem: "verwelk!" Want ik heb wilskracht, gloed straalt uit háár oogen. En daarom moet en zal zij opwaarts streven!


VALKGoed zoo; wie zoo denkt, zal 't geluk wel dwingen!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 14 / 354


LINDWild-bruisend kookt in mij mijn levensmoed. O, ik voel mij zoo sterk! Lag daar een afgrond Vóor mij... hoe gapend ook... Ik waagde een sprong!


VALKWat zeggen wil in nuchtre prozataal: Je liefde maakt je bijna tot een rendier.


LINDNu... trek ik mee met wilden rendiertroep Dan weet ik wel waarheen mijn smachten trekt!


VALKDat kan je morgen dan alvast vertoonen. Je moet toch met 't kwartet de bergen in? Maar 'k wed dat je geen pelsjas noodig hebt...


LIND't Kwartet! Nou ja, laat 't zonder mij maar klimmen. Ik adem berglucht nu in 't diepe dal; Hier heb ik bloemen en de wijde fjord, Hier heb ik bladerruischen, vogelzangen, En mijn geluksfee... zij is immers hier!


VALKO, een geluksfee hier in deze streken Hoû die maar vast!... die zijn maar al te zeldzaam. (met een blik op het huis). Sst,... Zwaanhild...


(drukt hem de hand)


LINDGoed; 'k ga heen,... laat niemand weten, Wat tusschen jou en mij en háár moet blijven. Dank dat je luisteren wou naar mijn geheim. Begraaf het in je hart, hoû 't veilig daar...


(af naar den achtergrond hij de anderen).


LIND(Valk kijkt hem een oogenblik na en loopt een paar maal den tuin op en neer, zichtbaar strijdende tegen zijn aandoeningen. Even later komt Zwaanhilde uit het huis met een doek op den arm; wil naar den achtergrond gaan; Valk nadert haar en kijkt haar onafgewend aan. Zwaanhilde blijft staan).


(na een kleine pauze)


ZWAANHILDEU kijkt mij zoo vreemd aan...?


(half in zich zelf)


VALKJa, dáár is 't trekje, Diep in die oogen glijdt een vlucht'ge schaduw, Die om den mond verscholen speelt vol spotlust. Het is daar.


ZWAANHILDEWat? U doet mij haast verschrikken.


VALKU heet Zwaanhilde?


ZWAANHILDEJa, dat weet u wel.


VALKMaar weet u dat die naam belachlijk is? Doe mij 't genoegen... gooi hem over boord!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 15 / 354


ZWAANHILDEO, dat zou eigenmachtig, ongepast zijn...


VALKHm, "Zwaanhild"... "Zwaanhild"... (plotseling ernstig). Waarom kreeg u toch Al toen u klein was zoo'n memento mori?


ZWAANHILDEKlinkt 't leelijk dan?


VALKNeen, mooi als een gedicht, Maar veel te groot, te streng voor onze tijden. Hoe kan een meisje uit onze dagen nu Begrijpen wat de naam Zwaanhilde inhoudt? Neen, gooi hem weg, als een verouderd pak.


ZWAANHILDEU denkt vast aan het koningskind der sage?


VALKDat schuldloos door de paarden werd vertrapt.


ZWAANHILDEMaar onze wet laat zoo iets niet meer toe. Neen, hoog in 't zadel! In mijn stille droomen Joeg 'k, voortgedragen op een vurig paard, Zoo vaak ver weg, de wereld in vol moed, Zijn manen als een vrijheidsvlag me omwapprend!


VALKDat 's oude liedje. In die "stille droomen" Kent niemand van ons paal of perk of grenzen, Dan vreest geen mensch de sporen te gebruiken;... Bij daden blijven wij zoet hier beneden; Want 't leven heeft een ieder innig lief, En niemand wil een sprong ten doode wagen.


(levendig)


ZWAANHILDEJa, wijs mij 't doel maar, en ik waag 't te springen. Maar dan zij 't doel den sprong ten doode ook waard. Een Californië na zandwoestijnen,... Zoo niet, dan is 't maar beter thuis te blijven.


(spottend)


VALKOch ja, "de tijd" is zeker daaraan schuld.


(warm)


ZWAANHILDEJa, juist, dat is 't! Waarom als 't windstil is, De boot uitzetten en de zeilen hijschen?


(ironisch)


VALKJa, waarom zweep of scherpe sporen slijten, Waar niet met gouden prijs hij wordt beloond Die moed heeft vrij de wereld in te gaan, En hoog in 't zadel, stout vooruit te streven? Zoo'n tocht, zoo zonder doel, is iets voor d'adel, Maar onze tijd lacht om wat aadlijk is; Dat wou u zeggen, niet?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 16 / 354


ZWAANHILDEJa, dat is waar; Zie naar dien pereboom die ginder staat,... Wat is die dor en bloesemloos van 't jaar. Verleden jaar, dat had u moeten zien, Boog heel de boom onder zijn vruchtenlast.


(een beetje onzeker)


VALKIk g'loof het graag; maar wat moet 'k daaruit leeren?


(fijntjes)


ZWAANHILDEO, onder meer, dat 't voor een Zacharias Van ónzen tijd, te veel verlangd is, peren Te oogsten waar een vorig jaar de boom Te veel gedragen heeft aan bloem en vrucht.


VALKIk wist het wel. U zou wel 't spoor weer vinden In oud-romantische geschiedenissen.


ZWAANHILDEJa, onze deugd is van een ander slag. Wie komt er op en strijdt voor waarheid nog, Wie waagt zijn huid en zijn persoonlijkheid? Waar vindt men helden?


(kijkt haar scherp aan)


VALKEn waar zijn Walkuren?


(schudt het hoofd)


ZWAANHILDEWalkuren zijn niet noodig in dit land! Toen 't g'loof onlangs in Syrië werd bedreigd Trok u toen als verdediger daarheen? Neen, op papier ging u de zaak ter harte. En voor het goede doel zond u wat geld af. (Pauze. Valk schijnt te willen antwoorden, maar houdt zich in en gaat den tuin in).


(kijkt hem een oogenblik aan, nadert dan en vraagt zacht)


ZWAANHILDEValk ben je boos?


VALKWelneen, ik sta te peinzen;... En anders niets.


(nadenkend en meewarig)


ZWAANHILDEJe hebt als twee karakters... Geheel verschillend...


VALKJa, dat weet ik wel.


(driftig)


ZWAANHILDEMaar waarom toch?


(uitbarstend)


VALKOmdat ik 't niet kan dulden Voor Jan-en-alleman mijn naakte ziel Ten toon te stellen... als 't profane menschdom, Dat op de straat te koop loopt met zijn liefde... Als jonge vrouwen met hun bloote armen! Jij was de eenige,... jij Zwaanhild, jij... Dat dacht ik... maar dat is nu ook voorbij...


(wendt zich tot haar terwijl zij naar het prieël gaat en uitkijkt).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 17 / 354


VALKJe luistert...


ZWAANHILDENaar een andre stem, die 's avonds... Sst! Hoor je wel?... spreekt als de zon gaat dalen. Een kleine vogel, kijk, verschuilt zich daar In 't loof,... daar komt hij net weer voor den dag... En weet je wat ik vast geloof? Haar, wie Geen dichterziel, geen zangstem werd gegeven Die kreeg van God een vogeltje tot vriend... Voor haar alleen en voor haar tuin geschapen.


(neemt een steen van den grond op)


VALKDan moeten mensch en dier elkaar ontmoeten, Zal niet zijn zang te loor gaan bij een vreemde.


ZWAANHILDEJa, dat is waar; maar 't mijne vond ik al. 'k Kreeg niet de gaaf van 't woord en ook geen zangstem; Daar kweelt mijn vogeltje in zijn groene schuilplaats, Daar voel 'k als zangen dalen in mijn ziel... Nu ja... ze blijven niet... ze vliegen weg...


(Valk gooit driftig met den steen; Zwaanhilde uit een kreet).


ZWAANHILDEO God! je raakte hem! Hoe kon je 't doen!


(loopt naar rechts en komt weer dadelijk terug).


ZWAANHILDEO dat was slecht, heel slecht!


(hartstochtelijk opgewonden)


VALKNeen... oog om oog En tand om tand, Zwaanhilde, meer was 't niet! Nu krijg je dan geen groet meer uit de hoogte, Uit 't land der zangen geen geschenken meer. Dat is mijn wraak nu over wat je deedt!


ZWAANHILDEWat 'k deed?


VALKJa, jij! Tot op dit oogenblik Zong in mijn borst een vogel stout en sterk. Nu kan de doodsklok voor hen beiden luiden,... Jij doodde hém!


ZWAANHILDEIk?


VALKJa, toen jij versloeg Mijn g'loof, zoo jong, zoo blij en zegevierend...! (verachtelijk). Toen jij je hebt verloofd!


ZWAANHILDEWat meen je toch?


VALKO ja, dat 's stellig wel een heel best zaakje; Hij doet examen, wordt wel gauw beroepen,... Hij wenscht toch naar Amerika te gaan...


(op denzelfden toon)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 18 / 354


ZWAANHILDEEn heeft een aardig duitje nog te wachten;... Want je zult zeker Lind bedoelen?


VALKDat Zal jij wel weten...


(met ingehouden lach)


ZWAANHILDEJa, als bruidjes' zuster Dient dat wel...


VALKGod! Ben jij 't dan niet...?


ZWAANHILDEDie oogstte Zoo'n overgroot geluk? Ach neen, eilacy!


(bijna kinderlijk blij)


VALKJij bent het niet! O nu zij God geloofd! Och, Onze Lieve Heer is goed en mild toch! Niet met een ander zal 'k gearmd je zien... Hij wilde alleen het licht der smart ontsteken...


(wil haar hand vatten).


VALKO Zwaanhild, hoor eens, luister...


(wijst snel naar den achtergrond)


ZWAANHILDEKijk eens daarheen! (Zij gaat naar het huis. Van den achtergrond komen op dat oogenblik mevr. Halm, Anna, juffr. Ekster, Goudstad, Stuiver en Lind. Gedurende het voorgaande is de zon ondergegaan; het landschap ligt in schemerdonker).


(tegen Zwaanhilde)


MEVR. HALMNu zal de dominee aanstonds wel komen. Waar bleef je toch?


(met een blik op Valk)


JUFFR. EKSTERJe staat daar als beteuterd.


ZWAANHILDEIk heb wat hoofdpijn; 't zal wel overgaan.


MEVR. HALMEn loop je dan hier met je bloote hoofd? Zet nu vast thee en maak de kamer netjes; 't Moet in de puntjes zijn; ik ken mevrouw wel.


(Zwaanhilde gaat het huis binnen).


(tegen Valk)


STUIVERWeet jij wat Strooman in de Kamer wil?


VALKIk denk niet dat hij voor verhooging stemt.


STUIVERMaar als een zachte wenk hij nu eens kreeg Dat 'k verzen in mijn schrijfmap houd verborgen?


VALKMisschien dat 't hielp.


STUIVEROch was 't maar waar... want heusch Het spant er, nu 't tot trouwen dan zal komen. De liefdezorgen zijn niet licht te tellen!


VALKNet goed: wat doe je in zoo'n wespennest!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 19 / 354


STUIVERDus liefde noem je zóó?


VALKDat niet, maar 't huwlijk, Met banden, vrijheidsroof en slavenleven.


(ziende dat Juffr. Ekster naderbij komt)


STUIVERJe weet niet wat een heerlijk kapitaal Er ligt in 't woord der vrouw en in haar geest.


(zachtjes)


JUFFR. EKSTERDenk je dat Goudstad wil een voorschot geven?


(knorrig)


STUIVERIk weet niet zeker nog; ik zal 't probeeren.


(gedempt tegen Valk terwijl hij met Anna nader komt)


LINDIk hoû 't niet langer uit; ik moet terstond Aan allen 't zeggen nu...


VALKIn plaats te zwijgen, En geen oningewijde te vertellen, Wat jou alleen aangaat...


LINDDat 's ook wat moois;... Voor jou, mijn vriend, ook hier in huis logeergast, Moest ik verstoppen dan mijn jong geluk! Neen, nu mijn hoofd van jubel staat in brand...


VALKNu wil je je ook maar nijdig laten maken? Ja, goede lieve vriend, als dat je opinie is, Ga dan maar gauw je engagement vertellen!


LINDDat dacht ik ook, om meer dan ééne reden, En één daarvan lijkt mij wel van gewicht; Stel eens dat onder ons zich zou bevinden Een stille aanbidder, sluipend om haar heen; Stel dat hij dan op-eens met huwelijksplannen kwam En aanzoek om haar hand... wat dat gênant zou zijn...!


VALKJe hebt gelijk; ja, ik vergat geheel Dat tot wat hoogers jij je voelt bestemd. Van liefde's vrije priester die je nú bent, Moet vroeg of laat je nog promotie maken; Maar het is zelfs in strijd met alle vormen Je nu al voor te doen als hoog-gewijde.


LINDJa, zie je, als niet Goudstad...


VALKWat van hem?


(verlegen)


ANNAOch, dat is iets dat Lind zich in zijn hoofd zet.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 20 / 354


LINDZeg dat nu niet; ik voel dat hij treedt tusschen Mijn nieuw geluk en mij, waar hij maar kan. Die kwast komt immers daaglijks hier naar buiten, Is rijk en vrijgezel, steeds om je heen; In 't kort, mijn liefste, er is nog zooveel Dat niets dan onheil voor ons kan voorspellen.


(met een zucht)


ANNAHè dat is jammer, 't was zoo mooi vandaag!


(deelnemend tegen Lind)


VALKLaat niet 't geluk je ontgaan door sombre grillen, Wacht nog wat... geef niet noodeloos je bloot.


ANNAO! Juffrouw Ekster kijkt naar ons; zeg niets meer!


(Zij en Lind af, ieder naar een anderen kant)


(kijkt Lind na)


VALKDaar gaat hij heen en doodt zijn eigen jeugd. GOUDSTAD (die intusschen bij de trap heeft gestaan in gesprek met mevr. Halm en Juffr. Ekster, komt nu naderbij en klopt hem op den schouder). Wel, staat u hier te broeden op een lied?


VALKNeen, op een drama.


GOUDSTADZoo? Wel nu nog mooier!... Ik dacht niet dat u daaraan ook al deed.


VALKNeen, dit is eigenlijk ook voor een ander, Een vriend van mij, ja, van ons allebei;... Een schrijver van bizondre handigheid, Want tusschen middaguur en avondstond Heeft hij al afgemaakt een heele idylle.


(sluw)


GOUDSTADBlij-eindigend, niet waar?

U weet toch wel Dat 't scherm pas valt als zij elkander krijgen.

Maar dat is nog maar één van zijn drie stukken: Daarnà eerst komen nog de schrijversweeën, Als nummer twee, de klucht van de verloving, Door vijf bedrijven heen behandeld wordt. En hieruit spint hij dan op nieuw de stof Voor 't huwelijksdrama, dat is dan het derde

(glimlachend)


GOUDSTADDe schrijflust schijnt aanstekelijk te werken.


VALKZoo? Hoe dan wel?


GOUDSTADIk meen alleen in zóóver Als 'k ook te broeden rondloop op een dichtstuk,...


(geheimzinnig).


GOUDSTADMaar heel reëel en uitermate praktisch.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 21 / 354


VALKWie is de held, als ik zoo vrij mag zijn?


GOUDSTADDat zeg ik morgen wel, maar eerder niet.


VALKDan is u 't zelf!


GOUDSTADZou 'k daarvoor deugen, denkt u?


VALKEen beetre held waar' waarlijk niet te vinden. Maar de heldin dan? Zij woont zeker buiten Op 't vrije land, niet in bedompte stad?


(dreigt met den vinger)


GOUDSTADDaar zit de knoop... dat mag ik niet verklappen!...


(verandert van toon).


GOUDSTADZeg eens, wat dunkt u wel van juffrouw Halm?


VALKO, u moet stellig haar veel beter kennen; Mijn oordeel kan noch kwaad noch goed beduiden...


(glimlachend).


VALKDoch pas maar op, dat 't niet in 't honderd loopt Met dat gedicht waarvan u heeft verteld. Stel dat ik uw vertrouwen zou misbruiken, En uitkomst en intrige ging bederven.


(gemoedelijk)


GOUDSTADNu ja, dan zou ik ook wel amen zeggen.


VALKIs dat gemeend?


GOUDSTADU is toch man van 't vak; En 't waar' te gek, werd uwe hulp versmaad Door wie, als ik, maar is een dilettant (gaat naar den achtergrond).


(in 't voorbijgaan tegen Lind)


VALKJe hadt gelijk; die rijke heer loopt rond Met moordnaarsplannen tegen je geluk, hoor. (verwijdert zich).


(zacht tegen Anna)


LINDNu zie je 't eens, 'k was niet voor niets zoo bang; Wij moeten heusch terstond je moeder spreken. (Zij gaan naar mevr. Halm toe, die met juffr. Ekster bij het huis staat).


(pratend met Stuiver)


GOUDSTADWat prachtig mooie avond.


STUIVERO zeker, ja, Als er maar stemming is...


(schertsend)


GOUDSTADIets niet in orde Met uw liefde soms?


STUIVERNiet juist dáármee...


(die er bij gekomen is)


VALKMaar met 't engagement?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 22 / 354


STUIVERMisschien is 't dát wel.


VALKHoera, dan ben je niet geheel ontbloot nog Van ieder sprankje poëzie, gelukkig.


(beleedigd)


STUIVER'k Begrijp niet wat met mijn engagement Of ook met mij, de poëzie te doen heeft.


VALKDat moet je ook niet begrijpen; als de liefde Haar eigen wezen kent, dan moet zij sterven.


(tegen Stuiver)


GOUDSTADMaar is er iets waar 'k u mee helpen kan Dan zeg het maar.


STUIVERJa, ik heb heel den dag al Bedacht hoe 'k u de zaak zou kunnen zeggen, Maar 'k kon niet komen tot een goed besluit.


VALKIk zal je helpen en ik maak het kort: Sinds jij tot een "aanstaande" bent bevorderd, Gevoel jij je gedrukt en steeds gedrukter...


STUIVERJa, dat was wel bij tijden nog al erg...


(voortgaand)


VALKEn ging zoo waar gebukt onder verplichtingen Die je ter helle joeg, als je maar kon; Dat is de zaak.


STUIVERWat zijn dat voor verdichtingen! Ik heb geprolongeerd, als eerlijk man. (tegen Goudstad). Maar 't wordt met iedre maand al meer en erger. En men krijgt toch een vrouw als men gaat trouwen...


(vroolijk)


VALKNu is de hemel van je jeugd weer helder, Dit was een echo uit je dichtertijden! Zoo moet 't ook zijn; 'k begreep het wel terstond; 'n Paar vleugels had je noodig en een schaar!


STUIVEREen schaar?


VALKEen wil-schaar, ja, om alle banden Weer los te knippen, dat je uit kon vliegen Weer vrank en vrij...


(boos)


STUIVERNeen, dat wordt ál te grof! Dat ik beschuldigd word van zoo'n vergrijp Aan het gezag, dat 'k stil maar heengaan zou? Zoo iets is een bekladden van mijn eer En lasterlijke praat!


VALKMensch, ben je dwaas! Wat wil je dan toch zeggen? Spreek toch... spreek!


(lachend tegen Stuiver)


GOUDSTADJa, tracht de zaak eens helder in te denken. Wat wou u dan?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 23 / 354


(bedaart weer)


STUIVEREen leening bij de spaarbank.


VALKEen leening!


(snel tegen Goudstad)


STUIVER'k Meen een endossement Voor honderd thaler of zoo daaromtrent.


(die inmiddels bij mevr. Halm, Lind en Anna heeft gestaan)


JUFFR. EKSTERHoe aardig! Och! Nu veel geluk, hoor kindren!


GOUDSTADWat is dat nu? (gaat naar de dames).


STUIVERDat kwam daar ongelegen.


(slaat uitgelaten zijn armen om zijn hals)


VALKHoera, trompetgeschal verkondigt luid Dat Amor je een broertje heeft gebracht.


(trekt hem mee naar de anderen).


(overweldigd tegen de heeren)


JUFFR. EKSTEROch, Lind en Anna,... Lind heeft haar gekregen! Zij zijn geëngageerd!


(met tranen van ontroering, terwijl het paar gelukgewenscht wordt)


MEVR. HALMDat 's al de achtste, Die welverzorgd en blij dit huis verlaat;... (tot Valk gewend). Al zeven nichtjes... allemaal met gasten... (haar aandoening wordt haar te machtig; zij houdt haar zakdoek voor de oogen).


(tegen Anna)


JUFFR. EKSTERNu zullen er heel wat bezoeken komen.


(liefkoost haar zeer aangedaan).


(grijpt Valk's handen)


LINDO vriend, ik leef als in een zwijmelroes!


VALKStil;... als verloofde ben je lid geworden Van 't geestelijke matigheidsgenootschap; Je kent 't gebod:... geen slemppartijen hier!


(keert zich tot Goudstad met een beetje boosaardige deelneming).


VALKNu mijnheer Goudstad?


(vergenoegd)


GOUDSTADWel, ik zou durven denken Dat voor hen beiden dit geluk belooft.


(kijkt hem verwonderd aan)


VALKU draagt uw leed met wel te prijzen rust. 't Doet mij genoegen.


GOUDSTADWat meent u toch, mijn waarde?


VALK'k Bedoel dat aangezien u zelf toch voedde Een zoete hoop...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 24 / 354


GOUDSTADDeed ik dat? Inderdaad?


VALKU was ten minste goed daartoe op weg; U noemde juffrouw Halm; u stond toch hier En vroeg mij...


(glimlachend)


GOUDSTADJa, maar zijn er dan geen twee?


VALKDus 't is de andre, die u meent... haar zuster?


GOUDSTADHaar zuster, ja, de andre,... juist, die is 't. Leer eerst die zuster maar wat nader kennen, En oordeel zelf of zij niet zou verdienen Dat er wat meer werk van haar werd gemaakt Dan hier in huis gewoonlijk wordt gedaan.


(koel)


VALKZij heeft wel alle goede eigenschappen.


GOUDSTADNiet alle nog: den conversatietoon Kan zij niet vatten; daar legt zij het af...


VALKJa, dat is erg.


GOUDSTADMaar als mevrouw haar maar Eén winter uitbrengt, wed ik dat voor niemand Zij onderdoet.


VALKJa, dat zal wel zoo zijn.


GOUDSTADJa, dat is wonderlijk met jonge meisjes!


(vroolijk)


VALKZij zijn als winterrogge op het land; Zij kiemen ongemerkt in vorst en sneeuw.


GOUDSTADDe balzaal is hun thuis van 't kerstfeest af...


VALKDaar komt de mest er op... schandalen, praatjes...


GOUDSTADEn als de warme lentelucht dan komt...


VALKDan komen groene dametjes te voorschijn!


(komt bij hen en grijpt Valk's handen)


LINDWel was 't verstandig dat ik deed dien stap... Ik voel mij zoo gelukkig en zoo rustig!


GOUDSTADZiedaar den bruidegom; vertel nu eens Hoe men zoo doet als pas verloofde minnaar!


(onaangenaam aangedaan)


LINDDaarover spreekt men met een derde niet.


(schertsend)


GOUDSTADSlecht gehumeurd? Dat zal ik Anna klikken. (gaat naar de dames toe).


(kijkt hem na)


LINDIs dat een vraag, die man is onverdraaglijk!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 25 / 354


VALKJe hebt je toch in hem vergist,...


LINDOch kom?


VALKHet was niet Anna die hij had op 't oog.


LINDWat! Was het Zwaanhild?


VALKJa, dàt kan 'k niet zeggen. (luimig) Vergeef mij, voor een ander leedt je pijn!


LINDHoe meen je dat?


VALKZeg, heb je de courant Gelezen?


LINDNeen.


VALKIk zal je 't dagblad zenden; Daar staat iets in, van iemand wien het lot Zijn goede, gave oogtand trekken deed, Omdat een neefje van hem leed aan tandpijn.


(kijkt uit het raam)


JUFFR. EKSTERO daar komt dominee!


MEVR. HALMMet hoeveel zijn ze?


STUIVERVijf, zes... acht kinderen.


VALKDat 's buitensporig!


JUFFR. EKSTERHè, zoo iets is toch bijna onfatsoenlijk! (Intusschen heeft men een rijtuig hooren stilhouden links buiten. De dominee, zijn vrouw en acht kleine meisjes, allen in reistoilet, komen één voor één binnen).


(ijlt de nieuw aangekomenen te gemoet)


MEVR. HALMWelkom hier, hartelijk welkom hier!


STROOMANDank u.


MEVR. STROOMANO, u heeft zeker gasten...


MEVR. HALMOch, wel neen!


MEVR. STROOMANWant komen we ongelegen...


MEVR. HALMNeen... integendeel; U komt juist goed van pas, want denk eens aan, Mijn dochter Anna is daar net verloofd.


(schudt Anna de hand met zalving)


STROOMANLaat mij getuigen;... liefde,... zielsgemeenschap... Dat is een schat, die motten niet of roest Verteren kunnen... zoo zij althans echt is.


MEVR. HALMHoe aardig dat u al de kleintjes mee Gebracht heeft naar de stad.


STROOMANEr zijn er nóg vier Die buiten zijn gebleven.


MEVR. HALMOch kom, ja?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 26 / 354


STROOMANDrie daarvan zijn te klein om te beseffen Wat 't is een liefdrijk vaderhart te missen Voor 's rijks belang.


(tegen mevr. Halm terwijl zij afscheid neemt)


JUFFR. EKSTERNu ga ik u verlaten.


MEVR. HALMOch, waarom gaat u al zoo gauw weer weg?


JUFFR. EKSTERIk moet nog in de stad het nieuws vertellen; Bij Jensen, weet ik, gaan ze laat naar bed; De tantes zullen blij zijn, nu dat spreekt. Mijn lieve Anna, wees niet meer verlegen... Want morgen is het Zondag; met visites Wordt je overstroomd, daar kan je vast op reeknen!


MEVR. HALMNu, wèl thuis dan! (tegen de anderen). En u wil zeker wel Een kopje thee? Mevrouw wees dan zoo goed! (Mevr. Halm, Strooman, zijn vrouw en kinderen met Goudstad, Lind en Anna gaan het huis in).


(terwijl zij Stuivers arm neemt)


JUFFR. EKSTERNu gaan wij dwepen! Stuiver kijk eens hier, Hoe Luna zwevend rust tusschen de wolken! Maar neen, je kijkt niet eens!


STUIVERO ja, jawel! Ik dacht alleen maar even aan ons debet. (Zij gaan weg naar links. Valk die onder het voorgaande onafgewend Strooman en zijn vrouw beschouwd heeft, blijft alleen in den tuin achter. Het is nu heelemaal avond; in huis is het licht opgestoken).


VALKHet àl verbrand en dood;... troostlooze jammer! Zoo gaan zij door het leven, twee aan twee, Te zamen staan zij als de zwarte stammen, Die 'n boschbrand naliet op de dorre hei;... Zoo ver het oog maar reikt is 't kale vlakte... O brengt dan niemand 's levens frissche groen! (Zwaanhilde komt op de veranda met een bloeienden rozenstruik dien zij op de balustrade zet). Die ééne... ja...!


ZWAANHILDEValk, sta jij daar in 't donker?


VALKEn ben niet bang? Neen, 't donker is juist mooi. Maar zeg eens, ben jij dan niet bang daarbinnen, Waar 't lamplicht op de vale lijken valt...


ZWAANHILDEO foei!


(kijkt naar Strooman, die zich aan het raam vertoont)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 27 / 354


VALKWat was hij vroeger hoog van moed; Vocht voor zijn liefde tegen heel de wereld, Trok tegen zede en gebruik te veld. Zijn liefde uitte hij in blijde zangen...! Zie hem nu aan! In lange jas... zijn beste... Het wandlend drama van zijn diepen val! En dan die vrouw, met haar verlepte jurk, Met scheefgeloopen schoenen, los en klapperend, Zij is de fee, die hem tot schoonheidsleven De groote wereld binnen leiden zou. Wat bleef er van die vlam? Niet eens de rook meer! Sic transit gloria Amoris, zie je!


ZWAANHILDEOch ja, 't is jammerlijk ellendig, alles. Ik weet geen mensch wiens lot 'k zou willen deelen.


(snel)


VALKWelnu, wij twee staan op tegen een orde Indruischend tegen de natuur, onwaar!


(schudt het hoofd)


ZWAANHILDEDan was voorzeker 't mis met ons verbond, Zoo stellig als wij staan hier op den grond.


VALKNeen, 't wordt triomf waar streven twee vereend. Wij willen langer niet van de gemeente Der platte alledaagschheid leden zijn! Zelfstandig, waar en vrij zich te ontwikk'len Moet toch het doel zijn van een ernstig mensch. Dat heb jij ingezien zoo goed als ik. Er klopt een zieleleven in je polsen Dat warme woorden vindt voor krachtig denken. Jij duldt het keurslijf niet der vormlijkheid Gesnoerd om 't hart, dat vrij en ruim wil kloppen; Je stem is niet geschikt om mee te zingen In het gewoonte-koor, naar zede-maat.


ZWAANHILDEEn denk je niet dat menigmaal de smart Mijn oog versomberd heeft, mijn borst benauwd? Ik had mijn eigen weg mij willen maken...


VALKJa, in gedachte, stil?


ZWAANHILDENeen, met der daad. Toen kwamen tantes met haar goeden raad,... Zij moesten overleggen, wikken, wegen... (dichterbij). Maar in gedachte, zeg je; neen ik waagde Een stoute poging zelfs... 'k ging leeren schildren.


VALKEn toen?


ZWAANHILDE't Liep mis, omdat ik geen talent had; Maar toch mijn vrijheidsdrang liet zich niet binden; En 'k zocht daarna de planken van 't theater...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 28 / 354


VALKDat plan moest ook wel tegenkanting vinden?


ZWAANHILDEJa, 't was voornamelijk mijn oudste tante; Zij zag mij liever gaan als gouvernante...


VALKMaar van dat alles heb ik nooit gehoord!


ZWAANHILDENatuurlijk niet; daar pasten zij wel op. (met een glimlach). Zij waren bang, 't zou slecht zijn voor mijn toekomst, Als jonge heeren het te weten kwamen.


(kijkt haar een oogenblik deelnemend aan)


VALK'k Vermoedde lang dat zoo je lot moest zijn... Ik zag terstond toen 'k je voor 't eerst ontmoette, Hoe weinig je op de anderen geleek, En hoe geen een je eigenlijk begreep. Rondom de tafel zaten ze allemaal, Met kopjes thee,... en de gesprekken gonsden, De dames bloosden en de heeren kirden Als tamme duiven op een zomerdag. En over godsdienst, zedelijkheid zelfs, Werd er gepraat door meisjes en matronen, En huislijkheid gevierd door jonge vrouwen, Terwijl jij eenzaam zat, als heel alleen. En toen 't gebabbel eindlijk was gestegen Tot roes, een thee- en prozabachanaal,... Toen glansde als zilver jij, een edel muntstuk, Als tusschen koper en papier verdwaald. Jij waart een goudstuk uit een verre landstreek Dat hier berekend werd naar andre koers, En nauwlijks gangbaar in een licht gesprek, Waar verzen, boter, kunst en dergelijken Behandeld werden... juist sprak juffrouw Ekster...


(quasi ernstig)


ZWAANHILDETerwijl haar minnaar, als een ridder koen, Zijn hoed in de armen als een schild, daar stond...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 29 / 354


VALKToen over tafel heen je moeder knikte: "Toe, Zwaanhild, drink toch eens, je thee wordt koud." En zoet dronk je je thee, de slappe, weeë, Zooals zij allen, jong en oud, daar deden. Maar daadlijk trof en pakte mij die naam; De wilde Völsungsage, gruwlijk, wreed, Met heel haar lange rij verslagen ridders, Scheen tot in onzen tijd mij toen te reiken; 'k Zag als een tweede Zwaanhild daar in jou, Vernieuwd en in een andere gestalte. De leugenvlag moest 't recht tot oorlog dekken Eertijds, nu eischt het volk zelf recht en rust; Maar zondigt iemand tegen ónze zeden Dan moet voor zijn geslacht hij schuldloos boeten.


(licht ironisch)


ZWAANHILDEIk dacht wel allerminst dat uit theewasem Zulk bloedig fantazeeren kon ontstaan; Maar voor jou is het wel geringe kunst Waar geest ontbreekt, toch geesten te zien rijzen.


(geroerd)


VALKNeen, lach niet, Zwaanhild; 'k hoor wel dat je spot Met tranen in je stem,... o 'k zie het wel. En meer nog zie 'k;... wordt jij vertrapt in 't stof, Gekneed als klei je eigen vrije wezen, Dan zal er menig knoeier weldra komen Met 't modelleermes, plomp en dom en ruw. Gods scheppingswerk zullen zij naäpen Om naar hun eigen beeld je te herscheppen, Veranderd, aangedikt, verkleind, onkenbaar. En als men je dan zoo ten toon kan stellen Dan juublen zij: "Kijk nu is zij normaal! Kijk die plastieke rust, als marmer koel! Bestraald door 't licht van lampen en van kronen Is zij als voor salon-décor geschapen!"


(grijpt hartstochtelijk haar hand).


VALKMaar moet je sterven dan, leef dan eerst nog! Wees eerst de mijne vrij in Gods natuur; Nog vroeg genoeg kom je in vergulde kooi; Daar tiert de dame, maar de vrouw moet kwijnen, En die alleen heb 'k lief. Een ander mag Je dan ééns binnen leiden in zijn huis; Maar hier, hier is mijn lente opgebloeid,... Mijn eerste lied ontsproot hier uit mijn ziel. Hier kreeg ik vleugels;... hier, als jij mij bijstaat, Dat weet ik, Zwaanhild,... hier, hier word ik dichter!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 30 / 354


ZWAANHILDE(zacht verwijtend terwijl zij haar hand terugtrekt). O waarom zeg je mij dat alles nu? Het was zoo mooi elkaar vrij te ontmoeten. Is 't dan zoo noodig het geluk te steunen Met woorden van belofte, dat 't niet breekt! Je hebt gesproken en nu is 't voorbij.


VALKNeen, 'k wees je op een doel, spring er nu over. Mijn trotsche Zwaanhild,... als je 't waagt te springen. Wees dapper, als je moed hebt vrij te zijn!


ZWAANHILDEOm vrij te zijn?


VALKJa, dat is ware vrijheid Te doen waartoe ons innigst zijn ons drijft; En 'k weet dat jij door God bent aangewezen Tot wering van mijn schoonheids-zondenval. Ik moet, gelijk mijn naamgenoot de vogel, Kop in den wind de lucht in, zal ik stijgen. Jij bent de zefier waar 'k mij op laat wiegen, Met jou eerst krijg ik draagkracht in mijn wieken. O wees van mij, eer nog je krijgt de wereld,... En valt het loof, dan scheiden onze wegen. Zing mij je zieleschatten in mijn ziel, En zang voor zang geef 'k rijkelijk je weer... Dan kan je onder worden, rustig, stil, Als blaren welken, zonder smart of klacht.


(met onderdrukte bitterheid)


ZWAANHILDE'k Kan je niet danken voor je goeden wil, Hoewel die duidlijk je gezindheid toont. Want je beschouwt mij als een kind den wilg Dien het tot ééndagsfluitje kalm versnijdt.


VALKNu, dat 's toch beter dan in 't water staan Totdat de herfst in grauwe mist hem hult. (heftig). Je moet! Je zult! Ja meer, het is je plicht Om mij te schenken, wat zoo rijk je ontving. Wat jij daar droomt dat wordt in mij tot lied! Ziedaar den vogel, dien ik doodde... dom... Die was voor jou een bron van zanggenot... O weiger 't niet; zing ook voor mij als hij... Mijn leven wordt voor jou tot één gedicht!


ZWAANHILDEEn als je mij dan kent en ik ben leeg, Als ik mijn laatste liedje heb gezongen... Wat dan?


(bekijkt haar)


VALKWat dan? Denk dan aan wat hij deed. (wijst in den tuin).


(zachtjes)


ZWAANHILDEO ja, ik weet 't, je kunt met steenen gooien.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 31 / 354


(lacht spottend)


VALKZiedaar die vrijheidsziel waar je mee praalt,... Die 't àl zou wagen, voor een zichtbaar doel! (met kracht). Ik wees je 't doel; geef nu een antwoord dat Voor altijd mij voldoet.


ZWAANHILDEDat weet je al: Op dien weg kan ik je nooit nader komen.


(koud-afbrekend)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 32 / 354


VALKNou dan is 't uit; blijf dan maar in je wereld. ZWAANHILDE (heeft zich zwijgend van hem afgewend. Zij legt de handen op de balustrade en laat haar hoofd daarop rusten). VALK (loopt eenige malen heen en weer, steekt een sigaar op, blijft dicht bij haar staan en zegt na een pauze): Je vindt het zeker hoogst belachelijk Wat ik van avond je al zoo heb verteld? (houdt op, op antwoord wachtend, Zwaanhilde zwijgt). Ik ben te ver gegaan, dat zie ik wel; Je voelt alleen als zuster of als dochter;... 'k Zal spreken met handschoenen aan voortaan Dan zullen wij elkander 't best verstaan... (wacht even; maar daar Zwaanhilde onbewegelijk blijft staan, keert hij om en gaat naar rechts). ZWAANHILDE (heft het hoofd op, na eenig stilzwijgen, kijkt hem strak aan en komt nader bij hem). Nu wil ik nog een ernstig woord je zeggen Tot dank omdat je mij hebt willen redden. Je hebt een beeld gebruikt dat mij op eenmaal Je "hemelstijging" juist begrijpen deed. Ik zag je als een valk, die op moet stijgen Kop in den wind; zal hij de hoogte in. Ik was de zefier die je opwaarts droeg,... En zonder mij was machteloos je streven... Hoe jammerlijk! Hoe niet-te-zeggen klein!... Belachlijk zelfs, zooals je zelf besefte. Toch viel je beeld niet op een dorren grond; Want voor mijn oog ontstond daaruit een ander, Dat niet, als 't eerste hinkt en kreupel gaat. Ik zag je, niet als valk, maar als een vlieger, Als dichtervlieger, van papier gemaakt, Welks eigen ik een bijzaak is en blijft, Terwijl het opzettouw de hoofdzaak is. Het breede voorvlak was beschreven, dicht, Met toekomstwissels op poëtisch goud; En iedre wiek een bundel epigrammen, Die flapten in den wind, maar niemand raakten; De lange staart was een modern gedicht Dat fouten geeslen wou van onzen tijd, Maar dat alleen kon zachtjes fluistren even Van d'een of ander die zijn plicht verzaakt. Zoo lag je machtloos voor mij, en je vroeg: "Och zet mij op in 't westen of in 't oosten! Och, drijf mij met mijn liedjes in de lucht, Al moet het je ook moeders boosheid kosten!"


(knijpt de handen samen in hevige gemoedsbeweging)


VALKBij God, dat 's alles waar...!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 33 / 354


ZWAANHILDENeen, dank je wel, Ik ben te groot voor dat soort kinderspel; Maar jij, geboren voor hoog geestlijk werk,... Jij,... bent tevree met vliegen naar de wolken, En bindt je dichterleven aan een draad, Die ik, wanneer ik wil, kan laten glippen.


(snel)


VALKHoeveelste is 't vandaag?"


(zachter)


ZWAANHILDEKijk, dat is mooi; Laat deze dag een datum voor je wezen; Vertrouw voortaan op eigen vleugelslag, En laat het dan maar buigen of wel barsten. Papieren liedren hooren in de map, De levende zijn eigendom van 't leven; En die alleen zijn gangbaar op de hoogten. Zoo kies dan welke van de twee je wilt. (dichter bij hem). Nu deed ik wat daar straks je van me vroeg: Ik zong mijn laatste lied uit volle borst; En 't was mijn éénige; nu ben ik leeg; Als je nu wilt, gooi mij dan met een steen! (Zij gaat het huis binnen; Valk blijft onbewegelijk staan; en kijkt haar na; ver weg op het water ziet men een boot; daaruit klinkt van verre en gedempt het volgende:)


KOORDe zeilen geheschen, in glijdend gewiegel Als arend gezweefd over wereldzeespiegel; En achter ons blijven der stormvogels scharen. Verstand is maar ballast... overboord dat terstond! Misschien raakt er straks wel mijn bootje aan den grond, Maar het is toch zoo heerlijk te varen!


(verstrooid... ontwaakt uit zijn gedachten)


VALKGezang? O ja,... 't is zeker Lind's kwartet. (tegen Goudstad, die naar buiten komt met een lichte overjas over den arm). Zoo, mijnheer Goudstad,... sluipt u zoo stil weg?


GOUDSTADJa. Laat mij even eerst mijn jas aantrekken; Wij niet-poëten houden niet van tocht; Wij krijgen 't van de avondlucht te pakken. Goênacht!


VALKOch, vóór u gaat een enkel woord! Wijs mij iets om te doen, maar liefst iets groots...! Dat ingrijpt...!


(met spottenden nadruk)


GOUDSTAD... Wel, doe maar een greep in 't leven Dan zal u zien, grijpt u het leven wel.


(ziet hem peinzend aan en zegt langzaam)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 34 / 354


VALKDaar is in 't kort 't programma dus gegeven. (levendig) Nu ben ik wakker van mijn leeg gedroom, Nu heb ik 's levens dobbelsteen geworpen, En u zal zien... de duivel haal mij...


GOUDSTADHei! Vloek niet; daarmee verjaagt u nog geen vlieg.


VALKNeen, woorden niet, maar daden, enkel daden! Ik keer des Scheppers werkplan nu eens om;... Zes lange dagen deed ik niets dan gapen; Mijn wereldbouwwerk ligt nog ongebouwd;... Maar morgen, Zondag--dan zal ik gaan scheppen!


(lachend)


GOUDSTADJa, laat eens zien hoe flink u aanpakt dan; Maar ga nu eerst wat slapen; goeden nacht! (af naar links. Zwaanhilde wordt zichtbaar in de kamer boven de veranda; zij sluit het raam en laat het gordijn zakken).


VALKNeen, daden nu! Te lang heb 'k al geslapen. (kijkt op naar Zwaanhilde's raam en barst als door groote aandoening bevangen uit). Goênacht! Goênacht! Slaap zacht en droom van nacht; En morgen, Zwaanhild, zijn wij twee verloofden. (gaat snel weg naar rechts; van het water klinkt het weer):


KOORMisschien raakt mijn bootje straks wel aan den grond, Maar het is toch zoo heerlijk te varen!


(De boot glijdt langzaam verder, terwijl het scherm valt).

EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF

Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 35 / 354

Tweede bedrijf

Zondag namiddag. Mooi aangekleede dames en heeren drinken koffie op de veranda. Door de open glazen deuren ziet men verscheidene gasten binnen in de tuinkamer; daaruit klinkt het volgende:

KOORWelkom, verloofden, op dezen dag! Openlijk moogt gij verliefd nu wezen, Elkander omhelzen, slag op slag, Kussen zooveel gij maar wilt... het mag!... Geen luistervink hoeft gij te vreezen. Nu kunt gij dwepen naar hartelust, Overal samen, buiten en binnen. Nu moogt ge uw liefde kweeken gerust, Koestrend ze laten groeien in rust; Toon nu eens hoe gij kunt minnen!


(in de kamer)


JUFFR. EKSTERNeen, dat je daar niets van gezegd hebt, Lind; Wat had ik je geplaagd!


(ook daar)


EEN DAMEHè ja, 't is vreeslijk!


(in de deur)


EEN ANDERE DAMESchreef hij je, Anna?


EEN TANTENeen!


JUFFR. EKSTERDe mijne schreef.


(op de veranda)


EEN DAMEAnna, hoe lang is het wel stil geweest? (loopt de kamer in).


JUFFR. EKSTERNu moet je morgen op een ring uitgaan.


(bedrijvig)


VERSCHEIDENE DAMESWij zullen hem de maat nemen!


JUFFR. EKSTERWelneen, Dat doet zij zelf.


(op de veranda tegen een dame met een handwerkje)


MEVR. STROOMANNaait u met 'n achtersteek?


(in de deur met een blaadje)


DE HUISHOUDSTEREen kopje koffie nog?


EEN DAMEHeel graag, een halfje.


JUFFR. EKSTERHoe heerlijk dat je juist je nieuwen mantel Zult hebben als je gaat visites doen.


(in de kamer bij het raam)


EEN OUDERE DAMEEn wanneer gaan aan 't uitzet wij beginnen?


MEVR. STROOMANWat kost de postelein nu tegenwoordig?


(tegen eenige dames op de veranda)


EEN HEERKijk eens naar mijnheer Lind, met Anna's handschoen.


(met hooge stemmen)


EENIGE DAMESZoo waar, hij kuste hem!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 36 / 354


(evenzoo opspringend)


ANDERE DAMESWat! is het waar?


(vertoont zich rood en verlegen in de deur)


LINDOch, mallepraat! (verwijdert zich).


JUFFR. EKSTERJa zeker, 'k zag het net! STUIVER (in de deur, met een kop koffie in de eene hand en een beschuit in de andere). Neen, men moet niet de feiten zoo verdraaien, Ik attesteer dat men zich hier vergist.


(binnen zonder dat men haar ziet)


JUFFR. EKSTERKom Anna, ga eens voor den spiegel staan!


(roepen)


EENIGE DAMESKom ook hier, Lind!


JUFFR. EKSTERRug tegen rug! Wat dichterbij!


DE DAMES OP DE VERANDALaat ons eens zien hoeveel hij grooter is. (Allen loopen de kamer in; lachen en luid gepraat hoort men een poos daarbinnen). VALK (die gedurende het voorgaande in den tuin heeft rondgeloopen, komt nu naar voren, blijft staan en kijkt naar binnen, totdat het leven een beetje bedaard is). Daar slachten zij der liefde poëzie... De slager, die een koe slacht, zoo onhandig Dat zij onnoodig pijn lijdt in het sterven, Dien sluit men op, een dag of tien; maar hier... Die heele reeks van beulen komt weer vrij. (balt de vuisten). Ik zou ze kunnen... stil, geen holle woorden; 'k Wil hand'len van af heden, heb 'k gezworen.


(komt gejaagd en voorzichtig uit de deur)


LINDGodlof, nu hebben zij het over modes; Nu kan 'k eens weg...


VALKWel, krijg je 't al te warm Daarginder? Goede wenschen hebben wel Als muggen je omzwermd den heelen dag hier.


LINDZij meenen het zoo goed, och, allemaal; Maar met wat minder kon ik 't ook wel doen. Hun interest is wel wat heel vermoeiend; Een oogenblikje rust zal mij verkwikken. (wil naar rechts af).


VALKWaar ga je heen?


LINDIn 't tuinhuis had 'k gedacht. Klop maar als je de deur gesloten vindt.


VALKMaar Anna, wil je die niet bij je hebben?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 37 / 354


LINDNeen... is er iets dan zendt zij wel een boodschap. Wij praatten gistren tot nà middernacht; En hebben wel 't gewichtigste besproken; En dan ook, dunkt mij, is het wel het beste Wat spaarzaam om te gaan met je geluk.


VALKJe hebt gelijk; je moet niet te veel nemen Voor alledaagsch gebruik...


LINDStil, laat mij gaan. Nu ga ik eens een lekker pijpje rooken; Dat heb ik in geen drie dagen gedaan. Mijn bloed was zoo onstuimig in beweging; Ik was zoo bang dat zij mij weigren zou...


VALKJa, jij hebt wel een opfrisschingje noodig.


LINDEn 't pijpje zal mij smaken, dat is vast. (af naar rechts. Juffr. Ekster en eenige andere dames komen uit de tuinkamer).


(tegen Valk)


JUFFR. EKSTERWas hij dat die daar ging?


VALKDat was het wild, ja.


EENIGE DAMESZoo weg te loopen!


ANDERE DAMESHè, dat 's schande, foei!


VALKHij 's nog wat schuw, maar wordt wel gauw heel tam, Als hij een week lang draagt het uithangbord.


JUFFR. EKSTERWaar zit hij toch?


VALKHij zit nu op den zolder Van 't tuinhuis, waar wij allebei logeeren. (smeekend). Och, u moet hem eens even laten blazen; Jaag hem niet daar van daan!


JUFFR. EKSTERNu goed, maar lang mag De rust niet duren.


VALKGeef hem een kwartier... Dan kan u 't spel van nieuw af weer beginnen. Nu wil een preek hij schrijven in het Engelsch.


JUFFR. EKSTERIn 't Engelsch...?


DE DAMESOch, u steekt de gek met ons!


VALKIn vollen ernst. Want hij is vast besloten Een mogelijk beroep bij de emigranten Te volgen...


(verschrikt)


JUFFR. EKSTERWat? Heeft hij die gekke grillen Nog niet vergeten? (tegen de dames) Roep toch al de tantes! Haal Anna en haar moeder, Strooman ook!


(in beroering)


EENIGE DAMESDat moet verhinderd worden!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 38 / 354


ANDERE DAMESWij doen mee!


JUFFR. EKSTERDaar zijn ze al, goddank! (tegen Anna die uit de tuinkamer komt met den dominee, zijn vrouw en kinderen, Stuiver, Goudstad, mevr. Halm en de overige gasten). Weet je wat Lind Vast heeft besloten, in zijn hart, geheim? Als dominee...


ANNANaar 't buitenland te gaan.


MEVR. HALMEn jij hebt hem beloofd...!


ANNAOm mee te gaan.


(verontwaardigd)


JUFFR. EKSTERDus heeft hij je bepraat!


(slaan de handen in elkaar)


DE DAMESHè... hoe geslepen!


VALKMaar als nu drang daartoe hij voelt...


JUFFR. EKSTERNou ja Dien volgt men als men vrij en niet verloofd is; Maar een aanstaande volgt alleen zijn bruid... Neen Anna-lief, bedenk je maar bijtijds nog; Jij, die van kind af in een groote stad...?


VALKVoor een idee te lijden is toch mooi!


JUFFR. EKSTERVoor de idee van zijn aanstaande lijden? Zoo iets is, dunkt mij, toch al heel curieus. (tegen de dames). Komt allemaal nu! (zij neemt Anna bij den arm). Wacht, nu moet je hooren;... En dan zeg jij hem wat hij nu te doen heeft. (zij gaan naar den achtergrond en rechts af, druk samen pratend, met verscheidene dames; de andere gasten verspreiden zich in verschillende groepjes door den tuin. Valk houdt Strooman staande, wiens vrouw en kinderen steeds in zijn nabijheid zijn. Goudstad loopt op en neer onder het volgende gesprek).


VALKHelp u den jongen strijder, dominee, Vóór Anna opgezet wordt tegen hem.


(plechtig)


STROOMANJawel, de vrouw moet onderdanig wezen... (bedenkelijk). Maar als ik hem van middag goed verstaan heb, Rust dat beroep maar op een lossen grond, En 't offer dat gebracht wordt is onzeker...


VALKO neen, ik zie dat u 't verkeerd beschouwt, Ik durf er voor instaan met mijzelf Dat groot en eerlijk hij zijn roeping voelt...


(levendiger)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 39 / 354


STROOMANJa,... kan hij reeknen op een vaste som, Een jaargeld,... ja, dan is 't een andre zaak.


(ongeduldig)


VALKU zet vóórop, wat voor mij 't laatste komt; Ik spreek van roeping, drang... niet van salaris!


(met een gevoelvol lachje)


STROOMANMaar zonder dat kan niemand preeken in Amerika, Europa of in Azië,... Of waar dan ook. Ja, was hij nu nog vrij, Mijn waarde jonge vriend,... als hij alleen was, Nog jonggezel,... ja dan, dan ging het wel; Maar Lind, die pas verloofd is,... neen voor hém Is zulk een werkkring toch wel niet verkieslijk. Denk maar eens na; hij is een krachtig man, En mettertijd krijgt hij wel een gezin;... Ik onderstel bij hem veel goeden wil;... Maar "middelen", niet waar...? "Bouw niet op zand" Zoo staat geschreven. 't Ware wel wat anders, Als 't offer nu...


VALKJa, dat zal niet gering zijn, Dat weet ik wel.


STROOMANJa, kijk... dat is 't voornaamste! Als 't offer dat vrijwillig men wil brengen, Vrijgevig ook...


VALKZijn goede wil is groot.


STROOMANZijn wil? Hoe moet ik dat begrijpen, zeg? Men legt het toch voor hem op 't altaar neer. Niet hij moet 't brengen...


(kijkt naar den achtergrond)


MEVR. STROOMANDaar zijn zij terug. VALK (staart hem een oogenblik verbaasd aan, begrijpt dan plotseling en barst in lachen uit). Ach zoo, dát offer... ja!... dat wat zij u Op feestdag brengen... ritslend bankpapier!


STROOMANAls men een jaar lang in 't gareel moet tobben, Wordt dat door Kerst en Pinksterfeest vergoed.


(vroolijk)


VALKEn "roeping" voel je,... als 't genoeg betaalt,... Zelfs als je een domme, luie kaffer bent!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 40 / 354


STROOMANNatuurlijk; is men zeker van zijn geld Dan mag men zelfs als Zoeloe-zendling gaan. (gedempt). Nu hoop ik haar met zachtheid wel te winnen. (tegen een van de kleine meisjes). Mijn lieve kind, och haal mijn kop eens even, Mijn pijpekop bedoel ik, vat je wel... (voelt in zijn jaszak). Neen, wacht een oogenblik;... ik heb hem bij mij.


(stopt voortgaande zijn pijp, gevolgd door vrouw en kinderen).


(komt naderbij)


GOUDSTADU speelt zoowat voor slang in 't Paradijs Der liefde hier... of 'k moet mij zeer vergissen?


VALKDe boom der kennis draagt zoo wrange vruchten, Die lokken niemand... (tegen Lind die van rechts komt). Zoo, ben jij daar al?


LINDMaar goede hemel, wat ziet het er uit Daar boven, zeg: de lamp ligt er in stukken, 't Gordijn omlaag gerukt, je pen gebroken, En heel de kachelplaat met inkt begoten...


(klopt hem op den schouder)


VALKIk maakte daar een eind aan d' ouden tijd; Al veel te lang zat 'k achter de gordijnen En dichtte op papier bij 't licht der lamp; Nu is het uit met kamerpoëzie;... Ik wandel in God's zonneschijn nu liever;... Mijn lente kwam, met haar mijn zielsvernieuwing; En voortaan dicht ik enkel nog in daden.


LINDJa, dicht voor mijn part hoe je wilt, maar denk Daarom niet dat mevrouw hier is gediend Met het verlies... vooral van haar gordijnen.


VALKWat! Zij die alles offert aan haar gasten, Zelfs zusterskindren, dochters... zou dan zij Een zuur gezicht voor zoo'n gering iets zetten!


(boos)


LINDHet is onhebbelijk zoo iets te doen, En voor ons beiden zeer comprometteerend! Doch maak dat met haar uit. Maar 't lampje was Mijn eigendom, met alles wat er bij hoort...


VALKOch kom,... daarover voel ik niets geen wroeging; Je hebt Gods zomer met zijn helder licht,... Waartoe dient dan een lamp?


LINDJij bent een mooie, Vergeet hoe kort de zomer nog maar is. Wil ik met Kerstmis gaan voor mijn examen Dan moet ik waarlijk woekren met mijn tijd.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 41 / 354


(met groote oogen)


VALKDenk je aan de toekomst?


LINDJa, dat doe ik net; Mij dunkt toch zoo'n examen is geen grap...


VALKEn gistren avond! Toen je alleen maar leefde, Van 't heden dronken had je geen verlangen,... Zelfs niet een middelmatig "haud" trok je aan;... Je ving den mooien vogel van 't geluk; Je voelde je, alsof daar aan je voeten Lag uitgespreid der heele wereld rijkdom...


LINDDat zei ik, ja; maar zoo iets neemt men toch Natuurlijk op cum grano salis...


VALKZóó!


LINDDen vóórmiddag wil 'k aan 't geluk besteden. Dat heb ik vast besloten.


VALKDat 's gedurfd!


LINDWel zijn er veel visites nog te doen, Daarmee zal heel wat tijd verloren worden. Maar nòg meer vrijen tijd er af te nemen, Dat moet ik mij toch tot mijn spijt ontzeggen.


VALKEn jij die weinig dagen nog geleden De wijde wereld in wou met gezang.


LINDJa, maar ik zag dat nam mij te veel tijd; Die veertien dagen kan ik niet meer missen.


VALKNeen, om een andre reden bleef je thuis; Je zei iets, dat beneden in het dal Ook berglucht woei en dat er vogels kweelden.


LINDJa zeker,... hier de lucht is zeer gezond; Men kan daarvan genieten, ook al zit men Geregeld te studeeren met zijn boek.


VALKMaar met het boek had je immers afgedaan, Als Jakobsladder...


LINDHè, wat ben je lastig; Dat zegt men zoo, als men vrij en alleen is...


(ziet hem aan en slaat de handen ineen in stomme verbazing)


VALKOok gij dus, Brutus!


(een beetje verlegen en kregel)


LINDMaar bedenk dan toch Dat ik nu andre plichten heb dan jij; Ik heb mijn meisje nu. Kijk eens naar de andre Verloofden, menschen zelfs met lange ervaring, Op wie je hoop ik toch niets af zult dingen, Zij zeggen allen, zullen twee te zamen Door 't leven gaan, dan...


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 42 / 354


VALKSpaar mij je verklaring. Wie gaf je die?


LINDOch... wel, bijvoorbeeld Stuiver, En dat is toch een man die niet kan liegen. En juffrouw Ekster, die 's zoo op de hoogte, Zij zegt...


VALKEn dominee met echtgenoote?


LINDJa, dat 's iets vreemds toch zeg, met deze twee, Die zijn verzonken in een zielerust... Denk eens, zij weet niets meer van haar verloving, Heeft glad vergeten wat 't is lief te hebben.


VALKJa, dat is 't lot van al die zich verslapen,... Dan vlucht herinring als een schuwe vogel, (legt de handen op zijn schouder en kijkt hem spottend aan). Zeg, jongenlief, jij sliep vast goed van nacht?


LINDJa, goed en lang; ik ging zoo moe naar bed, En tegelijkertijd zoo vol emoties; Ik was haast bang dat 'k gek geworden was.


VALKO ja, je leedt wel aan iets als behekst zijn...


LINDMaar toen Godlof ontwaakte ik normaal. (Onder het voorgaande heeft Strooman zich af en toe vertoond wandelend op den achtergrond, druk pratend met Anna; mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan. Juffr. Ekster vertoont zich nu ook; gelijk met haar mevr. Halm met eenige andere dames).


(onzichtbaar)


JUFFR. EKSTERWaar 's Lind?


(tegen Valk)


LINDDaar heb je ze waarachtig weer! Och toe, kom mee!


JUFFR. EKSTERNeen blijf; waar wil je heen? Laat ons eens gauw de oneenigheid beslechten Die tusschen jou en Anna is ontstaan.


LINDZijn wij het òneens?


(wijst naar Anna, die verder-weg in den tuin staat)


JUFFR. EKSTERLees je oordeel zelf maar In haar betraande oogen. 't Is om de plannen Daarginder in Amerika.


LINDMaar, God, Zij wilde zelf toch...


(spottend)


JUFFR. EKSTERDáár ziet 't wel naar uit! Neen, vriend, je zult daar anders over denken Als wij die zaak eens kalmer gaan bezien.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 43 / 354


LINDMaar dan die strijd voor 't geloof, die was toch juist Mijn mooiste en liefste droom!


JUFFR. EKSTERWie gelooft er nog In onzen hoogbeschaafden tijd aan droomen...? Kijk, Stuiver droomde nog verleden dat Er kwam een brief met zulke vreemde hoeken...


MEVR. STROOMANZoo'n droom beteekent 't krijgen van een schat.


(met een knikje)


JUFFR. EKSTERBelasting mocht hij in de schatkist storten. (De dames maken een kring om Lind heen en gaan al pratend dieper den tuin met hem in).


STROOMAN(voortgaande tegen Anna, die hem graag ontvluchten wou). Op deze gronden dus, mijn lieve kind, Op deze gronden, die 't verstand ons aangeeft, De zedeleer, gedeeltlijk ook de Bijbel, Ziet u wel in dat zulk een verdeeldheid Van opvatting, geen reden van bestaan heeft.


(half schreiend)


ANNAOch, ja... ik ben ook nog zoo onervaren...


STROOMANEn 't is ook zoo natuurlijk als men angst heeft Voor allerlei verwikling en gevaren; Maar laat niet twijfel in zijn net u vangen,... Wees dapper, spiegel u aan mij en Maren!


MEVR. STROOMANJa, 'k hoorde juist van daag nog van uw moeder Dat 'k even zoo bedroefd was, als u nu, Toen het beroep kwam...


STROOMANDat was óók omdat Zij moest verlaten al de stadsgenoegens; Maar toen wij 't later wel wat ruimer kregen, En 't eerste tweelingpaar ons was geboren, Toen ging het over.


(zacht tegen Strooman)


VALKVoortreffelijk! Bravó! Ga voort zoo!


STROOMANDoe daarom zooals gezegd! De mensch moet niet bevreesd zijn. Valk, Dat zoo'n beroep ook niet is onvoordeelig Dat zei u toch?


VALKNeen, dat niet...


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 44 / 354


STROOMANZoo, och kom...! (tegen Anna). Nu, iets brengt het u stellig toch wel op. En is dat zoo, waartoe dan nog te vreezen? Zie eens terug naar lang vervlogen dagen! Naar Adam, Eva, Noach met zijn dieren... De lelies in de lucht... op 't veld de vogels... De vogeltjes... de vogeltjes... de visschen... (vervolgt met gedempte stem, terwijl hij zich met Anna verwijdert).


(terwijl juffr. Ekster en de tantes met Lind aankomen)


VALKHoera! Daar komt alweer een nieuwe bende, De heele oude garde in 't geweer!


JUFFR. EKSTERKomaan, 't is goed dat wij haar vinden hier. (gedempt tegen Valk). Wij hebben hem!... nu gauw met hem naar haar. (gaat naar Anna toe).


(met afwerende beweging)


STROOMANZij heeft geen verdere overreding noodig; Doet maar de Heil'ge Geest Zijn eigen werk Dan is 't volbracht...! (bescheiden). En heb ik iets gedaan, Dan kreeg ik kracht...!


MEVR. HALMNu, dan niet langer dralen... Verzoening, hè?


(aangedaan)


DE TANTESOch Heer, wat is dat mooi!


STROOMANJa, is er wel een hart zoo hard, zoo kil, Dat niet aangrijpend zoo'n tooneel zou vinden? Het werkt zoo scherpend, het gemoed zoo prik'lend. 't Is zoo opwekkend zulk een kind te zien, Onmondig nog, een offer brengend, droef, Doch willig, op het altaar van den plicht.


MEVR. HALMMaar haar familie deed er ook haar best voor.


JUFFR. EKSTERDe tantes, ja, en ik,... of ik het weet! Jij, Lind, bezit den sleutel van haar hart; Maar wij, vriendinnen hebben nog een looper Die opensluit, waar soms de sleutel faalt;... (drukt hem de hand). En mocht het noodig zijn in later tijd, Kom dan tot ons,... vriendinnen blijven wij.


MEVR. HALMJa, wij zijn bij je, waar je gaat of staat...


JUFFR. EKSTERBeschermen je voor tweedrachts felle smarten.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 45 / 354


STROOMANO, dat vereend zijn! Liefdezorg en vriendschap! Een oogenblik zoo blij, en zoo weemoedig toch! (wendt zich tot Lind). Maar jonge vriend, laat nu de zaak dan uit zijn. (leidt Anna naar hem toe). Neem haar... je bruid... je bruid... neem haar... en kus haar dan!


(reikt Anna de hand)


LINDIk ga niet weg!


(tegelijkertijd)


ANNAIk ga wel mee!


(verbaasd)


ANNAGa jij nu niet?


(evenzoo)


LINDWil jij wèl?


(hulpeloos omkijkend naar de omstanders)


ANNAMaar, dan zijn we immers toch gescheiden weer!


LINDJa, hoe zit dàt?


DE DAMESWat nu?


(bedrijvig)


JUFFR. EKSTERNeen, hier bestaat een Misverstand... dat 's zeker.


STROOMAN... Met hem te gaan Heeft zij beloofd!


JUFFR. EKSTEREn Lind bezwoer te blijven!


(lachend)


VALKEn beiden voegden zich; wat wil men meer?


STROOMANNeen, die verwarring wordt mij nu te machtig! (gaat naar den achtergrond).


(tegen elkaar)


DE TANTESMaar waar komt eigenlijk 't geschil van daan?


(tegen Goudstad en Stuiver, die buiten in den tuin gewandeld hebben en nu nader komen)


MEVR. HALMHier is oneenigheid aan alle kanten. (spreekt zacht met hen).


(tegen juffr. Ekster als zij ziet dat de theetafel gedekt is)


MEVR. STROOMANNu krijgen we haast thee.


(kortaf)


JUFFR. EKSTERGoddank.


VALKHoera! De vriendschap, thee, de liefde en de tantes!


STUIVERMaar nu de zaak dan zoo is afgeloopen Nu kan die licht een vroolijk einde nemen. 't Proces berust dus op een paragraaf Waar 't heet: den man te volgen is de vrouw Verplicht. Dat 's duidelijk voor iedereen.


JUFFR. EKSTEREn wat beteekent de overeenkomst dan?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 46 / 354


STROOMANZij mag aan hoogre wet zich niet onttrekken...


STUIVERMaar Lind kan toch wel aan die wet ontkomen. (tegen Lind). Je stelt je reis maar uit, en blijft stil hier.


(blij)


DE TANTESJa, dat kan best!


MEVR. HALMWelzeker!


JUFFR. EKSTERDan is 't uit. (Zwaanhilde en de dienstmeisjes hebben intusschen de theetafel gedekt onder aan de verandatrap. Uitgenoodigd door mevr. Halm gaan al de dames om de tafel zitten. De rest van het gezelschap gaat gedeeltelijk op de veranda of in het priëel zitten, gedeeltelijk in den tuin. Valk zit op de veranda. Onder het volgende wordt er thee gedronken).


MEVR. HALMZoo trok dit kleine onweer dan voorbij, Als zomerregen, achterna weldadig; Dan schijnt de zon nog mooier, en belooft ons Een zomermiddag klaar en wolkeloos.


JUFFR. EKSTERJa, 't bloemetje der liefde heeft ze noodig Die buitjes, groot en klein, die houden 't frisch.


VALKHet sterft zoodra 't gebracht wordt op het droge... Daarin heeft 't overeenkomst met een visch...


ZWAANHILDENeen, want de liefde kan van lucht toch leven...


JUFFR. EKSTEREn daarin sterft de visch...


VALKVolkomen waar.


JUFFR. EKSTERDaar hebben wij u nu gevangen, hè?


MEVR. STROOMANDat 's goede thee, dat kan men daadlijk ruiken.


VALKNu, laten wij het houden bij de bloemen. Liefde is een bloem; ontbreekt haar zoele regen, Zoodat de lieflijke zou gaan verkwijnen... (houdt stil).


JUFFR. EKSTERWat dan?


(met een galante buiging)


VALKDan komen tantes met een gieter.-- Maar die gelijkenis, al is zij lang Gebruikt, door dichters eindloos nagepraat, Is toch nog niet heel duidlijk voor de meesten; Want bloemen zijn er in zoovele soorten. Zegt eens, welk bloempje zou de liefde wezen? Noemt dat wat er het meeste op gelijkt.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 47 / 354


JUFFR. EKSTERDat is een roos; dat weet toch iedereen,... Zij geeft aan 't leven toch een rozengloed.


EEN JONGE DAMEEen anemoon is 't, groeiend onder sneeuw, Want als die uitkomt wordt het lente eerst.


EEN TANTEHet is een paardebloem die tiert het best Wordt zij vertrapt van mans- of paardevoet, Ja, maakt nieuw schot als zij is platgetreden, Dat heeft ons Pietersen zoo mooi beschreven.


LIND't Sneeuwklokje is 't; dat in je jonge ziel Het Pinksterfeest van 's levens jeugd inluidt.


MEVR. HALMNeen, 't is de klimop, die al is 't December Nog even groen is als in 't hart van Juni.


GOUDSTADNeen, het is IJslandsch mos, dat jonge dames Geneest, die lijdend zijn aan zwakke longen.


EEN HEER't Is een wilde kastanje,... te waardeeren Als brandhout, maar de vrucht is ongenietbaar.


ZWAANHILDENeen, een camelia, die op soirées De hoofdtooi uitmaakt van de dames daar.


MEVR. STROOMANNeen, zij lijkt op een bloem, die was zoo lief;... Wacht eens... was die niet grijs... neen violet;... Hoe heet die nu...? Laat zien... zij leek veel op die...; 'k Ben zoo vergeetachtig, dat is zoo raar.


STUIVERNeen, al die bloemebeelden gaan toch mank, Mij doet zij aan een bloempot eerder denken; In 't eerst is daar maar nauwlijks plaats voor één, Maar later kan die heel wat spruiten bergen.


(te midden van zijn kindertal)


STROOMANNeen, liefde is gelijk een pereboom; In 't vroege voorjaar wit van bloesemsneeuw; Wat later zet de bloesem zich tot vruchten En worden tot veel groote groene bessen; Door d' ouden stam gevoed met levenssappen Worden het eens, zoo God wil, rijpe peren.


VALKJa, zooveel hoofden, zegt men, zooveel zinnen! Maar allen dwaalt u op verkeerde wegen. Geen enkel beeld gaat òp; hoor nu naar 't mijne;... Dat kan u draaien, keeren, naar believen, (staat op in redenaarspositie). In 't verre Oosten groeit een kostbaar kruid; De "Zoon des Hemels" plant het in zijn tuinen...


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 48 / 354


DE DAMESDat is de thee!


VALKJa juist.


MEVR. STROOMANZijn stem klinkt net Als die van Strooman, als...


STROOMANNu niet hem storen.


VALKUit 't land der fab'len stamt het, uit de dalen Heel ver weg, achter dorre zandwoestijnen;... Schenk mij eens in, Lind! Dank je. 'k Zal nu drinken Op thee en liefde, en daarover toosten. (de gasten schuiven nader bij elkaar). Het stamt oorspronklijk uit het sprookjesland; Och, daar hoort immers ook de liefde thuis! Alleen de Zoon der Zon wist, naar men zegt, De plant te bouwen, kweekend haar met zorg. En met de liefde is het evenzoo; Een druppel zonnebloed moet in ons zijn, Zal liefde wortel schieten in ons binnenst En groeien, bloeien, blad en bloesems dragen.


JUFFR. EKSTERMaar China is een oud, een heel oud land, Dus moet de thee ook wel al lang bekend zijn...


STROOMANDie was er al vóór Tyrus en Jeruzalem.


VALKWas al bekend, toen d' oude heer Methusalem Als kleine jongen prentjes zat te kijken...


(triomfant)


JUFFR. EKSTEREn 't wezen van de liefde is juist jeugd! Uw beeld gaat daar niet op, dat voelt u zelf.


VALKWelneen, de liefde is juist verbazend oud; Dat is een leer, die we allen onderschrijven. In Kaapstad en in Rio en Kamschatka, Van Napels tot aan 't goede stadje Brevig, Zal menigeen beweren, liefde is eeuwig; Nu, dat is mogelijk wat overdreven,... Maar oud is zij... dat valt niet te ontkennen.


JUFFR. EKSTERMaar liefde en liefde is toch altijd eender, En thee bestaat in soorten, goede en slechte.


MEVR. STROOMANJa, thee is er in vele kwaliteiten.


ANNADe groene voorjaarsspruitjes allereerst...


ZWAANHILDEVoor zonnedochtren groeien die alleen.


EEN JONGE DAMEMen zegt dat die bedwelmend zijn als ether...


EEN ANDEREAls lotos geurend en zoet als amandelen.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 49 / 354


GOUDSTADDie komt niet aan de markt om te verhandelen.


(die intusschen van de veranda gekomen is)


VALKAch lieve dames, in zich zelf draagt elk Een heimelijk klein hemelsch rijkje in zich. Daar schieten duizenden van zulke spruitjes, Omheind door schroom, als door Chineeschen muur. Maar al de popjes van uw fantazieën, Die in de schaduwen der kiosken zitten En smachtend droomen... sluiers om de lenden, En gouden tulpenbloemen in de handen... Voor hen plukt u de eerste groene knoppen; Wat later herfst daar vond, was u om 't even. Kijk, daarom krijgen wij met stof en steeltjes,... Een napluk, die er staat als vlas tot zijde,... Een oogst met moeite van den struik geschraapt...


GOUDSTADDat is de zwarte thee.


(knikkend)


VALKDie vult de markt.


EEN HEERDan spreekt nog Holberg van een thé de boeuf...


(snibbig)


JUFFR. EKSTERO, dat is zeker iets uit vroeger dagen.


VALKLiefde de boeuf bestaat er ook wel, ja; Die maakt ons dwaas... alleen maar in romans. Van haar pantoffelrijk vindt men soms sporen Bewimpeld onder echtlijke gordijnen. In 't kort, gelijknis is er, waar u die Het minst verwacht. Zoo zegt de oude spreuk Dat, komt de thee tot ons over de zee, Dan lijdt zij, en verliest wat van den geur, Het fijn aroma, dat haar eigen is. Door de woestijn moest zij en over bergen,... Moet aan Kozak en Rus den tol betalen;... Die stemplen haar, dan mag zij verder gaan, En geldt bij ons dan pas voor echte waar. Maar gaat het met de liefde ook niet zoo Door 's levens woestenij? Wat waar 't gevolg, Wat 's werelds oordeel, als eens u of ik, Boud onze liefde vrij invoeren wilde! "O, het moreele aroma ging verloren! "De geur der wettigheid is glad er af!"


(staat op)


STROOMANJawel, Godlof, in zedelijke landen Is zulke waar nog altijd contrabande.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 50 / 354


VALKJa, zal zij hier te lande vrij passeeren Dan moet zij door der vormen koud Siberië, Waar frissche zeelucht haar niet schaden kan;... Moet zij den stempel toonen, zwart op wit, Van organist en klokkenist en koster, Familie, vrienden, kennissen, ja, wie niet, En vele andre braven nog... behalve Den vrijpas, dien God zelf haar heeft gegeven... En dan het laatste punt van overeenkomst; Ziet, hoe beschavingshand zoo loodzwaar drukt Op 't Zonneland, daarginds, in 't verre Oosten; Zijn muur vervalt, gebroken is zijn macht, De laatste echte Mandarijn gehangen. Profane handen plukken nu den oogst. Weldra is 't Zonneland nog maar een sage, Een sprookje waaraan niemand meer gelooft; De heele wereld wordt één nevelgrauw!... Ten grave droegen wij het wonderland. Maar is dat zoo,... waar blijft dan nu de liefde? Ach, dan is immers zij ook mee verdwenen! (heft zijn theekop op). Wel, dat verga dan, wat niet kan bestaan:... Met deze thee drink ik op dooden Amor!


(drinkt; groote ontstemming en beweging in het gezelschap).


JUFFR. EKSTERDat was wel een zeer zonderlinge toost!


DE DAMESAlsof de liefde heusch zou zijn gestorven!


STROOMANEn zij zit hier gezond en jong en blozend, In allerlei gestalten om ons heen. Hier zit de weduwe in haar zwarte kleed...


JUFFR. EKSTERTwee trouwe echtgenooten...


STUIVERWier verbond Nog menig stevig liefdepand kan kweeken.


GOUDSTADDaarna komt liefde's lichte ruiterij, Verloofde paren in verscheiden soorten.


STROOMANVooraan de veteranen, trouw verbonden Al vele jaren lang.


(afbrekend)


JUFFR. EKSTEREn dan de kleintjes... De jongste klasse... 't paartje van vandaag...


STROOMANHier ziet u zomer, winter, herfst en lente; Die waarheid heeft u hier dus maar te grijpen, Te hooren en te zien...


VALKNu ja, en dan?


JUFFR. EKSTEREn toch zou u de deur haar willen wijzen!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 51 / 354


VALKU heeft mij heelemaal verkeerd begrepen. Wanneer heb 'k daarvan ooit 't bestaan ontkend? Maar u moet bij dat alles wel bedenken Dat rook niet altijd is 't bewijs van vuur. Ik weet het opperbest, men neemt ten huwlijk, Maakt zich gezinnen en dat alles meer; U zal mij zeker nooit hooren ontkennen Dat de één een ring krijgt, de ander een refuus, Dat rose briefjes stil worden geschreven En dicht gemaakt met duifjes... samen kijvend; Dat er verliefden loopen door de straten En de visites chocolade krijgen, Dat het gebruik een formulier uitvond, Een eigen vormen-codex voor verliefden;... Maar lieve Heer, wij hebben ook majoors, Een arsenaal met heel wat materiaal; Daar vindt men trommels, sporen en rapieren,... Maar wat bewijst dat dan toch allemaal? Alleen dat er soldaten zijn en wapens. Maar wapendragers zijn toch nog geen helden. Ja zelfs als er een leger stond van tenten,... Zou daarmee heldenmoed zijn te bewijzen?


STROOMANWel, laat ons billijk zijn; eerlijk gezegd 't Is niet altijd naar waarheid, als beweerd, wordt, Dat jonge liefde 't sterkst zou zijn, en zoo... Ja, zoo alsof die juist de een'ge was. Op die is niet ten allen tijd te bouwen. Neen, eerst in 't huwlijk, het intieme leven, Rust liefde op een rotsgrond, vast en zeker, Die nooit kan wijken, nooit ons kan ontglippen.


JUFFR. EKSTERNeen, die opvatting kan 'k niet met u deelen. Ik meen dat een verbond van vrije menschen, Dat jaren duurt, al kan men 't daaglijks breken, Het best beantwoordt aan der liefde echtheid.


(met gloed)


ANNAO neen,... een nieuw verbond, nog frisch en jong, Is toch in 't wezen rijker, sterker nog.


(peinzend)


LINDWie weet of daar niet de idee in schuilt, Van de anemoon die groeit onder de sneeuw.


(plotseling uitbarstend)


VALKGevallen Adam! Dáár kwam 't heimwee op, Dat 't Paradijs zocht achter scheidingsmuur.


LINDOch wat!


(gekrenkt tegen Valk, terwijl zij opstaat)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 52 / 354


MEVR. HALMDat is nu juist niet heel vriendschappelijk, Om twist te stoken waar wij vrede maakten; Heb voor uw vriend en zijn geluk geen zorgen...


EENIGE DAMESNeen, dat 's secuur!


ANDERENDat weten wij heel zeker.


MEVR. HALMWel heeft ze op school geen koken nog geleerd, Maar dat zal 'k haar wel dezen herfst nog leeren.


JUFFR. EKSTEREn zelf zal zij haar bruidsjapon borduren.


(klopt Anna op het hoofd)


EEN TANTEEn recht verstandig wordt zij stellig ook.


(lacht luid)


VALKOch dat verstand, paskwil, dat doodend werkt, Waanzins hansworsterij uit vriendenmond! Was 't dan verstand dat hij bij haar wou vinden? Was 't een professor van het keukenboek? Hij kwam hierheen als lente's blijde bode, En koos een wilde roos zich uit den hof. U ging die kweeken; nu kwam hij terug... Wat vond hij toen? Een bottelstruik!


JUFFR. EKSTERWelzoo?


VALKHeel nuttig in 't gebruik,... welzeker, ja! Maar 'n bottelstruik was niet zijn lentebruid!


MEVR. HALMJa, als hij uitkeek naar een balprinses, Dan was hij hier niet aan een goed adres.


VALKO ja, ik weet, er wordt gekoketteerd Met huislijkheid, dat hoort er ook zoo bij; Dat is een uitwas van de groote leugen, Die hoog zich opwerkt als de wilde hoprank. Ik neem, mevrouw, mijn hoed af heel eerbiedig, Voor iedre "balprinses"; zij is de schoonheid,... En in de balzaal spint er gouden draden Het ideaal,... in kinderkamers zelden.


(met onderdrukte woede)


MEVR. HALMUw uitval laat gereedlijk zich verklaren, 'n Geëngageerde is voor zijn vriend verloren; Dat is de heele kern van de zaak. 'k Heb ondervinding, geloof mij, op dat punt.


VALKNatuurlijk wel;... zeven getrouwde nichtjes...


MEVR. HALMEn goed getrouwd!


(met nadruk)


VALKAls dat maar waar is, ja!


GOUDSTADWat nu!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 53 / 354


JUFFR. EKSTERMaar Valk!


LINDIs het je doel om ruzie Te zoeken?


(uitbarstend)


VALKJa, oorlog, strijd en twist!


STUIVERJij leek in 't vak, wil jij ons gaan beleeren?


VALKLaat maar begaan... Toch wil 'k mijn vaandel heffen! En oorlog wil 'k, en strijd met al mijn krachten Tegen die leugen, zóó diep ingeworteld, Die je allen kweekt en teederlijk verzorgt, Dat hoog zij opschiet en op waarheid lijkt.


STUIVERIk protesteer... 't is alles onbewezen, Ik wil verzet aanteek'nen...


JUFFR. EKSTERHou je stil!


VALKDat noem je dus der liefde frissche bronwel, Die fluistert van der weduwe verlies,... Van liefde, die in lichte zonnedagen Aan "klagen" noch "verlangen" ooit deed denken! Dat noem je dus der liefde fiere stroom, Loom door der echtelieden ad'ren kruipend! Van liefde, allen sleur met voeten tredend, Die dapper op de buitenwallen stond, En lachte om der werelds wijze dwazen! Dat noem je dus der liefde schoonheidsvlam, Die een verloving lange jaren aanhoudt! Och kom! Is dat dezelfde, die ontstak Het dichtvuur in den nuchtren ambtenaar? Dat noem je dus der liefde jong geluk, Dat bang is zich te wagen over zee, Dat offers eischt, en liefde's schoonst kleinood Zich zelf te offren... jammerlijk versmaadt! O gij, der alledaagschheid waanprofeten, Noemt ééns de dingen bij hun waren naam; Noemt wat de weduw voelt een droef verlangen, Gewoonte 't huwelijk, want zoo heeten zij!


STROOMANNeen, jongmensch, hoor eens, dat gaat àl te ver, Bespotting klinkt ons toe uit ieder woord! (komt Valk dicht onder de oogen). Nu waag ik nog mijn oude huid in strijd Voor 't oude g'loof tegen de nieuwe leer!


VALKIk ga ten tweekamp op als tot een feest.


STROOMANGoed! U zal mij de kogels zien trotseeren!... (dichterbij). Een echtpaar--als een priester--is gewijd...


(aan den anderen kant van Valk)


STUIVEREn een verloofd paar...


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 54 / 354


VALKHalf, net als de koster.


STROOMANZiet u die kindren hier, die mij omringen? Die kunnen al vooruit Victorie zingen! Hoe ware 't mogelijk.., hoe ware 't doenlijk... Neen, 't waarheidswoord is machtig, onomstootlijk;... Hij moet wel doof zijn, die dit niet verstaat. Kijk,... dit zijn liefdekindren altegaar...! (houdt verward stil). Dat is te zeggen... neen, natuurlijk niet...!


(waait zich met haar zakdoek)


JUFFR. EKSTER'k Moet zeggen dat 'k er niets meer van begrijp.


VALKU levert daar juist zelf een mooi bewijs; Zoo waar, zoo goed, en zoo echt nationaal. U zelf maakt onderscheid tusschen de panden Van 't huwlijk en der liefde... zooals 't hoort! 't Verschil bestaat als tusschen rauw en gaar, Als tusschen wilde bloemen en gekweekte. Bij ons wordt liefde alras een wetenschap, Al lang is die bij ons geen hartstocht meer. Bij ons is liefde als een gild apart, Met vaste wetten en een eigen vlag; Zij is een stand van minnaars en gehuwden... Zij doen hun dienst en kunnen dien wel aan; 't Hangt alles aan elkaar als zeewier in een kliek. Een zangvereeniging is al wat er ontbreekt.


GOUDSTADEn een courant!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 55 / 354


VALKBest! Die zal u ook hebben! Dat was een goed idee; er zijn al bladen Voor kindren, dames, g'loovigen en schutters. Ik hoop dat niemand naar den prijs zal vragen. Dáár krijgt u dan te zien, als paradeerend, Hoe Jan en Piet en Klaas in 't huwlijk treden; Dáár wordt elk rose briefje ingelascht, Dat Willem aan zijn teedre Laura schreef. Daar komt dan onder andre ongelukken,... Als moord, en brand door crinoline-rokken,... Wie in den loop der week is "aangeteekend"; Daar biedt men in de lijst der advertenties Gebruikte ringen voor civiele prijzen; Daar annonceert men tweelingen en drielingen; Wordt er getrouwd, dan wordt de heele bende Bijeengetrommeld om te komen kijken;... Wordt iemand afgewezen, 't wordt gedrukt In 't blad, zoo tusschen andre nieuwsberichten; Iets in den trant van 't volgende: "Alweer Heeft 't liefdeduiveltje geëischt een offer!" Ja, u zal zien, 't gaat best; want loopt het tegen Den tijd dat 'k nieuwe abonnees moet werven, Dan weet ik wel een lokaas dat hen trekken zal, Dan slacht ik op groot-blads-manier een jonggezel. Ja, u zal zien hoe 'k dapper strijd voor de eer van 't gild; Als 'n tijger,... als een redacteur grijp ik mijn prooi..."


GOUDSTADEn hoe zal 't heeten?


VALK"Amors Noorsche schuttersblad"!


(komt naderbij)


STUIVERDit alles is je toch geen ernst... of wèl? Je goeden naam zet je niet zoo op 't spel!


VALKVolkomen ernst. Men beweert altijd Dat niemand van de liefde leven kan; Ik zal bewijzen dat 't een leugen is, Want ik zal er van leven als een prins; Vooral als juffrouw Ekster mij wil toestaan Als "feuilleton" te plaatsen den "roman" Van onzen dominee, den heere Strooman.


(verschrikt)


STROOMANGod sta mij bij! Wat is dat voor een plan? Wàt, mijn roman? Was ik dan ooit romantisch?


JUFFR. EKSTERDat heb ik nooit gezegd!


STUIVERBlijkbaar een misverstand!


STROOMANZou ik gezondigd hebben tegen zede En oud gebruik! Dat is een groote leugen!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 56 / 354


VALKNu goed. (klopt Stuiver op den schouder). Hier staat een vriend die niet zal wijken. Ik open 't blad met zijn verliefde verzen.


(met een verschrikten blik op den dominee)


STUIVERBen je niet wijs! Zeg, laat mij even 't woord!... Durf jij te zeggen dat ik verzen...!


JUFFR. EKSTERNeen!...


VALKDat wordt toch rondgestrooid uit het bureau.


(in groote woede)


STUIVERUit ons bureau wordt nooit iets rondgestrooid!


VALKOok jij verzaakt mij dus; dan heb ik nog Een trouwen broer, die niet afvallig wordt. "Een lied der liefde" wacht ik van vriend Lind, Dier liefde, al te teer voor zee en wind.... Die emigranten prijs geeft voor zijn teederheid, Zoo toont zijn liefde zich in al haar heerlijkheid!


MEVR. HALMMijnheer, nu is 't gedaan met mijn geduld. Wij kunnen niet meer onder één dak wonen... 'k Hoop dat u heden nog mijn huis verlaat...


(met een buiging terwijl mevr. en de gasten naar binnen gaan)


VALK'k Had wel verwacht dat u mij dit zou zeggen.


STROOMANEn tusschen ons is 't oorlog nu voor goed; U heeft mij, en mijn vrouw ook, diep gekrenkt... Ja zelfs mijn kindren, Trientje, Mientje, allen...! Kraai maar mijnheer,... kraai uit maar je ideeën...


(gaat met vrouw en kinderen naar binnen).


VALKEn volg u maar uw loopbaan als apostel, U, met uw liefde, die u heeft verloochend, Vóór 't haangekraai ten derde maal weerklonk!


(wordt onwel)


JUFFR. EKSTERO Stuiver, help mij! Gauw, ik bid je kom! Maak mijn corset los... 'k heb het zoo benauwd! STUIVER (tegen Valk, terwijl hij met juffr. Ekster aan zijn arm weggaat). 'k Zeg je de vriendschap op!


LINDDat doe ik ook.


(ernstig)


VALKDus jij ook Lind?


LINDVaarwel!


VALKOp jou vertrouwde ik...


LINDIk kan er niets aan doen... mijn meisje wenscht het.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 57 / 354


(Hij gaat naar binnen; Zwaanhilde is bij de verandatrap blijven staan).


VALKZiezoo, nu heb ik ruimte om mij heen... Nu heb ik opgeruimd!


ZWAANHILDEValk, luister eens!


(wijst beleefd naar het huis)


VALKDáárheen, juffrouw; zij gingen dien kant uit, Mama, met al de vrienden, al de tantes.


(komt naderbij)


ZWAANHILDELaat hen maar gaan; mijn weg is niet de hunne; Met mij zal zich hun kudde niet vermeerdren.


VALKJe blijft dus?


ZWAANHILDEJa. Voer jij strijd tegen leugen, Dan sta ik naast je als je trouwe schildknaap.


VALKJij, Zwaanhild, jij...


ZWAANHILDE... die gistren bang was, ja! Maar was jij zelf dan, Valk, hij, die je nù bent? Je boodt mij als geluk 't lot van den wilg...


VALKEn 't wilgefluitje deed mij diep beschaamd staan! Neen, het is waar, toen was 't maar kinderspel; Maar jij hebt mij gewekt tot ernstig streven. In 't woelend leven staat de groote tempel, Waar klinken zal der waarheid reine stem. Niet als de oude Asen, uit de hoogte Toekijkend op het wilde strijdgewoel;... Maar dragen 't schoonheidsmerk in eigen borst, Zooals sint Olaf op zijn pantser 't kruis droeg,... Met wijden blik bet slagveld overzien, Al zit hij zelf in 't warnet van den strijd... Een zonnestraal te weten achter nevels, Dat moet een man als levenstaak aanvaarden!


ZWAANHILDEEn dat zal ook jij doen wanneer je vrij En eenzaam staat.


VALKStond ik dàn in 't gewoel? Toch is dàt de eisch. O neen, dat is voorbij, Dat leven, eenzaam dwepend, in mijzelf. Uit is het met mijn dichten binnenskamers; Mijn lied zal 'k leven, tusschen hei en dennen, Mijn strijd zal 'k voeren in het trillend heden;... Ik of de leugen... één van ons moet wijken!


ZWAANHILDEZoo trek dan met mijn zegen op ten strijd! 'k Heb je miskend; je hart is warm en dapper; Vergeef 't,... en laat ons scheiden zonder boosheid...


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 58 / 354


VALKNeen, in mijn toekomstboot is plaats voor twee! Wij scheiden niet. Zwaanhilde, heb je moed? Dan strijden wij te zamen, zij aan zij!


ZWAANHILDEWij samen?


VALK'k Sta van allen nu verlaten, Geen enklen vriend heb 'k, strijd met iedereen, Met scherpe speren valt de haat mij aan;... Zeg heb je moed? Met mij is 't staan of vallen... Mijn toekomstweg gaat dwars door zede en wet, Waar duizend kluisters om den voet zich slingren;... Dáár dek ik als alle anderen mijn tafel, En schuif den ring aan 't handje van mijn liefste!


(trekt een ring van zijn vinger en houdt dien in de hoogte).


(in ademlooze spanning)


ZWAANHILDEMéén je dat?


VALKJa. Zoo toonen wij de wereld, Dat liefde's macht nog altijd eeuwig is, En ongeschonden en in al haar pracht Haar draagt door 's levens platte alledaagschheid. 'k Wees gistren naar den vuurgloed van ideeën, Die uitsloeg wild, hoog op der bergen toppen;... Toen werd je bang,... je beefde omdat je vrouw bent; Nu wijs ik op het ware doel der vrouw! En Zwaanhilds hart volbrengt wat het belooft; Ziehier nu d'afgrond,... Zwaanhild, waag den sprong!


(bijna onhoorbaar)


ZWAANHILDEEn als wij vallen...!


(jubelend)


VALKNeen, ik zie in je oogen Een lichtstraal die op overwinning wijst!


ZWAANHILDENeem mij geheel dan, liefste, zóó als 'k ben! Nu wordt het lente, en mijn ziel gaat bloeien!


(zij valt hem moedig in de armen terwijl het scherm valt).

EINDE VAN HET TWEEDE BEDRIJF

Derde bedrijfBokRobot · Pagina 59 / 354

Derde bedrijf


Avond met helderen maneschijn. Gekleurde lampions aan de boomen. Op den achtergrond gedekte tafels met wijnflesschen, glazen, gebak enz. Uit het huis, waar alle ramen verlicht zijn, klinkt gedempt pianospel en gezang gedurende het volgende tooneel. Zwaanhilde staat bij de veranda. Valk komt van rechts met eenige boeken en een schrijfportefeuille onder den arm. Achter hem komt de besteller met een koffer en een reistasch.


VALKIs dat nu alles?


DE BESTELLERJa, nu geloof ik haast Dat er niets meer is dan een taschje nog, En 'n zomerjasje.


VALKGoed; dat neem ik mee Als 'k wegga, op mijn arm. Kom nu eens hier; Hier is de map.


DE BESTELLERDie is gesloten, zie ik.


VALKJa, juist, die is gesloten.


DE BESTELLERGoed.


VALKDie moet je Straks maar verbranden, hoor.


DE BESTELLERVerbranden?


(glimlachend)


VALKJa... Met al de wissels op poëtisch goud. De boeken,... nou, die kan je zelf wel houden.


DE BESTELLERO maar meneer... u is àl te goedgunstig! Nu, als meneer zijn boeken weg gaat geven, Dan is hij zeker klaar al met studeeren?


VALKWat men uit boeken leert, heb ik geleerd... En nog veel meer.


DE BESTELLERNòg meer dus? Dat is kras.


VALKKom gauw; de sjouwermannen wachten buiten... Ga hen nu helpen alles op te laden. (besteller links af).


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 60 / 354


VALK(gaat naar Zwaanhilde toe die hem tegemoet komt). Eén uur nog Zwaanhild, hebben wij voor ons, Hier in den zomernacht, bij 't licht der sterren. Zie, hoe ze glinstren tusschen 't bladgewelf, Als van den wereldboom de gouden zaden. Nu maakte ik los den laatsten slavenband, Nu heeft de geesel mij voor 't laatst geraakt. Als Jakob's volk sta 'k voor de reis gereed, Vóór 't Paaschlam, in mijn hand den pelgrimsstaf. Gij stomp geslacht, dat achter de woestijn Geen Kanaän, 't beloofde land vermoedt, Gij tijdslaaf zonder rust, bouw maar uw mummies Hun koningsgraven in hun pyramiden;... Ik zoek de vrijheid... dóór de woestenij,... Mij brengt bij ebtij zelfs, de zee wel verder; Maar 's vijands bolwerk, opgebouwd uit leugen, Zal dáár verzinken in haar diepste diep! (korte pauze; hij ziet haar aan en vat haar hand). Je bent zoo stil, mijn Zwaanhild!


ZWAANHILDEEn zoo blij! O, laat mij droomen, stil maar droomen. Spreek jij voor mij; gedachten bloeien òp En worden tot gezang... als voor de maan De blanke waterlelies zich ontsluiten.


VALKNeen, zeg het nog éénmaal met waarheids reine Nooit weifelende stem: "ik ben van jou!" O, zeg het, Zwaanhild, toe!...


(valt hem om den hals)


ZWAANHILDEJa, 'k ben van jou!


VALKVan mij alleen! mij door God zelf geschonken!


ZWAANHILDEIk was verlaten in mijn moeders huis, En ik was eenzaam in mijn eigen ziel; Een ongenoode gast bij feest en vreugde, Was 'k niets waard dáár... ja soms ook nog wel minder. Maar toen kwam jij! Voor de allereerste maal Vond 'k mijn gedachte in eens andren woord; Wat vaag ik droomde, wist jij vorm te geven! Jij jeugdig, krachtvol, tusschen al die ouden! Half stootte mij soms af je scherp verstand, Half wist je zonnig wezen me aan te trekken, Zooals aantrekt de zee het groene strand, En klippen 't water weer terug doen wijken. Nú zag 'k tot op den bodem van je ziel, Nú heb je onverdeeld mij en geheel; Jij, lieve loofboom, bloeiend aan de branding. Mijn hart heeft enkel vloed, maar nooit meer ebbe!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 61 / 354


VALKEn dank zij God, dat Hij mijn liefde zelf In smart en lijden doopte... dat was wijding. 'k Wist zelf niet wat mij drong, eer 'k duurgekocht In jou den schat zag, dien ik ging verliezen! Ja, dank zij Hem, die in mijn levensboek Met droefheidsstempel adelde mijn hartstocht; Die ons een vrijbrief gaf op onzen tocht, En ons gebood, als uitverkoren paar, Door 't donkre woud naar 't lichtend doel te jagen!


(wijst naar het huis)


ZWAANHILDEDaarbinnen is nu feest in alle kamers, Daar stralen lichten voor het jonge paar; Daar klinkt der vrienden zang, met vroolijk lachen. Wie langs den weg gaat moet wel denken dat Dáár het geluk is... in dat feestgewoel. (medelijdend). Jij, 's werelds troetelkindje... arme zuster!


VALKNoem je haar arm?


ZWAANHILDEHeeft zij dan niet gedeeld Haar zielegoud met hem en honderd andren, Haar kapitaal verspreid in zooveel handen, Dat zij 't geheel van niemand eischen kan? Geen enkle is haar nu meer àlles schuldig Voor niemand hoeft zij meer geheel te leven. O, ik ben tienmaal rijker wel dan zij; Ik heb van alle menschen er maar één. Leeg was mijn hart, toen jij met zegevanen, Met feestgejubel vroolijk binnen trok; Nu heersch jij daar als heer van mijn gedachten; Als lentegeuren vul jij heel mijn ziel. Ja, 'k mag God danken, nu en alle dagen, Dat 'k eenzaam leefde totdat ik jou vond,... Dat ik als dood was... toen de klokken luidden Die riepen mij uit 't donker tot het licht.


VALKJa, wij, verlaten hier in 't donker wijlend, Wij zijn de rijken,... wij die buiten staan... Bezitters van den schat zijn wij, die uitzien Al reizend, 't land in, in den stillen nacht. Laat lichten schijnen en laat tonen klinken, Laat hen daarbinnen dansen en genieten;... Zie opwaarts, Zwaanhild, in den blauwen nacht, Daar schittren duizend kleine lichtjes ook...


ZWAANHILDEStil, luister, liefste... in den zoelen nacht Gaat door het lindeloof een ruischen zacht...


VALKHet is voor ons dat al die lichtjes tintlen...


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 62 / 354


ZWAANHILDEHet is voor ons dat 't fluistert in de linden!


VALKAls Gods verloren zoon gevoel ik mij; 'k Verliet hem voor der wereld druk gewoel. Toen wenkte hij mij thuis met zachte hand; En nu ik kom steekt hij het lamplicht aan, Bereidt een feest den weergevonden zoon En schenkt zijn mooiste werk mij nog tot loon. Van nu af, zweer ik, wil ik trouw hem blijven,... Hem dienen, dapper strijden voor zijn licht. Vereenigd wordt ons leven tot een lofzang, Tot liefdes hooglied, die het al verwint!


ZWAANHILDEEn zie hoe licht het is voor twee, te winnen, Waar hij een man...


VALKEn zij een ware vrouw is; Die samen kùnnen toch niet ondergaan!


ZWAANHILDEWelaan, ten strijd dan met gebrek en zorgen; (wijst Valk den ring dien zij aan haar vinger draagt). Nu ga ik alles hun vertellen gauw!


(snel)


VALKNeen, Zwaanhild, nu nog niet; wacht nog tot morgen! Van avond plukken we enkel roode rozen Van zoet geluk... dagwerk waar' heiligschennis. (De deur van de tuinkamer wordt geopend). Daar komt je moeder! Schuil weg! Als mijn bruid Mag niemands oog van avond je bekijken! (Zij gaan tusschen de boomen door naar het tuinhuis. Mevr. Halm en Goudstad komen naar buiten op de veranda).


MEVR. HALMHij gaat heusch weg!


GOUDSTADHet ziet er wel naar uit.


(komt er bij)


STUIVERHij gaat toch weg, mevrouw!


MEVR. HALMOch hemel, ja, Ik weet het wel!


STUIVERDat is een gek geval; Hij houdt zijn woord; daarvoor ken ik hem wel. Hij zet ons allemaal in zijn courant, Mijn meisje's naam gedrukt wel honderdmalen, En vlak daarnaast bedankjes, tweelingparen. Ja, weet u, als 't niet was om onze eer Dan zou ik haast een wapenstilstand voorslaan...


MEVR. HALMEn zou u denken dat hij...?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 63 / 354


STUIVER'k Denk het wel. Ik vond aanduidingen, ja zelfs een spoor, Aanwijzend dat, toen hij zoo'n hoogen toon Voerde daar straks, hij niet heel nuchter was, Er is zelfs één bewijs, al is 't niet wettig, Dat sterk getuigt tegen den man in kwestie. Ik heb gehoord en weet dat na 't diner Hij in de kamer, waar hij woont met Lind, Zich erg heeft aangesteld, onrustig, woest. Den boel stuk...


GOUDSTAD(ziet een glimp van Valk en Zwaanhilde die scheiden, terwijl Valk naar den achtergrond gaat; Zwaanhilde blijft verborgen staan bij het tuinhuis). Stil, wij zijn op 't rechte spoor! Een oogenblik, mevrouw! Valk gaat niet heen, Of doet hij 't wel, dan zal het zijn als vriend.


STUIVERZoo? Dus u denkt ook...?


MEVR. HALMOch, waar wil u heen?


GOUDSTADMevrouw, ik ben zoo aanstonds weer terug; Ik maak de zaak voor allen wel weer goed, Als 'k hem maar even spreken kan...


MEVR. HALMJa, best! (zij gaan samen den tuin in; onder het volgende ziet men hen op en neer loopen op den achtergrond, in druk gesprek).


STUIVER(komt van de veranda en ontdekt Valk, die over het water staat uit te kijken). Wat is zoo'n dichter toch een man van haat; Maar ik bureau-mensch ben een man van staat... En politiek... 'k werk voor mezelf... (ziet den dominee die uit de tuinkamer komt). Ha zoo!


STROOMANHij gaat toch weg! (komt bij Stuiver). Mijn waarde,... och wees zoo goed En ga, een oogenblikje maar, naar binnen, En hoû mijn vrouw...


STUIVERWie moet ik houden, zegt u?


STROOMANIk meen, gezelschap. Want mijn vrouw en ik En 't kleine goed zijn altijd bij elkander En nooit eens... (mevr. en de kinderen vertoonen zich in de deur). Ja... daar heb je ze allemaal weer!


MEVR. STROOMANWaar ben je, Strooman?


(zachtjes tegen Stuiver)


STROOMANToe bedenk nu gauw iets, Dat ze amuseert,... iets grappigs, een vertelling!


(gaat de veranda op)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 64 / 354


STUIVERZag u 't verslag van ons departement? Dat is een meesterstuk van mooien stijl... (haalt een boek uit zijn zak). Ik zal u eens een staaltje daarvan geven... (noodigt haar beleefd uit de kamer in te gaan en gaat zelf mee. Valk komt naar voren in den tuin; hij en Strooman komen tegenover elkaar te staan en kijken elkaar een poosje zwijgend aan).


STROOMANWel?


VALKWel?


STROOMANM'neer Valk!


VALKDominee!


STROOMANIs u wat meer Meegaande nu, dan toen wij scheidden?


VALKNeen, Ik ga met vasten tred mijn eigen weg...


STROOMANOok als u van uw naaste 't heil vertrapt?


VALKIk plant der waarheid kruid daarvoor in plaats. (glimlachend). U denkt misschien nog over de courant Voor liefdezaken?


STROOMANNu, was dat dan scherts?


VALKJa, wees getroost, dat werk gaat op in rook, Met daden, niet met letters, breek ik 't ijs.


STROOMANEn al spaart u mij nu, ik weet nog iemand Van wien ik niet zoo licht meer vrij kom nu; Hij, Stuiver, zal zijn overmacht gebruiken... En dat is dan uw schuld, en dat is slecht. U rakelde òp die oude dweperijen, En dat hij niet zal zwijgen, durf ik zweren, Als tegen de eischen van het brullend koor Ik maar een enkel woord in 't midden breng. De ambtnaarswereld is een groote macht In onze pers, juist thans, is mij gezegd. Het prulligste berichtje kan mij neerslaan, Zoo het gedrukt wordt in het groote blad, Dat met Simson's geweld en wraak te keer gaat, Met voeten trappend, om zich heenslaand woest... En dat nogal als juist 't kwartaal weer om is!...


(tegemoetkomend)


VALKMaar ùw zaak bracht u immers nooit in opspraak...?


(angstig)


STROOMANOm 't even. 't Groote blad heeft veel kolommen; Let op: daar val ik op 't altaar der wrake...


(luimig)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 65 / 354


VALKDer straf, bedoelt u toch,... en welverdiend... Daar gaat een Nemesis om door het leven, Die zeker treft, al treft zij dikwijls laat,... Die te ontloopen is geen mensch gegeven. Heeft iemand zich aan de idee bezondigd, Dan komt de pers, haar altijd waaksche wacht, En doet den schuldige zijn misdaad boeten.


STROOMANMaar lieve Heer, wanneer sloot ik contract Met de "idee" waarover u 't zoo druk heeft! Ik ben toch huisvader en echtgenoot,... Bedenk dat 'k twalef kinderen bezit: Mijn dagwerk houdt mij dag aan dag gebonden, 'k Heb een gemeente en een groote hoeve, Met kudden, vee, en geestelijke lamren,... Kijk, dat moet alles goed beredderd worden, Met scheren, dorschen, en het land bemesten; Dan word ik hièr, dan in den stal geroepen;... Waar vind ik tijd om voor idees te leven?


VALKJa, keer naar huis terug, hoe eer hoe beter Berg u in 't warme huis nog vóór den winter. In 't jonge Noorwegen begint 't te dagen; Het koene leger telt wel duizend strijders, En d' ochtendbries doet 't wapperend dundoek zwellen.


STROOMANEn zoo ik, jongmensch, al naar huis zou gaan Met al de mijnen, ja met alles wat Tot gistren nog mijn koninkrijkje was,... Is er van daag niet veel voor mij veranderd? Denkt u dat 'k nog zoo rijk ben als toen 'k hier kwam...?


(als Valk wil antwoorden).


STROOMANNeen, hoor nog even eerst wat 'k heb te zeggen. (komt dichterbij hem). Er was een tijd dat 'k jong was, net als u, En ook niet minder onbevreesd en dapper, Toen kwam de strijd om 't brood... de tijd verliep; Zoo iets staalt niet den geest, maar wel de handen. 'k Trok noordwaarts; vond mijn thuis in het gebergte... Voor mij lag heel de wereld in mijn kerspel. Mijn thuis... mijnheer! Weet u wel wat een thuis is?


(kortaf)


VALKDat heb ik nooit gekend.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 66 / 354


STROOMANDat g'loof ik wel. Een thuis is dáár, waar rijklijk plaats voor vijf is, Ofschoon een vijand 't acht te klein voor twee. Een thuis is dáár, waar je gedachtenleven Vrij spelen kan, als 't kind op vaders schoot. Waar niet je stem vergeefs klopt aan de harten, Maar antwoord krijgt met welbekend geluid. Een thuis is dáár, waar rustig 't haar kan grijzen En niemand merkt toch dat je ouder wordt, Waar teere erinnering blauwend je omschemert, Als heuveltoppen verweg achter 't woud.


(met gedwongen spot)


VALKU raakt in gloed...


STROOMANBij iets dat u doet lachen! Zoo ongelijk schiep ons de lieve Heer. Bij mij ontbreekt, wat u rijk werd geschonken, Maar ik won toch, waar u verloren heeft. Van uit de wolken, lijkt wel eens een waarheid Verdichtsel maar, op platgetreden grond; U wil de hoogte op, ik hooger niet dan 't dak,... Een arend werd de een...


VALKDe ander werd een kip.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 67 / 354


STROOMANJa, lach u maar, voor mijn part zij het waar. Ik ben een kloekhen;... goed; onder mijn vleugels Heb ik een kiekenschaar, die heeft u niet! En voor mijn broedsel heb ik hart en moed, En ik verweer mij als men het te na komt. O, ik begrijp 't heel goed, u vindt mij dom, Ja, mooglijk velt u wel een harder oordeel En houdt u mij voor tuk op wereldsch goed;... Daarover zij geen twist meer tusschen ons! (grijpt Valk's arm en gaat voort met gedempte stem maar met steeds meer kracht). Ja 'k ben begeerig, dom en stomp geworden: Maar gierig werd 'k voor hen die God mij gaf, En ik werd dom in harden strijd met zorgen, En ik verstompte in berglands eenzaamheid. Doch telkens, als een idealen-boot Ten onder ging in d' eindelooze branding, Verrees een andre zichtbaar aan de kim, Die naar de kust nieuw levensloon mij voerde. Voor iedren droom, die onder ging in zwoegen, Voor iedre slagpen, die in 't stijgen brak, Kreeg ik als Godsgeschenk een levend wonder, Dat ik van Hem ontving met lof en dank. Ik streed voor hén, voor hén was 't dat ik schraapte, Voor hén verklaarde ik zelfs de Heil'ge Schrift;... Het was mijn bloementuin, dat kindertroepje... Nu heeft u met uw spot daarop getrapt! Aesthetisch-litterarisch is bewezen Door u, dat mijn geluk is domme waan, Dat wat mij heil'ge ernst was, is belachlijk... Nu eisch ik, geef mij mijne rust terug, Maar laat die gaaf en zonder barsten zijn...


VALKDat ik voor het geluk u borg blijv', eischt u?


STROOMANJa, u wierp op mijn pad een zwaren steen, Den twijfel, u alléén kan dien verwijdren. Haal neer den muur, die mij scheidt van de mijnen, Hef op den ban, die mij gevangen houdt.


VALKDenkt u dat ik een leugenlijm bezit, 't Gebarsten vaatwerk van uw heil kan kitten?


STROOMANIk denk dat 't g'loof, omvergehaald door u Met woorden, ook door 't woord is op te richten;... En dat u klinken kan den lossen schakel;... Denk nog eens na... spreek uit de waarheid dan, En geef mij rust... dat 'k weer de vlag kan hijschen...


(trotsch)


VALKIk stempel nooit wat koper is tot goud.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 68 / 354


(ziet hem strak aan)


STROOMANBedenk dan hoe hier straks weerklonk een woord, Van iemand, speurend op der waarheid spoor: (met opgeheven vinger). Daar gaat een Nemesis òm door het leven; Die te ontloopen is geen mensch gegeven! (hij gaat naar het huis). STUIVER (komt naar buiten met zijn bril op en met het open boek in de hand). O dominee, kom gauw, de kinders huilen Om u...


(in de deur)


DE KINDERENPapa!


STUIVERMevrouw zit ook te wachten!


(Strooman gaat het huis binnen).


STUIVERDie dame is niet juridisch aangelegd.


(stopt boek en bril in zijn zak en nadert Valk).


STUIVERValk!


VALKJa!


STUIVERIk hoop dat jij je hebt bedacht


VALKEn waarom?


STUIVERWel, dat is toch licht begrijplijk; Je ziet toch stellig in dat 't niet kan aangaan Gebruik te maken van confidentieele Verhalen;... die mag men niet vertellen.


VALKNeen, ik heb gehoord dat kan gevaarlijk worden.


STUIVERJa, bij mijn ziel!


VALKMaar dan voor groote heeren.


(volijverig)


STUIVERVoor alle soort bureaului is 't gevaarlijk. Je kunt begrijpen hoe dat moet vermindren Al mijn vooruitzicht, als mijn chef eens wist Dat er een pegasusje somtijds hinnikt In d' arbeidsuren van zúlk een bureau. Je weet wel dat men liefst in alle zaken Van het bureau, geen dichters heeft aan 't werk, Maar 't ergst zou zijn, kwam het toevallig uit Dat 'k overtreden had het hoogst gebod, En dingen van gewicht had meegedeeld.


VALKDus strafbaar is zoo'n onvoorzichtigheid?


(geheimzinnig)


STUIVERDie kan soms dwingen een publiek persoon Om zijn ontslag onmidlijk aan te vragen. Dat 's een verordning voor ons ambtenaren, Dat we overal, zelfs thuis, 't geheim bewaren,


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 69 / 354


VALKMaar dat 's toch tyranniek van een regeering "Den... "klerk" die dorscht aldus den mond te snoeren."


(haalt de schouders op)


STUIVER't Is wettig; morren past daarover niet. En buitendien, nu traktementsherziening Eerstdaags wellicht ter sprake komen zal, Is 't niet verstandig om zich te verdiepen In ambtnaarskwesties van zoo teeren aard. En daarom, zie je, wees zoo goed te zwijgen;... Want als ik eens verloor...


VALKDe portefeuille?


STUIVER't Wordt officieel bestempeld als "kopieboek". Het protocol is eigenlijk de doekspeld, Die 't boezemdoekje sluit van het bureau; Daarachter snuffelen geeft niets dan last.


VALKEn toch was jij het zelf, die mij verzocht hebt Een wenk te geven dat je verzen schreef.


STUIVERJa, kon 'k dan weten dat hij zoo zou zakken, Die dominee, die nu toch voorspoed heeft, En geld genoeg voor 'n leven zonder zorg? Maar als dan hij al wegzonk in verwording, Wat moet er van ons klerken dan wel worden? Van mij,... ik die nog nooit bevorderd ben, Een meisje heb en weldra zal gaan trouwen, Natuurlijk gauw voor een gezin moet zorgen, Etcetera! (heftiger). O, was 'k gefortuneerd, Ik gorde mij het pantser om de leden, Sloeg op de tafel dat de wereld dreunde. En was 'k alléén, een jonggezel als jij, Dan zou 'k, geloof mij, door de prozasneeuw Wel baan ook breken voor de hooge idee!


VALKMaar red je dan!


STUIVERWat?


VALKJa, nog is het tijd! Veracht der wereld domme uilenoordeel; De vrijheid maakt zelfs rupsen tot kapellen!


(een stap terug)


STUIVERBedoel je dat ik mijn verloving...?


VALKJa;... De paarl is weg; wat moet de leege schelp?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 70 / 354


STUIVERZoo'n voorstel moest je niet meer doen aan mij; Ik ben geen jong student, maar ambtenaar! Ik tel nu niet wat Christiaan de Vijfde In zijn tijd over trouwbeloften voorschreef,... Want die bepalingen zijn niet genoemd in De "Strafwetboeken" van 't jaar twee-en-veertig; In zoover waar' de zaak niet crimineel, Het zou geen inbreuk-maken op de wet zijn...


VALKNou kijk eens aan!


(met vastheid)


STUIVERJawel, maar niettemin,... Er kan geen sprake zijn van zoo'n exceptie. Zij stelt geen hooge eischen aan het leven, Ik evenmin, en 'k heb al lang gemerkt Dat voor 't bureau en 'n thuis ik ben gemaakt. Laat andren trekken met de wilde zwanen, Ook 't stille, kleine leven kan wel mooi zijn! Wat zegt ook ergens weer geheimraad Göthe Van 's hemels melkweg, schitterend en wit? Dat toch geen mensch daar room van af kan scheppen, En nog veel minder boter er van maakt...


VALKNu, als dan 't boter maken je geluk is, Laat 't daagsch gedoe dan wijden door den geest;... Een man moet wezen burger van zijn tijd, Maar aadlen ook zijn burgerlijken werkkring. Ja zeker is in 't kleine ook veel moois; Maar 't is de kunst 't te zien en te verstaan. Niet ieder die de klei wenscht te hanteeren Is daarom nog de pottebakker-kunstnaar.


STUIVERLaat ons in vrede ieder gaan zijn pad: Je weg versperren ligt niet in ons plan. Wij gaan den grooten weg, jij zweeft in hoogten, Ja, dáárin hebben wij ook eens gezweefd; Maar arbeid eischt de dag en geen gezang,... Dat leert men àf, zoo zoetjes aan in 't leven. Het jonglingsleven, kijk, is een proces En 't dwaaste wel van alle proceduren;... Maak een accoord, en kom niet in verzet, Want je verliest je zaak voor alle rechters.


(moedig en hoopvol terwijl hij een blik slaat op het tuinhuis)


VALKNeen, werd 'k door alle rechters dan veroordeeld,... Toch weet ik, zou genâ voor recht mij gelden!... Ik weet, twee kùnnen wel het leven leven. In vrij geloof, blij in het hoogste streven; Maar jij verkondigt luid de droeve leer: Het ideaal, dat 's erg secondair!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 71 / 354


STUIVERNeen zeg: "primair",... want 't heeft zijn plicht gedaan Net als de bloem..., zoodra de vrucht zich zet. (Binnen aan de piano speelt en zingt juffr. Ekster: "Ach, du lieber Augustin". Stuiver blijft staan en luistert in stille ontroering). Zij roept mij met hetzelfde oude lied, Dat tot mij sprak, toen ik voor 't eerst haar zag.


(legt zijn hand op Valks arm en kijkt hem in de oogen).


STUIVERZoo dikwijls zij dit lied weer òp doet leven, Klinkt uit haar spel, vol smachtend, teeder beven, Met nieuwe kracht haar eerste ja mij toe. En als ten slotte onze liefde uitdooft En sterft, om op te staan als teedre vriendschap, Zal 't oude lied verbinden 't dan en toen. En kromt mijn rug zich dan bij 't altijd schrijven, En wordt mijn dagtaak enkel strijd met zorgen, Toch zal ik huiswaarts keeren welgemoed, Waar wat voorbij is in muziek herleeft. Vind 'k daar een rustig uurtje met ons beiden Dan ben 'k met al het andere tevreden! (Hij gaat het huis binnen. Valk gaat naar het tuinhuis. Zwaanhilde komt te voorschijn; zij is bleek en ontroerd. Zij kijken elkaar een poos zwijgend aan en vallen dan elkaar hartstochtelijk in de armen).


VALKO, Zwaanhild, laat ons samen blijven, hoog! Jij frissche, vrije bloem op kerkhofzoden,... Dàt noemen zij nu liefde's lenteleven! Een lijklucht waart om bruidegom en bruid; Naar lijken riekt het, waar twee samen gaan In 't straatgewoel, een glimlach op de lippen, Der leugen klamme kalkgraf in hun hart, En d'onmacht van den dood in al hun streven. Dàt noemen zij dan leven! Groote goden! Is zulk een lot dan waard al die ellende? Is 't troepen kindren op te kweeken waard? Te voeden hen met braafheid en met plicht? En hen doen hopen op een korten zomer? Opdat de slachtbank toch maar wel voorzien blijv'!


ZWAANHILDEValk, laat ons weggaan!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 72 / 354


VALKWeggaan? Waar naar toe? Is overal de wereld niet dezelfde? En vindt je niet aan ieders muur gehangen, In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen? Neen, laat ons blijven, 't mooie spel genietend, Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,... Een volk dat g'looft... wat alle menschen liegen! Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver, Vertoonend ware liefde's maskerade, Geloovig sprekend en in 't hart de leugen,... Toch, in den grond zijn 't waarlijk brave menschen! Zij liegen voor zichzelf en voor elkander; Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;... En ieder vindt, al slingert soms zijn boot, Zich rijk als Croesus, zalig als een God; Zelf stuurden zij uit 't Paradijs stroomàf, En bons! zaten zij vast op 't hellezand; Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten, En ieder denkt in 't Paradijs te toeven, En ieder glimlacht roerend ach en och; En komt dan Belzebub met bokkepoot, Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,... Dan stooten zij elkander zachtjes aan: Dat 's Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!


(na een oogenblik nadenkend zwijgen)


ZWAANHILDEHoe wondervol heeft mij een lieve hand Den weg gewezen naar mijn lenteweelde, Het leven dat ik droomend voor mij zag Zal ik van heden af mijn dagtaak noemen. O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,... Toen bracht Gij licht,... toen liet Gij hèm mij vinden!


(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)


ZWAANHILDEWat is dan toch je kracht, jij sterke eik, Die pal staat in den storm, die alles neervelt, En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?...


VALKDe kracht der waarheid, Zwaanhild;... die maakt moedig.


(kijkt schuw naar het huis)


ZWAANHILDEZij kwamen als verzoekers, allebei, Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld. Eén vroeg of jonge liefde groeien kon Wanneer de ziel gebukt ging onder weelde? De ander vroeg: en hoe kan liefde leven Als niets dan armoede haar staat te wachten? 't Is vreeselijk... om zulk een leer te preeken Als waarheidswoord, en toch maar voort te leven!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 73 / 354


VALKEn als dat ons eens gold?


ZWAANHILDEOns gold?... Wat dan? Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen? Ik heb je 't al gezegd: zoo je wilt strijden, Dan zal ik met je staan of met je vallen. O, niets zoo licht als 't bijbelsche gebod Om alles te verlaten, hèm te volgen, Den liefste, en met hem te gaan tot God.


(omarmt haar)


VALKLaat dan de stormen razen, woest geweldig! Wij staan in 't onweer; niemand kan ons vellen! (Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).


(gedempt)


GOUDSTADZie daar eens!


(verrast)


MEVR. HALMSamen!


GOUDSTADTwijfelt u nu nog?


MEVR. HALMDat is toch...!


GOUDSTADO, ik heb het wel gemerkt Dat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.


(in zich zelf)


MEVR. HALMDat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht? (levendig tegen Goudstad). Maar neen, dat g'loof ik niet...


GOUDSTADIk zal 't bewijzen.


MEVR. HALMNu daadlijk hier...?


GOUDSTADTerstond en zonder twijfel.


(reikt hem de hand)


MEVR. HALMGod zij met u!


(ernstig)


GOUDSTADDank u; dat 's wellicht noodig. (komt naar voren).


(kijkt om terwijl zij heengaat)


MEVR. HALMHoe 't dan ook loopen mag, 't kind wordt gelukkig. (gaat het huis in).


(nadert Valk)


GOUDSTADU heeft wel niet veel tijd?


VALKNog een kwartier, Dan ga ik weg.


GOUDSTADO, dat is lang genoeg.


(wil zich verwijderen)


ZWAANHILDEVaarwel!


GOUDSTADNeen, blijf!


ZWAANHILDEIk?


GOUDSTADTot u geantwoord heeft; Want tusschen ons moet alles helder zijn;... Wij drieën moeten ronduit samen spreken.


(verrast)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 74 / 354


VALKWij drieën?


GOUDSTADJa,... laat open kaart ons spelen.


(onderdrukt een glimlach)


VALK'k Ben tot uw dienst.


GOUDSTADDat 's goed. Het is omtrent Een half jaar nu dat ik u heb gekend; Wij keven...


VALKJa.


GOUDSTADEn waren 't meestal òneens; Wij gaven elkaar vaak de volle laag; U stond als hoofdman van een hooge zaak, Ik was zoo maar een alledaagsche slover, En toch was 't als een band, die ons verbond In duizend lang vergeten oude dingen Van uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven, Die door uw woorden werden opgewekt. Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haar Was ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds, Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeid Niet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels. Maar daarvan nu genoeg! 'k Ben zakenman...


(met lichten spot)


VALKU is 't gezonde, practische verstand,


GOUDSTADEn u is van de hoop de blijde zanger! (treedt tusschen hen beiden). Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier. Wij moeten spreken, want nabij is 't uur,


(gespannen)


VALKSpreek dan!


(glimlachend)


GOUDSTADIk zei u gistren dat ik broedde Op een gedicht...


VALKReëel en praktisch.


(knikt langzaam)


GOUDSTADJa!


VALKEn als 'k u vroeg waaraan u stof ontleent...?


(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).


GOUDSTADJa... op dezelfde stof viel onze keuze.


ZWAANHILDENu ga 'k maar weg.


GOUDSTADNeen, je moet alles hooren. Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets; Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen; Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog. Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem, En al wat 'k in een vrouw waardeer, bezat je;... Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;... Nu vraag ik... of je worden wilt mijn bruid?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 75 / 354


(Zwaanhilde wijkt schuw terug).


(vat hem bij den arm)


VALKZeg nu niets meer!


GOUDSTADBlijf kalm; ik wacht háár antwoord. Vraag u 't haar ook,... dan heeft zij vrije keus.


VALKIk...?


(kijkt hem strak aan)


GOUDSTADJa. Het geldt nu voor 't geluk drie levens Te bewaren... het mijne niet alleen. Speel geen comedie, dat geeft je toch niets; Want ben ik maar een alledaagsche werker Zoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid. Ja, Valk, je hebt haar lief. 'k Zag zonder nijd Die jonge liefde groeien tot een bloem; Maar juist die overmoedig sterke liefde, Die is het die Zwaanhilds geluk kan knakken.


(stuift op)


VALKDat durft u zeggen!


(kalm)


GOUDSTADDaartoe heb ik 't recht. Als jij haar nu eens kreeg...


(uitdagend)


VALKWat dan?


(langzaam en met nadruk)


GOUDSTADGesteld Dat zij op dezen grond nu alles bouwde, En alles waagde op deze ééne kaart,... En 's levens storm wegspoelde dezen grond, En 't bloempje kwijnde in het winterduister?


(vergeet zich en roept uit)


VALKOnmooglijk!...


(kijkt hem beteekenisvol aan)


GOUDSTADJa; zoo dacht ik óók eertijds, Toen 'k jong was, zooals jij. In vroeger dagen Had 'k iemand lief;... gescheiden werden wij. Ik zag haar gistren weer;... niets is meer over.


VALKHier, gistren?


(glimlacht ernstig)


GOUDSTADHier. De vrouw van Strooman zag je...


VALKWat? Was het zij, die u...


GOUDSTADDie mij deed gloeien. Om haar heb 'k vele jaren lang getreurd, En al dien tijd stond zij in mijn herinring Zooals zij was, het mooie, jonge meisje, Toen 'k haar ontmoette voor het allereerst. Nu gloei je beiden ook in blinden gloed, Nu zet je ook je leven op het spel,... Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig! Wacht even en denkt na; 't spel is gevaarlijk!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 76 / 354


VALKNeen, 'k heb daar straks het heele theegezelschap Mijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.


(aanvullend)


GOUDSTADDat vrije, echte liefde kan trotseeren Gewoonte, ouderdom en nood en zorgen. Nu, 't mag zoo zijn; 't kan waar zijn; maar bekijk De zaak nu ook eens van den andren kant. Wat liefde is, weet niemand te verklaren; Waarin dat blijde g'loof nu juist bestaat, Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt... Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld. Maar 't huwelijk is uit zijn aard iets praktisch, En evenzoo 't engagement, mijn vriend; En 't laat zich feitelijk heel goed bewijzen Dat iemand is geschikt voor die en die. Maar liefde doet haar keus juist in den blinde, Die kiest zich niet een huisvrouw, maar een meisje; En als nu eens dat meisje niet geschikt is Tot vrouw voor je...?


(gespannen)


VALKWat dan?


(haalt de schouders op)


GOUDSTADDan is 't verloren. Een goed engagement hangt niet van liefde Alleen maar af; daar komt nog heel wat bij, Familieleden, die men lief heeft ook, En die men gaarne ook tevreden zien wil. En 't huwlijk dan? Ja, dat is als een zee Van vordringen en eischen, die helaas, Met liefde weinig meer te maken hebben. Hier eischt men huislijkheid en stille deugden, Hier eischt men keukenkennis en nog meer, Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,... En veel nog, dat in 't bijzijn van de dame Tot nadere bespreking 'k niet geschikt acht.


VALKEn daarom?...


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 77 / 354


GOUDSTADAls 'k een raad je geven mag, Doe wat ervaring op; kijk rond in 't leven, Waar elk jong paartje heeft den mond zoo vol Alsof het millioenen had gekregen. Dan wordt er haastig maar op los getrouwd; Een nest gebouwd... nu kan 't geluk niet òp; Zoo gaat 't een tijdlang voort als in een roes; Maar dan komt de vervaldag;... hemel ja! Dan blijkt het heele huis een groot failliet! Failliet de rozen wangen van de vrouw, Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen, Failliet de blijde overmoed van hèm, Failliet is alle gloed van vroeger dagen; Failliet, failliet het heele mooie nestje; Toch gingen deze twee het leven in Als liefdeshandelshuis der eerste klasse!


(hartstochtelijk)


VALKDat is een leugen!


(onverstoorbaar)


GOUDSTADNog maar kort geleden Was het toch waarheid, 't Was je eigen woord, Toen je hier stond, en 't heele theegezelschap Versloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen! Van allen daar; nu, kwalijk neem ik 't niet; Wij vinden 't allen minder aangenaam Van dood te hooren spreken als wij ziek zijn. Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte, In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;... Wien kan 't verbazen dat de man zoo zakte Toen zij in 't huwlijk traden met zoo'n haast? Geschapen was zij voor hem als geliefde,... Maar ongeschikt was ze om zijn vrouw te zijn. En dan de klerk, die goede verzen schreef? Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd, Of uit was 't met de heele rijmlarij; En sedert ligt 's mans Muze plat ter neer Door de juristerij in slaap gewiegd. Zoo zie je duidlijk... (ziet Zwaanhilde aan). Heb je 't koud?


(zachtjes)


ZWAANHILDEO neen.


(dwingt zich tot een spottenden toon)


VALKEn als 't dan altijd eindigt met een "min" Nooit met een "plus",... waarom wil u dan steken Het kapitaal dat u beheert, in zulk Een twijfelachtig zeekre loterij? Het lijkt haast of u 't er voor houdt dat u Speciaal voor een bankroet geschapen is?


(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 78 / 354


GOUDSTADMijn overmoed'ge Valk,... bedwing je spot,... Op twee manieren kan men 't nestje bouwen; 't Kan op krediet van mooie illusies steunen, Met wissels op een eindloos toekomstheil, En op een eeuwigheid van jeugd en leven, En op onmooglijkheid van jicht en snuif... Het kan ook steunen op twee rozenwangen, Op heldre oogen en op mooi lang haar, Op 't vaste g'loof dat alles zoo zal blijven En 't pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan. En 't kan ook steunen op gedweep en droomen, Op bloemenweelde in dorre woestenij, Op harten die heel 't leven blijven kloppen Als toen zij beiden spraken 't eerste ja. Hoe noemt men zaken doen als die?... Je weet het;... Dat noemt men humbug... humbug, lieve vrienden!


VALKIk zie, u is gevaarlijk... een verzoeker,... U man van goud... misschien wel millionnair; Terwijl wat ik bezit in deze wereld, Straks door twee sjouwers weggedragen is.


(scherp)


GOUDSTADWat meent u daarmee?


VALKDat ligt voor de hand; Want een soliede grondslag, kan 'k zoo denken, Beteekent geld,... het toovermiddel geld, Dat 't hoofd van meen'ge weduwe op leeftijd Met tooi van gouden glorieglans omstraalt.


GOUDSTADO neen, die grondslag is toch nog wat beters. Dat is een stille, warme hartestroom Van achting, vriendschap, die een hart tot eer Strekt, evengoed als hartstochts jubelroes. 't Is een gevoel van graag volbrachte plichten, Van teedre zorg, en van een vredig thuis, Van zelfverloochning voor elkanders heil, Van waken dat geen enkle steen zal kwetsen Der uitverkoorne voet, waar zij ook gaat. Het is een zachte hand die heelt de wonden, 't Is mannekracht, die stil gewillig draagt Het evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar, 't Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht... Dat is wat ik je bieden kan, Zwaanhilde, Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu. (Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op). Bedenk je wel, opdat 't je niet berouwe! Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.


VALKEn hoe weet u dan dat...


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 79 / 354


GOUDSTADDat je haar lief hebt? Dat heb 'k gelezen in je oogen diep. Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse! (drukt hem de hand). Nu ga 'k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn. En durf je mij beloven op je woord Te zijn voor haar ook zulk een vriend voor 't leven, Als ik het wezen kan,... (tot Zwaanhilde gewend). Nu goed, dan haal je Een dikke streep door dat wat ik je bood. Dan overwin ik toch, in alle stilte; Als jij 't geluk maar vindt; dàt is wat 'k wilde, (tegen Valk). En, 't is waar ook,... je sprak daar straks van geld; Geloof mij, dat 's toch meer dan klatergoud. Ik sta alleen, heb niemand in de wereld; Al wat het mijne is zal 't jouwe wezen; Ik neem als zoon je aan en haar als dochter. Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed; Daar ga ik heen. Jij richt je elders in, En is het jaar om, zien wij elkaar weder... Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad, Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat, En dat geen spel is... geen genieten, zwelgen;... En nu, in 's hemels naam,... nu moet je kiezen! (Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).


VALKJe bent zoo bleek.


ZWAANHILDEEn jij zoo stil.


VALKAch ja.


ZWAANHILDEHij maakte 't erg.


(in zichzelf)


VALKMijn kracht ontnam hij mij.


ZWAANHILDEWat sloeg hij hard!


VALKHij wist goed raak te treffen.


ZWAANHILDEHet was of alles òm ons ging verzinken, (dichter bij hem). Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander, Toen heel de wereld ons verlaten had, Toen we in ons denken stegen, als de golven Der branding op het strand, in stillen nacht. Toen was er moed en kracht in onze zielen, En zagen we ons voor eeuwig al vereend;... Hij kwam met wereldsch goed, nam ons 't geloof, En zaaide twijfel,... toen moest alles vallen!


(woest energisch)


VALKRuk 't alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeft Is alles waar voor andren, niet voor ons!


(schudt stil het hoofd)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 80 / 354


ZWAANHILDEHet graan eenmaal door hagel neergeslagen, Kan nooit meer golven in den zomerwind.


(angstig hartstochtelijk)


VALKJa, wij wel, Zwaanhild...!


ZWAANHILDELaat ook die hoop varen; Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen. Voor andren, zei je? En denk je dan niet Dat iedereen eens dacht als jij en ik, Dat hij de held was die den bliksem tartte, Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan, En hem geen neev'len ver weg aan de kimmen, Ooit worden zouden tot een onweerswolk.


VALKDe andren vroegen van het leven veel; Ik wil alléén je liefde, enkel die maar. Die andren schreeuwen ieder om het hardst... Ik zal je steunen stil op sterke armen.


ZWAANHILDEMaar als dan toch die liefde eens bezweek, Die liefde, waar dan alles op moet rusten,... Bezit jij dan, wat tòch 't geluk verzekert?


VALKNeen, met mijn liefde valt ook alles weg.


ZWAANHILDEEn durf je mij voor God heilig beloven, Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen, Maar geuren als van daag, en blijven bloeien Je heele leven?


(na een oogenblik)


VALKDat zou heel lang duren.


(smartelijk)


ZWAANHILDEO "lang", "heel lang";... o droef armzalig woord! Wat wil dat zeggen, "lang", waar 't liefde geldt? Dat is haar vonnis, honigdauw op 't graan. "Oneindig is de liefde in haar duur"... Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvan Moet 't heeten: "Eertijds had ik je eens lief"!


(als door een machtige ingeving opgeheven).


ZWAANHILDENeen; zóó zal onze dag niet ondergaan, Niet kwijnend achter avondwolken sterven;... Neen, ònze zon zal in haar vollen glans Uitdooven op den middag, als een wonder!


(verschrikt)


VALKWat wil je, Zwaanhild?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 81 / 354


ZWAANHILDEWij zijn lentekindren; En na die lente kome er nooit een herfst, Dat nooit de zanger zwijge in je ziel, Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren. Na die zal niet de lijkwâ van den winter Eens onze doode droomen dekken, kil:... En onze mooie, levensblije liefde Zal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken, Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!


(in diepe smart)


VALKEn ver van jou... wat is mijn leven dàn?


ZWAANHILDEWat zou het zonder liefde bij mij zijn?


VALKEen thuis!


ZWAANHILDEWaar het geluk den doodsstrijd streed. (krachtig). Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven, Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu! De liefde als spel zou 'k wel in vreugde wagen, Door 's levens ernst durf ik je ziel niet dragen.


(dichterbij en met stijgenden gloed).


ZWAANHILDENu hebben wij gejuicht in lenteroes; Nu geen gedommel, niet slap nederliggen! Laat nu je geest opbruisend in gezang Door 't wereldruim met jonge goden vliegen! En kenterde dan onze toekomstboot,... Eén plank bleef boven water,... ik weet raad; Den koenen zwemmer wenken lichte kusten! Dat dan 't geluk verzinke in 't kille graf; Doch onze liefde zal, God zij geprezen, Toch ongedeerd die verre kust bereiken!


VALKO, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó! Juist nu ons open staat de mooie wereld,... Hier, onder blauwen hemel, lenteluw, Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!


ZWAANHILDEJuist dáárom moet het zijn. Want na dit uur Kan 't bergaf gaan alleen, niet meer bergop! En wee, als eens de dag des oordeels komt En wij voor onzen hoogsten rechter staan, En als, rechtvaardig God, hij van ons eischt Den schat dien hij ons leende voor het leven... Sloot dan niet 't antwoord zijn genade uit: "Dien hebben wij op weg naar 't graf verloren!"


(met een krachtig besluit)


VALKGooi weg je ring dan!


(vurig)


ZWAANHILDEZal 'k?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 82 / 354


VALKJa! Ik begrijp je! Alleen op dezen weg kan ik je volgen! Zooals het graf voert naar het eeuwig leven, Wordt liefde ook ten leven eerst gewijd Als zij verlost van hartstochts wild begeeren, Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft! Gooi weg den ring, Zwaanhild!


(juichend)


ZWAANHILDEIk deed mijn plicht! Ik heb je ziel gevuld met zang en licht! Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,... En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen! (zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op). Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee, Tot 's werelds eind,... hier breng 'k mijn offer dan! (gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht). Nu heb ik je verloren voor dit leven,... Maar voor de eeuwigheid heb 'k je gewonnen!


(met kracht)


VALKEn nu aan 't werk, wij beiden, elk voor zich! Op aarde moeten wij gescheiden gaan. Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen. Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijd Begeerden wij der overwinning loon, De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen, Hoewel de eisch luidt; strijden en ontberen.


ZWAANHILDEMaar treurend niet!


VALKNeen,... met der waarheid moed. Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf; D'erinring, die ons erfdeel is voor 't leven, Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn, Staan als de regenboog in zeven kleuren, Als teeken des verbonds van ons met God. En in háár schijnsel neem jij òp je plichten...


ZWAANHILDEJij gaat bergop je dichterroeping volgen!


VALKAls dichter, ja, want dat is ieder man, In schoollokaal, of parlement of kerk, Een elk, in hoogen of geringen stand, Die bij zijn werk het ideaal in 't oog houdt. Ja, bergop ga 'k; 't gevleugeld ros staat klaar; Ik weet, voor 't leven is gewijd mijn taak! En nu, vaarwel!


ZWAANHILDEVaarwel!


(omarmt haar)


VALKEén kus!


ZWAANHILDEDen laatsten! (rukt zich los). Nu kan ik je verliezen voor dit leven!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 83 / 354


VALKAl doofden alle wereldlichten uit,... De lichtgedachte leeft; want die is God,


(gaat naar den achtergrond)


ZWAANHILDEVaarwel! (gaat verder).


(zwaait zijn hoed)


VALKVaarwel!... Toch roep ik juichend blij, Gods mooie liefde leve op aard', hoera! (De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).


DE JONGE MEISJESNu gaan wij dansen!


EEN VAN HEN't Leven is een dans!


EEN ANDEREen bloemendans in lente en sterrenglans!


EENIGE ANDEREJa, dansen, dansen!


ALLENStilstaan doen wij nooit! (Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).


STUIVERJa, jij en ik zijn vrienden voor altijd.


STROOMANEn ik en jij, wij strijden als één man.


STUIVERAls twee vereende machten samen strijden...


STROOMANIs 't resultaat voor beiden...


(snel)


STUIVERNut!


STROOMANEn voordeel. (Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).


(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar)


JUFFR. EKSTERWat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?


(die niets gemerkt heeft)


LINDIk mag mijn nieuwen zwager wel begroeten. (Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit). Wat is met jou gebeurd? Je hebt als Janus Twee aangezichten!


(met een glimlach)


VALKIk roep, als Montanus: De aarde is vlak, messieurs;... mijn oog bedroog mij; Vlak als een pannekoek;... is 't zoo dan beter? (gaat snel rechts af).


JUFFR. EKSTERBedankt!


DE TANTESBedankt?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 84 / 354


MEVR. HALMToe, niet meer over spreken! (gaat naar Zwaanhilde toe).


(tegen haar man)


MEVR. STROOMANOch kom, bedankt!


STROOMANMaar is dat mooglijk?


JUFFR. EKSTERBedankt! Bedankt! (zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).


(als versteend)


STUIVERWat? Deed hij 'n huwlijksaanzoek?


STROOMANJa, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,... (zij kijken elkaar sprakeloos aan).


(tegen Lind)


ANNA't Is zijn verdiende loon. Hè, 't was te erg!


(omarmt haar)


LINDHoera, nu ben je heelemaal van mij! (zij gaan dieper den tuin in).


(kijkt achterom naar Zwaanhilde)


GOUDSTADIn deze jonge ziel is iets gebroken; Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.


(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver)


STROOMANNu kan je blij getroost je weer verheugen Dat je verloofd bent met je lieve Ekster!


STUIVEREn jij kan jaar op jaar een jonge Strooman Met vreugde je geslacht vermeerdren zien!


(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk)


STROOMAN't Doet mij plezier, ik gun het hem van harte. Dat 's net goed voor zoo'n ongeluksprofeet! (zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).


(gedempt en dringend)


MEVR. HALMEn bindt je waarlijk niets?


ZWAANHILDENeen, moeder, niets.


MEVR. HALMDan ken je toch je plicht als dochter wel?


ZWAANHILDE'k Vind alles goed.


MEVR. HALMIk dank je, kind. (Met een gebaar naar Goudstad). Wijs hem Niet af... hij 's rijk... en heb je geen bezwaar...


ZWAANHILDEJa, iets verlang ik toch bij dit verbond; 'k Wil weg van hier...


MEVR. HALMDat is juist wat hij wil.


ZWAANHILDEEn tijd...


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 85 / 354


MEVR. HALMHoe lang? Denk dat 't geluk je roept nu.


(met stillen lach)


ZWAANHILDEO, niet heel lang; totdat de blaren vallen.


(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).


(onder de gasten)


STROOMANIets, lieve vrienden, leerden wij van daag; Of twijfel ons ook ernstig komt belagen, 't Goed recht der waarheid overwint de slang, En liefde triomfeert.


DE GASTENDie triomfeert, ja! (alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).


JUFFR. EKSTERWat is dat nu?


ANNAStudenten!


LINDHet kwartet, Dat naar de bergen gaat... en ik heb glad Vergeten af te zeggen...


(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).


(tegen Lind)


EEN STUDENTHier zijn wij!


MEVR. HALMWien zoekt u? Lind misschien?


JUFFR. EKSTERJa, dat is gek; Hij is geëngageerd...


EEN TANTEDus u begrijpt wel, Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.


DE STUDENTVerloofd!


ALLE STUDENTENGelukgewenscht!


LINDIk dank je wel,


(tegen de kameraden)


DE STUDENTNu ligt ons heele plan tegen den grond. Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt. VALK (die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok). Die stem zing ik in 't jonge Noorsche koor!


DE STUDENTENJij, Valk! Hoera!


VALKBergop in Gods natuur, Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf! Ik draag een snarenspel in mijne borst, Een cither met een dubble rij van tonen; De ééne hoog, trilt mee in levenslust, De andre klinkt daaronder, diep en droevig.


(tegen een paar van de studenten).


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 86 / 354


VALKJij hebt een schetsboek?... Jij muziekpapier? Best; zwermt dan bijen in het groene loof... Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terug Naar onze korf, naar onze koningin! (Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt). Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden; Ook ik wisch alles uit; (zachtjes) maar blijf gedenken!


(in overmatige vreugde)


STROOMANKijk, nu is mijn gelukspotje weer heel! Mijn vrouw heeft weer eens hoop... blijde verwachting...


(trekt hem fluisterend ter zijde).


STROOMANDaar straks vertelde mij de lieve ziel...


(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)


STROOMANAls alles goed gaat... in November... 't dertiende! STUIVER (met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst): Ik krijg de honderd thaler--en ga trouwen...


(met een spottende buiging)


JUFFR. EKSTERMet Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.


(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt)


ANNAMijn Lind blijft hier, en laat het g'loof het g'loof...


(verbergt zijn verlegenheid)


LIND'k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.


MEVR. HALMIk zal mijn Anna 't huishouden gaan leeren.


(ernstig)


GOUDSTADIk ga beginnen aan 'n discreet gedicht... Van iemand die volbrengt een heil'gen plicht.


(met een glimlach over allen heen)


VALKEn ik stijg òp tot onbekende toekomst! Vaartwel! (gedempt tegen Zwaanhilde). God zegen je, mijn lentelief;... Waarheen 'k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!


(wuift met zijn pet en volgt de studenten).


(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 87 / 354


ZWAANHILDENu is mijn jonge vrijheidsleven uit; Nu valt het loof... nu hoor ik aan de wereld. (Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin. Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)


HET KOOR VAN STUDENTENMisschien raakt mijn bootje straks wel aan den grond Maar het is toch zoo heerlijk te varen!


DE MEESTEN OP HET TOONEELHoera!


(Dansen en gejuich; het scherm valt).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 88 / 354

Eerste bedrijf

DRAMATISCH GEDICHT IN VIJF BEDRIJVEN

PERSONEN

Brand. Zijn Moeder. Ejnar, schilder. Agnes. De Baljuw. De Dokter. De Proost. De Koster. De Schoolmeester. Gerd. Een Boer. Zijn halfvolwassen Zoon. Een andere Boer. Zijn Vrouw. Een andere Vrouw. Een Klerk. Geestelijken en Ambtenaren. Volk, Mannen, Vrouwen en Kinderen. De Verzoeker in de Woestijn. Koor van Onzichtbaren. Een Stem.

Het stuk speelt in onzen tijd, gedeeltelijk in, gedeeltelijk bij een Fjorddorp aan de Westkust van Noorwegen.


Boven op de sneeuwvelden van het hooggebergte. Dikke, zware mist. Regenweer en halfduister.


BRAND (in 't zwart gekleed, met stok en randsel, gaat al klauterend westwaarts voort. Een boer en zijn halfvolwassen zoon, die hem vergezellen, komen achter hem aan).


(roept tegen Brand)


DE BOERHei, vreemdeling, loop niet zoo gauw! Waar ben je?


BRANDHier!


DE BOERStraks dwaal je nog! Het mist van daag dat iemand haast Niet verder zien kan dan zijn stok.


DE ZOONHalt! Hier zijn spleten!


DE BOERHier zijn kloven!


BRANDEn ieder spoor van pad is weg!


(schreeuwt)


DE BOERBlijft staan! God beter 't... 't Is een ijskorst Bros als een glasplaat! Hei, niet stampen!


(luisterend)


BRAND'k Hoor 't bruisen van een waterval.


DE BOEREen beek heeft er zich door gewrongen; Hier is een niet te peilen afgrond;... Dat kost ons 't leven, alle drie!


BRANDIk moet er over, zooals 'k zei.


DE BOEREr is geen mensch die dat vermag. Keer om;... de grond is hol en bros... Blijf staan! Je leven staat op 't spel!


BRANDIk moet; in opdracht van mijn heer.


DE BOERHoe heet die heer?


BRANDZijn naam is God.


DE BOEREn wat ben jij?


BRANDEen dienaar Gods.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 89 / 354


DE BOER't Kan waar zijn; maar dit weet ik wèl, Dat, was je proost, of bisschop zelfs, Je vóór het krieken van den dag Als lijk al in de diepte lag, Zoo je op die ondermijnde korst Je verder voorwaarts wagen dorst.


(komt voorzichtig nader, overredend).


DE BOERHoor eens, al is een mensch geleerd En knap, hij kan niet wat niet kàn. Keer om; wees niet zoo star en stug! Eén leven heeft een mensch toch maar; En is dàt weg, wat heeft hij dan? Hier is geen huis een mijl in 't rond.... Die mist wordt zóó dik dat je 'm wel Zoudt kunnen snijden met een mes.


BRANDIs dik de mist, dan lokt ons niet Een dwaallicht van den goeden weg.


DE BOERMaar ijsmeren zijn hier rondom Gevaarlijk voor een menschenvoet.


BRANDDie gaan wij over.


DE BOERDie gaan wij over. Gaan? Te voet? Dat zou je bitter slecht bekomen.


BRANDEén deed het toch... is 't geloof maar echt Dan komt men droogvoets er wel over.


DE BOERJa, eertijds wel,... maar wie 't nu waagt Die schiet er 't hachje vast bij in.


BRANDVaarwel! (wil gaan).


DE BOERJe waagt je leven, hoor!


BRANDAls God de Heer mijn dood verlangt,... Dan welkom stortvloed, meer en kloof!


(zachtjes)


DE BOERHij is een ware dolleman!


(half schreiend)


DE ZOONToe, vader, kom toch! Laat ons gaan! Er komt meer regen nog en wind!


(blijft staan en komt weer naderbij)


BRANDZeg, hoor eens man; je zei daar straks, Dat aan de fjord je dochter woonde. Zij liet je zeggen dat zij gauw Zou sterven... maar als zij je niet Terug zag, nooit zou zalig rusten?


DE BOERJa, dat is waar, God helpe mij!


BRANDEn is 't van daag de laatste dag?


DE BOERJa.


BRANDKan 't niet langer?


DE BOERNeen.


BRANDKom dan.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 90 / 354


DE BOERHet is onmooglijk. Keer terug!


(kijkt hem strak aan)


BRANDZeg, zou je honderd daalders geven, Als zij dan rustig sterven kon?


DE BOERO ja!


BRANDTweehonderd?


DE BOERHuis en hof Zou ik van harte willen afstaan Als 't haar ten goede komen kon.


BRANDMaar ook je leven als het moest?


DE BOERMijn leven? Och, mijn waarde!


BRANDWel?


(krabt zich achter het oor)


DE BOERNeen, dat is wel wat veel gevraagd...! In Jezus naam, wil toch bedenken 'k Heb thuis mijn vrouw en nog meer kinderen.


BRANDHij, dien je noemde had een moeder.


DE BOERJa, dat is al zoo lang geleden;... Toen was 't een tijd van zooveel wondren, Zooals er nu niet meer gebeuren.


BRANDGa heen. Je leven leidt ten dood. Jij kent God niet, God kent jou niet.


DE BOERJe bent wel hard!


(trekt hem mee)


DE ZOONKom ga toch mee!


DE BOERJa, goed; maar hij moet met ons mee!


BRANDMoet ik?


DE BOERJa, vast, want blijf je hier In dit Godsgruwelijke weer, En wordt 't bekend, wat altijd uitkomt, Dat wij je hierheen vergezelden, Dan word ik voor 't gerecht gedagvaard; En als je hier in 't ijs verzinkt Word ik nog in de doos gestopt...


BRANDDan lijd je voor de zaak des Heeren.


DE BOERDie raakt mij net zoo min als andre; 'k Heb ruim genoeg al aan de mijne. Kom mee!


BRANDVaarwel! (men hoort in de verte dof gerommel).


(gillend)


DE ZOONDat 's de lawine!


(tegen den boer die hem bij de kraag gepakt heeft)


BRANDLaat los!


DE BOERNeen!


BRANDLaat me los!


DE ZOONKom toch!


(worstelt met Brand)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 91 / 354


DE BOERDe duivel haal mij... neen!


(rukt zich los en gooit hem neer in de sneeuw)


BRANDJawel; Dat zal hij later ook wel doen! (gaat heen).


(komt overeind, zijn arm wrijvend)


DE BOERAu, au; die vent is duivelsch sterk. Dat noemt hij Godgevallig werk! (roept terwijl hij opstaat). Heidaar!


DE ZOONHij ging de hoogte over.


DE BOERJa, ja, ik g'loof dat 'k hem nog zie. (roept weer). Zeg, hoor eens... weet je misschien nog Waar wij den weg verloren hebben?


(in den mist)


BRANDGeen kruis wijst jou den rechten weg;... Jij bent al op het breede pad.


DE BOERGod gave dat het waarheid was, Dan kwam 'k van avond heelhuids thuis.


(Hij gaat met zijn zoon weer oostwaarts terug).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 92 / 354


DE BOERBRAND (wordt een eind hooger òp zichtbaar en luistert in de richting waar de boer verdwenen is). Zij stromplen weg... Jij slappe slaaf, Welde in je ziel een bron van wil, Was het alleen de kracht die faalde, Ik zou den weg je wel verkorten; Ik had, doodmoe, met wonde voeten, Je licht en blij wel voortgedragen;... Maar hulp is aan een man verspild Die ook niet wil wat hij niet kan. (komt verder naar voren). Het leven; och... het is wel erg Hoe lief dat 't goede menschdom is! Hoe iedre stumperd zooveel hecht Aan 't leven, alsof 's werelds lot, Of aller menschen zieleheil Hem op de schrale schouders rust. Zij willen offren, o, welzeker! Maar 't leven, neen, dat moet men sparen! (glimlacht als bij een herinnering). Als jongen, waren er twee dingen Die mij stuiplachend deden krimpen, En ook bezorgden een pak slaag, Van de oude schoolmamsel, die brompot. 'k Dacht aan een uil die schuwde 't donker, En aan een visch met watervrees. Ik lachte luid, wou 't beeld verjagen, Maar 't klampte in mijn geest zich vast... Hoe kwam die stuiplach in mij op? Door 'n duister nog gevoelde kloof, Die scheidt de dingen als zij zijn, Van wat de dingen moesten wezen,... Daartusschen: dat wij dragen moeten, En onze last te zwaar ons blijkt... En allen haast hier, ziek of frisch, Zijn als een uil of als een visch. Een, tot een duister werk geschapen, Is ook bestemd in nacht te leven,... En 't is juist dáárvoor dat hij vreest. Hij fladdert angstig langs het strand, Hij schuwt zijn eigen sterrencel En roept om licht en zonneschijn!


(blijft een oogenblik staan, schrikt en luistert).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 93 / 354


DE BOERWat was dat daar? 't Klonk als gezang, Ja, 't is gezang gemengd met lachen. Hoor,... nu een hoera, en een tweede... Een derde... vierde... vijfde maal! De zon breekt door. De mist wordt lichter. Ik zie alweer de wijde vlakten. Daarginder staat het vroolijk troepje In 't morgenlicht, op hooge bloemwei; Naar 't Westen valt de breede schaduw. Nu neemt men afscheid met een handdruk. Nu scheiden zij. De andren keeren Naar 't Oosten; westwaarts gaan er twee: Daar wuiven zij tot laatsten groet Met hoeden, sluiers, doeken, handen. (De zon breekt hoe langer hoe meer door den mist heen. Hij staat een tijd lang naar de van beneden opkomenden te kijken). 't Is of er licht straalt om die twee daar, Alsof de mist zich openscheurt, De hei hun voeten zacht omhult En of de zon hun tegenlacht! Vast broer en zuster, hand in hand Gaat 't huplend over heidestruiken. Kijk, 't meisje raakt den grond maar nauwlijks, En hij is lenig als een rijs. Daar loopt zij weg! Weg is zij weer Nu fluks hij meende haar te vangen... Hun loopen wordt een vroolijk spel... En hoor, hun lachen klinkt als zingen! (Ejnar en Agnes, in luchtige reiskleeren, beiden warm, met blozende wangen, komen al spelend over de hoogte naar voren. De mist is opgetrokken. Een heldere zomermorgen licht over de bergen).


EJNARAgnes, mijn wondermooie kapel, Al spelend wil ik je vangen! Ik spin van kleine mazen een net, En de mazen, dat zijn mijn zangen.


(danst achterwaarts voor hem uit en ontsnapt hem voortdurend)


AGNESBen ik een kapelletje, klein en teer, Dan wil ik aan de heibloempjes hangen, En ben jij een jongen, die houdt van spel, Jaag mij op... maar je mag mij niet vangen!


EJNARAgnes, mijn wondermooie kapel, Het mazennet is al gesponnen; Je fladdrend vluchten helpt je niet meer, Weldra heeft het net je overwonnen.


AGNESBen ik een kapelletje jong en fijn, Dan wil ik ook spelen en zweven; Maar vang je mij in 't gesponnen net, Dan moet voor mijn wiekjes ik beven!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 94 / 354


EJNARNeen, behoedzaam zet ik je op mijn hand, Zal diep in mijn hart je bewaren, Daar kan je spelen je leven lang, Blij als ooit in je kinderjaren! (Zonder het te zien zijn zij bij een steilen afgrond gekomen en staan nu vlak aan den rand).


BRANDHalt! Halt! Daar is een afgrond!


EJNARHè? Wie roept daar?


(wijst naar boven)


AGNESKijk!


BRANDBerg u bijtijds nog! U staat aan 't randje van een afgrond;... 't Is losse sneeuw maar die er op ligt!


(slaat de armen om Agnes heen en lacht)


EJNARDat heeft geen nood voor haar en mij!


AGNESVoor ons ligt 't leven als een spel!


EJNAROns is een zonneschijn gegund, Die over honderd jaar pas uitdooft.


BRANDIs dan pas 't spel uit? Zoo, och kom!


(wuift met haar sluier)


AGNESDan gaan in 't hemelblauw wij spelen!


EJNAREerst honderd jaar in roes van vreugde, Met feestverlichting iedren nacht,... Een honderdjarig liefdespel...


BRANDEn dan...?


EJNARDan huiswaarts weer ten hemel!


BRANDZoo, komt u daar nu net van daan?


EJNARNatuurlijk; van waar anders dan?


AGNESJa, dat 's te zeggen, 't allerlaatst Zijn wij ginds uit het dal gekomen.


BRANDIk meende al straks u te zien staan Daar aan de watergrens beneden.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 95 / 354


EJNARJa juist, daar scheidden wij ons straks Van onze vrienden en vriendinnen, Bezeeglend dierbare herinring Met handendruk, omhelzing, kus. Kom bij ons hier! 'k Zal u vertellen Hoe goed God voor mij is geweest,... Dan zal u mijn geluk begrijpen...! Toe, sta daar niet als steenen beeld! Komaan, herleef!... Zoo mag ik 't lijden. Ik ben dan schilder, moet u weten, En het was al een mooie gave, Aan mijn gedachten macht te geven Om kleurrijk 't leven uit te beelden, Zoo als hij vlinders maakt uit larven. Maar 't allermooiste was van God Dat hij mij Agnes gaf tot bruid! 'k Ben pas terug uit 't zonnig Zuiden, Waar 'k reisde met mijn schilderdoos...


(vol vuur)


AGNESBlij als een koning, frisch, vol moed... En kent wel duizend nieuwe liedjes!


EJNARJuist toen ik hier het dal doortrok Was zij hier ook bij een vriendin. Zij had behoefte aan frissche lucht En zon en dauw en dennengeur. Mij dreef een drang op naar de bergen. Het zong in mij: Op! zoek de schoonheid In hei en dennen, bosch en stroom, In 't wolkenspel, en 't blauw gewelf!... Toen heb 'k mijn meesterstuk geschilderd! Een rozenblozen op haar wang, Een oogenpaar geluk uitstralend, Een glimlach die in 't harte drong...


AGNESDoch half maar zag je wat je maakte,... Je zwelgde blindlings in genot, En stond weer op een mooien dag Ten tocht bereid, met staf en randsel...


EJNARToen dacht 'k op eens: Wel, die is goed! 'k Heb haar niet eens formeel gevraagd! Hoera! Ik vroeg haar, kreeg haar antwoord, En daarmee was de zaak gezond nu! Onze oude dokter was zoo blij Dat hij haast niet wist wat te doen. Drie dagen lang werd er gefeestvierd, Met zang en dans ter onzer eere; Autoriteiten, geestlijkheid, En al wat jong was kwam te gast. Van nacht verlieten wij de plaats. Maar 't feest was daarom nog niet uit;... Met vlag en wimpel, groenbekranst, Het bosch in en de bergen op, En heel de troep toog met ons mee.


AGNESDie tocht naar buiten was een dans. Dan twee aan twee... dan in een rij.


EJNARWij dronken wijn zoo zoet als most...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 96 / 354


AGNESEn ons gezang klonk door den nacht...


EJNAREn zelfs de mist, zoo dik en dicht Week voor onze' optocht zoet terug!


BRANDEn waarheen nu...?


EJNARRechtstreeks vooruit, Naar stad toe.


AGNESNaar mijn ouders thuis.


EJNARMaar eerst de laatste toppen over; Dan naar beneden, 't westen in; Op Aegirs stoomros, dampend, snuivend, Gaan wij naar huis voor 't huwlijksfeest;... En dan naar 't Zuiden met ons beiden, Als zwanen op hun eerste vlucht...!


BRANDEn daar...?


EJNAREen vroolijk huwlijksleven, Mooi als een droom, als 'n sprookje teer; Want, weet u, op dien zondagmorgen, Ook zonder priester, werd gewijd Op 't vrije veld, ons jonge leven Tot jubelfeest, van zorgen vrij.


BRANDDoor wien?


EJNARDoor al de goede vrienden. Zij deden iedre onweerswolk, Die 't groene hutje mocht bedreigen, Al drinkend, klinkend in den ban. En ieder woord dat manend repte Van storm of strijd, werd weggekust; Zoo werden wij met groen en bloemen Tot blijheids kindren gewijd.


BRANDVaartwel dan nu! (wil gaan).


(blijft staan en bekijkt hem nauwkeuriger)


EJNARNeen, wacht nog wat! Mij dunkt u heeft zoo iets bekends In uw gezicht...


(koel)


BRANDNeen, 'k ben u vreemd.


EJNAREn toch is 't of van school of thuis Ik me uw gezicht herinren kan...


BRANDVan school, jawel, wij waren vrienden, Toen 'k jongen was; nu ben 'k een man.


EJNAR't Kan toch niet zijn dat u is...? (schreeuwt het in-eens uit). Brand! Ja, jij bent 't waarlijk! Ik herken je!


BRANDIk had terstond jou wel herkend.


EJNARDat 's een ontmoeting! Welkom hier! Kijk me eens aan! Ja, nog de oude, Nog altijd aan jezelf genoeg, Als toen je schuw vermeedt de spelen Van kameraden wild en druk.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 97 / 354


BRAND'k Was ook een vreemde in den troep. Toch hield ik, meen ik, wel van jou, Maar al die andren uit het zuiden Zijn van een ander erts dan ik, Die 't licht zag op een steile landtong, Beschaduwd door een naakte rots.


EJNARJe dorp ligt immers ergens hier?


BRANDMijn weg gaat juist nu er doorheen.


EJNAREr juist doorheen? Dus? Verder weer?


BRANDJa, verder weg... mijn thuis voorbij.


EJNARWat ben je dan?


BRANDVicaris ben 'k. Zooals de haas in 't dennenbosch Ben ik dan hier dan daar tehuis.


EJNAREn waar gaat nu de reis naar toe?


(snel en hard)


BRANDVraag mij dat niet!


EJNARWaarom?


(op anderen toon)


BRANDNu ja! Het schip dat ginds je beiden wacht Zal ook mij voeren ver van hier.


EJNARMijn Aegirs stoomros? Wel komaan! Zeg, Agnes, hij reist met ons mee!


BRANDJa, maar een lijkmaal is mijn doel.


AGNESEen lijkmaal?


EJNARWie wordt dan begraven?


BRANDDe God, dien jij zoo hoog vereert.


(wijkt terug)


AGNESKom Ejnar!


EJNARBrand!


BRANDDie dwingeland, Die slavengod der slavenkudde, Wordt opgeborgen in het graf, En liefst op klaar-licht-heldren dag. 't Is meer dan tijd, voor iemand die Al sukkelt meer dan duizend jaar.


EJNARBrand, je bent ziek!


BRANDGezond en frisch Als gindsche spar, als 't bloeiend bosch, Maar 't is het hedendaagsch geslacht Dat ziek, genezing noodig heeft. Jij wilt maar scherts en spel en lach, Een beetje g'looven maar niet zien,... Wilt leggen alle lust en wee Op hèm, die kwam, is je verteld, En 't straffend oordeel op zich nam. Hij droeg voor jou een kroon van doornen, En daarom kan jij nu vrij dansen;... Ja, dansen... maar waar dans je heen? Dat, vriendlief, staat nog te bezien!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 98 / 354


EJNAR'k Begrijp het al! 't Is 't nieuwe lied En veelgeliefd in dorp en stad. Je bent vast van de nieuwe leer Die 't leven stof en onzin noemt, Die menschen bang maakt voor de hel, En hen in zak en assche jaagt.


BRANDNeen, boetapostel ben ik niet. Ik spreek ook niet in naam der kerk; 'k Weet nauwlijks, bèn ik wel een christen; Maar wel weet ik, dat 'k ben een man, En zeker ook dat ik de kwaal zie Die 't heele land zijn merg ontsteelt.


(glimlacht)


EJNARDat heb ik toch nog nooit gehoord, Ons goede land opeens befaamd Voor overmaat van levenslust!


BRANDNeen, juublen doen zij niet te veel... Was dat maar zoo, dan was het goed, Laat iemand slaaf zijn van 't genot,... Maar dat hij 't dan ook blijvend zij. Wees niet van daag en gistren dit En weer wat anders 't volgend jaar. Wees wat je bent, voluit, geheel, Niet half, niet stuksgewijs verdeeld. Een zuiver beeld is een bacchant, Een dronkelap zijn spottrawant... Silenus is een prachtfiguur, Een drinker zijn karikatuur. Ga maar eens rond hier in dit land Met open oor en open oog, En je zult zien hoe iedereen Van alles maar zoo'n beetje is. Op Zondag wel een beetje ernstig, Een beetje vroom... naar oud gebruik, Een beetje tuk op slemppartijen,... Dat waren onze vaadren ook,... Een beetje warm als er gefeest wordt En liedren klinken voor het kleine Maar rotsgetrouwe rotsenvolk, Dat nooit zich kromde onder 't juk... Een beetje luchtig met beloften,... Een beetje listig als hij nuchter 't Gegeven woord gestand moet doen, Dat bij een drinkgelag hij gaf. Maar alles in een minimum. Zijn fouten, deugden gaan niet ver; Hij is een breuk in 't groot en 't klein; Maar 't ergste is,... van iedre breuk Heft ieder deel de rest weer op.


EJNARNu goed; je klachten over 't volk Dáárop wil 'k ja en amen zeggen; Maar 'k zie niet wat dat heeft te maken Met hem, dien je begraven wilt,... Den God, dien 'k nog altijd vereer.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 99 / 354


BRANDJe bent toch schilder, is 't niet zoo? Toon mij den God van wien je spreekt. Je hebt hem, hoor ik, uitgeschilderd, Tot veler menschen diepe ontroering. Hij 's zeker oud, of heb ik 't mis?


EJNARNu ja...?


BRANDNatuurlijk. En ook grijs? En dun van haar, als grijsaards zijn, Met 'n baard als zilverdraad of ijs,... Welwillend, maar toch streng genoeg Om 'n kind te jagen naar zijn bed. Of je hem ook pantoffels gaf Dat laat ik in het midden nu; Maar 'k zette hem ook een bril nog op En een kalotje op zijn hoofd.


(boos)


EJNARWat moet dat nu?


BRANDDat is geen spot; Want zoo precies ziet hij er uit, De huisgod van ons land, ons volk. Zooals de Roomschen van hun Heiland Een zuigling maken, maakt men hier De Godheid tot een stumprig oudje, Al bijna kindsch van ouderdom. Zooals de Paus op Petrus' stoel Welhaast alleen nog heeft de sleutels, Sluit men hier 't wereldkoninkrijk Van onzen Heer, in kille kerken. Men scheidt geloof en leer van 't leven, En niemand streeft naar 't ware wezen; Men tracht zich geestlijk te verheffen, Maar niet voluit en vrij te leven. Voor zulk gedraai heeft men dan noodig Een God, die zien kan door de vingers;... Een God die grijs wordt als de menschen, Een beeltnis met kalotje en manen... Maar die God is de mijne niet! De mijne is storm, de hunne wind,... Onbuigzaam, waar de hunne is doof,... Allievend, waar de hunne is stomp. En jong is hij, als Herkules,... Geen oude, grijze Grootpapa! Zijn stem weerklonk als donderslag Toen hij, in 't brandend bosch, als vuur Voor Mozes stond op Horebs top, Gelijk een reus voor 't dwergenvolk. Stil stond de zon op zijn bevel In 't dal van Gibeon. Wondren veel Deed hij, en zou hij nog wel doen, Waar' maar 't geslacht niet laks als jij!


(met een onzeker lachje)


EJNARDus anders moet dat worden nu?


BRANDDat zal het, hoor, zoo zeker als Ik weet, dat ik ter wereld kwam Als dokter voor zijn ziekte en nood.


(schudt het hoofd)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 100 / 354


EJNARDoof niet de vlam, al mag zij walmen Eer 't licht je duidlijk wees den weg; Wisch uit de taal niet de oude woorden Eer je de nieuwe hebt gemaakt!


BRAND't Is mij niet om iets nieuws te doen. Het recht van 't eeuw'ge wil 'k alleen. Geen dogma's zijn het, en geen kerken Die 'k hoog wil houden met mijn werken; Want beiden hadden een begin, En daarom kon het ook wel zijn Dat er een eind aan beiden kwam... Al wat eens werd moet eens vergaan;-- Het zij door wormen of door mot-- En volgens den normalen gang Plaats maken voor een nieuwen vorm. Maar daar is iets dat blijft bestaan;... Dat is de nooit geschapen geest, Verloren eens in 't Paradijs, Verlost door hem, die onvervaard, In heilig gelooven, sloeg de brug Van 't vleesch naar de oerbron van den geest. Nu is ook die verslapt, verpoend,... Dank zij der menschen kijk op God;... Toch moet uit deze zielestompen Uit deze brokken van den geest Uit deze hoofden, deze handen, Weer een geheel ontstaan, dat God Zijn man herkent, zijn mooiste werk, Het stamhoofd Adam, jong en sterk!


(afbrekend)


EJNARVaarwel. Het best is dat wij nu Maar afscheid nemen.


BRANDGa jij westwaarts, Dan ik naar Noord. Twee wegen leiden Naar 't doel, en beide even smal. Vaarwel!


EJNARVaarwel.


(keert zich om terwijl Ejnar daalt)


BRANDScheid licht van damp. Bedenk dat leven is een kunst.


(afwerend)


EJNARZet jij den boel maar op zijn kop; Ik hoû mij bij mijn ouden God!


BRANDBeeld jij hem maar met krukken af. Ik ga hem stoppen in zijn graf! (gaat de hoogte over).


(staat Brand zwijgend na te kijken)


EJNARAGNES (staat een oogenblik als wezenloos; dan schrikt zij in-eens op, kijkt onrustig rond en vraagt:) Is de zon weg?


EJNAR't Is maar een wolk Die haar verborg; nu schijnt zij weer.


AGNESDe wind is koud.


EJNAR't Was maar een vlaag, Die over hoogen top heenjoeg. Hier dalen we af.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 101 / 354


(naar 't zuiden wijzend)


AGNESZoo zwart en hoog Stond toch die berg daar straks hier niet.


EJNARJe zag 't toen niet door spel en zang, Vóór hij je vrees en schrik aanjoeg. Maar laat hem stil zijn gang maar gaan; Wij nemen 't oude spel weer op.


AGNESNeen, nu niet meer; ik ben zoo moe.


EJNARJa, eigenlijk ben ik dat ook,... En bergaf gaat het niet zoo vlot, Als ginder op het vlakke veld. Doch wacht maar, zijn we eens in het dal Dan dansen wij nog eens zoo hard,... Ja, tienmaal wilder nog dan ooit Vóór hij ons in den weg kwam hier. Kijk, Agnes, kijk eens daar, dat blauw Waarop de zon zoo schittrend schijnt. Dan ligt 't gerimpeld, dan weer glad, In zilverglans of ambergloed; Dat is de groote frissche zee Die je daar in de verte ziet! En zie je ook den donkren rook Die kronkelend opstijgt in de lucht? En kan je zien die zwarte stip Die nu juist ombuigt om de kaap? Dat is de boot... van jou en mij! Nu varen zij de fjord juist in! Van avond varen zij weer weg Naar zee, met jou en mij aan boord!... Nu is 't in nevel weer gehuld... Zeg, Agnes, heb je wel gezien Hoe prachtig zee en lucht zich kleurden?


(kijkt als starend recht voor zich uit en zegt:)


AGNESJawel. Maar zeg mij eens of...?


EJNARWat?


(zonder hem aan te zien en gedempt als in een kerk)


AGNES't Was of hij groeide onder 't spreken!


(Zij daalt het bergpad af. Ejnar volgt haar).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 102 / 354


AGNESEen weg langs een vooruitspringenden bergwand met een woesten afgrond verder weg rechts. Boven en achter den berg ziet men hooge toppen en sneeuw. BRAND (komt het pad op, begint te dalen en blijft halfweg staan op een vooruitspringend rotsblok en kijkt in de diepte). Ja, de plaats herken ik weer! Ieder boothuis, iedre hut, Hellingen en berkaanplanting, En het oude bruine kerkje, Elzenboschjes langs het water... Alles kan ik mij herinren. Maar veel grauwer lijkt mij alles, Kleiner ook, dan toen 'k een kind was; En het sneeuwdak op den berg ginds Hangt nog lager over 't dorp, Heeft van den benepen hemel Nog een streepje weggenomen, Neigt en dreigt, maakt duister, dringt,... Steelt nog meer weg van de zon.


(gaat zitten en kijkt ver voor zich uit).


AGNESEn de fjord. Was die toen ook Al zoo leelijk en zoo nauw? 't Weer is buiig. Voor den wind. Loopt een schip met volle zeilen. Zuidwaarts, achter boot en steiger Zie ik in de grauwe schaduw Aan het strand, een roodbruin huis!... 't Is de hoeve van de weduw'! Oude hoeve! Eens mijn thuis. Heel 't verleden dringt zich op. Daar aan 't zeestrand tusschen steenen Leefde een kinderziel vereenzaamd... Op mij drukt het als een last Van beklemming, dat ook ik Ben verwant nog met den geest die D'aarde zoekt, niet 't innigst wezen. Wat ik heerlijks heb gewild Zweeft als in een nevel nu. Moed en kracht zijn mij ontnomen, Machtloos is mijn ziel, mijn greep; Hier zoo dicht bij 't oude huis weer Zie 'k mijzelf aan als een vreemdling,... Zoo ontwaakt getemd, geketend, Simson in Dalila's schoot.


(kijkt weer in de diepte).


AGNESWat is daar toch voor een drukte? Overal uit huis en hoeven Stroomen vrouwen, mannen, kindren... Achter hellingen en rotsen Schuiven voort de lange rijen, Komen weer te voorschijn plots... Allen voort naar 't oude kerkje.


(staat op).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 103 / 354


AGNESO, ik ken je zoo van buiten, Lakse zielen, traag van geest! Heel je Onze-Vader bidden Houdt niet in zich zóóveel wilskracht, Ja, niet zóóveel zieledrang, Dat daarvan ten hemel stijgt Klankrijk als een stem moet klinken, Iets meer dan de vierde smeekbee! Die toch is de leus van 't volk, Die de strijdkreet thans geworden. Diep gegrift in alle harten, Uit 't verband gerukt, is die nu Als een door den storm gehavend Wrak van jullie heele geloof!... Weg hier uit dien duffen boel! Weeë lijklucht heerscht in 't rond hier... Hier kan nooit een vlaggedoek Vrijuit, frisch en vroolijk wapp'ren! (wil weggaan, een steen wordt van boven af gegooid en rolt het pad af tot vlak voor zijn voet).


(roept naar boven)


BRANDHei-dáár! Wie gooit met steenen daar? (Gerd, een vijftienjarig meisje, loopt boven op den bergrug, haar schort vol steenen).


GERDIk raakte 'm! Há! (gooit weer).


BRANDKind, staak dat spel!


GERDDaar zit hij waarlijk ongedeerd Te wieglen op een dorren tak! (gooit weer en schreeuwt). Daar komt hij weer, ellendig dier! Help! Huuh! Hij slaat zijn klauwen uit!


BRANDIn 's hemelsnaam...!


GERDStil! Wie ben jij? Sta stil! Sta stil! Nu vliegt hij weg.


BRANDWie vliegt?


GERDZag je dien havik niet?


BRANDHier? Neen.


GERDDien woesten vogel niet? Dien, met zijn kuif als uitgestreken, En oogen rood en geel omrand!


BRANDWaar ga je heen?


GERD'k Ga naar de kerk.


BRANDDan kunnen wij wel samen gaan.


GERDWij samen? Neen, mijn weg gaat dáár. (wijst naar boven).


(wijst naar beneden)


BRANDMaar dáár ligt toch de kerk?


(kijkt hem verachtelijk lachend aan en wijst naar beneden)


GERDDie dáár?


BRANDJa zeker. Kom.


GERDDaar is 't benauwd!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 104 / 354


BRANDBenauwd? Waarom?


GERD't Is er zoo klein.


BRANDWaar heb je een grootere gezien?


GERDEen groot're? O, die weet ik goed. Vaarwel! (gaat de hoogte op).


BRANDGa je dáárheen ter kerk? Dat leidt naar hoogen wilden top.


GERDGa met mij mee, dan zal je zien Een kerk gebouwd van ijs en sneeuw!


BRANDVan ijs en sneeuw! Nu weet ik 't al! Als jongen hoorde ik er van. Daar tusschen steile toppen in Moet er een ijsgrot zijn te vinden. De ijskerk, meen ik, werd 't genoemd. Daarvan werd allerlei verteld; De grond is een bevroren meer, Het dak is van lawinesneeuw Gespannen wijd, van wand tot wand, Als een gewelf er over heen.


GERDJa, 't ziet er uit als ijs en rots... Mij goed... een kerk is het toch.


BRANDGa daar niet heen; één windstoot maar Dan breekt de korst; 't gewelf stort in; Een kreet, een schot is al genoeg...


(zonder naar hem te luisteren)


GERDKom mee, een rendierkudde is Daar afgegleden, komt pas vrij In 't voorjaar, met de groote dooi.


BRANDGa daar niet heen, daar dreigt gevaar!


(wijst naar beneden)


GERDGa daar niet heen; daar is 't benauwd!


BRANDGod zij met je!


GERDGa liever mee! Lawine en waterval zingt daar, De wind preekt over 't ijsveld luid, Dat heet je wordt en dan weer koud. En nooit komt er de havik in; Hij strijkt neer op den Zwarten Top,... Daar zit hij dan, dat galgenaas, Als 't haantje op de torenspits.


BRANDWild is je pad, en wild je ziel,... Als klank van een gebarsten luit. Wat slecht is blijft slecht, kort en goed,... Kwaad kan in goed verkeeren soms.


GERDDaar hoor ik weer zijn wiekgeruisch! Nu ga ik weg en gauw naar huis! Daar in die kerk ben 'k welbewaard... Vaarwel! Daar komt hij, woedend weer! Ga weg! Ik gooi met steenen, hoor! Sla jij naar mij, dan sla 'k weerom! (vlucht den berg op).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 105 / 354


BRANDDat was nu ook een kind der kerk. In 't dal,... of boven, wie doet 't best? Wie stuift vooruit met woeste vaart, Wie zwerft het verst van huis en haard,... Lichtzinnigheid met groen omkranst, Die spelend langs den afgrond danst, Of laksheid traag maar sukk'lend voort, Omdat 't nu eenmaal zoo behoort,... Of dwaling wild en verregaand, Dat zij het kwade goed haast waant?... Welaan, ten strijd, ten bittren strijd, Die Driebond zij ten dood gewijd! Ik zie mijn roeping, schittrend, fier, Als zonlicht vallend door een kier! Ik ken mijn taak; die Driebond moet Vernield, en 't wereldwee geboet. Als die ten grave is gebracht Wijkt 's werelds pest van dit geslacht! Op ziel! Grijp 't blanke zwaard! Met kracht Ten strijd voor 't hemelsch nageslacht!


(hij daalt af naar het dorp).

EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF

Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 106 / 354

Tweede bedrijf


Beneden aan de door steile bergwanden ingesloten fjord. Op een kleine hoogte dicht bij de fjord, ligt het oude vervallen kerkje. Er komt een onweer op.


Volk, mannen, vrouwen en kinderen, gedeeltelijk op het strand, gedeeltelijk op de hoogten in groepen verzameld. De Baljuw zit op een steen in hun midden. Een klerk staat hem bij in het verdeelen van koren en levensmiddelen. Ejnar en Agnes staan iets verder weg, omringd door een troep menschen. Enkele booten liggen op het door de ebbe droog geloopen zand. Brand komt van den kerkheuvel aaf zonder door de menigte te worden opgemerkt.


(werkt zich door het gedrang heen)


EEN MANOp zij!


EEN VROUWIk kwam het eerst!


(duwt haar op zij)


DE MANGa weg!


(dringt vooruit naar den baljuw).


DE MANKijk hier; geef gauw wat in mijn zak!


DE BALJUWGeduld.


DE MANOnmooglijk; 'k moet naar huis; Daar snakken er wel vier of vijf!


(schertsend)


DE BALJUWWeet je niet eens precies 't getal?


DE MANEén lag te sterven toen ik ging.


DE BALJUWMaar wacht. Sta jij wel op de lijst? (bladert in zijn papieren). Neen;... ja, toch wel. Dat 's je geluk. (tegen den klerk). Geef nommer dertig eens zijn deel... Ja, goede menschen, hebt geduld! Nils Snemyr?


EEN MANJa!


DE BALJUWJe krijgt van daag Maar driekwart van wat je anders kreeg. Er zijn er minder nu.


DE MANJawel,... Juist gistren stierf mijn vrouw Ragnhild.


(noteert)


DE BALJUWEen minder. Dat is altijd wàt. (tegen den man die weg gaat). Maar ga nu niet zoo daadlijk weer Een tweede huwlijk aan!


(gichelt)


DE KLERKHi, hi!


(scherp)


DE BALJUWWaar lacht u om?


DE KLERKIk lach omdat Mijnheer zoo grappig is van daag.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 107 / 354


DE BALJUWZoo grappig is 't hier anders niet; Maar scherts verdrijft wel eens een traan.


(komt met Agnes uit de menigte naar voren)


EJNAR'k Heb al mijn zakken leeggemaakt. Mijn beurs, mijn zakboek, alles leeg! 'k Kom als een bedelaar aan boord, Geef mijn horloge maar als pand.


DE BALJUWJa, u kwam daar te goeder ure. Wat 'k in kon zaamlen is niet veel; Dat reikt niet ver, kan u wel denken, Waar 'n leege hand, een mond halfvol, Nog moeten afstaan van hun beetje Aan wie er niets te bikken heeft.


(krijgt Brand in 't oog en wijst naar hem).


DE BALJUWNog iemand! Welkom! Hoorde u al Van hongersnood en overstrooming, Maak dan uw beurs en randsel open. Wij nemen gaarne alles aan. De voorraad is haast uitgeput;... Vijf vischjes maken nog geen maal In deze armoed-woestenij.


BRANDTienduizend korven uitgedeeld In naam eens afgods, baten niet.


DE BALJUWOm woorden heb 'k u niet gevraagd. Voor 'n leege maag zijn woorden steen.


EJNARJe weet niet wat het volk hier leed Zoo lang in bitt'ren hongersnood. Een jaar vol rampen, Brand, en wee, Er liggen dooden...


BRAND'k Zie het wel; Uit al die ingevallen oogen Spreekt 't straffend oordeel van omhoog.


DE BALJUWEn daarbij blijft u hard als steen!


(treedt tusschen de menigte en zegt met nadruk)


BRANDToen 't leven kalm hier was en schraal, En traag verliep met daagsch bezwaar, Had 'k meelij met 't gezwoeg om brood. Wie op zijn knieën kruipen moet Voelt 't dier ontwaken in zijn ziel. Vergaan de dagen dof en stil Als 'n lijkstoet, langzaam, stap voor stap, Gaat men licht denken: och, wij zijn Uit 't boek des Heeren uitgeschrapt. Maar u betoonde hij zich juist goed, U joeg hij doodsangst in het bloed,... En geeselt u met vrees en schrik; Wat hij u gaf, neemt hij terug...


(vallen hem dreigend in de rede)


VERSCHEIDENE STEMMENHij spot met onzen angst en nood!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 108 / 354


DE BALJUWHoont hij ons, die u gaven brood?


(schudt het hoofd)


BRANDO, kon 'k met al mijn hartebloed U laven als een levensbron, Ik liet het vloeien als een stroom, Tot droog en leeg was iedre aâr. Maar zonde waar' 't te helpen hier! God wil u heffen uit het slijk;... Een waar volk,... zij 't verspreid en zwak... Put ook uit onheil merg en kracht; De geest wordt helder, heft zich op, 't Gesluierd oog wordt scherp van blik, De slappe wil wordt sterk en flink, Ziet de overwinning in 't verschiet; Maar baart de nood geen eedlen zin, Is ook het volk zijn heil niet waard!


EEN VROUWEen onweer komt op over zee, 't Is of zijn woord 't heeft aangelokt!


EEN ANDEREHij tergt den Heer! Wat ik je zeg!


BRANDNeen, uw God doet geen wondren meer!


DE VROUWENKijk 't weêr eens! Kijk!


STEMMEN IN DE MENIGTEJaagt hem toch weg Met steenen! Slaat hem dood, den beul! (Het volk dringt dreigend op om Brand. De Baljuw treedt tusschen beiden. Een vrouw, verwilderd, met gescheurde kleeren, komt haastig van de hoogte af).


(roept tegen de menigte)


DE VROUWIn Jezus naam, wie staat mij bij!


DE BALJUWWat is er? Zeg wat er aan scheelt...


DE VROUWIk wil geen geld of brood nu meer! Mij trof het allerergste lot!


DE BALJUWWat dan? Spreek toch! dan? Spreek toch!


DE VROUWDat kan ik niet! Waar vind 'k een priester?... Hulp en troost!


DE BALJUWHier is er geen...


DE VROUWVerloren, God! O, dat ik nooit geboren waar'!


(komt nader)


BRANDEen geestlijke is er mooglijk toch.


(grijpt zijn arm)


DE VROUWLaat hem dan komen, talm toch niet!


BRANDZeg wat je scheelt, dan komt hij wel.


DE VROUWGinds over 't water...


BRANDWel?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 109 / 354


DE VROUWMijn man... Drie kindren hongrend... niets in huis,... Zeg neen, zeg neen,... hij 's niet verdoemd!


BRANDSpreek eerst.


DE VROUWMijn borst was leeg... verdroogd; Ons hielp geen mensch, ons hielp geen God. Het jongste worstlend met den dood... Hij droeg 't niet langer... sloeg het dood...!


BRANDSloeg 't dood...!


(ontzet)


HET VOLKZijn kind!


DE VROUWMaar toen, terstond Zag hij met afschuw op zijn daad! 't Berouw steeg als een vloedgolf op; En aan zich zelf sloeg hij de hand... Kom, red zijn ziel, trots storm en stroom! Hij kan niet leven, vreest den dood, Met 't lijkje in de armen ligt hij daar En schreeuwt en roept den Booze aan!


(stil)


BRANDJa, dàt is erg.


(bleek)


EJNARHoe kàn 't bestaan!


DE BALJUWDe man hoort niet tot mijn district.


(kort tegen het volk)


BRANDMaakt los een boot en zet mij over!


EEN MANNu, in dit weer! Dat waagt geen mensch hier!


DE BALJUWEen pad loopt om de fjord...


DE VROUWNeen, neen,... Dat is nu niet begaanbaar meer; Ik kwam er langs, maar 't water sloeg Vlak achter mij den vlonder weg!


BRANDMaakt los de boot.


EEN MANHet kan niet meer; De vloed slaat over rots en strand!


(wijst naar den anderen oever)


EEN TWEEDE MANDaar komt al een stuk berg omlaag! Vol stof en rook de heele fjord.


EEN DERDE't Is noodweer, donderslag en storm, De Proost zelf spreekt u vrij van plicht!


BRANDEen zondaarsziel, den dood nabij, Wacht niet op weer, of wind, of tij! (gaat naar beneden in de boot en haalt het zeil op). Waag je de boot er aan?


DE EIGENAARJawel...


BRANDGoed. Wie waagt nu zijn leven ook?


EEN MANIk ga niet mee.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 110 / 354


EEN ANDEREEn ik ook niet.


VERSCHEIDENENJe waagt je rechtstreeks in den dood!


BRANDOch, jullie God helpt niemand voort; Maar die van mij is mee aan boord!


(handenwringend)


DE VROUWHij sterft in zonde!


(roept uit de boot)


BRANDEén enkel man, Die 't water uitschept, 't zeil hanteert, Is al genoeg. Kom, geef nog meer Dan je al deedt, geef je eigen zelf!


(terugwijkend)


VERSCHEIDENENEisch zoo iets niet!


(dreigend)


EEN ENKELEKom uit de boot! Dat is te érg den Heer verzoeken!


VERSCHEIDENE STEMMEN't Wordt erger nog!


ANDERENDe lijn knapt af! BRAND (klampt zich vast met de bootshaak en roept tegen de vreemde vrouw). Goed; kom jij dan; maar kom dan gauw!


(terugwijkend)


DE VROUWIk! Als geen een hier...!


BRANDLaat hen staan!


DE VROUWIk kan niet!


BRANDNiet?


DE VROUWMijn kindren thuis...


(lacht)


BRANDZand is de grond waarop je bouwt! AGNES (keert zich met gloeiende wangen snel tot Ejnar, legt haar hand op zijn arm en zegt:) O Ejnar, hoor je 't?


EJNARHij is sterk!


AGNESGodlof! Dan ken je ook je plicht! (roept tegen Brand). Kijk! Hier is iemand! Hij is 't waard Met u te gaan voor 't heilig werk!


BRANDKom dan!


(bleek)


EJNARIk!


AGNESGa! Ik geef je weg! 'k Was blind eerst, helder zie ik nu!


EJNAREer 'k jou ontmoette had ik graag Mijzelf met hem ten dood gewijd...


(bevend)


AGNESMaar nu...?


EJNARIs 't leven te veel waard;... Ik kàn nu niet!


(terugwijkend)


AGNESWàt zeg je? Niet?


EJNARIk mag niet!


(met een kreet)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 111 / 354


AGNESDoor dat woord, o God! Is tusschen ons met stormgeweld Een woeste wereldzee ontstaan! (tegen Brand). Ik kom bij u!


BRANDGoed; ga dan mee!


(ontsteld terwijl zij in de boot springt)


DE VROUWENHelp Jezus!


(grijpt in wanhoop naar haar)


EJNARAgnes!


(komt toeloopen)


DE HEELE MENIGTEHalt! Terug!


BRANDWaar ligt je huis?


(wijst)


DE VROUWDaar, heel aan 't eind,... Ginds, hoog, achter die zwarte klip!


(De boot stoot van land).


(schreeuwt haar achterna)


EJNARDenk aan je moeder, allen thuis! O, red je!


AGNESGod is mee aan boord! (De boot zeilt uit. Het volk groepeert zich op de hoogten en kijkt haar na in groote spanning).


EEN MANHij klaart den hoek al!


EEN TWEEDENeen!


DE EERSTEJawel! Hij heeft 'm al achter zich aan lei!


DE TWEEDEEen valwind! Ha, die pakt hen net!


DE BALJUWKijk! Die gaat strijken met zijn hoed!


EEN VROUWAls ravenzwarte vlerken slaan Zijn natte haren in den wind!


DE EERSTE MANEn alles kookt en dampt!


EJNARWat was Die kreet, die door den storm heen sneed?


EEN VROUW't Kwam van de bergen.


(wijst naar de hoogte)


EEN TWEEDEDaar staat Gerd, Zij lacht en juicht van boven af!


EERSTE VROUWNu blaast zij op een bokkehoorn! En gooit met steenen naar beneê!


TWEEDE VROUWDaar gooit zij weer den hoorn weg En toetert door haar holle hand!


EEN MANJa, blaas en schreeuw maar, wilde heks, Die man weerstaat jouw kunsten wel!


EEN TWEEDEMet hem aan 't roer, durf ik voortaan In erger weer wel mee te gaan.


(tegen Ejnar)


DE EERSTEWat is hij?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 112 / 354


EJNARGeestlijke.


DE TWEEDEWat hij Dan wezen mag,... hij is een man! In hem steekt moed en kracht en trots.


DE EERSTEDàt zou voor ons een leeraar zijn!


(Zij verspreiden zich over de hoogten).


(zoekt zijn boeken en papieren bij elkaar)


DE BALJUWOnvormlijk is 't in elk geval Zich te bemoeien met die zaak, En zonder noodzaak in te grijpen, Zijn leven in gevaar te stellen,... Ik doe waarachtig ook mijn plicht,... Maar altijd binnen mijn district.


(af).


DE BALJUWBuiten de hut op de hooge landtong. Het is helder dag. Het water ligt stil en blank. Agnes zit beneden aan het strand. Even later komt Brand de deur uit.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 113 / 354


BRANDHij is dood. Verlost van allen Schrik en angsten voor het Oordeel, Ligt hij nu met kalme trekken Rustig en verlicht daar neer, Hoe kan toch een ijle illusie Nacht in zulk een dag herscheppen Van zijn helsche misdaad zag hij Enkel maar den buitenkant,... Dat, wat uit te spreken is,... Dat, wat handen kunnen grijpen,... Wat zijn naam een brandmerk opdrukt,... Zijn vergrijp aan 't doode kindje. Maar de twee, die vol van angst Starende met groote oogen, Als ineengedoken vogels, In den schoorsteenhoek gehurkt... Enkel zagen hoe hij deed Zonder te begrijpen wàt,... Zij, wier ziel daar werd een vlek Ingebrand, nooit uit te wisschen, Die niet uitslijt door den tijd, Ook al worden ze eenmaal grijsaards,... Zij wier levensstroom moet vloeien Uit die vreeslijke herinring,... Die in schaduw van zijn wandaad Moeten groeien, worden mensch,... Nooit 't afgrijselijk visioen Uit hun hersens kunnen branden... Aan die twee kon hij niet denken,... Niet aan hen, wie hij zijn erfdeel, 't Onheilvolle, achterliet... En van hen gaan wellicht uit Velen nog tot zonde en schuld... Waarom? Ondoorgrondlijk woord: Zij zijn kindren van zijn bloed! Wat wordt uitgewischt in stilte? Wat met zachte hand vereffend? Waar begint toerekenbaarheid Voor der oudren geestlijk erfdeel? Welk een rechtsdag, welk een rechter, Als eens komt de dag des Oordeels! Wie zal richten, wie getuigen, Waar een ieder schuldig is; Wie durft daar vertoonen 't oude Uitgesleten document? Wordt dàn 't antwoord aangenomen: Alle schuld ligt bij mijn vader?... Duizelingwekkend donkre raadsels, Niemand weet u op te lossen! Maar de massa zonder denken, Danst op 't randje van den afgrond. Alle zielen moesten beven,... Maar niet één uit duizend ziet er Welk een berg van schuld zich ophoopt Uit het kleine woordje: leven. (Enkele mannen uit het volk komen van achter het huis te voorschijn en naderen Brand).


EEN MANWe ontmoeten hier elkaar dus weer.


BRANDHij heeft geen hulp van noode meer.


DE MANZelf is hij nu verlost, gered; Maar binnen zitten er nog drie...


BRANDEn dan?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 114 / 354


DE MANVan 't beetje dat ons zelf Bedeeld werd, is hier wat voor hen...


BRANDGaf je alles ook,... maar niet je leven, Zoo weet, dan heb je niets gegeven.


DE MANZoo hij die nu gestorven is, Van daag gebrek geleden had, Om hulp geroepen uit zijn boot, Mijn leven had 'k voor hem gewaagd.


BRANDMaar zielenood is dat niet waard?


DE MANWij zwoegen hard, bedenk dat wel.


BRANDKeer dan je heele ziel maar af Van zonneschijn en sterrenglans; Kijk niet, als nu, met 't linkeroog Omhoog, terwijl je 't rechter keert Naar 't slijk, waar met gebogen rug Je 't juk zelf op je schouders drukt.


DE MANIk dacht dat u ons raden zou Ons te bevrijden van het juk.


BRANDJa, als 't maar kon!


DE MAN't Staat in uw macht.


BRANDIk zou...?


DE MANZoovelen spraken al En toonden vroeger ons den weg;... Zij wezen, maar u ging dien weg.


BRANDJe meent dat...?


DE MANDuizend woorden niet Zooveel uitwerken als een daad. Wij komen hier uit naam van 't dorp;... Wat ons ontbreekt is juist een man.


(onrustig)


BRANDWat wil je dan...?


DE MANKom hier bij ons Als onze leeraar.


BRANDIk?


DE MANU weet Toch vast wel dat wij zonder zijn?


BRANDO ja, 't is waar...


DE MANIn vroeger tijd Was 't dorp hier groot, nu is het klein. Ellende kwam met misgewas, Door ziekten stierf èn volk èn vee, En armoe sloeg er allen neer; De nood zong iedre ziel in slaap. Toen werd hier 't eten schaarsch en duur... En raakten we onzen leeraar kwijt!


BRANDVraag wat je wilt, alleen dit niet! Een zware plicht rust er op mij. Voor mij, des levens druk bewegen, Voor mij, der wereld open ooren. Wat moet ik hier? Hier tusschen rotsen Gekerkerd, heeft de stem geen macht.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 115 / 354


DE MANWaar 't woord weerkaatst wordt door de rotsen Klinkt zijn geluid nog langer na.


BRANDWie sluit zich op in donkre groeve Waar 't wijde land hem lokt en wenkt? Wie gaat er zand en steen beploegen Waar vruchtbaar land ligt voor de hand? Wie wil van pitten vruchten oogsten, Waar jonge boomen staan vol ooft? Wie tobt zich af in daaglijksch zwoegen, Waar 't licht eens Zieners in hem gloort?


(schudt het hoofd)


DE MANUw daad begreep ik,... niet uw woord.


BRANDVraag mij niets meer! Aan boord, aan boord! (wil gaan).


(treedt hem in den weg)


DE MANIs u het werk waarnaar u tracht, De roeping die daarginds u wacht Zoo dierbaar dan?


BRANDMijn leven zelf Is mij dat werk!


DE MANBlijf dan bij ons! (met nadruk). Gaf je alles ook,... maar niet je leven, Zoo weet, dan heb je niets gegeven.


BRANDIets is er dat men niet kan schenken; Dat is zijn innigst eigen zelf. Men mag den stroom niet binden, leiden, Niet stuiten 's geestes roepingsdrang,... Die wil voort, naar de groote zee.


DE MANAl loopt die dood in een moeras,... Als dauw bereikt hij toch de zee.


(kijkt hem scherp aan)


BRANDWie leerde je aldus te spreken?


DE MANDat deed u zelf in 't stormgebulder, Toen wild de zee sloeg over 't land, U, storm en zee trotseerend, 't leven Vertrouwde aan een dunne plank, Voor 'n arme zondaarsziel in nood. Toen heeft er meen'ge ziel getrild, Dan koud, dan warm, als zon en wind; Toen was 't als wekkend klokgelui... Misschien is 't alles morgen weg; Dan halen wij de feestvlag in, Die u voor ons geheschen heeft.


BRANDWaar kracht ontbreekt kan niets ontstaan. (hard). Wie niet kan wezen wat hij moet,... Zij dan in ernst maar wat hij kan; Zij dan geheel man van deze aard'.


(kijkt hem een oogenblik aan en zegt:)


DE MANWee u, die weggaand, dooft het licht; Wee ons, wien even 't licht opging!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 116 / 354


(Hij gaat weg; de anderen volgen hem zwijgend).


(kijkt hen lang na)


BRANDZwijgend, met gebogen nekken, Gaat de stille troep naar huis. Zwaar de hoofden, loom de voeten, Sleepend moe en droef zich voort; Ieder als belast met droefheid, Loopt als met een roe bedreigd, Loopt als aller menschen vader, Eens verjaagd uit 't Paradijs,... Loopt, als hij, met schuldig voorhoofd, Staart, als hij, in duisternis,... Draagt, als hij, verworven kennis... Van zijn blindheid het gemis; Menschen wilde ik, overmoedig, Scheppen nieuw en heel en rein;... Dát... een beeld van schuldbewustheid, Niet van God... heb 'k voortgebracht... Weg naar wijder horizonnen, Voor een held is hier geen ruimte! (hij wil gaan, maar blijft staan als hij Agnes aan het strand ziet zitten). Zie haar luisterend daar zitten, Of zij hoorde harpetonen. Luistrend zat zij in de boot ook, Toen die door de branding heensneed,... Luistrend hield zij vastgeklampt zich, Luistrend schudde zij het spattend Zeeschuim van haar reine voorhoofd, 't Is of zij niet met haar ooren Maar met de oogen zit te luistren. (nadert haar). Zijn het, meisje, soms de bochten Van de fjord, die je oogen volgen...?


(zonder om te kijken)


AGNESNoch van 't strand hier, noch van 't water; Aan mijn oog zijn beide onttrokken. Maar een grootre wereld zie ik, Klaarblank tegen 't blauw zich koeplend. Zeeën zie ik, breede stroomen, Zonneschijn door nevel scheemrend; Zie om wolkomfloersde toppen Purpervlammen spelend lichten; Zie een eindloos dorre vlakte,... Hooge palmen buigen wuivend Groene kruin in scherpe windvlaag, Werpen donkre schaduw van zich. Nergens leven... woest verlaten, Als een wereld, nieuw, in wording; En 'k hoor woorden luid-op klinken, Ik hoor stemmen tot mij spreken: 't Geldt je dood of je verlossing;... Voer het uit wat ik je opdraag: Deze wereld te doen leven!


(meegesleept)


BRANDZeg wat zie je méér nog!


(legt de handen op haar borst)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 117 / 354


AGNESIn mij Voel ik krachten gistend dringen, Voel ik bronnen bruisend zwellen, Zie 'k een nieuwen dag aanbreken. Als een wijde wereld breidt zich Uit mijn hart, naar alle kanten, En 'k hoor stemmen mij bevelen Déze wereld te doen leven. Al mijn denken dat zal worden, Iedre daad die 'k doen zal, leeft er, Fluistert, ademt, blij ontwakend, Of het barensuur voorbij was; En ik voel, méer dan ik zie ginds, Hem daarboven zich verheffen, Liefdevol met diepe smart; Licht en zacht als 't ochtendblozen, En bedroefd tot in den dood toch; En 'k hoor woorden luid-op klinken: Scheppen moet je en zelf herleven; 't Geldt je dood of je verlossing... Voer het uit, wat ik je opdraag!


BRANDIn je, in je! Ja dàt is het! Dáárheen wijst het. Dat 's de richting, 't Eigen hart,... dàt is de wereld, Die, herboren, rijp voor God is; Waar des willens gier moet sterven, Nieuwe Adam 't licht aanschouwt. Laat de wereld dan haar gang gaan, Onder zwoegen of gezang;... Maar als wij in botsing komen... Als mijn arbeid zij bedreigt,... Dan, bij God, dan sla ik toe! Plaats op heel de wijde aarde Om geheel zich zelf te zijn,... Dat mag ieder mensch toch eischen, En ik vraag geen ander recht!


(denkt een oogenblik na en zegt dan:)


BRANDOm geheel zich zelf te zijn!... Maar zijn erflijke belasting? (staat op en kijkt uit). Wie is zij die ginder aankomt Stromplend over ruige hoogten, Krom en stram, het hoofd gebogen? Even blijft zij hijgend staan, Steunt zich om niet òm te vallen, Grijpt er met de schrale vingers Haastig in haar diepe zakken, Of een schat zij bij zich draagt. Om haar mager, dor gebeente Slingert slap, als veeren, 't kleed; Krom als klauwen zijn haar handen; Lijkt een arend, vastgespijkerd, Hangend aan een voorraadschuur.


(plotseling angstig).


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 118 / 354


BRANDWelk een ijskoû van herinring, Welk een sfeer van 't droef verleden Trilt verkillend om die vrouw daar,... Trilt verkillender nog in mij...? Groote God! Het is mijn moeder! BRANDS MOEDER (komt naar boven, blijft op den berg staan, half zichtbaar, houdt de handen beschuttend voor de oogen en kijkt rond). Hier moet hij wezen. (komt nader). Hè, dat zonlicht! De duivel haal 't... 't maakt mij half blind. Zoon, ben jij daar?


BRANDJa.


(knipt met de oogen)


DE MOEDERHuuh, die zon, Die brandt en steekt de oogen uit; Je kunt geen mensch meer onderscheiden.


BRANDToen 'k thuis was zag ik nooit de zon, Van 't najaar tot de koekoek riep.


(lacht stil)


DE MOEDERNeen, daar is 't goed. Daar vriest het lekker, Een ijsklomp wordt je er zelf bijkans; Dat maakt je sterk, en wàt je ook durft Dat doe je en vindt dat 't ook wel mag.


BRANDGegroet. Vaarwel. Mijn tijd is kort.


DE MOEDERJa, jij bent altijd kort geweest. Als jongen liep je hier van daan...


BRANDDat 'k weg ging dunkte u ook het best.


DE MOEDERJa, 't was wat anders toen of nu; 't Was noodig dat je priester werdt.


(bekijkt hem nauwkeuriger).


DE MOEDERNu, hij 's groot en sterk opgegroeid. Maar 'k bid je, let nu op mijn woord,... Pas op je leven!


BRANDAnders niet?


DE MOEDERJe leven, ja? Wat dan nog meer?


BRANDIk meen: is u voor dezen raad Alleen gekomen?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 119 / 354


DE MOEDERWeet je er meer, Zoo volg ze. Maar bewaar je leven Voor mij; ik heb 't je toch gegeven. (boos). 't Is wijd bekend wat je gedaan hebt; En 't heeft dood-angstig mij gemaakt. Op zee van daag! Roekloos te wagen Wat jij voor mij bewaren moest. Jij bent van ons geslacht de laatste. Jij bent mijn zoon, mijn vleesch en bloed. Jij bent de sluitsteen van 't gebouw, Dat 'k stuk voor stuk heb opgetrokken. Sta vast, wees sterk; hoû vast aan 't leven Bewaar het goed! Vergeet je niet! 't Is voor een erve plicht te leven,... En jij zult eens de mijne zijn...


BRANDZoo? Moest u daarvoor hierheen komen, En mij met volle zakken lokken?


DE MOEDERZoon, ben je dol! (wijkt terug). Blijf waar je bent! Kom niet hierheen! 'k Sla met mijn stok! (kalmer). Wat wou je daarmee zeggen?... Hoor! 'k Word oud, en ouder ieder jaar; Dat is per slot de weg naar 't graf; Dan krijg jij al wat ik bezit; Het ligt geteld en afgewogen... Ik heb niets bij mij!... Thuis ligt alles Wat 'k heb. En heel veel is het niet; Maar wie het krijgt is toch geen beedlaar... Blijf waar je bent! Kom niet hierheen!... 'k Beloof je dat 'k niets zal verstoppen In spleten, of begraven zal Op plekken die er niemand kent,... Of tusschen steenen, onder vloeren, In muren, iets verbergen zal... Jij erft, mijn zoon, geheel alleen, Het heele erfgoed, zonder deelen


BRANDOp welke voorwaarde?


DE MOEDEROp ééne, Verspil niet roekeloos je leven, Dat 't goed kan gaan van zoon op zoon; Ik eisch er voor geen ander loon. En zorg er voor dat niets verkwist wordt;... En niets verdeeld of losgemaakt wordt;... Vermeerder je bezit of niet; Maar waak er over, jaar op jaar!


(na een korte pauze)


BRANDEén ding wou 'k opgehelderd zien; Van jongs af was 'k met u in strijd;... Gij waart geen moeder, ik geen zoon, Tot dat u oud was en ik man.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 120 / 354


DE MOEDERIk vraag van jou geen liefgedoe. Wees wat je wilt; het deert mij niet, Wees hard, wees ruw, zoo koud als ijs;... Het raakt mijn koude kleeren niet; Hoû maar alleen je erfdeel vast... Als dat maar blijft in ons geslacht!


(komt een stap naderbij)


BRANDEn als 'k integendeel van plan was 't In alle winden uit te strooien?


(tuimelt achteruit)


DE MOEDERDat wat mij menig zwoegend jaar Den rug kromde en vergrijsde 't haar!


(knikt langzaam)


BRANDUitstrooien, ja.


DE MOEDERDan strooi je ook Mijn ziel in alle winden uit!


BRANDEn als ik het nu toch eens doe? Als 'k bij uw bed eens 's avonds sta, En kaarsen om uw doodsbed branden, Als u, met 't psalmboek in de handen, Den eersten nacht uw doodsslaap slaapt,... Als 'k dan ga grabb'len, snuflen, zoeken, En voor den dag haal heel den schat,... Als 'k dan den brand er eens in steek...?


(komt in spanning naderbij)


DE MOEDERHoe kom je aan die gedachte, zeg?


BRANDHoe? Zal ik 't zeggen?


DE MOEDERJa! Zeg op!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 121 / 354


BRANDDoor wat me als kind eens overkwam, En 'k nooit daarna vergeten kon; Dat in mijn ziel drong en er bleef Als de ijzeren pijlpunt in een wond. 't Was herfst en avond. Vader dood. U ziek. Ik sloop naar binnen stil, Waar hij lag, bleek, bij kaarsenschijn. Ik stond en staarde uit een hoek Naar hem, met 't psalmboek in de hand; Het vreemdste vond ik 't diepe slapen, En zijn zoo dun geworden polsen; En 'k rook den geur der kille lijkwâ;... Toen hoorde ik loopen op 't portaal,... Een vrouw kwam binnen, zag mij niet,... Liep rechtstreeks op het doodsbed toe. En grabb'lend ging zij toen aan 't zoeken;... Eerst opgelicht 't hoofd van den doode, Daar kwamen pakken onderuit,... Zij telde, fluistrend: meer toch, meer! Toen groef zij uit de beddekussens Een pak, met touwen dichtgebonden. Zij scheurde, trok, met woeste rukken, Beet met haar tanden 't touw aan stukken. Toen groef zij weer. Zij vond nog meer,... Doch telde fluistrend: meer toch, meer! Zij schreide, klaagde, vloekte, bad, Steeds zoekend naar een spoor van meer...! En vond ze iets,... met een jubelkreet Schoot ze als een valk los op haar prooi. Op 't laatst was iedre schuilhoek leeg. Als een verdoemde sloop zij heen, Haar schat geborgen in haar schort. En steunend zacht: dàt 's alles dus!


DE MOEDERGroot was mijn vordring, schraal mijn vondst, En die had 'k meer dan duur betaald.


BRANDToch kwam 't u duurder nog te staan, Mijn kinderhart ontstal het u.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 122 / 354


DE MOEDERNu ja. Zoo is van ouds 't gebruik. Men koopt zijn goed met ziel en bloed. 'k Betaalde een hoogen prijs terstond; Mijn jonge leven zette ik in. Ik gaf iets dat nu is verwelkt... Iets vluchtigs, dunkt me, als zonneschijn,... Onnoozel ook, maar toch zoo mooi;... Ik gaf wat 'k nauwlijks nu meer weet,... 'k Geloof dat het liefde werd genoemd... Ik weet 't nog goed. Mijn strijd was zwaar; En 'k weet ook goed nog vaders raad: Vergeet dien jongen; neem den andren, Wat deert 't al is de vent wat oud; De kerel heeft een goed stel hersens, Verdubb'len kan hij zijn bezit!... Ik nam hem, maar kreeg stank voor dank. Zoo ver heeft hij het nooit gebracht. Maar ik heb jaren lang gezwoegd, Zoodat 't er nu wel bijna is.


BRANDBedenkt gij ook, zoo dicht bij 't graf Dat gij uw ziel daarbij verkocht?


DE MOEDERDat 'k dàt bedacht blijkt uit het feit Dat ik jou priester worden liet. Als de ure komt, zorg voor mijn heil, In dank voor wat ik achterlaat. Mijn is het zuur verdiende goed, En jij hebt macht en 't troostend woord.


BRANDHoe wijs ook, hebt ge u toch vergist, Gij zaagt mij nog als eertijds thuis. Met ouderliefde van die soort Gaan velen met hun kindren om. Zij zien in 't kind maar een beheerder Van al hun nagelaten rommel. Een bleeke straal van de eeuwigheid Gaat langs hun denken nu en dan. Daar grijpen zij dan naar en denken Dat zij hem al te pakken hebben; Dat dood en leven dan vereend zijn Als 't erfgoed in 't geslacht bewaard blijft, En de eeuwigheid, als som, hun deel wordt Van de opgelegde reeksen jaren.


DE MOEDERVorsch niet naar wat je moeder denkt, Maar neem op tijd je erfgoed aan.


BRANDEn dan de schuld?


DE MOEDERSchuld? Welke schuld? Er is geen schuld.


BRANDNu goed; maar als Er schuld was,... moest 'k die overnemen En alles afdoen, en vereff'nen. Een zoon moet op zijn moeders graf Aan alle vordringen voldoen; Waar' 't huis ook leeg als ik 't betrok,... Toch erfde ik uw schuldenboek.


DE MOEDERDat eischt geen enkle wet.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 123 / 354


BRANDNiet een Geschreven wet met pen en inkt; Maar in elk eerlijk kinderhart Staan andre wetten ingegrift,... En aan die wetten zal 'k voldoen. Verblinde vrouw, o leer toch zien! Gods tempel hebt ge in u vernederd, Uw zieleleen hebt gij verdaan. Het aardsche beeld, dat hij u schonk, Met slijk en schimmel oversmeurd; De geest, die eenmaal was gevleugeld, Hebt gij gekortwiekt in 't gedrang. Dàt is uw schuld. Waar wilt gij heen, Als God de Heer het zijne opeischt?


(schuw)


DE MOEDERWaarheen ik wil? Waarheen?


BRANDVrees niet; Uw zoon neemt al uw schuld op zich. Gods beeltenis, die gij vertrapt hebt, Zal in mij, klaar, verreind, verrijzen! Ga kalm maar rusten bij de dooden, Mijn moeder zal met schuld niet slapen;... Ik delg de schuld.


DE MOEDERMijn schuld en zonden?


BRANDUw schuld alléén. Let op mijn woord. Uw zieleschuld zal 'k op mij nemen; Maar voor uw zonden komt gij op. 't Bedrag van 't menschelijke Wezen, Dat onderging in 't aardsche sloven, Kan door eens andren goeden wil Volledig worden afbetaald; Maar dàt het onderging is zonde; Alleen berouw helpt daar... of sterven!


(onrustig)


DE MOEDERHet beste ben ik toch maar thuis In schaduw van mijn gletscherdak; Hier in dien zwoelen zonneschijn Ontkiemen giftige gedachten, Wier geur een mensch al duiz'lig maakt.


BRANDZoek maar de schaduw; ga naar huis. En voelt ge uw laatste ure komen, En wilt ge dat 'k u licht zal brengen, Zend dan om mij, en ik zal komen.


DE MOEDERJa, jij, met je verdoemingswoorden!


BRANDNeen, warm als zoon, als priester zacht, Weer 'k schrik en angsten van u af. En aan uw sponde, met gezang, Doof ik den koortsgloed in uw bloed!


DE MOEDERBeloof je mij dat op je woord?


BRANDIk kom in de ure van berouw. (dichter bij haar). Maar ook één voorwaarde heb ik. Van wat u nog aan de aarde bindt, Moet gij vrijwillig afstand doen, En zonder iets ten grave gaan.


(slaat wild naar hem)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 124 / 354


DE MOEDERGebied den gloed van 't vuur te scheiden, De sneeuw van vorst, van water vocht!


BRANDGooi in de fjord al uw bezitting, En bid dat God die daad moog' zeegnen.


DE MOEDEREisch wat je wilt; eisch honger, dorst,... Maar niet wat 't allerzwaarste weegt!


BRANDWordt 't zwaarste offer niet gebracht Dan baat ook 't mindre iemand niet.


DE MOEDER'k Geef zilver in het offerblok!


BRANDAlles?


DE MOEDERIs veel dan niet genoeg.


BRANDVoor u geen andre boete dan Als Job te sterven, arm en naakt.


(handenwringend)


DE MOEDERMijn tijd verspild, mijn ziel verdoemd, Mijn geld en goed weldra verstrooid! Naar huis dan, en aan 't hart gedrukt Al wat nù nog mijn eigen is! Mijn goed, mijn smartekind, mijn goed,... Voor jou reet ik mijn borst aan bloed;... Naar huis nu, waar 'k met moederklacht Bij 't zieke kindje houd de wacht. Waarom werd ik in 't vleesch geboren Als gaat, door 't vleesch mijn ziel verloren?... Blijf in mijn buurt, zoon! 'k weet nog niet Wat 'k doen zal als mijn ure komt. Moet 'k bij mijn leven 't àl verliezen,... Dan wil 'k toch tot het laatste wachten, (af).


(kijkt haar na)


BRANDJa, je zoon zal bij je blijven, Wachten op het boete uur, Zal verwarmen je oude, koude Hand, als zij wordt uitgestrekt.


(gaat naar Agnes toe).


BRANDDe avond lijkt niet op den morgen, Toen was heel mijn ziel vol strijdlust, Verweg hoorde ik krijgsgezangen, 't Zwaard des toorns wilde ik zwaaien, Leugens dooden, 't kwaad verstikken, Ja, verpletteren heel de wereld!


(heeft zich omgekeerd en kijkt hem aan met helderen blik)


AGNES't Ochtenduur was bleek voor mij Toen ik leugen wilde en spel; Wilde winnen, wilde scheppen, Wat gewin was te verliezen!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 125 / 354


BRANDHooge droomen, mooie droomen, Vlogen aan als wilde zwanen, Hieven mij op breede wieken. Verweg zag 'k mijn levensbanen, Als der menschen schuldbedwinger In het drukke wereldwoelen. Zag processies' vrome pracht, Hymnen, wierook, zijden vanen, Gouden schalen, zegezangen, 't Juublend roepen van zoo velen, Schittrend om mijn levenstaak. Alles lag zoo lokkend, rijk;... Doch het was maar een visioen, Maar een lichtend vergezicht, Half in zon- en weerlichtschijn... En nu sta 'k waar de avond neerdaalt Lang vóór nog de dag ten eind is,... Tusschen hoogen berg en fjord, Afgesloten van de wereld, Met een enkel streepje hemel,... Maar 'k sta op geboortegrond. 't Zondagslied is uitgezongen; Afgezadeld wordt mijn strijdros; Doch ik zie een hooger doel, Dan een kamp met 't ridderzwaard,... Slovend dagwerk, daagsche plicht Word' tot Zondagswerk geadeld


AGNESEn die God die vallen moest?


BRANDVallen zal hij even goed,... Maar nu heimlijk, stil verborgen, Niet in 't openbaar voor allen. Duidlijk zie 'k nu dat ik dwaalde, Toen 'k langs dien weg heil verwachtte. Geen luidruchtig, machtig handlen Brengt het menschdom tot bekeering. Eigenschappen, rijk, te ontwikk'len Baat niet voor zijn zielekwalen. 't Is de wil hier die het doen moet! Willen doodt of kan bevrijden, Willen, gansch, in alle dingen, In het zware, als in het lichte... (keert zich om naar den kant van het dorp, waarover de avondschaduwen al beginnen te vallen). Komt dan mannen, moeizaam schrijdend Door de donkre enge dalen;... Nauw vereend in samenwerking Laat ons 't loutringswerk beproeven, Halfheid neerslaan, leugen smoren, Jongen, sterken wil opwekken! Slaat de hand aan hak of zwaard, Beide is eervol, mannen waard; Eén is 't doel,... wij moeten worden Taaf'len, waarop God kan schrijven.


(Wil weggaan. Ejnar komt hem tegen).


EJNARWacht, en geef wéér wat je nam!


BRANDMeen je haar? Daarginder zit zij.


(tegen Agnes)


EJNARKies nu tusschen lichte ruimten Of dit somber droefheidsoord!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 126 / 354


AGNES'k Heb geen keuze meer te doen.


EJNARAgnes, Agnes, luister toch! Denk wat 't oude spreekwoord zegt: Licht te heffen, zwaar te dragen.


AGNESAl je lokken kan niet baten; Dragen moet ik tot het einde.


EJNARDenk aan allen die je liefhebt!


AGNESGroet mijn moeder, allen thuis; 'k Schrijf zoodra ik woorden vind.


EJNARBuiten op de blanke waat'ren Zeilen vlugge schepen uit;... Als verlangens, droomgedachten, Jagen, vlieden hooge stevens, Schuimbesprenkeld, om te landen, Verweg, in een sprookjesland!


AGNESZeil naar 't Westen of naar 't Oosten;... Denk aan mij als waar 'k begraven.


EJNARAgnes, ga mee als mijn zuster!


(schudt het hoofd)


AGNESTusschen ons zijn wereldzeeën.


EJNARNaar je moeder dan... naar huis!


(stil)


AGNESWeg van leeraar, broer en vriend...?


(komt een stap nader)


BRANDJonge vrouw, bedenk je wel. Tusschen bergen ingeklemd, Onder schaduwdak van rotsen, In der spleten halfnacht-duister, Zal mijn leven voortaan wezen Als een sombre winterdag.


AGNES't Duister angstigt mij niet langer, Sterren breken door de wolken.


BRANDWeet dat 'k streng ben in mijn eischen, Alles vorder ik of niets. Als je afwijkt van den weg, Is je leven als verong'lukt. Hoop niet mij iets af te dwingen, Geen toegeeflijkheid voor zonde;... Kan het leven niet volstaan, Moet je ook dàt vrijwillig off'ren!


EJNARO, ontvlucht dat wilde spel! Vlied den man dier sombre leer, Leef zooals je leven kunt!


BRANDKies;... je staat nu op het kruispunt. (af).


EJNARKies nu tusschen storm of stilte! Gaan of blijven is de keus. Kies nu tusschen vrede en zorgen, Kies nu tusschen nacht en morgen, Dood of leven zij je keus!


(staat op en zegt langzaam)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 127 / 354


AGNESIn den nacht. En door den dood... Ginds ver schemert morgenrood.


(Zij volgt den weg dien Brand ging).


AGNES(Ejnar kijkt haar een oogenblik als verloren na, buigt dan het hoofd en gaat den weg die naar de fjord voert weer af).

EINDE VAN HET TWEEDE BEDRIJF

Derde bedrijfBokRobot · Pagina 128 / 354

Derde bedrijf


Drie jaar later. Een klein tuintje door steenen ommuurd bij de pastorie gelegen aan den voet van een hoogen bergrug. De fjord ligt nauw en ingesloten op den achtergrond. De huisdeur opent in den tuin. Namiddag.


Brand staat op de trap voor het huis. Agnes zit op een lagere tree.


AGNESMijn lieve man, alweder dwaalt Je oog zoo angstig naar de fjord...


BRANDIk wacht bericht.


AGNESJe bent onrustig!


BRANDVan moeder wacht ik steeds bericht. Drie jaar heb ik nu al vertrouwend Bericht gewacht, dat nooit nog kwam. En morgen zoo werd mij gezegd, Is mooglijk wel haar uur geslagen.


(zacht en liefdevol)


AGNESJe moest maar op geen boodschap wachten.


(hoofdschuddend)


BRANDBerouwt zij hare zonden niet Dan heb ik ook geen woord van troost.


AGNESZij is je moeder.


BRANDEn zou ik daarom In haar afgoderij aankweeken?


AGNESBrand, je bent hard!


BRANDVoor jou?


AGNESO, neen!


BRAND'k Voorzei je een weg vol moeilijkheid.


(glimlacht)


AGNESHet sloeg niet in; je hieldt geen woord.


BRANDJawel, het is hier scherp en koud; Je wangen worden smal en bleek; Je bent te teer voor dit klimaat. Niets kan gedijen om ons huis, Dan ijs en sneeuwval, rots en gruis.


AGNESZooveel te veil'ger ligt het hier. Zóó ver reikt al de gletscher nu Dat hij in 't voorjaar, voortgestuwd Naar 't dal, over ons dak heenschrijdt, En ongedeerd ons huis blijft staan, Als in een welvend waterhol.


BRANDEn 't zonlicht dat nooit reikt tot hier.


AGNESDat danst daar toch zoo warm en blij En tintlend op den bergrug ginds.


BRANDDrie weken, ja... als 't zomer is,... Maar zelfs zijn voet bereikt het nooit.


(kijkt hem strak aan, staat op en zegt:)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 129 / 354


AGNESEr is iets dat je angstig maakt!


BRANDNeen, jou!


AGNESNeen jou!


BRANDJe hebt een angst, 'n Geheimen angst.


AGNESEn jij ook, Brand!


BRANDJe duizelt, als voor 'n diep ravijn! Spreek toch! Wat is 't?


AGNESIk beef somtijds... (houdt op).


BRANDJe beeft! Voor wie dan wel?


AGNESVoor Alf.


BRANDVoor Alf?


AGNESBrand, jij ook!


BRANDSomtijds, ja! Maar neen, dat doet God ons niet aan! God is toch goed! Mijn kleine vent Groeit sterk en flink er wel doorheen. Waar is hij nu?


AGNESHij slaapt.


(kijkt naar binnen)


BRANDOch, kijk, Hij droomt niet van ellende en smart; Zijn handje is mollig, dik en rond.


AGNESMaar bleek.


BRANDJa, bleek; maar dat gaat over.


AGNESWat ligt hij rustig nu te slapen.


BRANDGod zegen je! Slaap je gezond! (sluit de deur). Met jou en hem, kwam vrede en licht, Verlichtend al mijn daaglijksch werk. Wat moeilijk was, elk droevig uur, Werd met je beiden licht en blij. Bij jou ontviel mij nooit de moed, En kracht gaf mij zijn kinderspel. Als martlaar nam 'k mijn roeping op, Maar zie, hoe 't al zich heeft gekeerd, Hoe nu 't geluk schijnt op mijn pad...


AGNESJa, Brand, jij bent 't geluk ook waard, Je hebt gestreden en ontbeerd, Geduld, geleden, je afgetobd; 'k Weet dat je, stil, vaak hebt geschreid...


BRAND't Is zoo... maar alles leek mij licht; Met jou trok hier de liefde binnen, Als warme voorjaars-zonneschijn. Die had ik nooit nog leeren kennen, Noch vader gaf mij die, noch moeder. Liefst doofden zij het enkle sprankje Dat nu en dan uit de asch opglom. Het was of al de schat van warmte, Die 'k stil verborgen in mij droeg, Was opgespaard tot glorieschijn, Om hem en jou, mijn lieve vrouw!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 130 / 354


AGNESNiet om ons beide alleen... om allen Die nu tot de onzen hier behooren; Wie droevig is, in nood verkeert, Wie lijdt of schreit, 't zij vrouw of kind, Een ieder wordt gelaafd, gesterkt, Door wat hun biedt je rijke ziel.


BRANDMaar toch door jou en hem. Den geest Van goedheid, zachtheid, bracht je mij. Geen ziel kan allen liefde geven, Die niet één enkle liefhad eerst; 'k Moest zóó lang smachten en ontberen, Dat heel mijn hart werd als een steen...


AGNESEn nòg... je liefde is nog niet zacht; Je liefkoozing wordt vaak een slag.


BRANDVoor jou ook, Agnes?


AGNESNeen, mijn liefste; Licht was wat jij mij gaf te dragen;... Maar menigeen, verliet je al, Om 't: niets of alles, dat je eischt!


BRANDWat er zoo liefde wordt genoemd, Dat wil ik niet en ken ik niet. Gods liefde ken ik maar alleen, En die is zoomin week als zacht; Die is als doodsverschrikking hard, En als die liefkoost wordt 't een slag. Welk antwoord gaf God in den hof, Toen hem zijn zoon in doodsangst bad: Neem weg dien drinkbeker, mijn God! Ontnam hij hem dien smartkelk toen? Neen, kind, hij heeft dien gansch geledigd.


AGNESAch, met zulk een maat gemeten Kan geen enkle ziel bestaan.


BRANDGeen mensch weet wien verdoemnis treft. Toch staat in vlammend schrift geschreven: Wees trouw tot de allerlaatste proef, Geen halfheid wint de levenskroon! 't Is niet genoeg 't angstzweet te voelen, De vuurproef zelf moet gij doorstaan. Dat gij 't niet kunt wordt u vergeven, Maar nimmermeer dat gij niet wilt.


AGNESJa, zeker, ja, zoo moet het wezen. O, hef mij op, dat 'k mét je opstijg; O, leid mij naar je hooge sferen; Sterk is mijn wensch, maar slap mijn moed. Vaak grijpt mij de angst, ik voel mij duiz'len, En moe en aardtraag sleept mijn voet.


BRANDKijk, Agnes, voor een ieder geldt De eisch: geen halfheid laf en slap! Veroordeeld is àl wat je doet Als 't half maar is, of voor den schijn. Tot wet moet deze leer je worden: Met woorden niet, maar met het leven.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 131 / 354


(valt hem om den hals)


AGNESWaar jij gaat, volg ik op den voet! Voor twee is er geen rots te steil. (De dokter is den berg afgekomen en blijft voor de tuinomheining staan).


DE DOKTERZoo duifjes, hier aan 't trekkebekken Op deze woeste, grauwe rotsen?


AGNESMijn oude dokter, is u hier? O, kom toch binnen!


(loopt naar beneden en opent het hek).


DE DOKTERNeen, dàt niet! Je weet wel, 'k ben nog altijd boos! Gaan wonen hier, op zulk een plek, Waar sneeuw en ijs en winterstorm Een mensch door ziel en lichaam snijdt...


BRANDNiet door de ziel.


DE DOKTERZoo, niet? Och kom! 't Is waar, het ziet er haast naar uit, 't Lijkt waarlijk of je snel verbond Op hechten, vasten grondslag rust; Hoewel, zooals het spreekwoord zegt, Wat snel gebouwd wordt, snel vergaat.


AGNESEen zonnekus, een klokkenklank Kan wekken soms een zomerdag.


DE DOKTERVaartwel. 'k Moet naar een zieke toe.


BRANDMijn moeder?


DE DOKTERJa. Gaat u soms mee?


BRANDNu niet.


DE DOKTERWas u er al?


BRANDNog niet.


DE DOKTERU is wel hard. Door wind en sneeuw Kwam ik over den berg gezwoegd, Ofschoon ik weet dat er van haar Geen hongerloontje overschiet.


BRANDGod zeegne uw kennis en uw vlijt. Maak, als u kan, haar 't sterven licht.


DE DOKTERGods zegen op mijn wil; ik kwam Zoodra 'k in nood geroepen werd.


BRANDZij zond om u; maar niet om mij;... Ik wacht, en wacht in zieleangst.


DE DOKTERWacht langer niet!


BRANDVóór ze om mij zendt Heb ik daar ginder niets te doen.


(tegen Agnes)


DE DOKTERJij arm klein vrouwtje, toevertrouwd Aan zulker harde handen macht!


BRANDIk bèn niet hard.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 132 / 354


AGNESHij gaf zijn bloed Als 't voor haar ziel vergifnis bracht!


BRAND'k Nam als haar zoon en erfgenaam Vrijwillig al haar schulden op mij.


DE DOKTERDelg uw eigen schuld!


BRANDVoor God kan Wel één de schuld van velen delgen.


DE DOKTERMaar niet door één, die zelf een beedlaar, Tot over de ooren steekt in schulden.


BRANDOf rijk, of beedlaar;... 'k wil geheel,... En meer dan dàt behoeft er niet!


(kijkt hem strak aan)


DE DOKTERJa, van uw wil het quantum satis Staat mooi en duidlijk wel geboekt,... Maar, Brand, uw conto caritatis Dat is een onbeschreven blad. (af).


(volgt hem een oogenblik met de oogen)


BRANDGeen woord werd ooit zoo neergesleurd In leugens, als men 't liefde doet;... Dat leggen zij met Satanslist Als sluier over slappen wil; Bedrieglijk dekken zij daarmee Hun wuft en ijdel levensspel; Is smal het pad en glad en steil, In liefde wordt u dat verkort; Gaat men den breeden zonde-weg Blijft hoop op liefde toch bestaan,... Men ziet zijn doel, maar mijdt den strijd... Door liefde wordt 't toch nog bereikt; En dwaalt gij, beter wetend toch,... In liefde vindt ge een toevluchtsoord!


AGNESJa, dat 's verkeerd, en toch ik moet Mij vaak afvragen: is het zoo?


BRANDEén ding vergeet je; eerst de wil Voldoet den dorst der wet naar recht. Eerst willen moet je, niet alleen Wat mooglijk is in 't groot en 't klein, Niet enkel waar er aan de daad Veel moeite vast is en bezwaar,... Neen, willen moet men sterk en blij, Door allen schrik en angsten heen. Niet dàt is martlaarschap, in pijn Aan 't kruishout stervend te vergaan, Maar 't willen van dien dood aan 't kruis, Te willen al dien angst en nood, Te willen al die zielepijn, Dat eerst brengt je verlossing aan.


(vlijt zich dicht tegen hem aan)


AGNESKomt eens voor ons de zware proef,... O spreek dàn, jij, mijn sterke man!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 133 / 354


BRANDNa zulk een zege van den wil Komt dan der liefde heerlijkheid, Dan daalt zij neer als witte duif Met een olijftak, levensboô. Maar hier, bij 't slappe, lakse volk, Is de allerbeste liefde haat! (verschrikt). Haat! Haat! Een wereldstrijd te willen Ligt in dit ééne korte woordje!


(gaat haastig het huis binnen).


(kijkt door de open deur)


AGNESNu knielt hij bij zijn kleinen vent En wiegelt 't hoofd als schreide hij; Hij drukt zich tegen 't bedje aan Als iemand die geen uitkomst weet... O, wat een schat van liefde woont Er in die sterke manneziel! Alf heeft hij lief, dat màg, want 't kind Is nog door zonde niet besmet. (ontzet opspringend). Op springt hij... wringt de handen... O! Wat ziet hij? Hij is doodlijk bleek!


(buiten op de trap)


BRANDKwam niemand nog?


AGNESNeen, nog geen mensch.


(kijkt achterom in het huis)


BRANDZijn huid is gloeiend heet en droog; Zijn slapen kloppen, polsen jagen...! Niet bang zijn, kind!


AGNESO, die gedachten!


BRANDNeen, vrees maar niets... (roept over den weg). Daar zie ik iemand!


(door het tuinhek)


EEN MANNu moet u komen!


BRANDDaadlijk, ja! Wat is je boodschap?


DE MAN'k Weet niet recht; Zij zat in bed op, boog voorover En zei: ga nu den priester halen; Mijn half bezit is voor de kerk


(terugwijkend)


BRANDDe helft maar! Neen! Zeg neen!


(hoofdschuddend)


DE MANDan zou 'k Mijn boodschap niet goed overbrengen.


BRANDDe helft! De helft! 't Moest alles zijn!


DE MANDat kan wel zijn; maar luid en klaar Zei zij dat woord. 'k Vergis mij niet.


(grijpt zijn arm)


BRANDDurf je op den Oordeelsdag getuigen Voor God, dat zij die woorden zei?


DE MANJa.


(vast)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 134 / 354


BRANDGa, en breng dit antwoord over,... Geen priester komt, geen sacrament.


(kijkt hem onzeker aan)


DE MANU heeft mij vast niet goed begrepen, 't Is van uw moeder dat ik kom.


BRANDIk weet van geen tweeledig recht Voor vreemden of voor eigen volk.


DE MANDat woord is hard.


BRANDZij weet het wel, 't Was alles offeren of niets.


DE MANO!


BRANDZeg dat 't kleinste klompje goud Toch evenzeer een afgod blijft.


DE MANZoo zacht als 'k eenigszins maar kan Breng 'k haar dit geeslend antwoord over. Haar blijft tot troost dit ééne dan: Dat God niet zóó hard is als u! (af).


BRANDJa, deze troost blies vaak genoeg Zijn pestlucht door de wereld heen. Met jammerklacht van ach en wee Snoert men den rechter dan den mond. Natuurlijk! Zoo behoort het ook! Men kent hem immers al zoo lang;... Men weet zoo goed hoe te allen tijd Den oude zich beknibb'len laat. (De man heeft buiten op den weg een anderen ontmoet; zij komen samen terug).


BRANDNieuw bericht?


EERSTE MANJa.


BRANDWat dan nu?


DE TWEEDE't Zou negen tienden dan nu zijn.


BRANDNiet alles?


DE TWEEDENeen.


BRANDIk zei het al: Geen priester en geen sacrament.


DE TWEEDEZij heeft geleden en geboet...


DE EERSTEKom mee, zij is uw moeder toch!


(knijpt de handen samen)


BRANDIk màg niet met twee maten meten... Eén maat voor eigen volk en vreemden.


DE TWEEDEDe zieke lijdt in angst en nood, Kom, zend haar een verzoenend woord.


(tegen den eerste)


BRANDGa, zeg de zieke wat 'k gebood: Voor haar wijd ik noch wijn, noch brood.


(De mannen gaan heen).


(vlijt zich tegen hem aan)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 135 / 354


AGNESSoms beef ik voor je levenslot: Je gloeit als 't vlammend zwaard van God.


(met tranen in zijn stem)


BRANDStaat heel de wereld dan ook niet Vijandig tegenover mij, En wondt mijn ziel ten bloede toe Met al haar koppig, laks verzet?


AGNESZwaar zijn de eischen die je stelt.


BRANDStel, als je durft, er zachtre voor.


AGNESMeet met dien maatstaf wien je wilt En zie of iemand kan voldoen.


BRANDNeen, dáárin heb je, eilaas, gelijk. Zoo dwars, zoo dom, zoo leeg, zoo slecht, Is 't heele menschdom tegenwoordig. Vermaakt iemand bij wilsbeschikking Doch ongenoemd, zijn geld en goed, Men prijst hem daadlijk hemelhoog. Neem weg den naam van menig held, Laat hem alleen wat hij volbracht, Doe keizers, vorsten 't zelfde aan En zie wat er dan overblijft. Laat 'n dichter uit hun kooitje heimlijk Zijn schoonheidsvogels laten glippen, Dat niemand denk' dat hij hun gaf Een stem en gulden veerendos... Grijp groenen of wel dorren tak: Opoff'ring vindt men bij geen een. Door alles heen 't aardslaafsche denken;... Elk klampt in wilden angst zich vast Aan 't zwakke rankje van zijn leven. Begeeft hem dit, waar de afgrond gaapt... Klauwt hij met nagels zich nog vast.


AGNESEn zulk een diep gevallen volk Roep je nog toe; het al of niets!


BRANDWie zege wil, moet daarvoor strijden; Wie 't diepste viel, moet 't hoogste stijgen...


(zwijgt even; met veranderde stem).


BRANDEn toch, wanneer ik aan een ziel Den eisch stel om zich op te heffen, Is 't mij als of ik op de golven In stormweer ronddreef op een wrak. Stil schreiend beet ik heimlijk vaak Mijn tong stuk, die kastijden moest,... En hief tot slaan ik soms den arm, Naar een omhelzing snakt mijn ziel!... Ga nu eens kijken naar den kleine; Zing zoete droomen in zijn slaap; Een kinderziel is klaar en rein Als 't meer in zomerzonneschijn; Een moeder kan daarover strijken Als 'n vogel, die in lichten vlucht, Zich spiegelt in zijn diepste diep.


(bleek)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 136 / 354


AGNESWat is er, Brand, dat je gedachten Waarheen ze ook gaan, tot hem doet keeren?


BRANDO, niets. Bewaak hem maar zorgvuldig.


AGNESGeef mij een antwoord.


BRANDForsch?


AGNESNeen, zacht.


(omarmt haar)


BRANDWie zonder schuld is, die zal leven.


(kijkt hem helder aan, en zegt:)


AGNESEén ding,... màg God niet van ons eischen!


(gaat het huis in).


(kijkt stil voor zich uit)


BRANDMaar àls hij 't deed? Wat God soms eischt Leert "Abrams offer" van weleer.


(schudt die gedachte van zich af).


BRANDNeen, neen! mijn offer heb 'k gebracht, 'k Deed afstand van mijn levensdroom, Om als de rommelende donder De slapers hier op aard' te wekken. Neen! Daarin lag geen offer meer: 't Viel weg toen over was de droom, 'k Door Agnes werd gewekt--om mét mij Te werken samen in 't verborgen.


(kijkt uit over den weg).


BRANDWat draalt de zieke ginder lang Eer zij tot boete-doen besluit, Dat alle schuld te niet zou doen, Al 't kwaad uitdelgen van haar ziel! Wacht!... Neen, het is de baljuw maar, Welwillend, luchtig, rond, gezond, De handen in zijn beide zakken, Als haakjes om een parenthees.


(door het tuinhek)


DE BALJUWGoên dag! Wij zien elkaar niet vaak, En 'k kom misschien wel ongelegen...


(wijst op het huis)


BRANDGa binnen.


DE BALJUWDank u; 't gaat hier ook; En als mijn woord maar ingang vindt, Dan denk ik stellig dat het ook Wel voor ons beiden goed zal zijn.


BRANDLaat hooren dan.


DE BALJUWUw moeder moet, Naar ik verneem, haast stervend zijn;... Dat doet mij leed.


BRAND'k Betwijfel 't niet.


DE BALJUWHet doet mij zeer véél leed.


BRANDWelnu!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 137 / 354


DE BALJUWMaar zij is oud; en, lieve Heer, Wij gaan toch allemaal dien weg, En daar 'k nu juist voorbij hier kwam, Dacht ik zoo: 'k kon wel even gaan Om 'n enkel woord met u te spreken. Om kort te gaan, ik heb vernomen Dat u met haar, sinds u hier kwam, Geleefd heeft in oneenigheid...


BRANDOneenigheid?...


DE BALJUWMen zegt dat zij Erg vasthoudt aan haar eigendom. Dat gaat, vindt u misschien, wat ver. Men wil toch elk zijn eigen voordeel. Zij is in 't onverdeeld bezit Van heel uw vaderlijke erfdeel...


BRANDIn 't onverdeeld bezit... 't is waar,


DE BALJUWZoo komt het dan allicht tot twist. En daar ik wel vermoeden kan Dat u haar einde naadren ziet Met groote kalmte van gemoed, Wil 'k hopen dat u zonder wrok Mij hooren wil, zij dan de tijd ook Niet erg geschikt.


BRANDNu, of wel later. Dat komt voor mij op 't zelfde neer.


DE BALJUWNu, dan ter zake, zonder meer. Zoodra uw moeder dood zal zijn, En rustig slaapt onder den grond,... En 't duurt niet lang meer... wordt u rijk...


BRANDRijk, denkt u?


DE BALJUWDenk? Neen, 'k weet het zeker. In alle hoeken heeft zij grond, Zoo ver 't gewapend oog kan kijken. Ik zeg u, rijk!


BRANDOok na de scheiding?


(glimlacht)


DE BALJUWWat zou die hier? Er valt te scheiden Waar vele erfgenamen zijn: Maar hier wordt niemands deel bedreigd.


BRANDEn als nu toch eens iemand kwam En van haar goed zijn erfdeel vroeg, En zei: mij komt het rechtens toe?


DE BALJUWDat moest de duivel zelf dan zijn! Ja, kijk mij nu maar aan... geen mensch Heeft 'n enkel woord hierin te spreken; Vertrouw mij maar; 'k ben op de hoogte. Zoo is 't dus; u wordt welgesteld, Een rijk man zelfs; in dezen uithoek Hoeft u dus waarlijk niet te blijven; Voor u staat open 't heele land.


BRANDZoo. Is eigenlijk dier woorden zin In 't kort niet dit: trek elders heen?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 138 / 354


DE BALJUWZoowat. Dat waar' misschien het beste Voor iedereen. Als u aandachtig De menschen gâ slaat, voor wie u De tolk is van Gods heilig woord, Moet u toch zien, hoe u hier tusschen Past als een wolf in een troep ganzen. Begrijp mij goed! U heeft de gaven Om nut te stichten in het groot. Maar voor dit volk van bergbewoners, Als vastgegroeid tusschen hun rotsen, Sticht u, dunkt mij meer kwaad dan goed.


BRANDWat wortels voor een boom zijn, is Voor een man 't geboortedorp;... Zoo hij dáár niet zijn werkkring vindt, Is wat hij uitvoert niet veel zaaks.


DE BALJUWIn de eerste plaats komt 't er op aan Met 's lands behoefte mee te gaan.


BRANDMaar die vertoont zich van de hoogte Niet zoo, als in 't benauwde dorp.


DE BALJUWDat is taal voor verlichte menschen, Niet voor de arme dalbewoners.


BRANDOch wat, u met dat grensverschil Van bergen en het lage land! U wil de rechten van den rijke, Maar aan zijn plichten u onttrekken; En denkt, als u maar hardop roept: Wij zijn maar arm! dan is 't genoeg.


DE BALJUWEr is een tijd voor alle dingen, En elk geslacht heeft eigen plicht. Ons dorp droeg ook eens bij zijn scherfje Tot der geschiedenis groote kas. Dat was, natuurlijk, lang geleden; Maar zoo héél klein was 't scherfje niet. Nu is het dorp maar onbeduidend, Toch leeft zijn roem in sagen voort; Zijn vroegre grootheidsdagen vallen In koning Beles' levenstijd;... Nog hoort men menigmalen noemen De dappre broeders Wolf en Thor; Met vele wakkre mannen, die Naar Bretlands kust heentogen om Al plundrend af te loopen 't land. Het Zuiden kreet, verstijfd van schrik, God, help ons tegen hun geweld! En die geweldnaars waren toch Ontwijfelbaar echt, lui van hier. En hoe zij zich dan konden wreken Met moord en doodslag, brand en plundring! Ja, één is er, van wien de sage Vertelt dat hij ten kruistocht wou;... Doch dat hij uittoog meldt men niet...


BRANDEr stamt voorzeker van dien held Een heele bende zoons?


DE BALJUWJawel; Maar hoe weet u...?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 139 / 354


BRANDO, omdat mij Die heldentroep bekend voorkomt, Belofte-helden van het heden, Die ook zoo'n kruistocht ondernemen.


DE BALJUWJa, dat geslacht is uitgebreid. Maar bij vorst Beles waren wij! Eerst dus geraasd in 't vreemde land; Toen brachten wij aan bloedverwant En buur, met bijlslagen bezoek. Het veld vertrapt, de oogst verwoest, In brand gestoken kerk en huis, Zoo vlochten we ons een heldenkrans. Op al het toen vergoten bloed Werd later wel wat veel gesnoefd. Maar, na wat ik nu heb gezegd Geloof ik, met bescheidenheid, Op onze macht te mogen wijzen In heldentijden, lang geleden En zeggen dat ons dorp eertijds Zijn deel bijdroeg met vuur en zwaard, Tot der ontwikling worstelstrijd.


BRANDToch lijkt 't mij dat u pleegt verraad Aan 't woord: dat adeldom verplicht,... Alsof met egge, hak en ploeg U Beles' erfgoed stil begraaft.


DE BALJUWIn geenen deele. Kijk maar eens Bij een gemeentelijk diné, Waar ik, de koster en de rechter Op eereplaatsen mee aanzitten. Dan zal u zien, als komt de punch-bowl, Dat Beles nog niet is vergeten. Met klinken, heildronken, gezang, In toasten kort en toasten lang, Gedenkt men hem, laat men hem leven. Ik zelf heb vaak den drang gevoeld In mij, om van gedachtenspinsel Voor hem te weven 'n bloemrijk kleed, En dat heeft menigeen gesticht. Ik houd wel van wat poëzie. Dat doen wij trouwens allemaal Hier in ons dorp;... doch steeds met mate... Het leven mag die nooit beheerschen,... Alleen zoo tusschen acht en tien Uur 's avonds, als men moe van 't werk, En vrij weer van de daagsche taak, Naar wat verheffing wel verlangt. Wat u van ons verschillen doet Is dat u ploegen wil en maaien Terzelfder stond, en met geweld. U wil, zoo meen ik te begrijpen, Dat één zijn zal idee en leven,... U wil, met 't zwoegend land-bebouwen Den strijd voor God vereenigd zien, Zóó innig één, als kool, salpeter, En zwavel zich tot kruit vereent.


BRANDZoo ongeveer.


DE BALJUWMaar dat 's onmooglijk. In wijder kringen gaat dat beter;... Ga daarheen met uw hooge eischen En laat ons land en zee beploegen.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 140 / 354


BRANDPloeg allereerst in zee maar onder Uw pralen op den roem der vaad'ren; Een dwerg wordt er niet grooter door Of hij al stamt van Goliath.


DE BALJUWEr ligt kracht in herinneringen.


BRANDJa... als zij één met 't leven worden, Maar u gebruikt hun graf alleen Om eigen traagheid te verstoppen.


DE BALJUWMijn eerste blijft mijn laatste woord;... U deed het best met heen te gaan. Hier zal uw arbeid niet gedijen; Uw levensleer wordt niet begrepen. Verheffing, die soms noodig zijn kan, Het beetje troost dat hij behoeft, Die dag aan dag in arbeid zwoegt, Zal ik hun voortaan trouw bezorgen. Gedurende mijn heele loopbaan Hier, deed ik steeds mijn plicht; Het volksaantal is ruim verdubbeld, Ja, het staat haast als drie tot een,... Terwijl ik meer dan één bedrijf Aan deze fjord-streek heb verbonden. In strijd altijd met 't ruw klimaat, Zijn we als met stoom vooruit gegaan:... Hier loopt een weg, daar ligt een brug..


BRANDMaar tusschen g'loof en leven niet...


DE BALJUWDie fjord en gletschersneeuw verbindt.


BRANDMaar niet de daad met de idee.


DE BALJUWEerst zorgen voor een goed verkeer, Dat men elkaar bereiken kan,... Daarover waren allen 't eens Eer u, als leeraar, hierheen kwam. U heeft in ons vaal schemerlicht Een Noorderlichtschijn hel doen flikk'ren; Wie kan in 't valsche licht nu zien Wat er verkeerd is en wat goed, Wat straf is, en wat boete of smart? U heeft het àl dooreen gehaspeld; En 't volk, dat één, moest overwinnen, Gesplitst in twee vijand'ge kampen.


BRANDToch blijf ik hier, uw wensch ten trots. Men kiest de plaats niet voor zijn werk. Hij, die zijn doel voor oogen heeft Zag eens in vuur'ge letters staan, Het Godswoord: hier is uwe plaats!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 141 / 354


DE BALJUWBlijf dan, maar binnen eigen grenzen; Ik zie u graag de menschen zuivren Van zonde en kwaad, als voorkomt hier; God weet dat 't dikwijls noodig is! Maar maak van iedren arbeidsdag Geen Zondag,... en vertoon geen vlag Alsof God zelf was mee aan boord Op ieder jacht in onze fjord.


BRANDKon 'k mij uw raad ten nutte maken, Zou ik mijn ziel moeten verzaken. Maar 't geldt hier juist zich zelf te wezen, Zijn eigen roeping te volbrengen, En dat zal 'k doen ten einde toe, Dat om mijn huis een lichtschijn straal! Dit volk, dat ingedommeld is Door uw bestuur, wek ik weer op! Al lang is hem, door nood en dwang, Zijn laatste oerkracht afgekweld; Uit uwer kleinheid hongerkuur Komt elk te voorschijn mat en slap; Zijn beste bloed is afgetapt, Het merg geschraapt hem uit zijn moed; Aan flarden iedre ziel gescheurd, Die pal als brons had moeten staan; Maar nog kan wel een oproerskreet U in de ooren dondren: strijd!


DE BALJUWStrijd?


BRANDStrijd!


DE BALJUWAls u hen roept te wapen Zal u als eerste offer vallen!


BRANDEens zal 't wel blijken zonneklaar Dat nederlaag hier zege was!


DE BALJUWBedenk je, Brand, je staat op 't kruispunt: Zet alles niet op ééne kaart.


BRANDToch zal ik 't doen!


DE BALJUWWordt 't spel verloren, Dan is uw leven ook verwoest. U heeft al wat u kan begeeren, Is de erve van een rijke moeder, U heeft een kind om voor te leven, Een lieve vrouw;... geluk en vreugde Wordt u met milde hand gereikt!


BRANDEn als 'k nu toch den rug toekeer Aan wat u noemt geluk en vreugde? Als ik nu moet?


DE BALJUW't Is al verloren Als u, in dezen uithoek hier, Uw wereldstrijd beginnen wil. Trek zuidwaarts naar de rijke stranden, Waar 'n man geheel zich zelf kan wezen. Dáár kan uw licht u laten schijnen En de gemeente laten bloeden; Ons offer is geen bloed, maar zweet, In broodstrijd tusschen rots en ijs.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 142 / 354


BRANDHier blijf ik toch. Hier is mijn thuis, En van mijn thuis uit voer ik strijd.


DE BALJUWDenk wat op 't spel staat als het misloopt;... En allermeest wat u laat varen!


BRANDMijzelf verlies ik, als 'k mocht wijken.


DE BALJUWBrand, vruchtloos strijdt een eenzaam strijder.


BRANDMijn troep is sterk; ik heb de besten.


(glimlacht)


DE BALJUWWel mooglijk, ja... maar ik de meesten. (af).


(kijkt hem na)


BRANDDaar gaat een volbloed volksman, heel Rechtschapen denkend, heel welwillend, Op zijn wijs werkzaam, warm en billijk... En toch een geesel voor zijn land. Geen aardverschuiving, storm of vloed, Geen hongersnood, geen vorst of pest, Bewerkt er half het ongeluk Als zoo een doet, jaar-in, jaar-uit. Die rampen deren maar het leven;... Maar hij...! Hoeveel blijmoedig willen, Hoeveel gedachten dooft hij uit, Hoe menig krachtig lied versmoort er Door zulk benauwd, kleinzielig doen! Hoe menig glimlach om de lippen, Hoe menig lichtstraal in een ziel, Hoeveel verheffings-vreugd en smart, Heeft hij verstard, gedoofd, gedood!


(plotseling angstig).


BRANDWaar blijft de bode!.., komt er niemand? Ja, de dokter! (snelt hem te gemoet). Mijn moeder? Spreek!


DE DOKTERNu staat zij eindlijk voor haar rechter.


BRANDDood!... Boetvaardig?


DE DOKTERDat g'loof ik niet; Zij hing aan 't hare hier op aard' Totdat het uur van scheiden sloeg.


(kijkt stil bewogen voor zich uit)


BRANDIs hier 'n verdoolde ziel verloren?


DE DOKTERMisschien is wel het oordeel zacht, Niet volgens recht, maar bij genade.


(zacht)


BRANDWat zei zij nog?


DE DOKTERZij mompelde: God is zóó hard niet als mijn zoon!


(zinkt in droefheid neer op de bank)


BRANDMet schuld belast, in stervensnood, Klampt aan die leugen elk zich vast!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 143 / 354


(verbergt zijn gezicht in de handen).


(komt naderbij, kijkt hem aan en schudt het hoofd)


DE DOKTERU wil een lang vervlogen tijd In alles weer herleven doen. U g'looft nog dat 't aloud verbond Van God en menschen nog bestaat;... Maar elk geslacht heeft eigen wijs; Het ònze vreest niet meer de hel, Verdoemenis en bakerpraat;... Het hoofdgebod is: wees humaan!


(kijkt op)


BRANDHumaan! Ja, juist, dat slappe woord Klinkt door de heele wereld heen! Daarmee slaat iedre hals je dood Als hij niet durft, of kan of wil; Daarmee omhult zich iedre stumper Als hij niet alles durft te wagen; Daardoor beschermd verbreekt men thans Iedre gelofte alras betreurd;... Gij dwergenzielen maakt ten slot Van ieder mensch een humanist! Was jegens Christus God humaan? Had toen uw God ook geregeerd Waar' Jezus niet aan 't kruis genageld.... En heel 't verzoeningswerk werd dan Een handig diplomatenstukje!


(verbergt het hoofd en zit neer in stomme smart).


(zacht)


DE DOKTERRaas uit, raas uit, o ziel in opstand;... Het beste waar' dat je kon schreien. AGNES (is op de trap verschenen, bleek en angstig, fluistert zij tegen den dokter). Och toe! Kom mee!


DE DOKTERJe maakt mij angstig, Wat is er kind?


AGNESEen koude doodsangst Sloeg mij zoo even om het hart...!


DE DOKTERWat is er?


(trekt hem mee)


AGNESKom!... het kind, o God!


(zij gaan het huis in; Brand bemerkt het niet).


(stil in zich zelf)


BRANDDood, onverzoend. Dood, als zij leefde. Is dat geen vingerwijzing Gods? Van mij wil hij den tol nu heffen, Dien zij verzuimd heeft te betalen;... Nu driewerf wee mij, als ik wijk! (staat op). Onwankelbaar van nu af aan, Als uitverkoren strijder kampen, Dat geest verwinnen moog' het vleesch. God gaf mijn tong de kracht van 't woord, Ontstak zijn toorngloed in mijn ziel;... Nu sta ik in mijn volle macht, Nu durf, nu kan ik rotsen breken!


(gevolgd door Agnes, komt snel de trappen af en roept)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 144 / 354


DE DOKTERRuim op je boel en trek er uit!


BRANDAl beefde de aard' toch bleef ik hier!


DE DOKTERDan is je kind ten dood gedoemd.


(ontzet)


BRANDAlf! 't Kind! Mijn Alf! Wat meent u toch? Welk spook bedreigt mijn kind! (wil het huis in).


DE DOKTERNeen, blijf!... Hier is geen licht, hier is geen zon, De lucht is scherp als Noordpoolwind,... Hier hangt een nevel klam en zwaar;... Eén winter nog op deze plek En 't teere leven is verwelkt. Vertrek, dan is uw kind gered; Maar doe het gauw, liefst morgen al.


BRANDVan daag, van avond nog, terstond! O, hij wordt sterk weer en gezond;... Geen gletschersneeuw, geen scherpe wind, Zal meer zijn borstje kwellen hier. Kom, Agnes, neem hem zachtjes op! Dan vluchten wij in aller ijl! O, Agnes, 't is de dood die spint Zijn valen sluier om ons kind!


AGNESWel vreesde en beefde ik voor gevaar,... Toch waande ik het niet zoo nabij.


(tegen den dokter)


BRANDVlucht kan hem redden? Dat bezweert u?


DE DOKTEREen leven dat door vaderliefde Wordt welbewaakt, loopt geen gevaar. Wijd u aan hem, en vrees maar niet, Dra wordt hij weer gezond en frisch.


BRANDDank! Dank! (tegen Agnes). Pak hem vooral goed in; De avondwind waait langs de fjord.


(Agnes gaat het huis in).


BRANDDE DOKTER (neemt Brand zwijgend op, die onbewegelijk door de deur naar binnen kijkt, gaat dan naar hem toe, legt de hand op zijn schouder, en zegt:) Voor 't arme menschdom onbarmhartig, En voor zichzelf zoo heel teerhartig! Voor andren geldt niet veel of weinig,... Alleen het alles dan, of niets; Maar eigen moed is ras geweken, Zoodra het lot als offerlam Zijn eigen schat heeft aangewezen.


BRANDWat wil u zeggen?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 145 / 354


DE DOKTERHarde woorden Heeft u uw moeder toegebulderd, Verdoemd, als alles zij niet gaf, Als naakt zij niet daalde af in 't graf. En 't zelfde woord klonk menigmaal Waar veel en diep geleden werd! Nú drijft uw eigen boot in storm Op noodlotsgolven rond in zee, Nu werpt van de omgeslagen kiel U snel den schuldbrief over boord,... Weg, over boord, het zware boek, Waarmee u zelf de broeders sloeg; Nu is de zaak, in stijve bries Te zoeken heil voor eigen telg. Snel weg van hier, van storm en fjord,... Snel weg zelfs van uw moeders lijk,... Snel weg van zielezorg en werk;... Nu staakt de priester zijn bedrijf!... BRAND (grijpt in vertwijfling naar zijn hoofd om zijn gedachten te verzamelen). Ben ik nù blind? Wàs ik het eerst?


DE DOKTERU doet als vader stellig goed. Denk niet dat 'k afkeur wat u doet;... Voor mij is u, gebroken nu, Veel grooter dan de sterke held... Vaarwel! Ik hield u vóór den spiegel; Kijk er eens in, en zucht: mijn God, Zoo ziet een Godsgetuige er uit! (af).


(staart een oogenblik voor zich uit, barst dan plotseling uit)


BRANDWaar tastte ik mis? Nu, of te voren?! (Agnes komt de deur uit met een mantel om de schouders en het kind op haar arm; Brand ziet haar niet. Zij wil spreken maar blijft als verlamd van schrik staan, als zij de uitdrukking van zijn gezicht ziet. Op hetzelfde oogenblik komt er een man haastig door het tuinhek binnen. De zon gaat onder).


DE MANBrand, hoor, u heeft een vijand hier!


(drukt de handen op zijn borst)


BRANDJa, hier!


DE MANWees voor den Baljuw op uw hoede. Al vruchtbaar werd uw werken hier, Tot hij 't vergiftigde met praatjes! Al dikwijls heeft hij uitgestrooid Dat gauw uw huis wel leeg zou staan,... Zei dat u ons zou gaan verlaten, Zoodra uw rijke moeder stierf.


BRANDEn als 't zoo was?


DE MANIk ken u immers En weet waarom hij dat vertelt; U staat toch tegenover hem, Heeft voor zijn wil nog nooit gebogen... Dàt is de reden van zijn wrok...


(weifelend)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 146 / 354


BRANDMisschien dat hij de waarheid zei.


DE MANDan heeft dus u ons steeds belogen?...


BRANDIk?


DE MANJa. Heeft u ons niet gezegd Dat God zelf u verkoren had Om hier te wonen onder ons; Dat u uw strijd hier voeren zou, Dat niemand mag zijn taak verzaken, Dat hij moet staan, maar nimmer wijken? Die taak is de uwe! Warm en licht Gloort al uw vuur in menig borst.


BRANDNeen, 't oor der menigte is doof; Haast ieders ziel is dof en loom!


DE MANU weet wel beter;... 't hemelsch licht Breekt hier in meen'ge ziel al door.


BRANDMaar in de meesten is 't nog nacht.


DE MANU is als 't licht dat schijnt bij nacht. Doch laat het wezen zoo het wil; Het komt hier niet op tellen aan; Want hier sta ik, een eenig man, En zeg: ga heen dan als u kan! Mijn ziel is vol, al weet ik weinig Van alles wat staat in de boeken, U heeft uit 't niet mij opgeheven,... Zie of u nu mij los mag laten! U kan het niet; ik houd u vast; 'k Verloor mijn ziel, gaf 'k prijs mijn greep!... Vaarwel! 'k Verwacht getroost 't bericht! Noch u, noch uw God laat mij los! (af).


(schuchter)


AGNESJe wang is wit, je mond is bleek, Alsof je pijn hadt in je ziel.


BRANDElk klinkend woord dat 'k eertijds sprak Slaat als een echo nu terug.


(komt een stap nader)


AGNESIk ben bereid.


BRANDBereid? Waartoe?


(met kracht)


AGNESTot wat een moeder mag en wil!


(Gerd loopt voorbij op den weg en blijft bij den tuinmuur staan).


(klapt in de handen en roept wild en blij:)


GERDHoorde je 't al? Weg vloog de priester!... Uit de bergen, op de rotsen Wemelt het van bergkabouters, Zwarte, woeste, groot en klein,... Hoeh, wat sloeg de bende d'r op...! Rukten de oogen mij haast uit, Half mijn ziel viel hun ten buit;... Och, 'k kan 't met de helft wel stellen 'k Heb van 't wrak genoeg nog over!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 147 / 354


BRANDKind, je raaskalt, zie je niet Dat ik hier vlak vóór je sta?


GERDJij? Jawel, maar niet de priester! Van den Zwarten Top mijn havik Vloog rechtuit, de helling langs, Boos en wild, met tuig en zadel, Sneed hij blazend d'ochtendwind; En een man zat op zijn rug... Dat was hij, dat was de priester! Nu staat leeg de kerk van 't dorp, 't Slot dicht en de boom er voor. 't Is gedaan met 't nare kerkje, En nu komt mijn kerk tot eere, Waar mijn priester preekt en zingt, Sterk en groot, in 't witte miskleed Door den wintervorst geweven;... Wil je 'm zien? Kom dan maar mee, Woorden spreekt mijn priester, die Klinken heel de wereld door!


BRANDOng'lukskind, wou je mij lokken Met verdwaasde afgoderijen?


(komt het tuinhek in)


GERDWat zijn dat, afgoderijen? 'n Afgod? O, ik weet het al; Somtijds groot en somtijds klein; Altijd goud en mooi en kleurig. 'n Afgod! Hoor eens, zie je háár daar? Kan je onder 't kleed herkennen Kinderhandjes, kinderbeenen? Zie je niet hoe mooi en kleurig Al die windsels iets omhullen? 't Lijkt een kind dat rustig slaapt, Angstig wijkt zij... dekt het toe! 'n Afgod? Man, dàt is een afgod!


(tegen Brand)


AGNESHeb jij tranen en gebeden? Angst heeft 't àl bij mij verjaagd!


BRANDAgnes,... wee! Ik meen te voelen Dat een hoogre macht haar zond!


GERDHoor nu, alle klokken luiden Boven op den wilden top! Kijk eens wat een troep daar heen trekt, Naar mijn kerk in 't ijsgewelf! Zie je wel al die kabouters, Die de priester joeg in zee? Zie je wel die dwergen allen, Die tot nu begraven lagen? En den steen had hij verzegeld. Zee noch graf kan hen meer houden, Zie ze koud en kil krioelen;... Kindren, schijndood, zie ik schreien, Van zich wentlen rotssteenblokken. Vader! Moeder! schreeuwen zij! Mannen, vrouwen schieten toe. Kijk, de dorper loopt in 't midden Van een heelen stoet van zonen; En zijn vrouw legt 't doode kindje Aan haar borst om het te laven;... Nooit nog droeg zoo hoog zij 't hoofd Toen zij hield het kind ten doop. Priester weg... toen kwam er leven!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 148 / 354


BRANDWijk van mij! Ik zie welhaast Erger spoken...


GERDHoor! Hij lacht, Hij, die aan den weg daar zit, Hij, die opstijgt naar den top, En hij schrijft er in zijn boek Iedre ziel die opwaarts toog;... Ha, hij heeft ze bijna allen; 't Kerkje staat ginds immers leeg, 't Slot dicht en de boom er voor,... Op den havik vlood de priester!


(springt over het tuinmuurtje en verdwijnt tusschen de rotsen).


(een stilte).


(komt nader en zegt gedempt:)


AGNESLaat ons gaan; nu is het tijd.


(staart haar aan)


BRANDWaarheen gaan wij? (wijst eerst op het tuinhek, dan op de huisdeur). Daar?... of daar?


(wijkt verschrikt achteruit)


AGNESBrand, je kind!...


(volgt haar)


BRANDWat was ik eerder Zeg mij, dienaar Gods of vader?


(wijkt verder terug)


AGNESAl stelde mij God zelf die vraag ... Beslissen zal ik nimmermeer!


(volgt haar weer)


BRANDSpreek als moeder: màg ik gaan? Jij hebt hier het laatste woord!


AGNES'k Ben je vrouw, mocht je bevelen, Zal 'k gehoorzaam zijn en buigen.


(wil haar arm grijpen)


BRANDNeem dien kelk der keus van mij!


(wijkt achter den boom)


AGNESDan zou ik geen moeder zijn!


BRAND'n Oordeel ligt er in dat woord!


(met kracht)


AGNESVraag je zelf af: hèb ik keus?


BRANDSterker nog het oordeel klinkt!


AGNESVoel je je als door God verkoren?


BRANDJa! (grijpt haar hand vast). En nu moet jij ook zeggen 't Woord van leven of van dood!


AGNESGa den weg, dien God gebiedt!


(Pauze).


BRANDLaat ons gaan; nu is het tijd.


(toonloos)


AGNESWelken weg dan?


(zwijgt)


(wijst naar het tuinhek en vraagt)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 149 / 354


AGNESDien?


(wijst naar de huisdeur)


BRANDNeen,... dien!


(heft het kind in haar armen hoog omhoog)


AGNESGod! Dit offer dat gij eischt Hef ik trotsch ten hemel op! Leid mij nu door 's levens nacht! (gaat naar binnen). BRAND (staart een poos voor zich uit, barst in tranen uit, slaat de handen boven zijn hoofd in elkaar, laat zich op de trap neervallen en roept uit:) Jezus! Jezus! Geef mij licht!

EINDE VAN HET DERDE BEDRIJF

Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 150 / 354

Vierde bedrijf


Kerstavond in de pastorie. De kamer is donker. Deur in den achtergrond. Aan den éénen kant een raam, aan den anderen een deur.


Agnes, in het zwart gekleed, staat bij het raam en kijkt uit in de duisternis.


AGNESNog altijd niet! Nog altijd niet!... O, hoe zwaar is het te wachten,... 't Om hem roepend zielsverlangen Te doen zwijgen, zonder antwoord! Zacht en dicht valt stil de sneeuw, Heeft als met een kleed van dons Wit omhuld het oude kerkje... (luistert). Wacht! Daar hoor ik 't grind toch knarsen! Vaste stappen; 'n mannestap;


(snelt naar de deur en maakt die open).


AGNESBrand, ben jij 't? O, kom gauw hier! (Brand komt binnen, besneeuwd, in reisjas, die hij onder het volgende aflegt).


(slaat de armen om hem heen)


AGNESO wat lang ben je uitgebleven! Niet meer weg gaan! Niet meer weg gaan! Ben 'k alleen dan kan 'k de zwarte Sombre spoken niet ontkomen! Wat een nachten, wat een dagen Zijn die twee voor mij geweest!


BRANDKind, nu ben ik toch weer bij je! (steekt een enkel licht aan dat een zwak schijnsel in de kamer werpt). Je bent bleek.


AGNESEn moe en dof. 'k Heb verlangd en uitgekeken... En wat groen bijeen gebonden,... 'n Beetje! wat ik zelf gekweekt heb, En bewaard nog, van den zomer, Om den kerstboom te versieren. 't Struikje was voor hem bestemd; En hij kreeg 't dan ook... als krans! (barst in tranen uit). Kijk, nu ligt de sneeuw al hoog op Hem... o God...


BRANDOp 't kerkhof ginder.


AGNESO, dat woord!


BRANDDroog nu je tranen.


AGNESJa, och ja... maar wees geduldig; Heel mijn ziel is nog als bloedend Van een pas geslagen wond, Al mijn kracht van wil verzwond;... O, het zal wel beter worden; Als deez' dagen maar voorbij zijn Zal je nooit meer klachten hooren.


BRANDMoet je zóó Gods feestdag eeren?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 151 / 354


AGNESNeen, och neen... maar wees geduldig! Denk toch hoe 't verleden jaar was, En van 't jaar al weg gedragen... Naar het... (huivert om het woord uit te spreken).


(vast)


BRANDNaar het kerkhof ginder.


(met een kreet)


AGNESNoem het niet!


BRANDUit volle borst juist Moet ik 't noemen als je 't vreest! Noemen moet ik 't, dat het klinke Als een golfslag tegen 't hout!


AGNESZelf meer dan je wel wilt weten Lijdt je onder 't wreede woord; Op je voorhoofd zie 'k de sporen Van het zweet dat het je kost.


BRANDDeze druppels op mijn voorhoofd Zijn maar schuim van 't zilte water.


AGNESIs de druppel in je oog ook 'n Sneeuwvlok, dalend van de hoogte? Neen, o neen, die is te warm; Je eigen boezem is de bron!


BRANDAgnes, vrouw, kom laat ons beiden Sterk zijn, strijden tegen 't leed, Met vereende krachten trachten Te overwinnen, langzaam aan. O, ik was een man ginds buiten! 't Water sloeg over de klippen, Angstig dook de zeemeeuw onder, Hagel teisterde mijn bootje, Joeg ons voort in 't ziedend water, Mast en touwwerk kraakten fluitend, Fokzeil scheurde aan flarden, woei Ver in 't schuim weg van de vaargeul, Iedre spijker kraste en knarste;... Telkens donderden lawinen Van de hoogte, aan beide kanten; Roerloos zat het achttal mannen, Riemen stil, als lijken vóór mij. O, toen voelde ik mij weer groeien, Ik was 't die aan 't roer bevel gaf, 'k Voelde dat God zelf mij wijdde Tot mijn werk, het duurgekochte.


AGNESLicht is 't pal te staan in storm, Licht te strijden in gevaar; O, maar denk aan mij, die hier zit Stil, met droef heids treurig kweelen, Die niet weet den tijd te dooden Of ik 't nog zoo graag ook wil; Denk aan mij, van strijd verstoken, Door geen daden aangevuurd; Denk aan mij, wie maar een simple, Kleine taak is opgelegd; Denk aan mij: 'k kan niet vergeten, Zit alleen... mag niet herdenken!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 152 / 354


BRANDEen geringe taak maar, jij? Nooit was die zoo groot als nu. Hoor, ik zal je eens iets zeggen Dat in smart mij overkwam. Dikwijls wordt mijn oog beneveld, Stil mijn denken, zacht mijn ziel. Dan is 't of er schuilde vreugde In te kunnen schreien, schreien. Agnes,... kijk dan zie ik God Zoo nabij, als nooit te voren,... Zoo nabij, dat het mij schijnt Of ik rechtstreeks hem kon naadren. En ik smacht om mij te werpen Aan zijn boezem, als zijn kind; Om mij vast omkneld te voelen Door zijn sterken vaderarm.


AGNESBrand,... o, zie hem altijd zoo,... Als de God je zoo nabij... Minder Heer, maar meer als Vader!


BRAND'k Mag niet, Agnes; niet versperren Voor zijn eigen werk den weg; Ik moet groot hem zien en sterk. Reuzengroot... dat eischt het heden, Juist omdat het zelf zoo klein is. O, maar jij kunt hem zoo zien, Als een vader zacht en teer, In zijn arm je hoofd neervlijen, Rusten, rusten, ben je moe, En verlicht weer van hem gaan, Met zijn glans nog in je oogen,... Breng tot mij zijn glorieschijn Waar ik lijdend, strijdend sta. Zie je, Agnes, zóo te deelen Is de kern van 't ware huwlijk; De één moet strijden, zich verweren, De andre alle wonden heelen; Dàn eerst kan met volle recht 't Heeten dat de twee zijn één. Sedert jij het wereldsch leven Opgaf, om mijn vrouw te worden, Je eigen leven vrij te leven, Rust er op jou deze taak; Ik moet strijden, of 'k ook val; Op ten kamp, in zonnehitte, Staan op wacht in nacht en koude,... Jij moet reiken mij den vollen Liefdebeker, laafnis biedend, Hullen mij in teerheid zacht Onder 't pantser, als een vacht;... O, je taak is géén geringe!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 153 / 354


AGNESAl wat ik zoek te volbrengen Is te zwaar voor mijne krachten; Al mijn denken, al mijn zinnen Trekt zich samen om dat eéne. Alles is nog als een droom. Laat mij klagen, laat mij schreien. Help mij zoo om weer te vinden En mij zelf, èn ook mijn plicht... Brand, van nacht toen ik alleen was Kwam hij in mijn kamer hier; Frisch en blozend was zijn wang; Luchtig in zijn dunne kleedje Kwam hij aangetrippeld daar, Naar mijn bed, waarop ik rustte; Strekte naar mij uit zijn armpjes; Riep zijn moeder met een lachje,... Maar alsof hij smeekte om warmte! Ja, ik zag het! 'k Rilde er van!


BRANDAgnes!


AGNESJa,... het kind leed koû! Och, dat moet ook wel daar buiten, Op die koude planken liggend!


BRAND't Lijk ligt onder sneeuw begraven; 't Kind zelf steeg op naar den hemel.


(wijkt terug)


AGNESO, wat woel je in de wonde Onbarmhartig, onmeedoogend! Dat, wat ruw jij 't lijk noemt, is nog Altijd voor mijn hart mijn kind. Ziel en lichaam vielen beiden, En ik kan niet, zooals jij, Van elkaar die beiden scheiden; Eén zijn deze twee te zamen; Alf, daar onder 't sneeuwdek slapend, Is mijn Alf ook van daarboven!


BRANDMeen'ge wond nog moet er bloeden Eer je smart genezen zal.


AGNESJa, maar heb dan ook geduld;... Leid mij zacht, maar wil niet drijven. Sta mij bij en steun mij, Brand! Zeg de dingen zacht, als 't kan! Jij, die als Gods donder spreekt soms In een hooge, plechtige ure, Als een ziel zelf aan moet dragen Steenen voor zijn levenskroon,... Heb jij ook geen zachte tonen Om het scherpe leed te dooven? Met een enkel woord dat opwekt, Een, dat wijst naar lichter dagen? God, dien jij mij leerde kennen, Is een koning in zijn burcht; Hoe zou ik hem durven naadren Met mijn kleine moedersmart?


BRANDDenk je makk'lijker te naadren Tot den God, dien je eertijds kende?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 154 / 354


AGNESNooit meer, nooit meer ga 'k terug! En toch is het vaak, alsof ik Een verlangen voel, daarheen, Waar het licht is, waar de zon schijnt, "Licht te heffen, zwaar te houden", Klonk niet zoo de oude leuze? Al te groot zijn mij je rijken, Alles is mij hier te groot, Jij, je werk, je doel, je wezen, Al je willen, al je doen, 't Overhangend, rotsgevaarte, En het àl afsluitend water, Winterduister, strijd en droefheid,... 't Kerkje alleen is veel te klein.


(getroffen)


BRAND't Kerkje? Alweer die gedachte! Zweeft die thans hier in de lucht? Hoe te klein?


(schudt droevig het hoofd)


AGNESHoe kan ik zoeken Naar een reden, met verstand. Komt niet stemming over iemand Als een geur'ge ademtocht? Waar van daan? En waarheen gaat ze? 't Is genoeg dat 'k haar gewaar word. En ik weet en voel het duidlijk... Veel te klein is hier ons kerkje.


BRANDDroomen allen van hetzelfde? Al zoovelen die 'k ontmoette Waren vol van die gedachte; Zelfs bij haar, die half waanzinnig Rondloopt, stond die ook geschreven, "'t Is benauwd daar, want 't is klein" Klonk het; ook zij kon geen reden Vinden voor wat zij er voelde. Tal van vrouwen zeiden later: Veel te klein is onze dorpskerk! Deze klacht uit vrouwenmonden Op behoefte aan ruimte wijst... Agnes,... o, ik zie 't zoo goed, Jij bent van God uitverkoren Tot een engel op mijn pad;... Stil en zeker, in den blinde Weet je juist den weg te vinden, Waar 'k alléén het spoor verlies. Nooit kon dwaallichtschijn je lokken; D'eersten dag heb je al gewezen Waar mijn ware rijk moest liggen,... Hield terug mij, die wou stijgen Hoog naar 't blauwe luchtgewelf; Deed mij kijken in mij zelf, Diep, in 't diepste van mijn wezen... Agnes, weer heb je gezegd 't Woord dat insloeg als een flits,... Mij geleid, waar 'k dwalend ging, Op mijn werk het licht doen vallen. Klein maar is des Heeren kerk hier;... Goed; dan maken wij die groot! Nooit zag ik zoo duidelijk nog Wat mijn Schepper me in jou gaf. Daarom smeek ik, net als jij: Ga niet van mij weg, ik bid je!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 155 / 354


AGNES'k Zal mijn droefheid van mij wegdoen, 'k Zal mijn tranen drogen nu, 'k Zal al mijn herinneringen Sluiten als in 't donker graf; En vergeten, als een zee, Zal er stroomen overheen; Ik zal ieder spoor uitwisschen Van mijn eens gedroomde wereld, Vrouw zijn voor jou, en niets meer.


BRANDOpwaarts gaat de weg naar 't hooge!


AGNESO, maar drijf mij niet met strengheid!


BRANDDoor mijn mond gebiedt een Hoog're.


AGNESEen, van wien je zelf eens zei, Dat den goeden wil hij aanneemt, Ook waar soms de kracht ontbreekt. (wil gaan).


BRANDWaarheen, Agnes?


(glimlacht)


AGNES't Huislijk werk mag 'k Niet verzuimen, heden 't minst. 't Vorig jaar, je weet nog wel, Zei je dat ik was verkwistend. 't Licht was op in alle luchters; Groen was 't hier, en speelgoed hangend, Met nog meer moois, aan den kerstboom; Hier klonk blij gezang en lachen. Brand, ook nu zal 'k weer ontsteken Alle lichten voor den feestdag; Worden zal 't zoo mooi als 't kan, Voor het plechtig stille feest, Gluurt dan God de kamer in, Zal hij zien gestrafte kindren, Die deemoedig en gedwee, Volgzaam weten en begrijpen Dat zij, moog' hun vader toornen, Niet zijn feest verzuimen mogen.... Zie je nu nog iets van tranen?


(drukt haar aan zijn hart en laat haar dan weer los)


BRANDKind, steek licht aan; dat 's jouw opdracht!


(glimlacht droevig)


AGNESBouw jij dan een kerk, een groote;... Doe het gauw... nog vóór de lente! (Af.)


(kijkt haar na)


BRANDZoo gewillig in haar droefheid, Midden in het vuur der pijn; Zinkt haar kracht, ontvliedt de geest haar, Wil zij 't offer brengen toch. Heer o sterk haar, geef haar kracht! En onthef mij van de opdracht Haar door bittre wetsbetrachting, Als door hongrig woeste gieren 't Warme bloed doen uit te zuigen, Van 't gemarteld moederhart. Ik ben krachtig, ik heb moed; Leg op mij den last voor beiden,... Wees voor haar alléén barmhartig!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 156 / 354


(Er wordt geklopt aan de gangdeur. De Baljuw komt binnen).


DE BALJUWHier ziet u een geslagen man.


BRAND'n Geslagen man?


DE BALJUWAls zoo een kom ik. U weet wel, toen ik van den zomer U drijven wilde uit het land, Voorspelde ik u niet juist het beste Van 't nieuwe strijdplan tusschen ons...


BRANDNu ja?


DE BALJUWMaar ondanks al mijn recht, Wil ik niet langer vijandschap.


BRANDWaarom?


DE BALJUWOmdat u heeft de meesten.


BRANDHeb ik?


DE BALJUWDat weet u toch wel zelf; U zoekt het volk van heinde en ver; Hier is, althans de laatste maanden, Een geest gekomen over 't dorp, Die, God weet 't, niet de mijne is. En daaruit trek ik het besluit Dat die van u is uitgegaan. Hier is mijn hand, wij sluiten vrede!


BRANDEen strijd als de onze eindigt niet Vóór één van ons verslagen is.


DE BALJUWWat wil u meer dan vrede nog En minnelijke schikking, zeg? Ik sla geen verz'nen tegen prikkels; Ik ben maar een gewone man; Als op zijn borst de punt gericht is Van 's vijands speer, geeft men het op; Daartegen baat geen stok alleen; Dan ruimt men beter gauw het veld, En staat als strijder men verlaten Dan is 't verstandigst maar te wijken.


BRANDTwee dingen zijn hier wel te onthouden: Eerst dat u mij den sterkste noemt; Ik heb de meesten...


DE BALJUWO, beslist!


BRANDJa, mooglijk nu nog; maar als 't ooit Tot 'n groot en ernstig offer komt... Wie heeft de macht in handen dan?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 157 / 354


DE BALJUWEen ernstig offer? Lieve God, Dat zal u hier wel nooit beleven! In 't ergst geval komt 't dáárop neer Dat zij eens tasten in de zakken. De tijden zijn humaan en willen Geen offer meer van andre dingen. En 't hinderlijkst in deze zaak is Dat 'k zelf behoor tot 't aantal, dat 't Humane op den voorgrond drong, En daardoor de offerzucht verzwakte, Zoodat men nu wel zeggen kan Dat ik mij zelf ten offer bracht,... In elk geval dat 'k bond het rijs Tot 'n roe, waarmee men mij nu slaan wil.


BRANDDat u gelijk heeft, kan gebeuren. Maar voor de rest begrijp ik niet Dat u 't nu al verloren geeft. Of roe of geen roe, dat beduidt niets. Een man is voor zijn taak gemaakt; Zijn doel moet hem het Paradijs zijn! En tusschen dàt en hem moog' stroomen Een zee,... ligt Satans land nabij, Mag hij dan roepen: 't gaat niet aan... De weg ter helle is veel korter?!


DE BALJUWHierop moet 'k zeggen ja, en neen; Een mensch moet ergens toch wel landen,... En ziet hij zijn vergeefsche pogen, Dan zoekt hij andre wegen op. 't Is eenmaal zoo, men wil vergoeding Voor klein werk of voor grooten arbeid; En wint men 't niet met eerlijk strijden, Dan tracht men slinksch er toch te komen.


BRANDMaar nimmermeer wordt zwart toch wit!


DE BALJUWMaar, lieve vriend, wat helpt het u Om iets zoo wit als sneeuw te noemen, Als allen zwart als sneeuw nu roepen?


BRANDU roept misschien wel mee?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 158 / 354


DE BALJUWOch neen,... Ik zeg niet zwart, maar liever grijs. Humaan is 't wachtwoord; 't volk wil niet meer Hardhandig worden aangegrepen. Bedenk, wij zijn in een vrij land; Hier mag een ieders meening gelden. Hoe zou dan één man tegen allen Doen uitspraak over zwart of wit?... In 't kort, omdát u heeft de meesten Is u de man die bovenaan staat. Ik sluit mij evenals de andren, Nu bij u aan, zoo goed als 't gaat, En hoop dat niemand 't euvel duide Dat ik niet tot het uiterst streed. 't Volk oordeelt nu, ik zie het best, Mijn werk als onbeduidend, min; Zij achten één ding nu méér noodig Dan jaar op jaar d' oogst te vermeerdren! Niet meer gewillig draagt zijn deel Een ieder bij waar 't wezen moet,... En als de wil niet mee in 't spel is Dan is een zaak van zelf verloren... Het valt wel hard, dat kan u denken, Het plan voor wegen en voor bruggen, Het dempen van moerassen, plassen, En nog veel meer, nu op te geven. Maar, lieve God, wat zal men zeggen, Wie niet kan winnen moet maar wijken, Geduldig wachten, wijslijk zwijgen, En alles van den tijd maar hopen. Nu,... ik verloor de gunst van 't volk Zooals ik die gewonnen had; Dus moet ik nu langs andre wegen Het mijne zien terug te krijgen.


BRANDMaar was 't dan om de gunst van 't volk Dat u die werken alle deed?


DE BALJUWNeen, waarlijk niet, dat was het niet; Ik wou ten algemeene nutte Voor 't dorp het beste, dat alleen. Maar niet ontken ik, dat in 't spel was Ook hoop op weervergelding eens, Voor welvolbracht werk, met ter tijd. Zoo is het toch: een werkzaam mensch, Met gaven en gezond verstand, Wil vruchten van zijn werken zien, Niet steunend door het leven gaan Ter wille van een hoog idee. Ik kan ook met den besten wil niet Nalatig zijn voor eigen goed, En andren off'ren al mijn kracht. Ik zit tehuis op zware lasten; Ik heb een vrouw, verscheiden dochters, Die geldt mijn zorg het allermeest;... Beginslen lesschen niemands dorst, Beginslen stillen niemands honger, Waar men, als ik, het huis zoo vol heeft; En mocht mij iemand zijn verwondring Daarover uiten, zeg ik dit: Dat hij als huisvader niet deugt.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 159 / 354


BRANDEn nu is dus uw plan?...


DE BALJUWTe bouwen.


BRANDTe bouwen, zegt u?


DE BALJUWJuist, jawel,... Tot heil van 't dorp en van mijzelf. Eerst wil 'k mijn reputatie weer Opbouwen, die 'k hier vroeger had;... Verkiezingstijd staat voor de deur; Dus neem 'k mijn toevlucht tot iets groots, Ga 't plan daarvoor vast kenbaar maken, Dan word ik wel weer gauw het haantje, En valt de keus wel weer op mij. Nu heb ik zoo gedacht... men kan Onmooglijk tégen stroom op roeien. 't Volk wil, zooals 't nu heet, verheffing; Dat is iets waar ik toch niet bij kan; Ik help het maar zoowat vooruit; Maar zoo iets moet vriendschaplijk gaan, En allen zijn nu tegen mij. Kijk, daarom ben 'k na rijp beraden Tot 't plan gekomen, om als 't gaat, Den vloek der armoe te bestrijden.


BRANDUitroeien wil u die?


DE BALJUWO neen;... Die is toch een noodzaaklijk kwaad Der maatschappij, en onvermijdlijk; Doch wel te leiden, te beperken Met handigheid, tot zeekre vormen, Zoo wij maar tijdig er op letten. Wij weten 't, armoe is de mest Die 't best doet tieren alle kwaad; En die bemesting wil 'k beperken.


BRANDEn hoe denkt u?


DE BALJUWKan u 't niet raden? Voldoende aan een diep gevoelde Behoefte van de heele omgeving, Bouw 'k voor de armoe hier een pesthuis; Ja, 'n pesthuis, zeg ik, met bedoeling, Daar het besmetting weren moet. Aan dat gebouw, was mijn idee zoo, Moest een arresthuis zijn verbonden, Zoodat hier oorzaak en gevolg Te zamen worden opgesloten, Doch door een tusschenmuur gescheiden. En als 'k nu toch eens aan den gang ben, Dacht ik ook nog er bij te bouwen Een vleugel... onder 't zelfde dak... Met 'n zaal voor feesten, 'n bijeenkomst, Voor ernst of kortswijl te gebruiken, Met een katheder en veel ruimte,... Een mooie, politieke feestzaal.


BRANDHard noodig is vooral het laatste; Maar 'k weet iets, daar 's nog meer gebrek aan.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 160 / 354


DE BALJUWDacht u soms aan 'n asyl voor gekken? Ja, zeker; dat 's hard noodig ook. Dat was aanvankelijk mijn gedachte, Maar na wat overleg met andren Kwam 'k van dat denkbeeld weer terug; Want hoe aan middelen te komen Voor zoo'n geweldig groot gebouw? Want g'loof mij, zoo'n gesticht zou kosten Een buitensporig groote som, Als iedereen die 't noodig heeft Een onderkomen daar moet vinden. Men moet vertrouwen op den tijd, Niet enkel bouwen voor zich zelf,... Met reuzenschreden ging 't vooruit Verleden jaar, dit jaar zoo niet;... U ziet hoe alle volksbelangen Verbazend al zijn uitgegroeid; Met zevenmijlslaarze', als behekst, Ontwiklen krachten zich en gaven, In alle mogelijke vakken. 't Zou dus een al te dure grap zijn Ons nageslacht plaats te bezorgen, Voor zich, met kindren en met vrouwen. En daarom zeg ik: lieve God, Die tand, die trekken wij maar uit!


BRANDEn wordt eens iemand al te gek Dan heeft u toch de groote zaal.


(tevreden)


DE BALJUWJa, die zal meestentijds toch leeg staan! Die inval, Brand, was waarlijk snedig! Als 't bouwplan nu maar niet verong'lukt, Dan krijgen wij 't gesticht nog gratis, Verzaamlen onder 't zelfde dak, Beveiligd door dezelfde vlag, De wezenlijke elementen, Die voor ons dorp kenmerkend zijn; Daar hebben we onze armoedzaaiers, Met heel den schurkentroep er bij, Krankzinnigen, die los en vrij Rondliepen zonder hulp of tucht,... En dan de vrucht van onze vrijheid, Verkiezingsstrijd met knappe reednaars, Een raadzaal waar wij overleggen, Wat dienen kan tot nut van 't dorp,... Een feestzaal, waar met volle glazen Wij blij herdenken 't voorgeslacht. Als dus de zaak niet valt in duigen, Krijgt hier de zoon der bergen alles Wat hij met billijkheid kan eischen, Om recht naar eigen zin te leven. Helaas, de streek hier is niet rijk; Maar staat eerst dat gemeenschapshuis, Dan, denk ik, kan men 't noemen hier Met recht, een welbestuurd distrikt.


BRANDMaar 't geld...?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 161 / 354


DE BALJUWJa juist, daar zit de knoop, In deze zaak als in de meeste; De lust is zwak om bij te dragen, En zoo u mij uw hulp onthoudt Dan kan ik ook de vlag wel strijken. Maar steunt u met uw machtig woord Mijn plan, dan zal het wel gelukken,... En komt het dan eenmaal tot stand Zal ik u waarlijk niet vergeten.


BRANDDus 't is uw plan mij om te koopen?


DE BALJUWIk zou het liever anders noemen... Voor beiden zou het, naar ik meen, De tweedracht, die er als een kloof Tot nu toe tusschen ons bestaan heeft, Tot beider voordeel kunnen dempen.


BRANDDan heeft u slecht uw tijd gekozen...


DE BALJUWAch ja, ik weet wel, 't groote leed, Dat pas uw ouderhart gewond heeft; Uw kalmte echter deed mij 't wagen; En de behoefte aan vasten steun...


BRANDZoowel in vreugde als in leed, Ben ik bereid, waar 't noodig zijn mocht; Maar om een andre reden doet U dezen keer vergeefsche moeite.


DE BALJUWDie reden is...?


BRANDIk zelf wil bouwen.


DE BALJUWWat! Bouwen? Neemt u mij mijn plan?


BRANDNiet heelemaal. (wijst naar buiten). Kijk, ziet u ginds...?


DE BALJUWDáár?


BRAND...Ja.


DE BALJUWDat groote houten huis? Dat is immers uw koeienstal?


BRANDNeen, dàt niet;... 't kleine houten huisje.


DE BALJUWWat! 't Kerkje!


(knikt)


BRANDDàt wil ik verbouwen.


DE BALJUWDat zal waarachtig niet gebeuren! Aan 't kerkje zal mij niemand raken;... 't Is om den voet mij dwars te zetten; Mijn plan is klaar en daar is haast bij; Maar 't uwe werpt mij uit het zadel; En beide te gelijk, dat gaat niet,... Geef toe dus...!


BRANDDàt deed ik nog nimmer.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 162 / 354


DE BALJUWNu moet u 't doen! Bouw mijn arresthuis Met 't pesthuis en de groote feestzaal, In 't kort, 't gesticht... om zoo te zeggen,... Wie vraagt dan naar 't vervallen kerkje? En waarom moet dat nu verbouwd? Het was toch vroeger groot genoeg.


BRANDWel mooglijk; maar nù is 't te klein.


DE BALJUWMaar ik heb 't toch nooit vol gezien!


BRANDEen enkle ziel zelfs kan daarbinnen Geen ruimte voor verheffing vinden.


(schudt verwonderd het hoofd)


DE BALJUWWaarmee die enkle ziel 't bewijs geeft Hoe noodig hier mijn gekkenhuis is. (op anderen toon). Laat 't kerkje staan, laat mij u raden; Men kan het tot op zeekre hoogte, Een oud eerwaardig erfstuk noemen. Het is een erfstuk, onvervreemdbaar,... En 't wordt niet om een nuk vernietigd! Al valt mijn bouwplan in het water, Zal 'k, als een Phoenix uit zijn assche, Herrijzen in de gunst van 't volk hier! Ik kom òp als de ridder koen, Voor 't monument hier op ons strand! Hier was eertijds een offerplaats,... Dat was in koning Beles dagen; En daar verrees de kerk toen later Uit vromer helden roof en buit. Eerwaardig in haar simple pracht, Hoogheilig in haar oude dracht, Stond trotsch zij tot in onze dagen...


BRANDMaar wat getuigde eertijds van macht Rust toch al lang in 't zwijgend graf;... Nu is daarvan niet veel meer over.


DE BALJUWDat is het juist! Zij is zoo oud, Dat ze eig'lijk al niet meer bestaat; Maar toen mijn grootvader nog leefde Was in den muur een gat nog over!


BRANDEen gat?


DE BALJUWWijd als een okshoofd wel!


BRANDMaar dan de muur?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 163 / 354


DE BALJUWJa, die was weg. Kijk, daarom moet ik ronduit zeggen, De kerk te sloopen is onmooglijk;... Dat ware een schandlijke, een gruwlijk Barbaarsche daad zonder gelijken! En 't geld,... waar komt dat dan vandaan? Denkt u dat men hier zoo vrijgevig Voor zulk een onvoldragen plan Maar daadlijk in de beurs zal tasten, Als met een beetje reparatie Men de oude nog wel zóó kan stutten, Dat zij het ònzen tijd nog uithoudt? Maar gaat u zelf maar onderzoeken,... Ik win mijn zaakje toch ten slotte.


BRAND'k Ben niet van plan de luî te pressen Om geld voor 't nieuw te bouwen Godshuis. Uit eigen midd'len wil ik bouwen;... Mijn erfdeel, al wat ik bezit, Stel ik beschikbaar voor dat doel. Denkt u wellicht nu nog zoo driest Dat 'k van gedachte zal verandren?


(met gevouwen handen)


DE BALJUWIk sta als uit de lucht gevallen! Zoo iets komt nauwlijks voor in steden,... En hier in 't dorp... waar iedereen Zoo vast de hand hield op den zak Voor wat zelfs 't dringendst noodig was,... Hier komt u met een stortvloed aan Die blinkt en fonkelt, sprankelt, schuimt... Neen, ik moet zeggen, 'k sta verstomd!


BRANDAl lang deed 'k in gedachten afstand Van 't geld....


DE BALJUWJa, 'k hoorde wel eens spreken Van dingen, die op zoo iets wezen. Maar 'k dacht dat het maar praatjes waren. Wie wil een dergelijk offer brengen Waar 't hem niet aanbrengt zichtbaar voordeel? Maar dat 's geheel uw eigen zaak;... Gaat u nu vóór, dan volg ik u. U is in 't vuur nu, u kan werken, En ik kom stapvoets er dan ook wel... Brand, laat die kerk ons samen bouwen!


BRANDWat? Wil u ùw plan laten glippen?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 164 / 354


DE BALJUWDe lieve God weet dat ik 't wil! Gek zou ik zijn, als ik 't niet deed. Wie heeft, denkt u, 't volk op zijn hand, Als de één het voeren, mesten wil, En de ander melken, scheren, plukken? Ja, om de bliksem doe ik mee! Ik ben van 't plan al gansch vervuld, Bewogen, aangedaan, geroerd; 't Was een gelukkig toeval dat Mij naar uw huis toe dreef van avond; Want zonder 't mijne was misschien Bij u het uwe niet ontstaan,... Althans niet aan het licht gekomen. Zoo is 't dan toch mijn eigen werk Het bouwen van die nieuwe kerk!


BRANDMaar denk er aan, de statig oude Ruïne kan niet blijven staan!


(kijkt naar buiten)


DE BALJUWBekeken zoo in 't dubbel licht Van maneschijn en verschen sneeuwval, Ziet zij er erg vervallen uit.


BRANDWat zegt u?


DE BALJUWBrand, ze is heusch te oud! Het is mij waarlijk onverklaarbaar Dat ik 't nooit vóór van avond zag. De hanebalken staan al scheef; 't Gebruik wordt weldra hoogst gevaarlijk. En waar is stijl, architectuur? Noch in het dak, noch in den muur. Hoe moet men zulke bogen noemen? Een vakman zou: afschuwelijk! zeggen;... En 't groen bemoste dak kan óók niet Uit koning Beles' dagen stammen. Neen, piëteit kan ook te ver gaan! En iedereen moet toch begrijpen, Dat zulk een wrakke, rotte kast Een onding is, niets meer dan dat!


BRANDMaar als nu 't volk zich eens verzette, En tegen slooping zich verklaarde?...


DE BALJUWWil niemand anders dan wil ik. Ik zal terstond hoe eer hoe liever, Nog alles reeglen en beschikken, Dat 't zaakje glad van stapel loopt. 'k Zal werken, schrijven, en mijn best doen. Nu ja... u kent mij wel. Genoeg! En kan 'k geen helpers samen drijven Voor 't sloopingswerk, uit 't domme volk, Dan pak ik aan met eigen handen, En breek het plank voor plank zelf af. Ja, moest 'k mijn vrouw en al mijn dochters Doen helpen bij 't vernielingswerk, Waarachtig, 'k laat geen paal meer staan!


BRANDDie toon klinkt zeker heel verschillend Van dien, waarop u straks nog sprak.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 165 / 354


DE BALJUWEénzijdigheid te niet doen Dat leert ons de humaniteit; En als de dichter het niet mis heeft, Dan is het juist een heel mooi iets Dat onze geest gevleugeld is,... Met andre woorden... hij kan vliegen... Adieu! (neemt zijn hoed) Nu moet ik naar de bende.


BRANDNaar wat?


DE BALJUWJa, denk eens, met ons beiden, Vlak bij het dorp, heb 'k opgepakt Een troep Zigeuners, leelijk volkje;... Een stevig touw had 'k tot mijn hulp; Nu zitten zij daarginds gevangen In 'n huis aan 't strand; maar ik mag hangen Als er geen paar zijn weggeloopen...


BRANDEn pas is 't kerstfeest ingeluid.


DE BALJUWWat doet dat duivelsvolk ook hier? Maar 't is ook waar, in zeekren zin Behooren zij tot dit distrikt... (lachend) Ja, en juist u! Hoor, een mooi raadsel, Los dat eens op, als u het kan: Er leven menschen, die bestaan Door hèn, van wie uw leven uitging. En toch bestaan zij, wederom, Omdat zij van een andren stam zijn!


(schudt het hoofd)


BRANDOch God, er zijn zoovele raadsels! Men staart er op... kan ze niet raden.


DE BALJUWMaar dit is nog al licht te raden. U heeft toch wel eens hooren spreken In 't dorp, zoo hier of daar, een woord, Van d'armen jongen, die hier woonde... En zoo geleerd was als vier priesters, -- En om uw moeder aanzoek deed...


BRANDWat verder?


DE BALJUWOm een schatrijk meisje! Maar zij gaf hem den bons, natuurlijk, Zoo als hij ook wel kon verwachten. Maar weet u wat hij toen ging doen? Hij werd van droefheid haast krankzinnig, En trouwde eindlijk met een andre, 'n Zigeunerin;... en vóór zijn dood Liet hij een spruit na aan de bende, Die rondzwerft nu in zonde en nood. Ja, een van die gemeene heksen Mocht ons distrikt zoo waar behouden.... 'n Gedachtnis aan zijn mooie daad...


BRANDEn dat is...


DE BALJUWWel, de wilde Gerd.


(gedempt)


BRANDAha!


(vroolijk)


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 166 / 354


DE BALJUWWat? 't Raadsel is niet kwaad! Want zij bestaat toch krachtens haar, Die u eertijds het leven gaf; Want liefde tot uw moeder was De drang, die háár het leven gaf.


BRANDIs er geen middel, dat u weet, Tot hulp voor die verdoolde zielen?


DE BALJUWDie zitten 't best maar achter slot. Daar is geen goed meer aan te doen; Wie hen wou redden zou bestelen Den duivel, die failliet moet gaan Als hij op aard' zijn deel niet krijgt.


BRAND't Was toch uw plan een toevluchtsoord Voor alle arme lui te bouwen?


DE BALJUWDat plan, zoodra het was gemaakt... Werd daadlijk weer terug genomen.


BRANDMaar als 't nu toch...; het was toch mooi...


(glimlachend)


DE BALJUWDie toon klinkt zeker heel verschillend Van dien, waarop u straks nog sprak.


(klopt hem op den rug).


DE BALJUWLaat dat maar dood zijn en vergeten; Een man moet vast en zeker handlen. Adieu! ik mag niet langer toeven; 'k Moet er op uit en gaan beproeven Die paar ontsnapten op te sporen. Tot weerziens dus. Een vroolijk kerstfeest Wensch ik u toe. En groet uw vrouw! (af).


(na een poos zwijgend denken)


BRANDO, boete, eindloos boete doen!... Zoo wild, zoo bont dooreen verward Zijn alle draden van het lot,... Zoo liggen zonde en vrucht der zonde Bijeen, verpestende elkander, Dat hij die 't aanziet moet erkennen Dat goed en kwaad onscheidbaar zijn.


(gaat naar het raam en staart lang naar buiten)


BRANDMijn kind, jij viel, arm schuldloos lam, Als offer voor mijn moeders daden; 'n Verdoolde ziel kwam als gezant Van hem, die boven wolken troont, En deed de noodlotsteerling vallen;... En deze arme ziel ontstond Doordat mijn moeders ziel eens dwaald'! Zoo houdt God met het loon der zonde In evenwicht zijn eeuwig recht, En slingert uit der heemlen hoogte Bezoeking tot in 't derde lid.


(wijkt verschrikt van het raam terug)


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 167 / 354


BRANDJa, 's Heeren wet rust op 't geslacht! Zijn eerste doel is evenwicht. Tot 't laten rijzen van de schaal Heeft offervaardigheid de macht; Maar 't woord mag niet genoemd thans worden, Want 't menschdom beeft al bij het hooren!


(loopt een tijdlang op en neer door de kamer)


BRANDEn bidden? Bidden? Och,... een woord, Dat glad genoeg den mond ontrolt,... Waarmee een ieder gul genoeg is. 't Beteekent om genade smeeken Op duistre, raadselvolle wegen, Om Christus' tusschenkomst te beedlen, En hoog te strekken beide handen... In twijfel staand tot aan de knieën! O ja, was dáár de zaak mee klaar, Dan durfde ik, als een ander, 't wagen Te kloppen aan des Heeren poort, Die "vreeslijk om te loven" is!


(blijft stil in gedachten staan)


BRANDEn toch... in ergste droefheidsdagen In 't bangste uur van groote smart, Toen, ingesluimerd voor het laatst, 't Kind door geen kus van moeders mond Meer tot een glimlach was te wekken;... Wat wàs dat...? Bad ik dan niet toen? Waar kwam die zoete roes van daan, Die stroom van zang, die melodie, Die kwam van ver, en weer verdween... En hoog mij ophief, licht en vrij? Bad ik? Was 'k in gebed verzonken? Heb ik toen hier met God gesproken? Verstond hij mij? En zag hij neer Op 't huis van droefheid, waar ik schreide?... Wat weet ik! Nu is 't donker weer Rondom mij, alles weer gesloten,... En nergens, nergens licht te vinden... Ja, Agnes,... zij die ziet geblinddoekt!...


(roept angstig)


BRANDLicht, Agnes,... licht, o breng mij licht! (Agnes opent de deur en komt binnen met de aangestoken kaarsen voor het feest; een helder licht straalt door de kamer).


BRANDLicht!


AGNESZie je 't kerstlicht dat ik breng?


(zacht)


BRANDHa, 't kerstlicht!


(zet de candélabre op tafel)


AGNESBleef ik lang weg, liefste?


BRANDNeen, neen!


AGNESMaar och, wat is 't hier koud; Je moet verkleumen...


(krachtig)


BRANDNeen!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 168 / 354


(glimlachend)


AGNESJe trots Wil zelfs geen warmte of licht behoeven.


(stookt de kachel op).


(loopt op en neer)


BRANDHm, wil niet!


(stil in zich zelf, terwijl zij de kamer versiert)


AGNESHier zet ik het licht, Hoe blij naar 't blinkend kaarslicht greep Met kleine vingertjes mijn Alf. Toen was hij nog gezond en flink, En boog voorover uit zijn stoel En vroeg of dit nu was een zon! (verzet het licht een beetje). Nu valt het schijnsel van het licht Naar buiten... over die plek dáár. Nu kan hij door de ruiten zien Den glans, van waar hij ligt en slaapt; Nu kan hij gluren onbemerkt In 't feestlijk stralende vertrek... Maar als van tranen dof, is 't glas;... Wacht, wacht, zoo aanstonds zal het lachen...


(droogt het glas af).


(heeft haar met de oogen gevolgd en zegt zachtjes)


BRANDWanneer zal ooit de storm bedaren Dier zee van smart, zoo woest beroerd! Die moet bedaren.


(in zich zelf)


AGNESKijk, hoe licht! Nu is 't als viel de scheidsmuur weg, Alsof de kamer grooter werd, Alsof de harde, kille grond Werd tot een zacht en lekker bedje, Waar 't kindje zoet en zacht kan slapen.


BRANDWat doe je, Agnes?


AGNESSst! Wees stil!


(dichterbij)


BRANDWaarom is dat gordijn daar weg?


AGNES't Was maar een droom; nu is 't voorbij.


BRANDEr schuilt in droomen groot gevaar. Maak 't dicht weer!


(smeekend)


AGNESBrand!


BRANDMaak dicht! Maak dicht!


AGNESO, wees niet hard, dat is niet goed!


BRANDDicht! Dicht!


(maakt de luiken dicht)


AGNESNu is dan alles dicht. God zal wel niet beleedigd zijn Als 'k in een oogenblik van droom Dronk uit de bron van troost...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 169 / 354


BRANDO neen! Hij is een zacht en meegaand rechter, En zal 't wel door de vingers zien Als in den dienst, dien je hem wijdde, Soms insluipt wat afgoderij.


(barst in tranen uit)


AGNESO, zeg mij, hoever gaan je eischen! 'k Ben moe, doodmoe,... mijn kracht bezwijkt.


BRANDIk heb gezegd: in zee geworpen Is 't offer dat niet alles geeft.


AGNESMaar ik gaf alles; 'k heb nu niets meer!


(schudt het hoofd)


BRANDJij moet nog veel meer offers brengen.


(glimlacht)


AGNESEisch dan! Nu heb 'k den moed der armoê!


BRANDGeef!


AGNESNeem! Och, Brand, je kunt niets vinden!


BRANDJe smart en je herinneringen,... Je zondig smachtende verlangen...


(in wanhoop)


AGNES'k Heb ook nog mijn gemarteld hart! Ruk uit! Ruk uit!


BRANDIn gapende' afgrond En doelloos wierp je 't offer weg, Indien je treurt om wat je mist nu!


(rilt)


AGNESJe weg tot God is eng en steil.


BRANDDe vaste wil kent alleen dezen...


AGNESDus geen genâ...?


(afwijzend)


BRANDAlléén door offers.


(staart voor zich uit en zegt fel bewogen)


AGNESNu opent als een afgrond wijd, Zich 't woord der Schrift, dat 'k nooit te voren Geheel verstond.


BRANDWelk is dat woord?


AGNESHij, die Jehova ziet, moet sterven! BRAND (slaat zijn armen om haar heen en drukt haar vast tegen zich aan). Verberg je, Agnes! Zie hem niet! Doe je oogen toe...


AGNESIs dat je ernst?


(laat haar los)


BRANDNeen!


AGNESBrand, je lijdt.


BRANDIk heb je lief.


AGNESHard is je liefde.


BRANDAl te hard?


AGNESVraag niets; ik volg je waar je gaat.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 170 / 354


BRANDDenk je dat ik eens onberaden Je jeugd onttrok aan spel en dans... Dat 'k voor een halfheid je moest treffen Met offerwilligheids gebod? Wee ons, dan waar' te duur, te zwaar Het offer door ons hier gebracht. Je bent mijn vrouw, je heele leven Tot 's Heeren dienst mag ik dus eischen.


AGNESJa, goed, maar ga niet van mij weg.


BRANDIk heb behoefte aan stilte en rust, De kerkbouw gaat nu gauw beginnen...


AGNESMijn kleine kerkje viel in puin.


BRANDPleegde je daar afgoderij Dan moest de storm het nederstorten.


(omhelst haar als in angst).


BRANDGod zegen je,... en ook door jou Mijzelf en wat het mijne is!


(gaat naar de zijdeur).


AGNESBrand, mag ik van het raam een beetje De blinden losdoen? maar een kiertje? Heel even maar? Toe, mag ik?


(in de deur)


BRANDNeen. (gaat zijn kamer binnen).


AGNESStijf toe! Stijf toe,... alles stijf toe! Zelfs vergeten sluit hij af! Klachten, zuchten, dicht gegrendeld, Hemel, graf, versperd, op slot! Ik wil weg; ik kan niet leven Hier in eenzaamheid en smart! Weg? waarheen? Zien niet van boven Strenge oogen op mij neer? Kan ik op mijn vlucht meenemen Wat mijn hartsbezitting is? Kan 'k ontkomen, als ik 't wilde Aan mijn angst, mijn doffe leegheid?


(luistert aan de deur van Brands kamer)


AGNESHardop leest hij; tot zijn oor Dringt mijn stem van hier niet door. Nergens hulp! Geen raad, geen troost! God de Heer heeft 't veel te druk nu Met te luistren naar der rijken, Kinderrijken, gelukzaalgen, Dank en zang en spel en dans. Kerstmis is een tijd van vreugd. Mij verlaten moeder, klagend, Ziet hij niet, schenkt hij geen aandacht.


(gaat voorzichtig naar het raam).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 171 / 354


AGNESZal 'k de luiken openschuiven, Dat het volle, heldre licht 't Spook van angst en schrik verjaagt Uit den nacht waarin hij sluimert?... Neen, hij is niet meer daarginder!... Kerstmis is der kinderen feest;... Hierheen komen mag hij thans; Mooglijk staat hij wel daarbuiten, Reikt met de armpjes om te tikken Op de dichtgesloten ruiten... Hoorde ik daar niet schreien nu? Alf, mijn kind, ik weet geen raad! Dicht is 't hier; dat deed je vader;... Alf, ik mag niet open doen! Een gehoorzaam kind ben jij, Nooit deed jij of ik verdriet hem. O, stijg gauw weer op ten hemel, Daar is licht en daar is vreugde: Daar is spel van kinderscharen. Maar laat niemand je zien schreien,... Zeg niet dat je vader 't huis sloot Toen je aan de deur kwam kloppen. 't Kindje kan nog niet begrijpen Wat is groote-menschen-plicht. Zeg dat treurend hij, en zuchtend Bladen voor een krans geplukt heeft; Zeg dat hij dien heeft gemaakt. Kan je 'm zien? Die is van hem!


(luistert, bedenkt zich en schudt het hoofd).


AGNESOch, ik droom weer! Meer dan luiken Staat als scheidsmuur tusschen ons. In den gloed van 't loutringsvuur Valt eerst alle scheiding weg,... Barst 't gewelf en scheuren grendels Knarsen kerkerdeuren-hengsels, Springt er open 't groote slot! Veel, o veel moet nog gebeuren, Vóór we elkander weerzien kunnen... 'k Zal in alle stilte werken, Om zijn eischen te voldoen; 'k Zal mij harden, ik zal willen... Maar van avond is het feest. 't Vorig jaar was 't wel heel anders! Stil,... het feest wil ik toch vieren; 'k Haal te voorschijn al mijn schatten;... Hoe oneindig veel mij waard, Na 't verlies van mijn geluk, 'n Moedersmart alleen kan 't weten. (Zij knielt neer bij de commode, trekt een lâ open en haalt er verscheidene dingen uit. Op datzelfde oogenblik doet Brand de deur open en wil iets tegen haar zeggen, maar als hij merkt wat zij van plan is, wacht hij en blijft staan. Agnes ziet hem niet).


(zachtjes)


BRANDAltijd om het kerkhof zweven, 't Zelfde spelen rondom 't graf.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 172 / 354


AGNESDit 's de sluier... en de mantel Dien hij droeg toen hij gedoopt werd... Hierin knoopte ik zijn jurkje...


(houdt het in de hoogte, kijkt er naar en lacht).


AGNESOch, wat stond hem dat toch lief! Prachtig was mijn kleine vent Toen wij in de kerk daar zaten... Hier de sjerp en hier het kieltje, Dat hij droeg den eersten keer Toen hij mee mocht gaan naar buiten. O, het was toen veel te lang, Maar het werd hem gauw te klein al... Dat zal ik maar hier neerleggen... Wantjes, kousjes,... wat een beenen!... En zijn nieuwe zijden hoedje, Dat hij kreeg toen 't winter werd...; Mooi en frisch, en ongebruikt nog. O, daar liggen nog de kleertjes Waarin 'k hem gewikkeld had Om te reizen, warm en licht; Toen ik die weer weg moest leggen Was 'k tot stervens toe vermoeid.


(wringt de handen in smart)


BRANDSpaar mij, God! Ik kàn haar laatsten Afgodstempel niet verbrijz'len; Zend een ander, als 't dan moet!


AGNESHier zijn vlekken; heb 'k geschreid?... Wat een schat! Bedekt met paarlen, 'n Tranenspoor van bange smarten, Stralend van het wee der keus, Heilig!--dat 's de kroningsmantel Dien hij droeg den dag van 't offer! O, wat ben ik toch nog rijk! (Er wordt hevig aan de gangdeur geklopt; Agnes keert zich om met een kreet en ontwaart tegelijkertijd Brand. De deur wordt opengerukt, en een havelooze vrouw komt, met een kind op den arm, haastig binnen).


(ziet het kindergoed en roept tegen Agnes:)


DE VROUWGeef mij wat, jij rijke moeder!


AGNESJij bent tienmaal rijker wel.


DE VROUWJij bent er dus ook zoo een Met den mond vol mooie woorden!


(komt nader)


BRANDZeg mij wat je hier komt zoeken.


DE VROUWJou niet, want jij bent een priester! Liever in den storm daar buiten Dan van boete hooren spreken; Liever vluchten tot ik neerval, Mij verdrinken, of verhongren, Dan jou, zwartrok, aan te hooren, Die mij naar de hel wil jagen! Kan ik 't helpen, voor den duivel, Dat ik werd tot wat ik ben?


(zacht)


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 173 / 354


BRANDDeze stem en dat gezicht... Angstvermoeden wekken zij!


AGNESRust, en warm je, als je 't koud hebt. Geef het kind wat 't noodig heeft...


DE VROUWEen Zigeuner mag niet zitten Waar het licht is, waar het goed is. Voor ons zijn de buitenwegen, Holen, bosschen, hei en bergen; Huis en haard, die zijn voor jullie, 'k Moet naar buiten weer terstond, Zij zijn achter mij als honden! De politie, allemaal, Krijgt die mij, dan word 'k gebonden.


BRANDHier is 't veilig voor je.


DE VROUWHier? Onder 'n dak en tusschen muren? Neen hoor; dan geeft winternacht Beetre lucht nog voor ons beiden. Maar iets om het kind te dekken! Want zijn broer liep weg, die smeerlap, Als een dief met al de vodden Waarin 'k hem gewikkeld had. Kijk, hij is zoo goed als naakt nu, Blauw en nat en half bevroren In de sneeuwbui van daar straks.


BRANDVrouw, laat hier je kind bij ons, Dat bij voor jouw lot bewaard blijv'. Doe het voor zijn zieleheil; Dan wordt 't brandmerk weg genomen...


DE VROUWJa, jij bent goed op de hoogte! Zulk een wonder doet er niemand,... Mag en moet zelfs niemand doen! Strijd met hen, die hem verstieten! Weet je waar hij is geboren? Op den berm van den weg, ja! Onder spel, gejoel en drank. Werd gedoopt met modderspatten, 't Kruis gemaakt met heete asch, Uit de drankflesch 't eerst gelaafd... En juist toen hij werd geboren Stonden ze om ons heen te razen;... Waarom, denk je, zeg? God beter 't! Wie de vader van het jong was!


BRANDAgnes?


AGNESJa.


BRANDJe kent je plicht.


(met schrik)


AGNESBrand! Aan haar! O neen, dat nooit!


DE VROUWGeef, o geef mij wat je hebt! Oude lappen, zijden goed! Niets is mij te slecht, te mooi, Als 't hem maar verwarmen kan. Laat ontdooien hem toch eerst Als hij dan van daag nog sterft!


(tegen Agnes)


BRANDWederom geeft God een teeken!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 174 / 354


DE VROUWEr is ruim voor je eigen jongen... Heb je voor den mijnen niets? 't Zij wat kleeren, 't zij een doodshemd?


BRANDHoor je niet hoe in haar woorden Waarschuwing van boven klinkt?


DE VROUWGeef, geef!


AGNESHet is heiligschennis! 'n Misdaad aan mijn kleinen doode!


BRANDDoelloos bracht je hem ten offer, Als je op den drempel staan blijft.


(gebroken)


AGNES't Zij dan zoo... je wil geschiede 'k Treed mijn bloedend hart met voeten. Vrouw, kom hier, neem wat je wilt.... 'k Deel met je mijn overvloed...


DE VROUWGeef! geef!


BRANDDeelen?... Agnes, deelen?


AGNESLiever ga ik dood, dan alles Weg te stelen! 'k Ben geweken Voet voor voet! Ik kan niet verder! 't Is genoeg; meer is niet noodig!


BRANDWas dan alles ook te veel Toen voor jouw kind jij het kocht?


(geeft)


AGNESVrouw, kom hier; neem dezen mantel, Waar 'k mijn kind ten doop in hield. Hier het jurkje,... sjerp en kieltje; Dat is warm in winterweer. Hier het zachte zijden hoedje... Kou lijdt hij daaronder niet. Neem het, neem nu alles toch...


DE VROUWGeef, o geef!


BRANDGaf je alles nu?


(weer gevend)


AGNESVrouw, hier is de kroningsmantel, Dien hij droeg den dag van 't offer!


DE VROUWZoo! nu zijn de laden leeg; En nu ga ik aan den haal! Op de trap zal 'k hem wel kleeden;... Gauw nu weg met al mijn lappen! (af). AGNES (blijft in hevigen innerlijken strijd staan: eindelijk vraagt zij:) Zeg eens, Brand, zou 't billijk wezen Om nòg meer te eischen nu?


BRANDZeg mij eerst, was het van harte Dat je 't zware offer bracht?


AGNESNeen.


BRANDDan heeft het ook geen waarde. En er blijft nog meer te eischen (wil heengaan).


(zwijgt tot hij bij de deur is, dan roept zij:)


AGNESBrand!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 175 / 354


BRANDWat is er?


AGNES'k Heb gelogen;... Kijk, 'k betreur het, 'k ben gebogen. Neen, je kon niet anders denken Of 'k had alles nu gegeven.


BRANDEn?


(haalt een opgevouwen mutsje uit haar boezem)


AGNESDit heb ik nog bewaard.


BRANDDàt?


AGNESJa, nat van al mijn tranen, Vochtig van 't doodskille zweet,... Heeft het op mijn hart gelegen!


BRANDBlijf dan in je afgods macht. (wil heengaan).


AGNESWacht!


BRANDWat wil je?


AGNESO, je weet het! (reikt hem het mutsje toe).


(komt dichterbij en vraagt zonder het aan te nemen)


BRANDIs 't van harte?


AGNESJa!


BRANDGeef hier dan. De arme vrouw zit op de trap nog. (af).


AGNESLosgescheurd... verscheurd is alles... 't Laatste wat mij nog aan 't stof bond! (staat een poos onbewegelijk stil; allengs gaat de uitdrukking van haar gezicht over in een stralende vreugd. Brand komt terug; zij ijlt hem jubelend te gemoet, valt hem om den hals en roept:) 'k Ben bevrijd, Brand! 'k Ben bevrijd!


BRANDAgnes!


AGNES't Duister is voorbij! Alle angsten die er lagen Loodzwaar drukkend op mijn borst, Zijn in d'afgrond weggeslingerd! Overwonnen heeft mijn wil! Alle neev'len zijn verstoven, Alle wolken weggevaagd; Door den nacht aan de overzijde Zie ik schijnen 't morgenrood! Doodenakker! Doodenakker! 't Woord wekt nu geen tranen meer, Scheurt de wond nu niet meer open;... 't Kindje voer ten hemel op!


BRANDJa, nu heb je overwonnen!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 176 / 354


AGNESOverwonnen heb ik, ja... Graf en doodsangst, pijn en smart! O, zie opwaarts, zie naar boven! Zie je Alf staan voor Gods troon, Lachend, blij, als in zijn leven, Strekkend de armpjes naar ons uit? En al had ik duizend monden, En al mòcht ik en al kòn ik, Geen zou ik er open doen Om hem weer terug te vragen. O, hoe groot, hoe rijk is God In 't bereiken van zijn doel. 't Kind als offerlam gevallen, Heeft mijn ziel gered ten leven; 'k Kreeg het om 't weer af te geven, Om de zege te bevechten!... Dank dat jij mijn hand geleid hebt; Trouw heb je voor mij gestreden; O, ik zag wel hoe je leedt. Nu sta jij in 't dal der keus; Weldra drukt op jou 't gewicht Van het alles dan, of niets!


BRANDAgnes, kind, je spreekt in raadsels;... Nu is alle strijd gestreden!


AGNESHeb je 't woord der Schrift vergeten: Die Jehovah ziet moet sterven!


(wijkt terug)


BRANDWee mij! Welk een licht ontsteek je!... Neen! Neen! Duizendmalen neen! Ik heb reuzensterke handen, Van mij heengaan zal je niet! Laat dan alles mij ontglippen, Alles kan ik hier ontberen, Maar niet jou, o neen, jou nooit!


AGNESKies; je staat nu aan den kruisweg! Doof het licht dat in mij gloeit nu, Sluit de bron af dier gevoelens, Geef mij weer mijn afgodsbeelden... Buiten zit die vrouw nog altijd;... Laat opnieuw mij wederkeeren Tot de dagen toen ik blind was, Laat mij weer in 't slijk verzinken, Waar 'k tot nu toe leefde in zonde; Alles kan je; 't staat je vrij; Tegen jou vermag ik niets; Knak mijn vleugels, sluit mijn ziel op, Leg op mij het lood der dagen, Bind mij, trek mij weer omlaag, Waar je zelf mij van omhoog hief,... Laat mij leven als te voren, Toen ik mij in 't duister wrong! Als je dit doen wilt en durft, Ben ik als voorheen je vrouw;... Kies; je staat nu aan den kruisweg!


BRANDWee mij! wee mij, als ik 't wilde! O, maar ver van deze plek, Ver van droeve erinneringen Vind je licht en leven weer!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 177 / 354


AGNESDenk je niet dat hier je binden 't Offer... en je roeping ook? En vergeet je al de zielen, Die je hier genezen moet? Hen, die God je toevertrouwde Om te leiden tot verlossing? Kies! je staat nu aan den kruisweg!


BRANDMij is hier geen keus gelaten.


(valt hem om den hals)


AGNESDank voor alles,... en ook dáárvoor! Trouw gesteund heb je de zwakke! 'k Voel me moe nu en gebroken,... Maar jij zult mij trouw bewaken.


BRANDSlaap! Je dagwerk is gedaan.


AGNESJa, gedaan, en 't nachtlicht brandt. De overwinning nam mijn kracht; Nu ben 'k zwak en uitgeput; O, maar God wil 'k eeuwig loven! Goeden nacht, Brand!


BRANDGoeden nacht!


AGNESDank voor alles. Nu ga 'k slapen (af).


(drukt de handen tegen zijn borst)


BRANDZiel, wees trouw tot 't allerlaatste! Hoogste zege is 't àl verliezen. Door verlies wordt eerst gewonnen;... 't Eeuwig erfdeel is 't verloorne!

EINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF

Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 178 / 354

Vijfde bedrijf


Anderhalf jaar later. De nieuwe kerk staat geheel gereed en versierd ter inwijding. De rivier loopt er vlak langs. Het is nevelig, vroeg in den morgen.


De koster is bezig kransen op te hangen buiten vóór de kerk; even later komt de schoolmeester.


DE SCHOOLMEESTERKijk eens aan, al op?


DE KOSTER't Is wel noodig. Help eens 'n handje met dat groen hier. Een haag moet 't worden voor den optocht.


DE SCHOOLMEESTERDaarginder aan de pastorie zag 'k Iets in een ronde lijst ophangen...


DE KOSTERJawel, jawel!


DE SCHOOLMEESTERWat moet dat worden?


DE KOSTEREen eereschild, zooals ze 't noemen, Met op een gouden grond, zijn naam.


DE SCHOOLMEESTERJa, 't is een feestdag voor 't distrikt! Van alle kanten komen ze aan; Van zeilen wit haast ziet de fjord.


DE KOSTERJa, nu is de gemeente wakker; In vroeger dagen, vóór zijn tijd, Wist niemand hier van twist of strijd; Toen sliep je zelf, toen sliep je buurman; Ik weet al niet, wat is nu 't beste.


DE SCHOOLMEESTERLeven, vriend, leven!


DE KOSTERMaar wij gaan Langs 't leven, onberoerd voorbij; Hoe komt dat dan?


DE SCHOOLMEESTERDat komt omdat Wij werkten tot de andren sliepen;... En toen ze ontwaakten, sliepen wij,... Want ons had niemand toen meer noodig.


DE KOSTERMaar leven, was toch 't best, zei u?


DE SCHOOLMEESTERDat zegt de proost en dominee; En dan zeg ik niet graag wat anders, Maar, enkel als de groote massa Er ook zoo over denkt, dat spreekt. Voor ons geldt nog een andre wet Dan die hier voorgelezen wordt; Wij beiden hier zijn ambtenaars Van het distrikt, om trouw te steunen De tucht der kerk en alle wetenschappen, En die met hartstochten zich niet bemoeien, In één woord: buiten de partijen staan.


DE KOSTERMaar dominee staat niet er buiten.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 179 / 354


DE SCHOOLMEESTERDat is nu juist zoo te betreuren. Ik weet vast dat zijn superieuren Niet over hem tevreden zijn, En als zij voor het volk maar durfden, Dan keerden zij 'm al lang den rug toe. Maar hij is slim; hij ruikt de lont wel, Hij weet genoeg wat er te koop is. Hij bouwt de kerk. En alles staart zich Hier blind, als er maar iets gedaan wordt. Wàt er gedaan wordt, dat raakt niemand; Dát iets gedaan wordt,... dat 's de kwestie,... Wij allemaal hier,... volk en leiders Kan men met recht daadsmannen noemen.


DE KOSTERU was een tijdlang afgevaardigd, En moet dus volk en land wel kennen; Maar iemand die hier door de streek trok, Kort nádat de gemeente ontwaakt was, Zei, vroeger waren zij hier slapers, En nu, ontwaakt, gelofte-doeners.


DE SCHOOLMEESTERJa, met geloften zijn zij gul... Doen àl te veel maar aan geloften,... Het volk heeft zich zoo snel ontwikkeld, Dat iedereen haast wat belooft.


DE KOSTERU, die studeerde, zeg mij toch eens... Ik heb er vaak op zitten peinzen... Wat noemt men toch een volksgelofte?


DE SCHOOLMEESTEREen volksgelofte? dat 's niet maklijk Te zeggen, zou wat ver ons voeren; Maar 't is iets waaromheen zich allen Vereenigd scharen... om 't idee; Het is iets dat gebeuren moet, Ver in de toekomst, welbegrepen.


DE KOSTERZoo, dank u, dat kan ik begrijpen; Maar er is nog iets dat ik graag Nog even van u hooren wou.


DE SCHOOLMEESTERZeg 't vrij-uit maar.


DE KOSTERNa hoeveel jaren Komt dan wat men de toekomst noemt?


DE SCHOOLMEESTERWel! Die komt nooit!


DE KOSTERKomt nooit?


DE SCHOOLMEESTERWelneen! En dat 's natuurlijk ook in orde. Want kòmt zij, dan is zij geworden Het heden,... is geen toekomst meer.


DE KOSTERJa, dat is zoo, dat zie ik in; Daarover valt niet te krakeelen. Maar hoe houdt men dan die belofte?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 180 / 354


DE SCHOOLMEESTERMaar ik heb immers juist gezegd, Die heeft betrekking op de toekomst; Wordt in de toekomst pas vervuld.


DE KOSTERJa goed; maar wanneer komt die dan?


(in zichzelf)


DE SCHOOLMEESTERDat is me een koster! (luid) Lieve vriend, Moet ik herhalen wat ik zei, Dat er geen toekomst ooit kan komen, Want als die komt, bestaat zij niet meer.


DE KOSTERHm!


DE SCHOOLMEESTERAchter elk abstract begrip Ligt iets, dat veel lijkt op een draai, Maar dat toch heel eenvoudig is,... Dat is te zeggen dus, voor hen, Die verder tellen dan tot tien. Beloven is ten slot beliegen, Mag wie belooft ook eerlijk zijn; Tot nog toe heette 't houden moeilijk; Men kan wel zeggen glad onmooglijk, Als men van logica wat afweet... Kom laat ons dat maar laten varen. Zeg, hoor eens?...


DE KOSTERStil!


DE SCHOOLMEESTERWat is er?


DE KOSTERStil toch?


DE SCHOOLMEESTERZoo waar, ik hoor daar iemand spelen Op 't nieuwe orgel.


DE KOSTERDat is hij.


DE SCHOOLMEESTERWat? Brand?


DE KOSTERJawel.


DE SCHOOLMEESTERWel sapperloot! Die is vroeg bij de hand geweest!


DE KOSTERIk g'loof haast niet dat hij van nacht Zijn bed ook maar heeft aangeraakt.


DE SCHOOLMEESTERWat?


DE KOSTERJa, dat loopt daar nooit goed af, Hij wordt verteerd door heimlijk leed Van dat hij weduwnaar werd af. Hij wil 't verbergen, dat is waar; Maar nu en dan komt 't voor den dag: 't Is of hem 't hart dan overloopt,... Dan speelt hij. Hoor hoe iedre toon Als schreien klinkt om vrouw en kind.


DE SCHOOLMEESTERHet klinkt haast als een samenspraak...


DE KOSTERVan een die troost en een die lijdt...


DE SCHOOLMEESTERHm,... als ik mocht werd 'k aangedaan!


DE KOSTERJa, als men niet was ambtenaar...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 181 / 354


DE SCHOOLMEESTEREn vastgeklemd en ingesnoerd In alles wat zijn stand betaamt!


DE KOSTERJa, als men durfde naar den duivel Te jagen al die boekenpraat!


DE SCHOOLMEESTEREn dan niet zoo verstandig zijn, Maar durven voelen, beste koster!


DE KOSTERVriend, niemand ziet ons,... laat ons voelen!


DE SCHOOLMEESTER't Waar' onbetaamlijk af te dalen Tot 't voelen van gewone menschen. Een man moet, zoo leert onze priester, Niet meer dan één ding willen zijn; Zelfs wie 't zou willen, kan niet wezen Een mensch en tevens ambtenaar. Men moet alleen... in allen deele... Navolger van den baljuw zijn.


DE KOSTERWaarom van hèm juist?


DE SCHOOLMEESTERNu, u weet Toch wel toen daar die zware brand was, Hoe hij 't archief toen droeg naar buiten En 't redde?


DE KOSTERJa, dat was een nacht!


DE SCHOOLMEESTEREen onheilsnacht! De baljuw zwoegde, 't Was of hij veertiendubbeld leefde... Maar binnen stond de duivel, lachend,... Zijn vrouw, dien ziende, aan het jamren: Je zieleheil, mijn lieve man!... De booze staat je naar het leven! Toen riep de baljuw in den gloed: Mijn ziel? Laat die maar naar de hel gaan! Help mij maar het archief te redden! Kijk, hij is baljuw op end' op, Met huid en haar, met hart en ziel. En daarom komt hij vast terecht eens Waar loon naar werken hij zal krijgen.


DE KOSTEREn waar is dat?


DE SCHOOLMEESTERNatuurlijk in Der goede baljuws Paradijs.


DE KOSTERMijn knappe vriend!


DE SCHOOLMEESTERHoezoo?


DE KOSTERMij dunkt, Dat 'k achter alles wat u zegt De teekens merk van groote gisting; Want gisting is hier, dat staat vast; Dat toont de scheuring overal In d'eerbied voor aloud gebruik.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 182 / 354


DE SCHOOLMEESTERWat schimmelt moet maar in den grond; Wat rot, is voedsel voor het nieuwe,... Het heden is een teringlijder, En wordt geen versche lucht zijn deel, Dan in de kist maar met den boel! Ja, gisting is er, dat is zeker, Dat is te zien, ook zonder kijker. Den dag, toen 't oude kerkje viel, Was 't of het alles met zich nam Waarin ons leven tot dien tijd Geworteld was, zijn voedsel vond.


DE KOSTERToen werden stil en bang de menschen. Zij riepen eerst: haal neer! haal neer! Maar 't duurde niet heel lang, dat schreeuwen, En menigeen kreeg 't toch benauwd, Keek schuw op zij en stond bedremmeld, Toen 't oude Godshuis van het dorp In ernst nu storten zou in puin,... Want menigeen leek 't onaantastbaar.


DE SCHOOLMEESTERZij dachten wel dat sterke banden Hen aan den geest van 't oude bonden, Zoolang nog niet de nieuwe kerk In allen vorm was ingewijd; En daarom werd in angst en spanning Maar opgelet hoe 't af zou loopen, Uitkijkend naar den grooten dag, Waarop in plaats van de oude vlag, De nieuwe kleuren zullen wapp'ren;... Doch al naar dat de toren rees Werd 't volk al banger, stil en bleek... En nu,... ja nu is de tijd om.


(wijst op zij uit)


DE KOSTERKijk, wat een menschen! Klein en groot Is saamgestroomd.


DE SCHOOLMEESTERBij duizendtallen. Wat is het stil!


DE KOSTERToch hoor ik brommen, Zooals de zee doet vóór een storm.


DE SCHOOLMEESTERDat is het hart des volks dat steunt;... 't Is of 't beseffen daar doorheen ging, 't Begrijpen van 't gewicht der tijden; Is 't niet als waren ze uitgetogen Ten Thing om 'n nieuwen God te kiezen? Waar is nu Brand? Ik heb 't benauwd;... Ik wou dat 'k mij verstoppen kon!


DE KOSTERIk ook, ik ook!


DE SCHOOLMEESTERIn zulk een uur Kan men zijn eigen hart niet peilen:... 't Gaat diep en dieper nog altijd; Men wil, verzet zich, kan 't niet laten!


DE KOSTERVriend!


DE SCHOOLMEESTERBroeder!


DE KOSTERHm!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 183 / 354


DE SCHOOLMEESTERSpreek!... waarom draal je?


DE KOSTER'k Geloof waarachtig dat wij voelen!


DE SCHOOLMEESTERWat? Ik niet, zeg!


DE KOSTERNou, ik dan óók niet! En één getuignis geldt voor niemand!


DE SCHOOLMEESTERWij zijn toch mannen en geen wijven. De schooljeugd wacht. 'k Wensch goeden morgen! (af).


DE KOSTERIk leek daarnet zoo waar wel dwaas; Nu ben ik weer bekoeld en wijs, En blijf gesloten als een pot. Aan 't werk;... hier is 't nu afgeloopen, En ledigheid is 's duivels kussen.


(af naar den anderen kant).


DE KOSTER(De orgeltonen die onder het voorgaande gedempt geklonken hebben, bruisen plotseling machtig en vol, eindigend in een snijdenden wanklank. Even later komt Brand uit de kerk).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 184 / 354


BRANDNeen, ik kan den toon niet dwingen Liefelijk en vol te klinken. Alles wordt één jammerkreet; Drukkend schijnen muren, bogen, 't Hoog gewelf, zich neer te leggen Op mijn zang, benauwend eng, Als het hout, het harde, kille, Nauw omsluitend mijne dooden! 'k Heb 't beproefd zoo vele malen, 't Orgel heeft zijn stem verloren. Hardop zong ik mijn gebed; 't Kwam terug als klank, gebroken, Van een klok, gebarsten, roestig, Als een dof en hol gesteun. 't Was mij of God zelf daar stond, Hoog op 't koor daarboven tronend, Of hij toornig met de hand sloeg, Van zich wijzend mijne woorden! Groot verrijzen zal Gods huis, Zoo beloofde ik overmoedig; Breken, vellen, welgemoed Waagde ik alles neer te halen... Nu is dan het werk voltooid. Allen juichen nu in koor, Roepen: och, hoe groot! hoe groot!... Zijn nu zij 't die beter weten,... Of ben ik het die 't niet zien kan? Is het groot? Is nu dit huis Waarlijk dat wat ik gewild heb? Is hierdoor, wat 't deed ontstaan, 't Smachten van mijn ziel, bevredigd? Lijkt het op dat beeld eens tempels, Dat mij voor den geest gezweefd heeft, Overwelvend alle smarten?... O, als Agnes was gebleven Ware 't anders wel geworden; 't Groote in 't kleine kon zij zien, Licht bracht ze in mijn twijfelnacht, Aarde en hemel zou ze omvangen, Als een loofdak over stammen.


(bemerkt de toebereidselen voor het feest).


BRANDGroene kransen, vlaggedoek, Uit de scholen klinkt gezang; En mijn pastorie loopt vol, Iedereen wil mij begroeten;... Prijkt mijn naam daar niet in 't goud? God geef licht,... of anders stort mij Diep in donkren afgrond neer! Nog een uur; dan gaat 't beginnen; Allen denken slechts aan mij nu, Mijn naam is op aller lippen! Hun gedachten, o ik ken ze, En hun woorden voel ik branden, O, hun loflied gaat verkillend Als een ijsstroom door mijn hart heen. Kon 'k... o kòn ik als een roofdier In een hol mijn hoofd verbergen, In vergetelheid mij hullen!


(komt in gala-costuum en groet, stralend van tevredenheid)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 185 / 354


DE BALJUWHier is dan nu de groote dag, De Sabbath die besluit de week; Nu halen wij de zeilen in En hijschen hoog de zondagsvlag, Gaan met den stroom mee, zachtjes aan, En zien hoe 't al is kant en klaar. Bravo, Brand, groot en edel man, Wiens naam weldra weerklinkt door 't land! Bravo; ik ben geheel ontroerd, En toch ook weer ontzettend blij! En u...!?


BRANDMijn keel is toegesnoerd!


DE BALJUWO kom, dat gaat aanstonds weer over. U moet straks mooi en dondrend preeken;... Geef 't volk vooral de volle maat! Naar 't schijnt is hier een acoustiek, Die allen, die ik sprak, ten hoogste Verwondert...


BRANDZoo?


DE BALJUWJa, zelfs de proost Was heel verwonderd en vol lof. En wat een stijl vol harmonie! Hoe groot, verheven, mooi van vorm En lijnen...


BRANDHeeft u dat gemerkt?


DE BALJUWGemerkt, wat?


BRANDLijkt de kerk u groot?


DE BALJUWNiet enkel lijken,... neen, zij is 't, Van dichtbij evenals van ver.


BRANDZe is groot dus? Werkelijk? U vindt 't?...


DE BALJUWJa, om de bliksem is ze groot,... Te groot voor menschen hier in 't Noorden. In andre landen, weet ik wel, Legt men een andren maatstaf aan; Maar wij, die hier bekrompen wonen Op schrale rotsen, brakke velden, Op 'n strookje tusschen berg en fjord,... Hier is zij groot, verbazend groot zelfs!


BRANDJa, ja; en voor de oude leugen Kwam dus een nieuwe in de plaats.


DE BALJUWHoezoo?


BRANDWij gaven 't volk voor 't oude Vervallen, wrakke monument Een hoogen, een modernen toren. Eerst teemde 't koor: och, zoo eerwaardig! Nu brullen zij: kijk toch, hoe groot!... Zoo vindt men er geen tweede meer!


DE BALJUWMijn waarde vriend, 'k moet eerlijk zeggen, Dat wie haar nu nog grooter wenscht Van hoogmoed niet is vrij te pleiten.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 186 / 354


BRANDMaar iedereen moet toch begrijpen Dat, wat daar staat, een kleine kerk is; Dat te verhelen zou zijn liegen.


DE BALJUWNeen, hoor,... laat zulke grillen varen! Wat moet dat nu? Waarom blameeren Wat men met moeite zelf gebouwd heeft? De menschen zijn zoo recht tevreden, Zij vinden alles prachtig, rijk, Omdat nog geen ooit zoo iets zag;... O, laat hen in dien waan toch blijven! Waarom de stakkers op te porren, En met geweld licht gaan ontsteken Waarvan niemand gediend wil zijn? 't Komt alles neer op hun geloof. En 't doet er heelemaal niet toe Al was de kerk een hondenhok, Als 't volk maar rustig gelooven kan Dat zij is groot, geweldig groot.


BRANDAltijd en overal hetzelfde!


DE BALJUWVan daag zijn bovendien, met 't feest, Die zielen hier bij ons te gast; En 't zou hoogst onwelvoeglijk wezen Ware alles nu niet op zijn best. En 't allermeest nog voor u zelf Zou 't onverstandig zijd, te raken Aan 't straks genoemd waarheidsgezwel.


BRANDWaar doelt u op?


DE BALJUWDat zal 'k u zeggen. Vooreerst is door den Raad besloten Een zilvren beker u te schenken; Gaat u nu aan de grootheid tornen, Dan heeft wat dáárop staat geen zin meer. En 't vers dat daarbij is geschreven, En de aanspraak die ik houden wil, Die zouden beiden even dwaas zijn, Als 't bouwwerk nu niet groot meer was. U ziet dus, 't is zaak zich te schikken En de ooren maar stijf toe te houden.


BRANDIk zie wat 'k al zoo vaak gezien heb... Een leugenfeest als prijs voor leugens.


DE BALJUWMaar lieve hemel, beste vriend... Wat groote woorden zegt u daar! Doch dit zij dan een zaak van smaak. 'k Heb nog een ander argument... Was 't eerste zilver, dit is goud. Want weet, u is nu in de gratie, Is liev'lingskind nu van 't geluk, In 't kort... u krijgt een decoratie! Van daag nog zal u 't ridderkruis In glorie op uw borst zelf hechten!


BRANDIk heb een zwaarder kruis te dragen; Neem' dàt van mij af, wie het kan.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 187 / 354


DE BALJUWWat 's dat? U schijnt niet erg getroffen Door 't gunstbewijs van hooger hand? U is mij absoluut een raadsel! Maar, 'k bid u, denk toch even na...


(stampvoetend)


BRANDAl dat gepraat geeft niemendal;... 'k Ga even wijs weg als ik kwam; U heeft niets van den zin gevat, Die achter al mijn woorden lag. Ik meende niet de grootheid, die Gemeten wordt bij voet en duimen; Maar die terugstraalt, schoon verborgen, Ons koud doorhuivert, heet doet gloeien, Die lokt tot droomen en verwijlen, Die opheft als een sterrennacht, Die, die... laat mij alleen! 'k Ben moe;... Bewijs, verklaar, praat tegen andren...


(gaat de hoogte op naar de kerk).


DE BALJUWWie daar nu toch uit wijs kan worden, En hem begrijpen? Grootheid die Zit in iets dat terug moet stralen, Dat niet te meten is bij duimen? En sterrennacht? Zoo zei hij immers?... Had hij te goed gedéjeuneerd soms?... (af).


(komt weer uit de kerk)


BRANDZoo eenzaam in het woest gebergte Was ik nog nooit, als 'k hier nu sta; Op welke vraag ook, nooit een weerklank, Maar dom gekwaak en leuterpraat.


(kijkt in de richting waar de baljuw heenging).


BRANDHèm zou ik wel vertrappen willen! Zoo dikwijls ik poog op te heffen Zijn geest, uit laag geknoei en logen, Spuwt hij mij nog zijn vuile ziel Brutaalweg vlak in mijn gezicht!... O, Agnes, waarom ging je heen? Mij maakt dit onnut spel zoo moe. Waar niemand wint en niemand wijkt, Sta ik als strijder heel alleen!


(komt op)


DE PROOSTO mijn kindren! O mijne lamren...! O neen, pardon,... ik wilde zeggen: Mijn ambtgenoot! Dat komt door 't feest... ja... Mijn preek spookt mij wat door het hoofd; 'k Heb die pas gistren bestudeerd... Nu ligt zij mij zoo versch nog bij. Doch al genoeg... Aan u mijn dank, U, die zoo dapper brak het ijs, Ging tusschen twist en praatjes door, Neerhaalde wat reeds was vervallen, En groot en waardig 't nieuwe bouwde.


BRANDZóó ver is 't nog niet.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 188 / 354


DE PROOSTZoo, mijn waarde, Ontbreekt er meer nog dan de wijding?


BRANDIn 't nieuwgebouwde huis behoort Een weergeboren, reine geest.


DE PROOSTOch, zoo iets komt ook wel van zelf. Zoo'n groot en mooi versierd gewelf, Zoo'n lichte ruimte brengt ook mee Dat 't volk zich wel wat reiner houdt. En dan die mooie acoustiek, Die ieder woord geeft dubb'le kracht, Moet der gemeenteleden g'loof Verhonderdvoudigen per hoofd. Dat zijn in waarheid resultaten, Zooals zelfs niet in groote steden Er beter aan te wijzen zijn... Dat alles danken wij aan u; Neem daarvoor van een ambtgenoot Den diepgevoelden dank, die wel Aan het diner gevolgd zal worden, Op dezen dag... uw eeredag!... Door menig warm, geestdriftig woord Van onze jongre geestlijkheid... Maar, waarde Brand, wat ziet u bleek...


BRANDAl lang ontzonk mij kracht en moed.


DE PROOSTGeen wonder ook;... bij zooveel zorgen, En alles zonder hulp en steun. Maar nu is 't ergste ook geleden, En reeds loont ons een schoone dag. Maar goeden moed; het zal wel gaan! Zoo vele duizenden zijn hier Uit verre streken saamgekomen; Zeg zelf nu maar... Wie neemt het op In reednaarsgaven tegen u? Kijk, heel uw ambtgenooten-schaar Ontvangt u nu met open armen, En der gemeenteleden harten Zijn vol van warmen dank aan u! En 't bouwwerk dat zoo goed gelukt is! En dat het hier zoo mooi versierd is! En dan de dagtekst... hoe verheven! En 't ongeëvenaard diner! Ik was juist in de pastorie Toen daar voor 't feest het kalf geslacht werd. In waarheid, Brand, een prachtig dier! Ik dacht zoo, dat heeft heel wat in Om zulk een lekker stuk te vinden In dezen moeielijken tijd, Nu 't vleesch zoo duur is tegenwoordig. Maar laat ons dat tot straks bewaren. Iets anders nog dreef mij hierheen.


BRANDSpreek op maar; snijd, steek, scheur en kerf!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 189 / 354


DE PROOSTMijn climax, vriend, is minder pijnlijk. Doch kort zijn; veel tijd is er niet. Er is een enkel punt, waarin Van heden af u moet verandren, En dat zal vast niet moeilijk zijn. Ja, ik vermoed, dat u zoo half wel Kan raden al, waarop ik zinspeel? 't Betreft uw opvatting van ambtsplicht. Tot nu toe heeft u niet genoeg Gewoonte en gebruik ontzien; En toch, die beide zijn 't voornaamste, Zoo al niet eigenlijk het hoogste. Nu ja, och Heer, 'k wil niet berispen, U is nog jong, een nieuweling, U komt pas uit een groote stad, Kan hier de toestanden niet kennen... Maar nu, mijn waarde, is het noodig De zaak wat juister op te vatten. Tot nu toe ging u 't meest ter harte Wat iedre ziel voor zich behoeft; Een grove fout... dit onder ons... Men moet de massa samen wegen; Scheer allen over ééne kam. Gerust, daar vaart u 't beste bij!


BRANDVerklaar u nader!


DE PROOSTKijk eens hier,... U bouwde hier tot aller heil Een kerk. Die is als 't feestgewaad Des vredes en van recht en wet; Want in den godsdienst ziet de Staat De macht, die 't meest doet ter beschaving... Het bolwerk van zijn vast vertrouwen, En 't richtsnoer der moraliteit. Ziet u, de Staat is niet heel rijk, En die wil waarde voor zijn geld. Goed Christen, zegt men daar, goed burger Denkt u dat die het geld verdoet Voor 't menschdom, en God ten believe? En om 't zich moeielijk te maken? Neen, zoo gek is de Staat nu niet; En 't zag voor allen er slecht uit Zoo, nauwgezet de Staat en streng, Niet meer dan dàt voor oogen had. Doch 't doel bereikt de Staat alleen Door middel van zijn ambtenaars, In dit geval dus door den leeraar...


BRANDElk woord is wijsheid! Spreek!


DE PROOSTEr blijft nu Niet veel te zeggen meer. U schonk dus Den Staat die kerk te zijnen bate, En daaruit volgt dat thans uw arbeid Tot steun van Kerk en Staat moet dienen. In dezen geest zie ik het feest, Dat wij zoo aanstonds zullen vieren; Zóó zullen ook de klokken luiden, Zóó leest men dan den schenkingsbrief. En mèt de schenking, dus, belooft u, Nu ook te doen wat 'k u gevraagd heb...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 190 / 354


BRANDBij God, zoo was het niet bedoeld!


DE PROOSTJa, vriendlief, maar nu is 't te laat...


BRANDTe laat? Dat zullen wij eens zien!


DE PROOST'k Moet om u lachen! Wees toch wijs! Waarover maakt u nu zoo'n drukte? Wat u belooft, daar steekt geen kwaad in! Geen enkle ziel die schade lijdt Als tevens u den Staat wil dienen; Twee vliegen kan u in één klap slaan, Als u het maar verstandig aanlegt. 't Is niet uw werk om Jan en Piet Te redden van het vuur der hel, Maar de gemeenteleden àllen Aan de genadebron te laven. Wordt 't heele kerspel dan verlost, Heeft dus ook ieder deel daaraan. De Staat is, u zal 't vast niet weten, Precies republikeinsch ten halve; Hij haat de vrijheid als den dood, Maar ziet gelijkheid graag genoeg; Gelijkheid vindt men echter nooit Vóór, wat oneven is, geslecht wordt,... En dàt is 't juist wat u niet doet! Integendeel u heeft bevorderd Wat ongelijk en ongewoon is. Eertijds kwam dat nooit zoo aan 't licht. Een ieder was lid van de Kerk. Nu heeft elk een persoonlijkheid; En dat komt niet den Staat ten goede. En daarom gaat 't dan ook zoo moeilijk Gelijkheidsbijdragen te innen, En andere gemeente-goedren, Omdat de Kerk niet meer de hoed is Die passen moet op alle hoofden.


BRANDWelk een vooruitzicht opent zich!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 191 / 354


DE PROOSTNiet moedloos zijn; dat baat u niets; Hoewel onloochenbaar hier heerscht Een warboel, die een gruwel is. Maar waar nog leven is, is hoop. En door de schenking komt te meer Uw plicht uit, naamlijk om te werken Voor 't heil van Kerk en Staat nu beide. Bij alles hoort toch regelmaat, Zal niet verspreider krachten spel Dol, als een ongetemd wild veulen, Vernielen griend en haag en grenspaal Van overleev'ring en gewoonte. In iedre orde heerscht één wet, Al draagt die ook een andren naam. Men noemt haar "school" voor schoone kunsten; Bij de soldaten, als ik mij Nog goed herinner is 't "de pas". Ja, dat is 't woord, mijn waarde vriend! Daar moet het heen, zoo meent de Staat. Hij acht den "looppas" veel te snel; "Markeert den pas", niet snel genoeg; Maar ieder in denzelfden pas, En ieder even groote passen,... Kijk, dat is 't doel waarheen wij streven!


BRANDDe goot voor d'adelaar;... hoog boven De wolken zweven, voor de ganzen!


DE PROOSTNu, dieren zijn wij, Goddank niet;... Maar wil u poëzie en fabels, Die vindt men in den bijbel wel. Die is er vol van; wemelt zelfs Van Genesis tot de Openbaring Van vele leerrijke parabels. Ik wijs bijvoorbeeld enkel op Het bouwen van den Babeltoren! Hoe ver kwam 't arme menschdom daar? En dat waardoor? Licht te verklaren, Zij bleven niet in de geleed'ren, Zij spraken elk hun eigen taal, Niet samen trokken ze onder 't juk... Zij werden tot persoonlijkheden. Dit is de ééne helft der kernen Verborgen in der fabel schaal: Wie zich van andren houdt gescheiden, Blijft eenzaam en komt licht ten val. Wien God in 's levens strijd wil neerslaan Dien maakt hij tot individu. En eertijds zeiden de Romeinen: De goden roofden hem 't verstand. Maar gek en eenzaam dat is 't zelfde, En daarom moet wie eenzaam staat Ten slotte 't zelfde lot verwachten Als hem,... dien David zond ten strijde In 't heetst gevecht,... Uria, trof.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 192 / 354


BRANDWel mooglijk, ja; maar wat dan nog? 'k Zie in den dood geen ondergang. En is u er zoo zeker van Dat waren zij die bouwden één Van taal geweest, en één van zin, Het hun gelukt zou zijn den toren Tot in den hemel op te trekken?


DE PROOSTTot in den hemel? Neen, volstrekt niet; Tot in den hemel reikt er niemand. Dàt is de andre helft der kernen Verborgen in der fabel schaal: Dat ieder bouwwerk komt ten val Dat streven wil naar 's hemels sterren.


BRANDDe Jacobsladder rees zoo hoog toch, En 't ziele-smachten reikt ten hemel!


DE PROOSTBedoelt u 't zóó! Ja, lieve hemel! Daarover valt niets meer te zeggen. Natuurlijk is de hemel 't loon Voor 'n leven welbesteed en vroom. Maar g'loof en leven te vermengen Schaadt beiden; 't één is niet het ander;... Zes dagen zijn er om te werken, De zevende is voor zielezorgen; Stond heel de week het Godshuis open, Wie zou er dan nog Zondags komen? 't Verzwakt de loutringskracht van 't woord, Zoo u niet met verstand het spaart; Want godsdienst, evenals de kunst Moet niet zich oplossen in damp. U mag uw idealen zien Van 's kansels heilig toevluchtsoord... Maar leg ze weg met 't ambtsgewaad, Zoodra u weer in 't leven staat. Zoo 'k zei, er is een wet in alles, Die strenge zelfbeperking eischt, En 't is om dit in 't licht te stellen... Wat noodig was... dat 'k tot u sprak.


BRANDEén ding begrijp ik: voor mij passen De staatsbegrippen van mijn ambt niet.


DE PROOSTJawel, vriend, u kan juist veel goed doen,... Maar niet hier... u moet hooger op;... In andre sfeer...


BRANDIs 't daarvoor noodig Dat 'k eerst gesleurd word door het slijk?


DE PROOSTWie zich vernedert wordt verhoogd. Zal 't haakje pakken, moet men 't buigen.


BRANDU moet, wien u gebruikt eerst dooden!


DE PROOSTGod sta mij bij! Wat denkt u nu, Dat ik zoo iets...?


BRANDJawel! Zoo is 't! Eerst iemand langzaam doen verbloeden! Als een geraamte past men eerst In jullie bloedloos bleek bestaan!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 193 / 354


DE PROOSTIk zou geen kat nog ader laten, Veel minder u, begrijp mij toch! Ik dacht alleen dat het geen kwaad kon Als ik u even wees den weg, Waar langs ik ben vooruit gekomen.


BRANDBeseft u ook wàt u verlangd heeft? Dat ik bij 't eerste haangekraai Van 't Rijk, verloochnen zal ál wat Mijn ideaal was waar 'k voor leefde!


DE PROOSTVerloochnen, vriend? Wie eischt er dat? Ik wees alleen maar op uw plicht; Ik wil dat u op zij zal zetten Wat uw gemeente niet tot nut is. Bewaar het alles, als u wil,... Maar hoû 't hermetisch achter slot. Dweep in uw binnenste als 't dan moet, Niet voor het volk, in 't openbaar. G'loof mij: het wreekt zich op den duur, Als men stijfhoofdig blijft en tuchtloos.


BRANDJa, angst voor straf, hoop op belooning, Als 't Kaïnsmerk staat 't op jouw voorhoofd; En schreeuwt het uit, hoe wereldwijs jij Den Abel in je ziel gedood hebt!


(in zichzelf)


DE PROOSTHij zegt waarachtig "jij" en "jou"; Dat gaat te ver! (luid) Ik wil nu niet Den strijd doen duren, maar ik moet U nogmaals vragen in te zien,... Gesteld dat u vooruit wil komen... In wat voor land, in welk een tijd U leeft; want niemand wint den strijd Als hij niet meegaat met de strooming. Kijk naar de artisten, naar de dichters: Verachten die der tijden plichten? Zie de soldaten, dragen zij nog Een scherpe sabel in de schede? Welneen! Omdat een wet gebiedt: Voeg u naar wat uw land behoeft. Zijn eigen ik moet ieder temmen, Niet uitsteken en niet vooròp gaan, Zich in de massa stil verbergen. Humaan is 't wachtwoord, zegt de baljuw. Als u 't nu maar humaan aanlegde Kon u nog mooi carrière maken. Maar eerst de kantjes afgeslepen, En afgeschaafd wat hobb'lig is; Glad moet u wezen als de andren, En niet op eigen wegen wandlen Zal, wat u doet, ook duurzaam zijn.


BRANDWeg, weg van hier!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 194 / 354


DE PROOSTJa, dat is waar; Een man als u, 'k begrijp het goed, Verlangt een beetren arbeidskring; Maar, zal u ooit tevreden zijn In ruimen of in kleinen kring, Moet u de tijdslivrei aantrekken. De korporaal moet met den stok De maat er in slaan bij het volk. Want 't ideaal van een die vóórgaat Is thans bij ons, een korporaal. Zooals de korporaal zijn menschen Ter kerke leidt, in het gelid, Zoo moet u de gemeente leiden Als herder naar het Paradijs, 't Gaat zoo gemaklijk; voor 't geloof Heeft u, als leeraar, het gezag; En daar dat weer op studie steunt Neemt men 't ook blindelings wel aan. En hoe de leer u moet verkond'gen Dat toont u wet en ritueel wel. Dus, broeder... niet ontmoedigd zijn, Om na te denken is 't nog tijd; Begrijp den toestand, wees niet angstig!... 'k Wil in de kerk nog eens beproeven Of ik met luider stem kan spreken; 'k Ben niet gewend aan zooveel klank,... Die komt hier maar zoo zelden voor. Tot weerziens; straks zal 'k preeken over De tweespalt in der menschen ziel, En hoe Gods beeltnis uitgewischt is,... Maar nu wordt 't, dunkt mij, wel haast tijd Om 'n kleine hartsterking te nemen (af).


(staat een oogenblik als versteend in zijn gedachten)


BRAND'k Bracht 't al ten offer voor mijn werk, Voor Gods werk, meende ik in verblindheid; Daar klonk ééndaags-trompetgeschal En wees mij welken geest ik diende. Neen, neen! Zij hebben mij nog niet! Die kerk daarginds heeft bloed gedronken; Mijn licht, mijn leven gaf 'k er voor; Maar toch, mijn ziel zal ik behouden! Ontzettend is 't alleen te staan,... Waarheen ik zie den dood te ontwaren; Ontzettend, zóó naar brood te hongren, Als men u niets dan steenen reikt. Wat sprak hij angstverwekkend waar,... Doch welk een afgrond werd onthuld! Gods heil'ge duive zit verborgen, Bracht nooit nog klaarheid over mij!... O, stond in 't g'loof maar één mij na... Die mij weer kalmte gaf en rust! (Ejnar bleek, uitgeteerd, in 't zwart gekleed, komt op den weg voorbij en blijft staan als hij Brand ziet).


(uitroepend:)


BRANDJij, Ejnar!


EJNARJa, zoo is mijn naam.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 195 / 354


BRANDJuist nu 'k naar iemand zoo verlang Wiens hart niet is van hout of steen! O, Ejnar, kom hier in mijn armen!


EJNARDat hoeft niet; ik ben al geborgen.


BRANDJe koestert wrok na zooveel jaren, Om wat er eens gebeurd is?


EJNARNeen; Jij hebt geen schuld. Ik zie in jou Het blinde werktuig, dat Gods liefde Mij toezond, toen ik was verdwaald.


(wijkt terug)


BRANDWat 's dat voor taal?


EJNARDe taal der ruste,... Die iemand leert, als hij der zonde Gewaad aflegt, en wordt herboren.


BRANDVerwonderlijk! Ik had gehoord Dat jij toenmaals heel andre wegen Had ingeslagen...


EJNAR'k Was verleid Door hoogmoed, trotsch op eigen krachten. De gaven, die de wereld aankweekt, 't Talent, dat men zoo vaak geroemd heeft, Mijn zangkunst, 't waren enkel strikken, Die mij in Satans netten trokken. Maar God zij dank; hij had mij lief, Hij liet zijn zwakke lam niet los; Hij hielp mij, toen het noodig was.


BRANDOp welke wijze?


EJNARIk verviel...


BRANDVerviel? Waartoe?


EJNARTot drank en spel; Hij deed naar 't dobbelspel mij grijpen...


BRANDEn noem je dàt een daad des Heeren?


EJNAR't Was tot verlossing de eerste stap. Daarna werd ik een tijdlang ziek. 'k Verloor mijn werklust, mijn talent, En al mijn vroolijkheid verdween. Toen zond men mij naar 't ziekenhuis; Lang lag ik ziek, in heete koortsen... Ik meende dat 'k in alle kamers Zag duizenden heel groote vliegen,... Kwam er weer uit en maakte kennis Met zusters, die in 's hemels dienst staan, Verloren zielen zoekend rondgaan; En dezen, met een theoloog, Verlosten mij van 's werelds juk, Bevrijdden mij uit 't net der zonde En maakten mij tot 'n kind des Heeren.


BRANDZoo.


EJNARJa. Eén pad leidt door het dal; Het andere langs een steile helling.


BRANDEn later?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 196 / 354


EJNARLater? Ja, dat 's waar; Toen ben 'k geweest onthoudingsleeraar. Maar daarbij loopt men groot gevaar Weer in verzoeking te geraken; Ik zocht daarom iets anders weer, Ik ga nu weg als zendeling...


BRANDWaarheen?


EJNARNaar 't land der woeste negers Maar 't best is dat wij nu maar scheiden! Mijn tijd is kostbaar...


BRANDBlijf je niet? 't Is feest van daag hier.


EJNARDank je wel; Mijn plaats is bij de zwarte zielen. Vaarwel! (wil gaan).


BRANDDringt geen herinnering Je te verwijlen en te vragen...?


EJNARWaarnaar?


BRANDNaar een, die zou betreuren Den afgrond tusschen nu en toen...


EJNARJa, ik begrijp, je denkt wellicht Nog aan die jonge vrouw van toen, Die me in haar netten hield gevangen, Vóór ik door 't g'loof nog was gereinigd. Wel, hoe is het met haar gesteld?


BRANDZij werd een jaar daarna mijn vrouw.


EJNARDàt heeft geen beteeknis; aan zóó iets Schenk ik volstrekt geen aandacht meer? Dat waar 't op aankomt zeg me alleen.


BRANDOns leven was gezegend rijk Met vreugd en leed; ons kindje stierf...


EJNARHeeft geen beteeknis.


BRANDDat óók niet?


EJNARNaar zulke dingen vraag ik niet; 'k Wil weten hoe zij is gestorven.


BRANDMet blijde hoop op 't morgenrood, Met heel den rijkdom van haar hart, Met vasten wil tot 't laatste toe;... Met dank voor al wat 't leven gaf En nam, zoo ging zij in haar graf.


EJNARDat alles is maar woordenpraal; Zeg hoe het stond met haar geloof?


BRANDOnwrikbaar.


EJNARIn wien?


BRANDIn haar God!


EJNARAlleen in hem? Dat is haar oordeel!


BRANDWat zeg je daar?


EJNARVerdoemd, helaas.


(kalm)


BRANDLoop heen, lummel!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 197 / 354


EJNARDe Heer der helle Heeft in zijn greep ook jou te pakken;... Zoo goed als zij zal je eeuwig branden.


BRANDEllendeling, durf jij verdoemen! Die zelf lag in een poel van zonden...


EJNAROp mij kleeft nu geen enkle smet; Ik ben gereinigd door het g'loof; En alles wat er onrein was Wies ware heiligheid mij af; Gereinigd is mijn Adamskleed Door der ontwaking klophout-slag; En als een koorhemd ben ik blank, Gebleekt door 't loogbad des gebeds.


BRANDSchaam je!


EJNARInsgelijks. 'k Ruik zwavelstank, En 'k zie den duivel om den hoek staan. Ik ben een korrel hemelsch koren,... Jij in de zeef van 't oordeel... kaf. (af). BRAND (kijkt hem een oogenblik na; plotseling schitteren zijn oogen en hij barst uit:) Naar dien man moest ik verlangen! Nu zijn alle banden los; Eigen vlag zal ik ontplooien, Al ging niemand met mij mee!


(komt haastig op)


DE BALJUWWaarde Brand, 't is haasten, haasten! Heel de schare voor den optocht Staat gereed om uit te trekken...


BRANDLaat hen komen.


DE BALJUWZonder u! Denk eens na, spoed u naar huis! 't Volk wil al niet langer wachten; Al die goede menschen dringen Als een bergrivier in 't voorjaar, Naar de pastorie opstuwend, Roepen dat ze u willen zien. Hoor maar, daar klinkt weer hun roepen! Haast u, want ik vrees zij mochten Niet humaan te werk eens gaan.


BRANDNooit meer zal 'k mijn voorhoofd buigen In hun midden, met u gaan; Ik blijf hier.


DE BALJUWIs u krankzinnig?


BRANDUw weg is voor mij te smal.


DE BALJUWDie wordt smaller nog hoe langer Meer en meer het volk gaat dringen; Kijk, daar heb je 't al, waarachtig! Proost en priesters, ambtenaars Allemaal op zij gedrongen...; Kom toch, kom toch, sla d'r op los! Laat uw invloed zich doen gelden! Al te laat! de rijen breken; Heel de optocht loopt in 't honderd! (De menigte stroomt naar binnen en breekt in woeste wanorde door den feeststoet heen naar de kerk toe).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 198 / 354


ENKELE STEMMENBrand! ANDERE (wijzen naar de trappen van de kerk, waar Brand staat en roepen:) Kijk daar!


WEER ANDEREGeef nu het teeken!


(in het gedrang)


DE PROOSTBaljuw, hoû het volk toch tegen!


DE BALJUWIk heb heden niets te zeggen!


DE SCHOOLMEESTERSpreek een enkel woord tot hen, Dat hen tot bedaren brengt! Is 't iets slechts of is 't iets goeds Wat er hier gebeuren moet?


BRANDO, er gaat dus nog een strooming Door hun drukkend loome kalmte! Menschen, gij staat aan den kruisweg, 't Nieuwe moet geheel gij willen,... Puin en vuil van 't oude wegdoen,... Vóór de tempel, hoog en groot Oprijst tot een bedehuis!


DE AMBTENARENHoor, hij raaskalt!


DE GEESTELIJKENHij is gek!


BRANDJa, dat wàs ik, toen ik meende Dat gij, hoe dan ook, toch diende Hem, die geest en waarheid wil! En ik was het, toen ik dacht, Dat ik hem u nader bracht Lonkend, dingend, met den Heer; Klein was maar het oude kerkje, En ik redeneerde zoo: Eéns zoo groot,... dat slaat wel in; Vijfmaal grooter... dàt moet goed doen! En ik zag niet hoe 't weer gold 't Oude alles of wel niets. Transigeerend dwaalde ik af. Maar op heden sprak de Heer. De bazuin des Oordeels heeft er Over 't huis zoo juist geklonken,... En ik, luistrend, angstig, bevend, Klein, als David stond voor Nathan, Was verslagen, stom van schrik;... Nu is alle twijfel weg. Schipp'ren blijft een werk des Duivels!


(in stijgende opwinding)


DE MENIGTEWeg met hen die ons verblindden! Doodt, wie stalen onze krachten!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 199 / 354


BRANDGij liet door den Booze u 'n Blinddoek voor de oogen binden, Klein verdeeld hebt gij uw krachten, U verbrokkeld en gekloofd; Daardoor zijt gij zwak en hol nu, Niemand krachtig, sterk en heel. Wat zoekt gij hier in de kerk? 't Is de praal maar die u lokt, Orgelspel en klokgelui... Het genot van heerlijk huivren Bij een preek vol vuur en gloed, Die daar lispelt, die daar fluistert, Wast en overvloeit en dondert, Naar de regels van de kunst!


(in zichzelf)


DE PROOSTDaarmee doelt hij op den baljuw!


(evenzoo)


DE BALJUWDat is op den proost gemunt!


BRAND't Is de glans der nieuwe kaarsen, 't Uiterlijke dat gij wilt. En dan weer naar huis in stompheid, Weer terug in sleur en dufheid, Lijf en ziel in werkdags-kleeren; En diep in de kist verborgen, Goed bezorgd, het boek des levens, Tot er weer een Zondag komt! O, dat was 't niet wat ik droomde, Toen ik al die offers bracht! Hoog en groot wilde ik de kerk, Dat zij overwelven zou Niet alleen geloof en leer, Maar àl wat God in het leven Recht van leven heeft gegeven... Zweet en stof van 't zware dagwerk, Avondrust en bange nachten, Levenslust van jonge menschen, Alles wat van vreugd en leed 'n Menschenziel maar kan bevatten. 't Bruisend neerstorten van beek en Waterval in donkren afgrond, Tonen gierend uit den storm, Klanken uit de zee òpklinkend, Moesten met het orgelspel En met 't lied van menschenstemmen Als bezworen, samen smelten! Weg met 't werk dat hier gedaan is! 't Is alleen in leugens groot; Rijp alweder om te vallen, Is het uw klein-willen waardig. Gij wilt allen wasdom dooden Door uw werk van God te scheiden... Zes der dagen van de week Haalt gij Gods banier naar binnen. En den zevenden alleen, Ziet men haar ten hemel wapp'ren!


STEMMEN UIT DE MENIGTELeid ons! Laat de vlag uitwaaien! Met u zullen we overwinnen!


DE PROOSTLuistert niet! Hij is geen Christen, Hij bezit niet 't ware g'loof.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 200 / 354


BRANDHa! Daar noemt gij juist het punt... Voor ons beiden het geschilpunt, En voor de verbroken éénheid! Zonder ziel kan niemand g'looven! Wijs mij hier één ènkle ziel! Wijs mij iemand die niet wegwierp 't Beste wat er in hem is. Tastend, grijpend, voorwaarts haastend, Onder 't jagen naar genoegens,... Lokkend fluitend goochelspel... Wordt gij stomp voor levensvreugd. Uitgebrand pas en gebroken Komen zij voor de arke dansen! Hebben kreup'len dan en dooven Eerst den beker leeg gedronken,... Ja, dàn is het tijd voor boete, Tijd voor hopen en voor bidden, Eerst als gij uw merk verspeeld hebt, Wordt als 't redelooze dier, Kruipt gij naar de hemelpoort, Zoekend God... als invaliden! Daarom moet zijn rijk vervallen. Waarom zou hij aan zijn voeten Die verlepte zielen dulden? Heeft hij zelf het niet verkondigd... Enkel zij, die rein van zin zijn Als een kind, en onbedorven, Zullen 't hemelrijk eens erven! Kinderzin alléén bereikt dat! Transigeert niet met u zelven. Komt dan allen, mannen, vrouwen,... Komt met frissche kinderwangen, In de groote kerk des levens!


DE BALJUWMaak dan open!


(gilt angstig)


DE MENIGTENeen! Niet deze!


BRANDOnze kerk heeft paal noch perken, 't Groene aardrijk is haar vloer, Weide of akker, zee of fjord; 's Hemels blauw is het gewelf Dat haar ruimte overspant. Daar zal al uw werk gebeuren, Dat een ieder 't moge hooren; Vreest niet, wat ge ook moogt volbrengen, Haar daarmede te ontwijden. Zij zal alles dekken, even Als de bast den heelen stam: Dáár wordt g'loof en leven één. Daar zal 't daaglijksch werken worden Eén geheel met wet en g'loofsleer. Daar zal 't dagwerk voor u één zijn Met verlangen naar het hoog're, 't Spel der kinderen om den kerstboom, En den feestdans vóór de arke! (Er gaat als een storm door de menigte; enkelen wijken terug; de meesten scharen zich om Brand).


DUIZEND STEMMENNu is 't licht, waar 't eerst was duister;... Eén is 't: leven... en God dienen!


DE PROOSTWee ons! hij lokt ze allen tot zich! Helpt politie, baljuw, koster!


(gedempt)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 201 / 354


DE BALJUWSchreeuw toch niet zoo! Wie zal nu gaan Vechten met een dollen stier? Wacht tot hij is uitgeraasd.


(tegen de menigte)


BRANDWeg van hier! Hier is God niet! Kàn hij zijn hier bij dezulken? Vrij en heerlijk is zijn rijk.


(Sluit de kerkdeur af en neemt de sleutels in de hand).


BRANDHier ben ik geen priester meer. Ik herroep wat 'k heb geschonken;... Uit mijn hand zal niemand krijgen Deze sleutels voor uw feest!


(gooit de sleutels in de rivier).


BRANDWilt ge er in, gij slaaf van 't stof,... Kruip dan door het keldergat; Krom uw slappen rug, en buk; Laat in 't donker uw verpeste Zuchten sluipen langs den grond, Krachtloos als uw rotte longen!


(zachtjes en verlicht)


DE BALJUWHa, daar gaat de ridderorde!


(evenzoo)


DE PROOSTZoo, die wordt geen bisschop meer!


BRANDKom, wie jong is,... kom wie frisch is, Laat van u, door 's levens adem, Wisschen 't stof uit 't enge dal. Volg mij op mijn zegetocht! Eénmaal moet gij toch ontwaken, Eénmaal moet gij toch, geadeld, Breken met wat schipp'ren heet;... Uit de ellende van uw lafheid, Uit al wat er zwak en laag is. Sla in 't aangezicht uw vijand! Strijd met hem op dood en leven!


DE BALJUWHalt! Ik lees de oproersakte!


BRANDLees maar! Ik breek nu met alles!


DE MENIGTEWijs den weg, wij zullen volgen!


BRANDOver 't ijs der steile gletschers! Heel het land door, gaan wij trekken, Iedren zieleband ontknoopend Die het volk gevangen houdt,... Dan gelouterd, hoog en vrij, Al wat traag en stomp is wegdoen, Mannen wordend, priesters wordend, Nieuw opdrukkend d' ouden stempel, Welvend 't Godsrijk als een tempel! (De menigte, waaronder de koster en de schoolmeester, schaart zich om hem heen. Brand wordt opgeheven en op hun schouders gedragen).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 202 / 354


VELE STEMMENGroot zijn deze dagen! groote Dingen zal men zien gebeuren! (De menschenmassa stroomt door het dal de hoogte op. Weinigen blijven achter).


(tegen de weggaanden)


DE PROOSTO, verblinden toch! Wat wilt gij? Ziet gij niet dat Satans geest uit Al wat hij verkondigt, spreekt?


DE BALJUWHei! Keert om, je past veel beter In het dorp hier, kalm en stil. Menschen hoort!... Je gaat te gronde!... Hm, geen antwoord zelfs, die honden!


DE PROOSTDenkt toch aan je huis en haard!


STEMMEN UIT DE MENIGTE'n Grooter huis rijst voor ons op!


DE BALJUWDenkt aan jullie veld en akker, Denkt aan 't onverzorgde vee!


STEMMENVan den hemel daalde manna Toen zijn volk eens honger leed!


DE PROOSTHoort je vrouwen om je jamren!


(ver weg)


STEMMENWie niet meegaat moet ons vreemd zijn!


DE PROOSTKindren klagen: weg is vader!


DE HEELE SCHAREMèt of tegen ons, is 't wachtwoord! DE PROOST (kijkt hen een oogenblik na met gevouwen handen en zegt dan angstvallig:) Zonder kudde, angstig vragend, Staat nu de oude zieleherder, Uitgekleed tot op het hemd!


(maakt een dreigend gebaar)


DE BALJUWHèm zal het er naar vergaan! Overwinnen zullen wij!


DE PROOSTOverwinnen?... Zij zijn weg!


DE BALJUWJa, maar wij zijn er toch nog... En... ik ken mijn schaapjes wel! (loopt hen na).


DE PROOSTZou hij waarlijk...? ja, zoo waar, Achterna loopt hij de bende! Hè, ik voel mijn moed herleven... Dan wil ik ook mee den berg op!... Mooglijk vang ik er wel enklen! Leg het zadel op mijn klepper!... Haal me een paard, vertrouwd en mak!


(allen af).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 203 / 354


DE PROOST(Bij de allerhoogste tot het dorp behoorende hut. Op den achtergrond wordt het landschap hooger en gaat over in groote kale bergvlakten. Het regent. Brand, door de menigte, mannen, vrouwen en kinderen, vergezeld, komt den berg op).


BRANDKijkt vóóruit; vóór ons ligt de zege! Het dorp ligt achter ons, beneden. Van berg tot berg spant dicht de mist Er overheen haar neveltent. Vergeet het duf bestaan daarginds, Stijg vrij, stijg hoog, gij volk van God!


EEN MANMijn oude vader kan niet meer.


EEN ANDEREIk at sinds gisteren niemendal...


VERSCHEIDENENWij hebben honger! hebben dorst!


BRANDEerst over dezen berg; vooruit! DE SCHOOLMEESTER.. Langs welken weg?


BRANDDat is hetzelfde, Als wij maar 't doel er mee bereiken. Komt, volgt...


EEN MANNeen, hier gaat het te steil, Dat halen wij niet vóór den nacht!


DE KOSTERDaarginder moet de ijskerk liggen.


BRANDDe steilste weg is ook de kortste.


EEN VROUWMijn kind is ziek!


EEN ANDEREMijn voet gewond.


EEN DERDEWaar vind 'k een droppel voor mijn dorst?


DE SCHOOLMEESTERVerzadig hen;... hun moed gaat wanklen.


VELE STEMMENBrand, doe een wonder! Doe een wonder!


BRANDEen leelijk merk liet 't slaaf zijn achter,... Gij wilt uw loon al vóór de werken. Op, schudt die loomheid van u af,... Zoo niet,... keer dan terug in 't graf!


DE SCHOOLMEESTERJa, dat is waar: trekt eerst ten strijde, Wij weten 't toch, ons loon komt later!


BRANDDàt krijgt gij, zoo waar er een God Nu uit den hemel op u neerziet!


VELE STEMMENHij profeteert! Hij profeteert!


VELEN TEGELIJKZeg, hoor eens,... wordt 't een felle strijd?


ANDERENEn duurt hij lang? En wordt hij bloedig?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 204 / 354


EEN MANZeg, wordt er op veel moed gerekend?


(gedempt)


DE SCHOOLMEESTEREr is toch geen gevaar voor 't leven?


EEN ANDERE MANWat krijg ik als mijn deel van 't loon?


EEN VROUW'k Verlies toch zeker niet mijn zoon?


DE KOSTERKomt de overwinning nog vóór Dinsdag?


(kijkt wanhopig rond in de massa)


BRANDDat vraagt gij mij?


DE SCHOOLMEESTERJa juist; wij kregen Beneden daarop niet recht antwoord.


(verontwaardigd)


BRANDDan zult gij 't hebben nù!


(sluit zich dichter aaneen)


DE MENIGTESpreek! Spreek!


BRANDHoe lang er duren zal de strijd? Die duurt tot aan uw levenseinde, Tot gij alle offers hebt gebracht, Los zijt van al uw transigeeren,... Tot gij uw wil hebt in uw macht, Tot alle zwakke twijfel wijkt Voor het gebod: alles of niets! En de verliezen? Al uw goden, De geest der halfheid, gouden ketens Die u aan de aarde slaafs nog binden, Al wat uw slapheid loom bevordert! En wat de buit is? Rein van wil zijn, Een sterk geloof, der ziele éénheid,... Een offervaardigheid, die geeft Met jubel zelfs, tot in den dood,... Een doornenkroon op ieders voorhoofd,... Ziet! dat zal ieders krijgsloon worden!


(onder razend getier)


DE MENIGTEVerraad! Verraad! Wij zijn bedrogen!


BRAND'k Ben van mijn woord niet afgeweken.


ENKELENHij heeft ons eer en overwinning Beloofd... nu zullen 't offers worden!


BRAND'k Beloofde zege,... en ik zweer Die wordt ook eens door u behaald. Maar wie vooraan staat in de rijen Moet kunnen vallen voor zijn zaak. Durft hij dat niet, laat hem dan wegdoen Zijn wapen, vóór de strijd begint. In 's vijands macht toch valt de vlag Als haar een zwakkeling verweert. Wie er door offerangst verlamd wordt, Is met het doodsmerk al geteekend!


DE MENIGTEHij eischt ons eigen levensrecht Voor een nog ongeboren volk!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 205 / 354


BRANDDoor offer-woestenijen leiden De wegen naar ons Kanaän. Ter overwinning door den dood, Roep ik u op, als 's Heeren ridder!


DE KOSTERHier zitten wij nu mooi geschoren! In 't dorp zijn we in den ban gedaan...


DE SCHOOLMEESTERDaarheen terug... dat gaat niet aan!


DE KOSTEREn vóóruit, vóóruit wil er geen meer!


EENIGENSlaat hem maar dood!


DE SCHOOLMEESTERWie moet ons dan Aanvoeren als ons opperhoofd?


(wijzen verschrikt naar den weg beneden)


DE VROUWENDe Proost!


DE SCHOOLMEESTERLaat je maar niet verschrikken!


(komt op, gevolgd door enkelen der achtergeblevenen)


DE PROOSTO mijne kindren! O mijn lamren! Hoort naar de stem uws ouden herders!


(tegen het volk)


DE SCHOOLMEESTERWij hebben ginder nu geen thuis meer; Laat ons den berg maar overgaan!


DE PROOSTO, hoe kunt gij mij zoo bedroeven, Mijn hart zoo diepe wonden slaan!


BRANDGij wondde zielen jaar op jaar!


DE PROOSTHoort niet naar hem! Hij wil u lokken Met holle woorden.


VERSCHEIDENENDat is waar!


DE PROOSTMaar wij zijn liefdrijk; wij vergeven, Waar wij oprecht berouw maar zien. O, keert toch tot u zelven in, En ziet met welke hellelist Hij alle menschen tot zich lokt!


VELENJa, dat is zoo,... hij lokte ons!


DE PROOSTOch, denkt toch na, wat kunt gij doen, Een troepje in dezen hoek geboren? Zijt gij tot iets groots uitverkoren? Komt één gevang'ne door u vrij? Gij hebt uw kleine daagsche taak, En wat daarbuiten gaat is zonde. Wat kunt als kiezers gij voor nut doen? Beschermt gij maar uw nedrig hutje. Wat moet gij doen bij valk en arend? Wat moet gij doen bij wolf en beer? Gij wordt maar buit van de overmacht,... O, mijne lamren,... o mijn kindren!


DE MENIGTEJa, wee ons... dat zijn ware woorden!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 206 / 354


DE KOSTERToch sloten wij, het dorp verlatend, Voor goed de huisdeur achter ons;... Daar is geen thuis meer voor ons nu.


DE SCHOOLMEESTERNeen, hij ontstak licht voor onze oogen, Hij wees op valschheid, schijn en leugens; Niet langer slaapt nu de gemeente; En wat daarginder leven heet Geen leven is 't voor wie ontwaakte.


DE PROOSTAch, dat gaat gauw genoeg weer over, En alles komt in 't oude spoor; Houdt u maar eerst een poosje stil! Ik sta u borg dat de gemeente Weldra weer leven zal in vrede.


BRANDKiest menschen!


EENIGENNaar huis willen wij!


ANDERENTe laat! De gletschers over, komt!


(komt haastig aangeloopen)


DE BALJUWWat een geluk dat 'k jullie aantref!


DE VROUWENO, beste baljuw, wees niet boos!


DE BALJUWWelneen, welneen; komt maar weer mee! Een beetre tijd breekt aan voor 't dorp; Als je nu maar verstandig zijn wilt Kan je allen rijk zijn vóór den avond!


VERSCHEIDENENHoe zoo?


DE BALJUWEen vischschool in de fjord... Miljoenen en miljoenen zijn er!


DE MENIGTEWat zegt hij daar!


DE BALJUWWeest op je hoede! Een hagelbui verdrijft ze licht. Zij trokken vroeger nooit hierheen;... Nu, vrienden, komt er hier in 't Noorden Voor ons ook eens een beetre tijd!


BRANDKiest tusschen Gods stem en de zijne!


DE BALJUWLaat je gezond verstand je raden!


DE PROOSTO, is een wonder hier geschied? Een vingerwijzing van den Heer! Ach, 'k heb zoo vaak er van gedroomd, Doch hield het voor verbeeldingsspel;... Nu zien wij duidlijk de bedoeling...


BRANDAls gij verzaakt, verliest ge u zelven!


VELENEen vischschool!


DE BALJUWVan miljoenen visschen!


DE PROOSTBrood voor uw vrouwen en uw kindren!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 207 / 354


DE BALJUWJe ziet wel, nu is het geen tijd Om in een ijdlen strijd je kracht Te meten met een overmacht, Die zelfs den proost benauwen zou. Nù heb je een ander doel voor oogen Dan dom te smachten naar het hooge. De Lieve Heer kan 't wel alleen af, En ook de hemel staat nog stevig. Bemoei je niet met andre kwesties, Maar haast je om de visch te vangen, Dat is een nuttig, praktisch werk, Dat zonder bloed of staal geschiedt; Het brengt je voordeel aan en welstand, En eischt ook geen persoonlijk offer!


BRANDJuist 't offer is des Heeren eisch, Zóó vlamt aan 's hemels trans het woord!


DE PROOSTAch, voelt gij zulk een offerdrang, Komt dan gerust maar naar mij toe,... Bijvoorbeeld, komt aanstaanden Zondag;... Ik zal u waarlijk...


(afbrekend)


DE BALJUWJa, ja, ja!


(zachtjes tegen den proost)


DE KOSTERKan ik mijn ambt van koster houden?


(evenzoo)


DE SCHOOLMEESTERKan ik nog blijven aan de school?


(gedempt)


DE PROOSTAls gij de menschen òm kunt praten, Zal men met u zoo streng niet zijn...


DE BALJUWNaar huis; naar huis; geen tijd verspild!


DE KOSTERNaar zee, naar zee, wie wijs wil zijn!


EENIGENMaar Brand dan?...


DE KOSTERLaat dien gek toch loopen!


DE SCHOOLMEESTERGij ziet hier toch het woord des Heeren Als in een open boek gedrukt staan.


DE BALJUWLaat hem alleen; hij heeft 't verdiend; Hij hield je allen voor den gek...


VERSCHEIDENENHij loog ons voor.


DE PROOSTZijn leer is valsch! En zelfs cum laude heeft hij niet!


ENKELENWàt heeft hij?


DE BALJUWEen gemeen karakter!


DE KOSTERJa, dat is waar; dat zien wij duidlijk!


DE PROOSTZijn moeder liet vergeefs hij wachten Op 't sacrament, toen zij ging sterven!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 208 / 354


DE BALJUWZijn kind heeft hij haast zelf gedood!


DE KOSTEREn ook zijn vrouw!


DE VROUWENWat een schandaal!


DE PROOSTEen slechte vader, man en zoon;... Een slechter Christen is er niet!


VELE STEMMENHij haalde onze oude kerk omver!


ANDEREDe nieuwe sloot hij voor ons af!


WEER ANDEREHij smeet ons op een plank in zee!


DE BALJUWHij stal mijn plan van 't gekkenhuis!


BRANDIk zie het merk op ieders voorhoofd. Ik weet waar gij thans allen heengaat.


(brullend:)


DE HEELE TROEPHoort niet naar hem, maar drijft hem uit! En steenigt hem, den hellegeest! (Brand wordt met steenworpen de rotsige vlakte opgedreven. Daarna keeren de vervolgers terug).


DE PROOSTO, mijne kindren! O, mijn lamren! Nu keert gij weer naar huis en haard; Dat uw berouw uw oog verheldre, Dan zult gij zien, wordt alles goed. Wij weten 't immers, God is goed; Hij vordert geen onschuldig bloed; En de Regeering eveneens Is mild, als bijna nergens anders; En uw bestuur hier, onze baljuw, Zal het u ook niet lastig maken; En ik ben liefdrijk en humaan Als 't hedendaagsche Christendom; Uw supérieuren willen allen In vrede en eendracht met u leven!


DE BALJUWMaar blijft er scheuring nog bestaan, Die moet dan worden bijgelegd. Zoodra het weer wat rustig is Benoemen wij dan een commissie, Die onderzoeken zal in hoever De godsdienst aan den eisch voldoet. Die mag uit geestlijken bestaan, Die wij, de proost en ik, beroepen... Daarbij ook, als men het verlangt, De koster en de dorpsschoolmeester, Met andre mannen uit het volk Aan wie men graag vertrouwen schenkt.


DE PROOSTWij zullen u den last verlichten, Zooals den ouden zieleherder Gij hebt verlicht zijn grooten angst. Dàt denkbeeld geev' een ieder kracht, Dat God een wonder voor u deed. Vaartwel! Veel zegen op uw vangst!


DE KOSTERAch, dat zijn nog eens Christenmenschen!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 209 / 354


DE SCHOOLMEESTERDie doen de dingen kalm en waardig.


DE VROUWENZij zijn zoo netjes en zoo vriendlijk!


ANDEREZoo echt toeschietlijk en eenvoudig!


DE KOSTERDie vorderen geen levensoffers.


DE SCHOOLMEESTEREn kunnen nog wat meer dan bidden.


(De menigte daalt den berg af).


(tegen den baljuw)


DE PROOSTKomaan, dat zal den toestand zuiv'ren. Nu komt in alles hier verandring; Want, God zij dank, bestaat er iets Dat men den naam "reactie" geeft.


DE BALJUWHet was mijn werk dat het spektakel In zijn geboorte werd gesmoord.


DE PROOSTMaar 't meeste deed toch wel 't mirakel.


DE BALJUWWat voor mirakel?


DE PROOSTVan de vischschool.


(fluit)


DE BALJUWDat was natuurlijk maar een leugen!


DE PROOSTOch kom? Een leugen?


DE BALJUW'k Zei maar wat Mij 't eerste inviel op 't moment. Is dat te laken, waar het gold Zoo'n groot belang?


DE PROOSTVoorzeker niet! Best te verantwoorden desnoods.


DE BALJUWEn bovendien, als morgen weer Het volk bedaard is en verstandig, Wat deert het dan of we overwonnen Door waarheid of door leugentaal?


DE PROOSTMijn vriend, ik ben geen rigorist. (kijkt naar de vlakte boven). Maar is dat Brand niet die daarginds Zich voortsleept?


DE BALJUWZeker, dat is hij! Een eenzaam strijder op zijn tocht!


DE PROOSTNeen, kijk, er is nog iemand bij... Ver achter hem!


DE BALJUWWat?... Dat is Gerd! De kerel is 't gezelschap waard.


(vroolijk)


DE PROOSTAls eens zijn offerdorst gestild is, Zou dit als grafschrift kunnen dienen: "Hier rust Brand, van strijdlust vol; Hij won één ziel... en die was dol!"


(met den wijsvinger tegen den neus)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 210 / 354


DE BALJUWMaar als ik 't zaakje wel beschouw, Lijkt mij toch 't oordeel van het volk Nogal een beetje inhumaan.


(haalt de schouders op)


DE PROOSTVox populi vox dei. Kom! (af). (Boven op de kale bergvlakte. Het weer wordt hoe langer hoe slechter; zwarte wolken jagen laag en dicht over de sneeuwvelden heen. Zwarte toppen en kammen komen nu en dan te voorschijn en worden weer door nevels omhuld).


(Brand komt bloedig gewond en verslagen den berg op).


(staat stil en kijkt achterom)


BRANDDuizend menschen togen mee uit En niet een kwam tot de toppen. Wel doorklinkt er aller harten Drang naar grootscher, beter tijd; Wel daalt neer in alle zielen De oproep tot den heil'gen strijd. Maar het offer, dat beangst hen; Zwak en bang verbergt de wil zich... Eén stierf immers voor hen allen,... Lafheid geldt niet meer als misdaad!


(zinkt neer op een steen en kijkt schuw rond).


BRANDO, hoe vaak heb ik gehuiverd. Ging ik bibberend van angst... Onder 't huilen van de honden... In het donker... 'k was een kind!... In de kamer waar het spookte. Maar 'k bedwong mijn hartekloppen, Troostte mij met de gedachte: Buiten schijnt het volle licht, 't Duister komt niet van den nacht,... Er zijn luiken voor de ramen. En ik dacht hoe straks het daglicht, Heldre zomerzonneschijn, Zou de deur- en vensterbogen Vol en heerlijk binnenstroomen, In de kamer waar het spookte. O, hoe bitter ben 'k bedrogen, Pikzwart sloeg de nacht mij tegen... En daarbuiten zaten mannen Somber, stil, langs fjord en veld, Houdend vast aan doode droomen, Ze bewakend, als de koning, Jarenlang bij Snefrids lijk, Woelend los een punt der lijkwâ, Voedend zich met ijdle hoop, Meenend telkens dat de rozen Weer herbloeiden op zijn wangen. En, als hij, was er geen enkle Die het graf gaf wat het eischte. Onder hen niet één die weet: Lijken droomt men niet ten leven, Lijken moeten in den grond; Hunne taak is het te geven Voedsel aan een nieuwen oogst... Donkre nacht,... nacht, overal, Over mannen, vrouwen, kindren! Kon ik hen met bliksemflitsen Van des stroodoods-nood verlossen!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 211 / 354


(springt op).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 212 / 354


BRANDNachtvisioenen zie ik jagen Als een hellevaart in 't donker. 'k Zie den tijd in wapenrusting Manend, levensoffers vragen, Eischend klinkend staal, geen stokken, Eischend zwaarden uit de scheede;... Neven zie 'k ten strijd zich gorden, Broeders zie 'k gedoken zitten, Met hun hoed diep in de oogen. En nog meer zie ik voorbij gaan,... Alle gruwlen en ellende! Vrouwen jamren, mannen schreeuwen, 't Oor gesloten voor wie smeekt,... 'k Zie hen op hun voorhoofd krassen 't Merk van arme strandbewoners, 't Minste volk door God geschapen. Bleek en klein zich makend, staan zij, Denkend zóó zich te beschermen...! Vlaggen, meidags-regenboog, Waar is dat nu alles heen? Waar is nu de blijde driekleur,... Zij, die wapp'rend, klapp'rend uitwoei Onder juichend volksgejubel, Tot een koninklijke dweper Tong en split knipte in de vlag? Met de tong werd toen gepraald; Tanden mag de draak niet toonen, Waartoe dan dat split als muil?... Hadde 't volk toch niet gejubeld, Niet geknipt des konings schaar! Zoo'n vlag met vier vredeshoeken Is net goed voor noodsignaal, Als een schuit is lek gestooten! Erger tijden en visioenen Lichten door den toekomstnacht! Als een walmend zwarte wolk Spreidt zich Eng'lands kolendamp uit. Al het frissche groen besmeurend, Iedre spruit in roet verstikkend, Komt zij, zwaar van gif, geslopen, 't Zonlicht stelend van de velden, Zijgend neer, met asch bezwangerd, Als een strafgericht der Oudheid... Leelijk worden nu de menschen;... Door der mijnen kromme gangen Klinkt 't geluid van dropp'lend water. 't Dwergenvolk, vol ijver bezig, Werkt, den geest van 't erts bevrijdend, Gaat gekromd van rug en ziel, Lonkt er met begeer'ge oogen Naar de blanke gouden leugens, Zonder smartkreet, zonder glimlach, Valt een broeder, dat deert niemand, Eigen val wekt ook den leeuw niet;... Allen haamren, vijlen, munten; Niemand denkt meer aan het licht; 't Heele menschdom weet niet meer Dat, al mogen krachten zwichten, Dit nog niet ontslaat van plichten! Erger tijden en visioenen Lichten in den toekomstnacht! Koud verstand met luid geblaf Dreigt de zon der leer op aarde. 'n Noodkreet stijgt er op uit 't Noorden, Helpt ons! klinkt het langs de fjorden; Dwars en mokkend sist de dwerg, Dat is toch voor mij geen werk. Laat de sterken daarvoor gloeien, Andren òpkomen daarvoor; Dat ligt niet op ònzen weg... Wij zijn klein, zijn niet berekend Voor een waarheidsstrijd-tournooi; Kunnen voor ons heilsverlies Niet het volkswelzijn opoffren. Niet voor òns heeft hij geleden, Niet voor òns drong in zijn slapen Van zijn kroon der doornen punten... Niet voor òns drong er de lanspunt In de zijde van den doode. Niet voor òns brandden de nagels, Hem geboord door handen, voeten... Wij zijn klein, haast onbekend hem, Zijn tot helpen niet geschikt! Niet voor òns werd 't kruis gedragen! Ahasverus' riemslag, bloedig Zweepend, purperkleurend rug en Schouders van den lijder... dat is Ons deel van het passiewerk! (werpt zich, zijn gezicht bedekkend, neer in de sneeuw; na een poosje kijkt hij op). Heb 'k gedroomd? Ben ik nu wakker? Alles grauw in mist verborgen. Waren 't kranke droomgezichten, Die er langs mijn oogen trokken? Is het beeld, waarnaar de ziel Werd geschapen, gansch verloren? In onze oergeest overwonnen?... (luisterend). Als gezang klinkt 't in den stormwind!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 213 / 354


(ruischt in den stormwind)


HET ONZICHTBARE KOORNooit, nooit wordt gij hem gelijk,... Want uit stof zijt gij geboren: Of zijn werk gij doet, of zwicht, Toch zijt gij voor goed verloren!


(herhaalt de woorden en zegt zacht:)


BRANDWee mij! 'k Moet het haast gelooven! Stond hij niet op 't koor der kerk, Toornig mijn gebed afwijzend? Nam hij niet al wat 'k bezat, Sloot mij af den weg des lichts, Liet mij strijden tot het eind toe En het onderspit mij delven!


(klinkt sterker boven hem)


HET KOORNooit zult, worm, gij hem gelijken,... Tot den dood zijt gij gedoemd; Gij moogt volgen hem of wijken, Altijd blijft uw doen verdoemd!


(in zichzelf)


BRANDAgnes, Alf, de lichte dagen, 'n Leven in geluk en rust, Ruilde ik voor strijd en jammer, Wondde bloedig mij de borst,... Heb toch niet den draak verslagen!


(zacht en lokkend)


HET KOORDroomer, nooit wordt gij als hij, Have en goed hebt gij verloren; Offers maken hèm niet rijk;... Want als mensch zijt gij geboren!


(barst in zacht schreien uit)


BRANDAlf en Agnes, komt weer bij mij: Eenzaam zit 'k hier op den top, Huivrend in den wind, met spoken Wild en somber, om mij heen!... (Hij kijkt op; een lichtschemerende plek opent en verwijdt zich in den nevel; eene vrouwelijke gedaante staat voor hem in een licht gewaad en een mantel om de schouders. Het is Agnes).


(glimlacht en breidt de armen naar hem uit)


DE GEDAANTEBrand, hier heb je mij terug!


(springt verward op)


BRANDAgnes! Agnes! ben je 't waarlijk!


DE GEDAANTEAlles was een booze droom! Nù verdwijnen alle neev'len!


BRANDAgnes! Agnes! (wil naar haar toe).


(gilt)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 214 / 354


DE GEDAANTENiet hier over! Zie je niet die diepe kloof, Waardoor 't woeste water stroomt? (zacht). Neen, je droomt niet, neen je slaapt niet, Ziet nu geen visioenen meer. Ziek ben je geweest, mijn liefste, Dronk des waanzins bittren drank, Droomde dat wij je verlieten...


BRANDO, je leeft dus! God zij lof en...!


(snel)


DE GEDAANTEStil, spreek daarvan liever later! Volg mij, kom, de tijd is kort maar.


BRANDO, maar Alf?


DE GEDAANTEIs ook niet dood.


BRANDLeeft hij?!


DE GEDAANTEJa, gezond en frisch! Al dat leed heb je gedroomd; Al je strijd... bedrog en waan. Alf zit op grootmoeders schoot; Zij is flink en hij wordt groot. Ook de kerk staat nog in 't dorp; Bouw een grootre, als je 't wilt;... En het volk slooft daar beneden Als in de oude, goede dagen.


BRANDGoede?


DE GEDAANTEJa... toen vrede heerschte.


BRANDVrede!


DE GEDAANTEHaast je, Brand, kom meê!


BRANDAch, ik droom!


DE GEDAANTENeen, nu niet meer. Maar aan rust heb je behoefte...


BRANDIk ben sterk.


DE GEDAANTEOch, nu nog niet; 't Droomgevaar ligt op de loer. Weer zal je als een schim verglijden, Weg van 't kind en mijne zijde, Weer versombert dan je geest, Wil je 't middel niet gebruiken.


BRANDO, geef hier dan!


DE GEDAANTEJij bezit het, Jij alleen, en niemand anders.


BRANDNoem het dan!


DE GEDAANTEDe oude dokter Die er las zoo menig boek,... Die zoo knap is door en door, Heeft de ziektekiem gevonden. Alle droeve droomgezichten Komen uit drie woorden voort. Die drie moet je dapper schrappen, Moet ze uit je geheugen wisschen, Ze niet meer als wet doen gelden. Die zijn schuld van de visioenen, Die als waanzin je overvielen;... Doe ze weg, zal rein je ziel zijn En bevrijd van pijn en ziekte!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 215 / 354


BRANDZeg ze!


DE GEDAANTE"Niets of alles."


(wijkt terug)


BRANDDàt? Is het dat?


DE GEDAANTEZoo waar ik leef ja, En zoo waar jij eenmaal sterft.


BRANDWee ons beiden! 't Dreigend zwaard hangt Nog als vroeger boven ons!


DE GEDAANTEBrand, wees goed... ik heb je lief; Klem mij in je sterke armen... Laat ons zon en zomer zoeken...


BRANDNeen, mijn ziekte komt niet weer.


DE GEDAANTEJa, helaas, die komt terug.


(het hoofd schuddend)


BRANDNeen, die ligt nu achter mij. Nu geen wilde droomen meer,... Nu komt 't rijke, volle leven!


DE GEDAANTE't Leven?


BRANDVolg mij, Agnes!


DE GEDAANTEWacht! Brand, wat wil je?


BRANDWat ik moet: Leven wat 'k tot nog toe droomde,... Doen in waarheid, wat maar waan was.


DE GEDAANTEO, onmooglijk! Denk waarheen Dat je voerde!


BRANDTòch nog eens!


DE GEDAANTEAl die vreeslijke visioenen Wil je uit vrijen wil doorleven?


BRANDVrij en wakker.


DE GEDAANTE't Kind verliezen?


BRAND't Kind verliezen.


DE GEDAANTEBrand!


BRANDIk moet!


DE GEDAANTEWeer het bloed mij doen verstijven? Mij met offergeesels slaan Tot 'k bezwijk?


BRANDIk moest het doen.


DE GEDAANTEAlle licht in nacht uitdooven, 't Zonnig daglicht buiten sluiten, Nooit van 's levens vruchten plukken, Nooit je ziel door zang verblijden? O, 'k herinner mij zoo veel!


BRAND'k Moet! Verspil je smeeken niet.


DE GEDAANTEEn vergeet je dan je loon? Hoe je hoop je heeft bedrogen? Eenzaam bleef je... werd geslagen!


BRANDNiet voor mij heb ik geleden, Niet voor eigen zege streed ik.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 216 / 354


DE GEDAANTEVoor een volk dat leeft in 't duister.


BRANDEén kan licht aan velen geven.


DE GEDAANTEAan veroordeelde geslachten!


BRANDVeel kan soms de wil van één doen.


DE GEDAANTEDenk hoe één met vlammenroede Dreef den mensch uit 't Paradijs! En de poort heeft hij gesloten;... Dáár komt niemand over heen!


BRANDOpen bleef 't pad van verlangen! DE GEDAANTE (verdwijnt in een donderslag; de mist vult de plaats waar zij stond, en een scherpe, snijdende kreet weerklinkt, als van iemand die wegvlucht:) Sterf! Wat doe je hier op aarde!


(staat een oogenblik als bedwelmd)


BRANDWeg... verdwenen in de mist,... Vlood op groote zwarte wieken Als een gier over de vlakte. 't Was het vragen van een pink Om de heele hand te krijgen!... Ja, dat was de geest der halfheid!


(komt op met een buks)


GERDZag je nu den havik vluchten?


BRANDJa, nu heb ik hem gezien.


GERDZeg mij, gauw, waarheen hij vloog; 'k Wil hem na, ik wil hem raken!


BRANDOp hèm heeft geen wapen vat; Telkens meent men hem te raken In het hart, met 't moordend lood,... Maar als men hem af wil maken, Zit hij spottend en brutaal Achter je, en vliegt weer weg.


GERD'k Stal hier deze jagersbuks, Laadde haar met lood en zilver; G'loof maar dat 'k zoo gek niet ben Als ze zeggen!


BRANDTref je doel dan! (wil gaan).


GERDJe loopt mank... hoe 's dat gekomen? Wat gebeurde er?


BRAND't Volk verjoeg mij.


(dichterbij)


GERDRoode bloeddroppels bedekken Ook je voorhoofd!


BRAND't Volk wierp steenen.


GERDVroeger klonk je stem als zingen.... Knarsend nu, als krakend herfstloof.


BRANDAllen... alles...


GERDWat?


BRANDOntviel mij.


(kijkt hem met groote oogen aan)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 217 / 354


GERDO, nu weet ik wie je bent! 'k Dacht dat je de priester was; ... Bah, die heele priesterrommel!... Maar jij bent de allergrootste!


BRANDBijna viel 'k dien waan ten offer.


GERDLaat mij toch je handen zien!


BRANDWaartoe dàt?


GERDDe nagelmerken! 'k Zie je bloed langs 't voorhoofd drupp'len. Door der scherpe doornen tanden, Diep en woest in 't vleesch gedrukt. Ja, aan 't kruis heb je gehangen! Vader zei, toen ik nog klein was, Hoe dat eertijds was gebeurd, Ver van hier en met een ander;... Maar nu zie 'k, dat was een sprookje;... Ja, want jij bent de Verlosser!


BRANDWijk van mij!


GERDO, moet ik dan Biddend knielen aan je voeten?


BRANDWeg!


GERDJij gàf immers je bloed Ter verlossing van ons allen!


BRANDO, ik weet geen reddingsplank Voor mijn eigen arme ziel!


GERDHier de buks! Schiet neer 't gebroedsel!...


(schudt het hoofd)


BRANDNeen, ik moet mijn lot volbrengen.


GERDZeg dat niet; jij bent de grootste! In je hand is 't nagelmerk;... Uitverkoren, de Verlosser!


BRANDDe allerminste is 't nog eer!


(kijkt naar boven; de wolken scheuren)


GERDWeet je waar je staat?


(staart voor zich uit)


BRANDIk sta Aan de laagste sport der ladder, Ziel en lichaam zwaar gewond.


(wilder)


GERDAntwoord! Weet je waar staat?


BRANDJa, nu valt de nevelsluier.


GERDJa, die valt: de Zwarte Top Boort zijn spits diep in den hemel!


BRANDZwarte Top? De ijskerk!


GERDJa! Eindelijk ben je er toch gekomen!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 218 / 354


BRANDDuizend mijlen weg van hier!... O, hoe zielsverlangend smacht ik Naar de zon, naar licht en zachtheid, Naar een vromen, stillen vrede, Naar des levens zomerwarmte! (barst in tranen uit). Jezus, 'k riep zoo vaak uw naam, Nooit zijt gij tot mij gekomen; Zijt dicht langs mij heen gegleden, Als een half vergeten woord; Laat mij nu van 't heilsgewaad, Nat van wijn der ware boete, Grijpen 'n enkel tipje maar!


(bleek)


GERDWat? Jij, Ziener, schreit, dat warm Tranen langs je wangen stroomen,... Warm, dat droppels van hun lijkwâ Zachtjes glijden van de toppen,... Warm, dat van mijn ziel de ijskorst Smelt, en zich in tranen oplost,... Warm, dat 't sneeuw-miskleed in flarden Van den ijskerk-priester afglijdt... (bevend). Waarom schreide je niet eerder!


(met helder oog, stralend en als verjongd)


BRANDIJskoû gaat er van de wet uit... Zonder zomerzon van boven Ben 'k, tot heden, slechts gebleven Drager van Gods strenge wetten;... Nu, van dit uur, zal mijn leven Warm en rijk het zonlicht zoeken. De ijskorst smelt. Nu kan ik schreien, Kan ik knielen,... kan ik bidden.


(Valt op de knieën).


(kijkt schuin naar boven en zegt zacht en schuw)


GERDKijk, daar zit hij weer, de booze! Zie je niet zijn schaduw vallen? Zie, hoe hij langs hooge toppen Met zijn breede wieken schuurt. Nù is 't reddingsuur nabij... Als nu 't zilver maar wil bijten! (Legt de buks tegen haar wang en schiet. Een dof gedreun, als van rollenden donder, weerklinkt van boven af langs de helling).


(komt overeind)


BRANDHa! Wat doe je?


GERDGoed geraakt! Kijk, hij wankelt,... hij gaat vallen; Hoor, hij schreeuwt, dat 't gillend doorklinkt! Kijk eens, kijk, hoe al zijn veeren Stuiven langs den berg als vlokken, Kijk, hoe groot en wit hij wordt!... Hei, nu rolt hij nog hierheen!


(zakt in elkaar)


BRANDJa, tot boete voor 't geslacht Zijn veroordeeld àlle telgen!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 219 / 354


GERDTienmaal wijder werd 't gewelf Van den hemel, toen hij viel! Kijk hem tuimlen! Kijk hem rollen!... O, nu ben 'k niet langer bang; Hij is wit nu, als een duif...!


(gilt in angst).


GERDHuuh! wat een verwoed gebulder!


(werpt zich neer in de sneeuw).


(kromt zich onder de neerstortende lawine, naar boven roepend:)


BRANDAntwoord God, in 't uur des doods: Heeft geen greintje waarde dan Van den wil het quantum satis...?


(De lawine begraaft hem en vult het heele dal).


(klinkt door den rommelenden donder heen:)


EEN STEMHij is Deus caritatis!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 220 / 354

Eerste bedrijf

DRAMATISCH GEDICHT IN VIJF BEDRIJVEN

PERSONEN

Aase, de weduwe van een boer. Peer Gynt, haar zoon. Twee oude vrouwen, met korenzakken. Aslak, een smid. Bruiloftsgasten. De Keukenmeester. De Speelman enz. Een nieuw aangekomen boerenechtpaar. Solvejg en de kleine Helga, hun dochters. De Boer van Haegstad. Ingrid, zijne dochter. De Bruidegom en zijn ouders. Drie berghut-meiden. Een in 't groen gekleede vrouw. De Koning van Dovre. Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters. Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz. Een leelijke Jongen. Een Stem in het duister. Vogelgeschreeuw. Kari, een boerenvrouw. Mister Cotton, Monsieur Ballon, die Herren von Eberkopf en Trumpeterstraale, reizigers. Een dief en een heler. Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd. Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz. De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur). Begriffenfeldt Professor, dr.

Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro. Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar. Hoessein, een Oostersch Minister. Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers. Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip. Een vreemde Passagier. Een Geestelijke. Een Begrafenisstoet. Een Ambtenaar. Een Knoopengieter. Een magere persoon.

De handeling, die plaats heeft in 't begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.


Een helling met loofboomen bij Aase's hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.


Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.


AASEPeer, je liegt!


(zonder stil te staan)


PEER GYNTDat doe ik niet!


AASEZoo; nou zweer dan dat 't zoo is!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 221 / 354


PEER GYNTWaarom zweren?


AASEOch, je durft niet! 't Is weer alles leugenpraat!


(blijft staan)


PEER GYNT't Is de waarheid... woord voor woord!


(vlak voor hem)


AASEEn je schaamt je niet voor mij? Loopt van huis maar weken lang Juist in de'allerdrukste tijden, Om te jagen in de bergen,... Komt thuis met gescheurden pels, Half gekleed en zonder wild;... En ten slot zou je wel denken Mij je jagers-leugenpraat Zoo maar op de mouw te spelden!... Wel, waar was 't dat je den bok zag?


PEER GYNTOp den Gendin.


(lacht spottend)


AASEJuist, jawel!


PEER GYNTScherp blies daar de wind van daan; Achter kreupelhout verborgen Groef hij in de harde sneeuw Naar wat mos...


(als voren)


AASEJa, juist, jawel!


PEER GYNT'k Hield mijn adem in, stil luistrend, Hoorde 't knarsen van zijn hoef, Zag van één gewei de takken. Toen, voorzichtig, tusschen steenen, Sloop ik op mijn buik vooruit. Daar verborgen gluurde ik opwaarts;... Zulk een bok, zoo mooi en vet, Zag je van je leven niet!


AASENeen, dat zal wel niet!


PEER GYNTEén knal! En, bons! lag de bok ter aarde. Maar zoodra hij nederviel Zat ik op zijn rug al schrijlings, Greep hem bij zijn linkeroor, Haalde juist mijn mes al uit Om 't hem in den nek te steken;... Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen, Staat pardoes weer op zijn pooten, Werpt naar achteren zijn gewei Dat 'k verlies mijn mes en schede; Pakt als in een schroef mijn lenden, Slaat zijn horens om mijn beenen Dat 'k als in een tang geklemd zit,... En zoo rent hij met een vaart Rechtstreeks over Gendinskam!


(onwillekeurig)


AASEGoede hemel...!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 222 / 354


PEER GYNTHeb je wel eens Ooit den Gendinskam gezien? 'n Halve mijl is die wel lang, Smal... niet breeder dan een zeis, Over gletschers, losse steenen, Scherpe kanten, grauw en steil, Kan je zien aan beide kanten 't Zwarte water in de diepte Slapend, meer dan dertienhonderd El omlaag, den berg insluitend... Daarlangs stoven hij en ik Pijlsnel voort door weer en wind. Nooit bereed ik nog zoo'n beestje! Midden door die wilde vaart 'n Knett'ren als van zonnevonken. Arendsruggen zwommen bruin In het duizeldiepe ruim, Halfweg tusschen ons en 't water,... Dreven dan weer weg, als schuim. Drijfijs brak er aan de kanten, Doch 't geluid was niet te hooren; Draaikolks-feeën dansten maar Zingend, zwierend in het rond, Voor mijn oogen, en mijn ooren!


(duizelig)


AASEO God, sta mij bij!


PEER GYNTOp eens, Op een vreeslijk steile plek, Vliegt daar plotseling een sneeuwhoen Uit de spleet waarin het zat, Fladdert kakelend, verschrikt, Op, vlak voor den bok zijn pooten. Die maakt snel half-rechtsomkeert, Jaagt dan met een reuzensprong Naar beneden in de diepte!


(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).


PEER GYNTAchter ons de zwarte steilte, Onder ons een grondloos diep! Eerst ging 't door een laag van nevels, Toen door 'n heelen zwerm van meeuwen, Die naar alle kanten vluchtend, Krijschend uit elkander stoven. Voort maar weer! Voort naar beneden! Maar van uit de diepte schemert Wit iets, als een rendiersborst... 't Was ons eigen beeld, o moeder, Dat, opstijgend uit het bergmeer, Naar de oppervlakte stormde In een even wilde vaart Als die ons joeg naar beneden.


(snakt naar adem)


AASEPeer! God help' mij...! Zeg het gauw!


PEER GYNTBok van boven, bok van ondren, Stooten gelijktijdig samen, Dat het schuim ons wit bespatte. Ja, daar lagen wij te spartlen... Na een poosje toch bereikten Wij een plekje waar wij landden, 't Rendier zwom, ik aan hem hangend;... Ik ging huiswaarts...


AASEEn de bok dan?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 223 / 354


PEER GYNTDie loopt zeker nog wel rond;...


(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)


PEER GYNTPak hem, als je 'm nog kunt krijgen.


AASEEn je nek is niet gebroken? Beide beenen brak je niet? En je ruggegraat is heel? O, mijn God,... ik loof en dank u Dat mijn zoon gij hebt beschermd... Wel is toch je broek aan flarden; Maar dat is niet van beteeknis Als men denkt wat er veel ergers Kòn gebeuren op zoo'n tocht...! (houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen, kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:) O jij duivels-leugenaar! Goede God, wat kan jij liegen! Ik herinner 't mij nu weer, Heb het al gehoord als meisje. Gudbrand Glesne is 't gebeurd... Maar niet jou...


PEER GYNTJawel, mij ook. 't Kan wel meer dan ééns gebeuren.


(nijdig)


AASEJa, een leugen kan je draaien Om-en-om, versierd, vermooid, In een gloednieuw pak gestoken Dat geen mensen haar meer herkent. En dàt heb jij nu gedaan; Alles groot en wild gemaakt, Opgesierd met arendsruggen... En met al die andre fratsen -- Hier wat bij en daar wat af -- Maak je iemand zoo van streek, Dat een mensch niet meer herkent Wat hij jaren lang al wist!


PEER GYNTAls een ander zoo iets zei 'k Zou hem ongenadig rans'len!


(huilend)


AASEOch God, was ik toch maar dood; Lag ik toch maar onder de aarde! Tranen noch gebeden helpen,... Peer, je bent en blijft verloren!


PEER GYNTLieve moedertje, och toe,... Ja, je hebt volmaakt gelijk,... Wees nu maar weer goed...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 224 / 354


AASEOch, zwijg toch! Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn, Met een beest als jij tot zoon? Is 't voor mij, een arme weduw' Zonder steun, geen bitter leed dan? Altijd schande maar tot loon! (schreit weer) Wat bleef er voor ons nog over Van grootvaders rijke dagen? Waar zijn al de zakken geld Van den ouden Rasmus Gynt? Vader bracht het geld aan 't rollen,... Strooide 't rond als ware 't zand, Kocht maar grond in 't heele land, Reed er met vergulde karren... Waar is alles wat verdaan werd Bij het groote winterfeest, Toen de gasten flesschen, glazen Neer maar kwakten op de planken!


PEER GYNTSneeuw van 't vorig jaar, waar is die?


AASEHoû toch je brutalen mond! Kijk eens rond! Om 't andre raam is Er geen heele glasruit meer. Hek en schutting zijn bezweken, 't Vee staat maar in weer en wind, Veld en akker liggen braak, Iedre maand moet ik beleenen...


PEER GYNTHou toch op met dat gezeur! Dikwijls als 't geluk eens uitbleef Kwam het in galop terug weer!


AASEWaar dàt groeide is zout gestrooid nu! Maar jij bent een kerel, jij,... Altijd kranig en brutaal, Welbespraakt als toen de priester -- Die van Kopenhagen kwam En je naar je doopnaam vroeg -- Zwoer dat menig volbloed prinsje Zulk een naam zou willen dragen. En tot dank gaf toen je vader Paard en slede hem present nog, Voor zijn allervriendlijkst woord... Ja; toen was hier pret genoeg! Proost, kaptein en al hun aanhang Hingen dagelijks hier om, Etend, drinkend om het hardst. Maar in nood kent men zijn vrienden, 't Werd hier alles leeg en stil Van den dag, dat "Jon de geldzak" Met zijn mars de wereld introk.


(droogt haar oogen af met haar schort).


AASEOch, jij bent nu groot en sterk toch Jij moest staf en steun en hulp zijn Voor je arme oude moeder,... Jij moest hoeve en huis besturen, Zorgen dat er niets verviel;...


(huilt weer).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 225 / 354


AASELieve God, wat ik aan jou had Al die jaren lang, schavuit! Bij den haard blijf je thuis liggen, Wentelt rond in asch en kolen; In het dorp jaag je al de meisjes Uit de danszaal als je komt,... Maakt mij overal te schande, Vecht met d'ergste vechtersbazen...


(loopt weg)


PEER GYNTSchei toch uit.


(loopt hem na)


AASEKan jij 't ontkennen Dat je nommer één geweest bent Toen er zoo gevochten is laatst, Ginds te Lunde... waar je elkander Gingt te lijf als dolle honden? Of was jij 't niet die smid Aslak's Arm ontwricht heb op dien dag... Of was 't soms één vinger maar?


PEER GYNTWie bracht je die praatjes thuis?


(nijdig)


AASEBuurvrouw hoorde het gejammer!


(wrijft zijn elleboog)


PEER GYNTJa, maar schreeuwen deed ik zelf.


AASEJij?


PEER GYNTJawel... ik kreeg de klappen.


AASEWat?


PEER GYNTDie kan je raken, hoor!


AASEWie dat?


PEER GYNTWel, dien Aslak, meen ik.


AASEFoei toch, foei! 'k Moest op je spuwen! Zoo'n opsnijder, zoo'n slampamper, 'n Zuiplap, een aartsleugenaar, Liet jij je door zoo'n vent slaan?


(huilt weer).


AASESchande heb 'k al veel geleden; Maar dat dit gebeuren moest Is wel de ergste spotternij. Al is hij dan nog zoo'n baas;... Moet jij dan de minste zijn?


PEER GYNTOf ik klop krijg, of d'r op sla... Jamren moet je toch altijd.


(lacht).


PEER GYNTTroost je moeder...


AASEWas 't een leugen Nou alweer?


PEER GYNTJa, dezen keer. Droog dus maar je tranen af;...


(balt zijn linkerhand).


PEER GYNTKijk,... met deze knijptang hier Hield 'k den heelen smid gebogen;


(balt de rechterhand).


PEER GYNTEn dit vuistje was mijn hamer...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 226 / 354


AASEO, jij rekel, brengt je moeder Nog in 't graf met je gedrag!


PEER GYNTNeen, hoor, jij bent beter waard; Twintig duizend maal wat beters; Lieve, booze moeder mijn, Kom, vertrouw maar op mijn woord, Heel het dorp zal je nog eeren, Wacht maar tot ik eens iets groots... Waarlijk groots volbrengen zal.


(spottend)


AASEJij!


PEER GYNTWie weet wat kan gebeuren!


AASEWerd je nog maar eens zoo wijs Dat je zelf weer dicht kon maken Al de scheuren in je broek!


(nijdig)


PEER GYNTKoning zal ik worden, keizer!


AASELieve God, daar gaat zijn laatste Restje van gezond verstand!


PEER GYNTJa, 't gebeurt! Heb maar geduld!


AASE"Heb geduld, dan wordt je prins," Heet het, als 'k mij niet vergis!


PEER GYNTWacht maar, moeder!


AASEHoû je mond! Stapelgek ben je gewoon... Trouwens, eerlijk moet ik zeggen, Als je niet zoo dag aan dag Dolle streken deedt, en loog, Was je goed terecht gekomen. Die van Haegstad mocht je wel; Die had jij best kunnen krijgen Als je 't goed hadt aangelegd...


PEER GYNTDenk je?


AASED'oude heeft geen kracht meer Om zijn dochter te weerstaan; Wel is hij een echte stijfkop, Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook; En waar zij gaat, strompelt hij Brommend haar wel achterna dan.


(begint weer te schreien).


AASEOch, mijn Peer, een schatrijk meisje,... 'n Boerendochter! Denk eens aan,... Als je 't wijzer aangelegd hadt Was je al haar bruidegom,... Jij, die nu hier loopt in lompen!


(snel)


PEER GYNTKom, ik ga het jawoord halen!


AASEWaar?


PEER GYNTOp Haegstad!


AASEArme jij; Dat is uit, die vrijerij!


PEER GYNTEn waarom?


AASE't Is om te huilen! Nu is het te laat... verspeeld al...


PEER GYNTZoo?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 227 / 354


(snikkend)


AASEToen jij ginds in de bergen Door de lucht reedt op je rendier, Heeft Mads Moën haar gekregen!


PEER GYNTWat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!...


AASEJa, zij neemt hem nu tot man.


PEER GYNTWacht mij hier tot ik een paard span Voor de kar... (wil weggaan).


AASEMaak maar geen drukte. Morgen vieren zij al bruiloft...


PEER GYNTPoeh!... maar ik kom nog van avond!


AASESchaam je; wil je dat zij ook nog Je belachen en bespotten?


PEER GYNTStil maar. Alles gaat wel goed.


(jodelt en lacht tegelijkertijd).


PEER GYNTHeisa, zeg! De kar blijft hier; 't Paard te halen duurt te lang...


(tilt haar op).


AASELaat mij los!


PEER GYNTNeen, op mijn armen Draag ik je naar 't bruiloftshuis!


(waadt door de beek).


AASEHelp! Och Heer wees mij genadig! Wij verdrinken...


PEER GYNTNeen, mij wacht Een veel hoogre dood...


AASEJawel; Jij komt aan de galg terecht!


(trekt hem aan zijn haar).


AASEO, jij monster!


PEER GYNTZit nu stil, 't Is hier glad, de grond is glibb'rig.


AASEEzel!


PEER GYNTJa, je mag wel schelden, Dat brengt niemand van de wijs. Zoo; nu krabb'len wij weer op...


AASEHoû mij vast toch!


PEER GYNTHeisa, hop! Nu wordt 't Peer-en-rendier spelen;...


(galoppeert).


PEER GYNTIk ben 't rendier, jij bent Peer!


AASEO, ik voel mezelf niet meer!


PEER GYNTZie je, nu zijn wij de beek door;...


(komt aan land).


PEER GYNTZoo, geef nu je bok een kus: Dat is voor den voerman 't loon...


(geeft hem een oorvijg)


AASEZiedaar voor den voerman!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 228 / 354


PEER GYNTAu! Dat 's een al te karig loon!


AASELaat mij los!


PEER GYNTEerst naar de hoeve. Wees mijn voorspraak. Je bent handig; Spreek met hem, den ouden gek; Zeg hem dat Mads Moën niets waard is...


AASELaat me los!


PEER GYNTEn zeg hem ook Wat Peer voor een kerel is.


AASEJa, daar kan je vast op aan! 'k Zal een boekje opendoen, 'k Zal een mooi tafreel ophangen Van je fratsen en je streken...


PEER GYNTZoo?


(spartelt van kwaadheid)


AASEIk zal niet eerder zwijgen Vóór de boer den hond op je afjaagt, Alsof jij een schooier was!


PEER GYNTHm; dan zal ik maar alleen gaan.


AASEGoed, maar ik kom je achterna!


PEER GYNTMoederlief, dat kan je niet...


AASEDenk je niet? Ik ben zoo woest Dat 'k wel steenen kon vermorz'len! Grind zou 'k kunnen eten, bah! Laat mij los!


PEER GYNTAls je belooft nu...


AASENiets! ik wil mee naar den boer toe, Weten zal hij wie je bent!


PEER GYNTNeen, dan moet je wachten hier.


AASE'k Wil niet! Ik wil mee naar boven!


PEER GYNTDat gebeurt niet.


AASEWat is dat nu?


PEER GYNT'k Zet je op 't dak hier van den molen


(Zet er haar op. Aase gilt).


AASEHaal me er af!


PEER GYNTAls je wilt luistren...?


AASEKlets niet!


PEER GYNTMoeder wees toch wijs...


(gooit naar hem met een graszode)


AASEHaal me er af, Peer, gauw... terstond!


PEER GYNTAls ik durfde deed ik 't zeker.


(dichterbij).


PEER GYNTBlijf nu stil en rustig zitten. Ga niet spart'len met je beenen, Ruk en pluk niet aan de steenen,... Anders, denk er aan, zou 't mis gaan... Zou je vallen.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 229 / 354


AASEO, jij beest!


PEER GYNTNiet zoo spart'len!


AASEO, ik wou Dat de grond je op kon slokken!


PEER GYNTSchaam je toch!


AASEOch wat!


PEER GYNTGeef liever Mij je zegen op mijn tocht mee. Wil je? Zeg?


AASEIk zal je rans'len, Al ben jij ook nog zoo'n baas!


PEER GYNTNou, tot ziens dan, moederlief! Zit maar stil, ik blijf niet lang weg. (gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt): Denk er aan dat je niet spartelt!


(af).


AASEPeer!... Och God, nu loopt hij weg! Bokkerijder! Leugenbrok! Zal je komen!... Neen, daar gaat hij Er van door...!


(schreeuwend:)


AASEHelp! ik word duiz'lig! (Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).


EERSTE OUDE VROUWHèh? Wie schreeuwt daar?


AASEIk! hier, ik!


TWEEDE OUDE VROUWAase! Wel,... wat zit je hoog...?


AASEDit beteekent nog niet veel... Als 't nog lang duurt vaar 'k ten hemel!


EERSTE OUDE VROUWGoede reis dan!


AASEHaal een ladder; 'k Wil er af! Dat duivelsjong...


TWEEDE OUDE VROUWWie, je zoon?


AASEJa, wat hij uithaalt Heb je dan nu eens gezien.


EERSTE OUDE VROUWWij getuigen.


AASEHelp mij maar eens; Want naar Haegstad moet ik gauw nu...


EERSTE OUDE VROUWIs hij dáár?


TWEEDE OUDE VROUWDan kan je lachen; Want de smid zou ook daar komen.


(wringt de handen)


AASELieve God, mijn arme jongen! Wie weet of ze hem niet doodslaan!


EERSTE OUDE VROUWJa, zoo iets kan licht gebeuren; Troost je dan maar dat 't zijn lot was!


TWEEDE OUDE VROUWZij is dol van woede en angst.


(roept naar boven).


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 230 / 354


TWEEDE OUDE VROUWEjvind, Anders! Komt eens hier!


EEN MANNENSTEMWat is 't dan?


TWEEDE OUDE VROUWKijk, moeder Aase Heeft Peer Gynt op 't dak gezet daar!... Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg. Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.


PEER GYNTDaar ligt Haegstad. Nu zal 'k gauw klaar zijn.


(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).


PEER GYNTWie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?


(beschut zijn oogen en kijkt uit).


PEER GYNTNeen. 't Wemelt er van luî met geschenken. 't Is misschien 't verstandigst als ik maar omkeer.


(trekt zijn been weer terug).


PEER GYNTAltijd fluisteren ze achter je rug, En spotten dat 't brandt dwars door je ziel heen.


(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).


PEER GYNTAls je nu maar iets sterks had te drinken, Of als je 'm kon poetsen onbemerkt... Of als niemand je kende... Vooral iets sterks Zou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet. (Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).


EEN MANZijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.


EEN VROUWNou, dan is 't ook geen wonder dat de jongen is 'n dwaas. (De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).


(zachtjes)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 231 / 354


PEER GYNTHadden die het over mij? (met een woedend gebaar). Och, laat ze praten! Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken. (Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren). Wat een zonderlinge wolk! 't Lijkt wel een paard. En een man zit er op,... en zadel en teugels... Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.


(Lacht stil in zich zelf).


PEER GYNTDat 's moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beest Van een Peer!...


(Even later sluit hij de oogen).


PEER GYNTJa, nu is zij bang... Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem... 't Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven. Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede, 'n Mantel heel lang en met voering van zijde. Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen. Geen één toch zit er als hij in het zadel, Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht. Menschen staan ginds aan het hek bij elkander, Nemen hun hoed af en staren naar boven; Nijgende vrouwen ook. Allen erkennen Keizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen. Onder hem schittren als kiezelsteenen Zilveren munten, die strooide op den weg hij. Allen in 't dorp zijn rijk nu als graven. Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen! Engelands prins staat aan 't strand hem te wachten; Evenzoo doen alle Engelsche meisjes. Engelands grooten en Engelands keizer, Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels. De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.... SMID ASLAK (tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan). Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!


(komt half overeind)


PEER GYNTWat, Keizer!


(leunt over het hek, sarrend:)


DE SMIDSta toch op, jongenlief!


PEER GYNTWat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?


(tegen de anderen:)


DE SMIDZ'n roes van Lunde zit hem nog in den kop.


(springt op)


PEER GYNTGa nou maar dóór, hè!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 232 / 354


DE SMIDIk ga al, ja! Maar zeg, waar kom jij nu 't laatst van daan? Zes weken weg... behekst in de bergen?


PEER GYNTJa, smid, 'k heb wonderlijke dingen gedaan!


(knipoogt tegen de anderen)


DE SMIDLaat eens hooren, Peer!


PEER GYNTDat gaat niemand aan.


(na een oogenblikje)


DE SMIDGa je nu naar Haegstad?


PEER GYNTNeen.


DE SMIDMen zei Dat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.


PEER GYNTJij zwarte raaf...!


(wijkt een beetje terug)


DE SMIDWord nou niet kwaad, Peer; Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn 'r nog meer...; Er komen daar jonkies en weeuwen allebei...


PEER GYNTLoop naar de hel!


DE SMIDKom, licht wil 'r een je nog hebben... Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.


(af, lachend en fluisterend).


DE SMIDPEER GYNT (kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om). Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwen Met wien ze lust heeft, 't Raakt mij geen zier!


(kijkt langs zijn beenen).


DE SMIDM'n broek aan flarden. Smerig en kaal,... Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.


(stampt op den grond).


DE SMIDKon ik maar met één rake greep Hun eens die minachting uit 't hart rukken!


(kijkt plotseling in het rond).


DE SMIDWat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds? Hm, het leek mij toch net... Neen er was toch niemand... 'k Ga naar moeder thuis. (gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis). Nu begint de dans! (staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen). Wat een gewemel van meiden! Zes... acht wel de man! O, haal mij de duivel,... daar doe ik aan mee!... Maar moeder, die nog zit op het molendak...


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 233 / 354


(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).


DE SMIDHeisa, de halling [1] dolt over de wei heen! Ja, die Guttorm speelt flink er op los! Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom. En dan die troep heerlijke, frissche meiden!... Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!


(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).


DE SMIDHet voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten. EEN VROUW (gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen). O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje, Maar wie neemt daar nu notitie van.


(in een ander groepje)


DE KEUKENMEESTERHier is wat te drinken, lieve menschen.


EEN MANDank den gever; maar je schenkt wel wat veel. EEN JONGKEREL (tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand). Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!


HET MEISJEStrijk dat het klinkt ver over de weiden!


(in een kring om een jongen die danst)


MEISJESMooi was die sprong!


EEN MEISJEHij is los in de knieën!


(dansend)


DE JONGENHier is 't ver van den muur en hoog de zoldring! DE BRUIDEGOM (komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis). Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!


DE VADERWat wil ze niet?


DE BRUIDEGOMZij heeft zich opgesloten.


DE VADERNou, zie dan den sleutel te vinden.


DE BRUIDEGOMIk weet hier den weg niet.


DE VADERJe bent een uil! (keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).


(van de achterzijde van het huis)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 234 / 354


EEN JONGENMeisjes! Nu zal het pas goed gaan worden! Peer Gynt is gekomen!


(die er zoo even bij gekomen is)


DE SMIDWie bracht hem hier?


DE KEUKENMEESTERNiemand.


(gaat naar het huis toe).


(tegen de meisjes)


DE SMIDAls hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!


(tegen de anderen:)


EEN MEISJENeen; wij doen net of wij hem niet kennen. PEER GYNT (komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen). Wie van jullie kan het flinkste draaien?


(op wie hij toetreedt)


EEN ENKELEIk niet.


(evenzoo)


EEN ANDEREEn ik niet.


EEN DERDENou, ik zeker ook niet.


(tegen een vierde:)


PEER GYNTKom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.


(keert zich om)


HET MEISJEIk heb geen tijd.


(tegen een vijfde:)


PEER GYNTJij dan!


(terwijl zij wegloopt:)


HET MEISJEIk moet naar huis.


PEER GYNTVan avond? Ben je nou heelemaal mal.


(even later, halfluid:)


DE SMIDPeer, daar gaat zij dansen met een ouwe.


(wendt zich snel tot een ouderen man)


PEER GYNTWaar zijn zij die nog vrij zijn?


DE MANZoek zelf maar. (gaat heen). (Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).


(zachtjes)


PEER GYNTBlikken, gedachten en lachjes als pijlen, Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen! (Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).


(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt)


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 235 / 354


EEN MANDat zijn de nieuwe menschen.


DE ANDEREDie luî daar?


DE EERSTEKomen uit het Westen.


DE ANDEREJuist! Jawel. PEER GYNT (treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:) Mag 'k met je dochter dansen, zeg?


(zacht:)


DE MANZeker; maar eerst Moeten wij de menschen binnen begroeten.


(zij gaan binnen).


DE MANDE KEUKENMEESTER (tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:) Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!


(kijkt onafgewend naar de binnengaanden)


PEER GYNTDank je; 'k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.


(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).


PEER GYNTHoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit! Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje...! En terwijl hield zij moeders schortpunt vast, En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld...! Ik moet dat meisje zien. (wil de kamer in).


(komt met verscheidenen er uit)


EEN JONGENWel, Peer, ga je al weg Van 't dansen?


PEER GYNTNeen.


DE JONGENMaar dan loop je verkeerd.


(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).


PEER GYNTLaat mij toch voorbij!


DE JONGENBen je bang voor den smid soms?


PEER GYNTIk bang?


DE JONGENJa, je weet wel hoe 't laatst ging te Lunde?


(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).


(in de deur)


SOLVEJGJij bent vast de jongen, die wilde dansen?


PEER GYNTJa, dat ben ik; was je dat al vergeten? (neemt haar bij de hand). Kom dan!


SOLVEJGMaar niet te lang, zegt moeder!


PEER GYNTZegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?


SOLVEJGJe lacht me uit...!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 236 / 354


PEER GYNTJe bent toch al volwassen; Hoe oud ben je?


SOLVEJG'k Ben aangenomen in 't voorjaar.


PEER GYNTZeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.


SOLVEJGMijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?


PEER GYNTPeer Gynt.


(trekt haar hand terug)


SOLVEJGO hemel!


PEER GYNTWat moet dàt nu?


SOLVEJGMijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.


(loopt weg).


(trekt zijn moeder aan haar rok)


DE BRUIDEGOMMoeder, zij wil niet!


DE MOEDERWil zij niet? Wat?


DE BRUIDEGOMZij wil niet!


DE MOEDERWat dan?


DE BRUIDEGOMDen sleutel omdraaien.


(zachtjes en nijdig)


DE VADERZij moesten jou aan de ruif vastbinden!


DE MOEDEROch, brom maar niet. Sukkel! 't Komt wel terecht.


(zij gaan weg).


(die met een heelen troep van de dansplaats komt)


EEN JONGKEREL'n Slok brandewijn, Peer?


PEER GYNTNeen.


DE JONGKEREL'n Slokje maar?


(kijkt hem donker aan)


PEER GYNTHeb je dan wat?


DE JONGKERELDat kon wel gebeuren.


(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).


DE JONGKERELWat dat 'n mensch òpknapt!... Nou?


PEER GYNTLaat 'ns proeven. (drinkt)


EEN TWEEDENu moet je ook eens drinken met mij.


PEER GYNTNeen!


DEZELFDEOch kom, wees nou niet zoo flauw, zeg! Kom Peer, drink!


PEER GYNTGeef mij dan een dropje. (drinkt weer).


(halfluid:)


EEN MEISJEKom, laat ons gaan.


PEER GYNTBen je bang voor mij, deern?


EEN DERDE JONGKERELWie is nou niet bang voor jou?


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 237 / 354


EEN VIERDEJe toonde Laatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.


PEER GYNT'k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!


(fluisterend:)


EERSTE JONGKERELNu komt hij op dreef!


(vormen een kring om hem heen)


VERSCHEIDENENVertel; vertel! Wat kan je?


PEER GYNTJa, morgen...!


ANDERENNeen, van avond nog, Peer!


EEN MEISJEKan je toov'ren Peer?


PEER GYNT'k Kan den duivel bezweren!


EEN MANDat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!


PEER GYNTLeugens! Wat ik kan dat kan niemand anders. Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot. Die was wormstekig, zie je!


(lachend)


VERSCHEIDENENDat laat zich begrijpen!


PEER GYNTHij vloekte en jankte en wilde mij geven Alles en nòg wat... EéN UIT DEN HOOP. Maar hij moest er in?


PEER GYNTDat spreekt. Ik stopte 't gat dicht met een pen. O! Dat was me een gebrom en gerommel!


EEN MEISJEVerbeeld je!


PEER GYNT't Was net het gegons van een hommel.


HET MEISJEZit hij nu nog in die noot, zeg?


PEER GYNTNeen. Nu is hij lang al weer er van door. Het is zijn schuld dat Aslak zoo 't land aan mij heeft.


EEN JONGKERELHoe zoo?


PEER GYNT'k Ging naar de smidse en vroeg Of hij de noot voor mij wilde kraken? "Welzeker!" Hij legde ze neer op het aambeeld; Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;... En slaat er terstond op met zijn hamer...


EEN STEM UIT DE MENIGTESloeg hij hem morsdood toen?


PEER GYNTHij sloeg als een man. Maar slim was de ander, en stoof als een brand Dwars door het dak heen en scheurde den wand.


VERSCHEIDENENEn Aslak...?


PEER GYNTStond met gebrande handen. Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 238 / 354


(algemeen gelach).


ENKELENDie mop is wel goed!


ANDERENDat is wel zijn beste!


PEER GYNTDenk jullie dat ik wat verzin?


EEN MANO neen, Dat is niet noodig; ik ken al het meeste Van vroeger...


PEER GYNTLeugens! 't Is mij gebeurd!


DE MANNet zoo als alles.


(met een handzwaai)


PEER GYNTWat! Ik kan rijden Dwars door de lucht heen op wilde paarden! Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.


(weer schaterend gelach).


EEN UIT DE BENDERijd eens door de lucht, Peer!


VELENToe ja, Peer Gynt...


PEER GYNTJe hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg. Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen! 't Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!


EEN OUDERE MANNu is hij stapelgek al.


EEN TWEEDEStuk vee!


EEN DERDEOpsnijder!


EEN VIERDELeugenbrok!


(dreigt hen)


PEER GYNTWacht maar, jawel!


(halfdronken)


EEN MANJa wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!


VERSCHEIDENENDan slaan wij je murw! En 'n paar blauwe oogen! (De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).


(vlak bij hem)


DE BRUIDEGOMZeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?


(kort)


PEER GYNTZeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.


DE BRUIDEGOMHeb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?


PEER GYNTDen hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook. (keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).


(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).


PEER GYNTSolvejg! O, 't is goed dat je komt, hoor! (grijpt haar pols). Nu zal ik je draaien lustig in 't rond!


SOLVEJGLaat mij los!


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 239 / 354


PEER GYNTWaarom?


SOLVEJGJe bent zoo wild.


PEER GYNTOok het rendier is wild, als de zomer nadert. Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!


(trekt haar arm terug)


SOLVEJG'k Durf niet.


PEER GYNTWaarom niet?


SOLVEJGJe hebt gedronken.


(gaat met Helga weg).


PEER GYNTJe mes moest je hun kunnen steken Dwars door hun korpus... allemaal!


(stoot hem aan met zijn elleboog)


DE BRUIDEGOMKan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?


(verstrooid)


PEER GYNTJe bruid? Waar is die?


DE BRUIDEGOMIn 't blokhuis.


PEER GYNTZoo, zoo.


DE BRUIDEGOMOch toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!


PEER GYNTNeen, jij moet 't zonder mijn hulp klaar spelen.


(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)


PEER GYNTIngrid in 't blokhuis! (nadert Solvejg). Heb jij je bedacht, zeg?


(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).


PEER GYNTJe schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.


(haastig)


SOLVEJGDat doe ik niet, neen, en dat 's ook niet waar!


PEER GYNTJawel, en 'n beetje heb ik 'm òm; Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees. Kom nou!


SOLVEJG'k Mag niet, al zou ik wel willen!


PEER GYNTVoor wie ben je bang?


SOLVEJGVoor vader 't meest.


PEER GYNTVader? O, dat is zeker zoo'n stille! Die 't hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?


SOLVEJGWat moet ik zeggen?


PEER GYNTHoor je tot de vromen? Je vader, je moeder, en ook jij? Nou, kan je niet spreken?


SOLVEJGLaat mij met rust.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 240 / 354


PEER GYNTNeen! (gedempt maar heftig en bangmakend:) Ik kom bij je als een booze geest! Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht. Hoor je dan om je heen blazen en sissen, Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is. Dat ben ik dan! Ik tap je bloed af in een kop; En je kleine zusje eet ik heelemaal op; Ja, je moet 't maar weten dat ik 's nachts een weerwolf ben. 'k Zal je bijten in je lenden, je rug...


(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)


PEER GYNTDans met mij, Solvejg!


(kijkt hem donker aan)


SOLVEJGHè, dat was slecht!


(gaat de kamer binnen).


(komt weer aangeslenterd)


DE BRUIDEGOMJe krijgt van mij een koe, als je me helpt!


PEER GYNTDat 's goed! (Zij gaan achter het huis. Op 't zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).


(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)


DE KEUKENMEESTERBedaard!


(trekt zijn buis uit)


DE SMIDNeen, nu moet 't maar uitgemaakt Worden, Peer Gynt of ik moet 't veld maar ruimen.


EENIGENJa, laat ze eens vechten!


ANDERENNeen, enkel razen!


DE SMIDWoorden doen niets; de vuist moet het doen.


SOLVEJG'S VADERKalm toch, man!


HELGAMoeder, gaan ze 'm slaan?


EEN JONGKERELLaat ons liever pret maken over zijn leugens.


EEN TWEEDE'm Jagen van de dansvloer!


EEN DERDE'm Spuwen in zijn bakkes!


(tegen den smid:)


EEN VIERDEBlijf jij er bij, zeg?


(gooit zijn buis uit)


DE SMID't Beest wordt geslacht, hoor!


(tegen Solvejg:)


SOLVEJGS MOEDERNou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.


Eerste bedrijfBokRobot · Pagina 241 / 354


(komt met een stok in de hand)


AASEIs Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag; 'k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!


(stroopt zijn hemdsmouwen op)


DE SMIDVoor zoo'n schavuit is 'n stok veel te zacht.


SOMMIGENAslak zal 'm raken.


ANDEREN'm Beuken!


(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe)


DE SMID'k Hang hem op!


AASEWat! Ophangen, Peer! Probeer 't als je durft;... Tanden en nagels heeft Aase nog wel! Waar is hij? (roept over de dansvloer) Peer!


(komt hard aangeloopen)


DE BRUIDEGOMWel, godallemachtig! Kom, vader, moeder,...!


DE VADERWat is er te doen?


DE BRUIDEGOMPeer Gynt heeft...!


(gilt)


AASEHebben ze 'm doodgeslagen?


DE BRUIDEGOMNeen, Peer Gynt...! Kijkt daar eens op den berg..


DE MENIGTEMet de bruid!


(laat den stok vallen)


AASEZoo'n schoelje!


(als uit de lucht gevallen)


DE SMIDTegen de steilste kanten Klautert de kerel op als een geit!


(huilend)


DE BRUIDEGOMHij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!


(maakt een dreigend gebaar tegen hem)


AASEO, viel je er maar af, dat je... (gilt in angst:) Wees toch voorzichtig!


(komt blootshoofds en bleek van woede:)


DE BOER VAN HAEGSTADIk draai hem den nek om voor deze streek!


AASEGod neen! 'k Mag sterven als ik dat laat begaan!

EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF

Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 242 / 354

Tweede bedrijf


Een smal voetpad hoog boven in 't gebergte. Vroege ochtend. Peer Gynt loopt haastig en boos het pad af. Ingrid, half-gekleed, in bruidstoilet tracht hem terug te houden.


PEER GYNTGa weg!


(schreiend)


INGRIDNa al wat gebeurd is! Waarheen dan?


PEER GYNTWaarheen je wilt.


(wringt de handen)


INGRIDZoo'n bedrieger!


PEER GYNTSchelden helpt niet. Elk gaat nu zijn eigen weg.


INGRIDSchuld... ons beider schuld, die bindt ons!


PEER GYNTNaar den duivel met dat alles! Naar den duivel alle vrouwen... Uitgezonderd één...!


INGRIDWie is dat?


PEER GYNTJij bent 't niet.


INGRIDWie is het dan?


PEER GYNTWeg! Ga nu maar weer terug Naar je vader!


INGRIDPeer, mijn liefste!


PEER GYNTZwijg!


INGRIDJe kunt onmooglijk meenen Wat je zegt.


PEER GYNTJa, óf ik 't meen!


INGRIDLokken eerst, en dan verstooten!


PEER GYNTEn waarmee wou jij mij binden?


INGRIDHaegstad-hoeve en nog veel meer.


PEER GYNTHeb jij een gezangboek bij je? Heb jij lange gouden haren? Kijk jij blozend langs je schortje? Hoû jij vast je moeders rokken? Zeg?


INGRIDNeen; maar...?


PEER GYNTBen jij van 't voorjaar Aangenomen?


INGRIDOch maar, Peer...?


PEER GYNTKan jij zedig voor je kijken? Kan jij afslaan als 'k wat vraag?


INGRIDLieve Heer, hij is krankzinnig!


PEER GYNTWordt hij rein, die naar je kijkt? Zeg!


INGRIDNeen, maar...


PEER GYNTWat blijft dan over! (wil weggaan).


(treedt hem in den weg)


INGRIDWeet je dat 't je dood kan zijn Als je weggaat?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 243 / 354


PEER GYNT't Is best mooglijk!


INGRIDGeld en goed en eer verkrijg je Als je mij neemt...


PEER GYNTDank je wel.


(barst in tranen uit)


INGRIDO, jij lokte...!


PEER GYNTEn jij woû wel.


INGRID'k Was wanhopend!


PEER GYNTIk was dol.


(dreigend)


INGRIDGoed; ik zet het je betaald!


PEER GYNT't Duurste is dan nog goedkoop.


INGRIDBlijf je er bij dus?


PEER GYNTMuurvast, ja.


INGRIDBest; wij zullen zien wie 't wint dan! (gaat het pad af).


(is een poos stil, dan roept hij luid)


PEER GYNTNaar den duivel met dat alles! Naar den duivel alle vrouwen!


(draait haar hoofd om en roept smalend naar boven:)


INGRIDUitgezonderd één!


PEER GYNTJa, één.


(Zij gaan ieder huns weegs).


PEER GYNTLangs een bergmeer; de grond rondom is week en moerassig. Een onweer komt op. Aase, wanhopig, roept en kijkt naar alle kanten in 't rond. Solvejg heeft moeite haar bij te houden. Hare ouders en Helga komen een eind achter hen aan.


(slaat om zich heen en trekt zich de haren uit het hoofd)


AASEAlles werkt mij tegen met boos geweld, Water en bergen en onweerslucht! Nevels balt de hemel om hem te doen dwalen! Het valsche meer wil hem 't leven benemen! Rolsteenen en sneeuwval willen hem neerslaan; En dan de menschen! Als die hem eens krijgen...! Maar 't zal hun niet lukken! 'k Kan hem niet missen nog Dat de duivel hem dat nu ook inblazen moest!


(keert zich tot Solvejg).


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 244 / 354


AASEJa, wie kon zoo iets nu ooit denken, niet waar...? Hij, die enkel zwetsen en liegen kon, En alleen dapper was met zijn mond; Hij, die nog nooit iets flinks heeft gedaan;... Hij...! Je zoudt wel kunnen huilen en lachen...! Och, zooveel hebben wij al doorstaan! Ja! Want mijn man, weet je, was aan den drank, Haalde overal dolle streken uit; 't Geld werd verkwist, er kwam armoe en gebrek. Intusschen bleven wij samen thuis zitten En deden ons best de ellende te vergeten; Want er tegen vechten dat kon ik niet goed. Het is zoo hard zijn lot te zien onder de oogen; En een mensch wil toch ook zijn verdriet wel eens verzetten, En zien hoe hij zijn gedachten 't best kan afleiden. De een doet 't met brandewijn, de ander met verdichtsels; Och ja! Zoo namen wij sprookjes dan Van prinsen en geesten en allerlei meer. Ook bruidenroof soms. Maar wie had gedacht Dat zoo iets nu nog spoken zou in hem? (weer angstig). Huuh, wat een schreeuw! Dat 's een watergeest of dwerg... Peer! Peer!... Daar boven op den berg...! (Loopt hard een kleine hoogte op en kijkt over het water, de anderen komen bij haar).


AASEVolstrekt niets te zien!


(stil)


DE MAN't Is het ergst voor hem.


AASEOch mijn Peer! Mijn verloren lam!


(zucht zachtjes)


DE MANJa, juist. Verloren.


AASENeen, zeg dat toch niet! Hij is zoo'n kerel. Geen een is als hij.


DE MANWat ben je toch dwaas, vrouw!


AASEOch ja, och ja; Ik ben dwaas; maar mijn jongen is goed!


(altijd gedempt en met zachte oogen)


DE MANZijn ziel is verloren en zijn hart verhard.


(angstig)


AASENeen toch! Zoo hard zal de Heer niet zijn!


DE MANKan hij misschien nog zijn zondenschuld boeten?


(ijverig)


AASENeen, maar hij kan op een bok door de lucht rijden!


DE VROUWMensch, ben je dol?


DE MANWat praat je daar toch?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 245 / 354


AASENiets ter wereld dat hij niet kan. Je zult zien, als hij maar in 't leven mag blijven.


DE MAN't Beste was dat je 'm aan de galg zal hangen.


(gilt)


AASEHeere Jezus toch!


DE MANHeeft de beul hem in handen, Wie weet of hij dan nog niet komt tot inkeer.


(duizelig)


AASEO, ik word gek nog van je praatjes! Komt mee! 't Geldt...


DE MANZijn zieleheil.


AASEEn ook zijn lijf! Zit hij in 't moeras, dan trekken wij hem op; Is hij behekst, dan laten we 'm overluiden.


DE MANHm!... Hier is 'n veeweg...


AASEGod mag 't je loonen Dat je helpt hem te zoeken!


DE MANDat is christenplicht.


AASEZoo? Nou, dan zijn 't heidenen, al die anderen! Er was er geen een die mee wilde zoeken...


DE MANZij kennen hem te goed.


AASEHij was hun te knap! (wringt de handen). Bedenkt toch,... zijn leven staat op 't spel!


DE MANHier is 't spoor van 'n mannevoet!


AASENu hier gaan zoeken.


DE MANBij onze berghut zullen we ons verdeelen.


(Hij en zijn vrouw gaan vooruit).


(tegen Aase)


SOLVEJGVertel mij nog wat meer.


(droogt haar oogen af)


AASEMeer van mijn zoon?


SOLVEJGJa;... Alles!


(glimlacht en heft trotsch haar hoofd op)


AASEAlles? Moe werd je er van!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 246 / 354


SOLVEJGEer zou je moe worden van 't vertellen, Dan ik van te luisteren. Lage, boomlooze heuvels onder het hooggebergte; verder achter bergtoppen. De schaduwen zijn al lang; 't is al laat op den dag. PEER GYNT (komt met groote sprongen aan en blijft staan aan de helling). 't Heele dorp zit mij achterna! Met geweren en knuppels gewapend zijn zij. D'ouden Haegstad kan je vóórop hooren brullen... Alom is 't bekend: Peer Gynt is er van door! Dat 's toch wat anders dan te vechten met een smid! Dat 's leven! 'k Voel me als een beer in elk lid.


(slaat in 't rond en maakt een luchtsprong).


SOLVEJGNeerslaan! Smijten! Den waterval stuiten! Dennen uitrukken met wortel en al! Dat is leven! Dat sterkt en hardt en maakt vroolijk! Naar de hel met al die flauwe leugens!


(loopen over de heuvels schreeuwend en zingend)


DRIE BERGHUTMEIDENTrond in de Valbergen! Baard en Kaare! Kabouters! Wil je bij ons komen slapen?


PEER GYNTWie roep je daar zoo?


DE MEIDENKabouters! Kabouters!


EERSTE MEIDTrond! Kom, wees smachtend!


DE TWEEDEBaard! Kom, wees woest!


DE DERDEVerlaten staan alle bedsteden ginder!


DE EERSTEWoest is smachtend!


DE TWEEDEEn smachtend is woest!


DE DERDEZijn er geen jongens, dan neem je een berggeest!


PEER GYNTWaar zijn dan de jongens?


(stiklachend)


ALLE DRIEDie kunnen niet komen!


DE EERSTEDe mijne, die noemde mij z'n liefje, zijn schat; Nu is hij getrouwd met een halfsleet weeuwtje.


DE TWEEDEDe mijne ontmoette 'n Zigeunerin in 't Noorden. Nu zwerven zij samen als landloopers rond.


DE DERDEDe mijne, die maakte ons kleintje dood. Nu staat zijn kop op een paal te grijnzen.


ALLE DRIETrond in de Valbergen! Baard en Kaare! Kabouters, wil je bij ons komen slapen?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 247 / 354


(staat met een sprong ineens tusschen hen in)


PEER GYNTIk ben een kabouter en sta je alle drie!


DE MEIDENBen jij zoo'n kerel, zeg?


PEER GYNTDat zal je eens zien!


DE EERSTEKom mee dan! Kom mee dan!


DE TWEEDEEr is meed'!


PEER GYNTSchenk ze in stroomen!


DE DERDEDezen nacht zal geen enkele bedstee hier leeg staan!


(kust hem)


DE TWEEDEHij knettert en sputtert als 't gloeiende ijzer.


(evenzoo)


DE DERDEAls 'n kinderoog uit den donkersten vijver.


(danst in hun midden)


PEER GYNTDroef het hart en dol de kop; Met lachend oog; de keel gesnoerd! DE MEIDEN (trekken lange neuzen tegen de bergtoppen, schreeuwen en zingen). Trond in de Valbergen! Baard en Kaare! Kabouters!... Zou je bij ons willen slapen?


(Zij dansen de heuvels over met Peer Gynt in hun midden).


PEER GYNTIn het Rondgebergte. Zonsondergang. Lichtende sneeuwtoppen rondom.


(komt verward en verwilderd op)


PEER GYNTKasteelen verrijzen al hooger! O, wat een schittrende poort! Sta toch! Blijf staan! Het wijkt al Verder en verder terug! Hoog op den toren slaat er 't Haantje zijn vleugels al uit;.... Verblauwend in verre kloven Vliedt alles... de berg 's weer dicht. Wat zijn dat voor stammen en wortels. Opschietend uit spleten daar? Dat zijn reuzen met reigerpooten! Nu zinken die ook weer weg. Als regenboog-strepen daast het Vlijmend in oog en brein. Wat is dat voor klokkengelui nu? Wat drukt 't op mijn oogen zwaar! O, hoe het woelt in mijn voorhoofd... Die ring, die mij brandt als vuur...! Ik kan mij maar niet meer bezinnen Wie duivel mij dien óm bond!


(zinkt neer).


PEER GYNT't Rijden over den Gendin Leugens en zinsbedrog? Op tegen muursteile wanden Met de bruid... en 'n dag lang in roes Jagende valken en gieren, Dreigend kaboutervolk, Scharrelen met dolle meiden;... Leugens en zinsbedrog!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 248 / 354


(staart lang in de hoogte).


PEER GYNTDaar zie ik twee arenden drijven. Naar 't Zuiden de ganzen gaan. En ik moet hier zwoegen en ploetren In modder en vuil, kniehoog! (springt op). Ik wil mee! Ik wil wasschen mij rein in Der scherpste winden bad! Ik wil óp! 'k Wil mij vermooien In stralenden zonneglans! Ik wil weg, ver over de bergen, 'k Wil rijden tot 'k alles vergeet; Ik wil voort over zilte zeeën, En hoog over Engelands prins; Ja, kijkt maar naar boven, meisjes; Wat ik doe gaat niemand aan; Wat sta je beneden te wachten...? Ja, misschien val ik toch wel omlaag. Waar zijn nu die arenden heen weer?... De duivel heeft ze gehaald!... Daar rijst nu een hooge gevel; Al grooter wordt 't puntige dak; Uit steengruis groeit 't heele huis op;... Kijk, wijd open staat de deur Ha, nu herken ik het huis wel, Dat is grootvaders nieuwe plaats! Weg is het oude kavalje, Weg 't hek, dat op vallen stond. En blinken doen alle ruiten; Er is feest in de groote zaal. Daar hoorde ik tegen zijn glas juist Den proost tikken met zijn mes;... Daar smijt de kaptein zijn flesch weg... Dat de spiegel in scherven springt; Laat gaan maar! Laat alles gaan maar! Stil moeder; het doet er niet toe! De rijke Jon Gynt viert er feest nu; Hoera voor 't geslacht der Gynts! Wat 's dat voor een joelen en schreeuwen? Wat voor een rumoer en lawaai? De kapitein roept om Peer-zoon,... De proost wil drinken op mij. Vooruit, Peer Gynt, naar binnen, Daar klinkt de uitspraak dan: Peer, jij bent van groote afkomst, En wat groots zal je worden eenmaal! (Hij rent vooruit, maar loopt met zijn neus tegen een rotsblok, valt en blijft liggen). Een berghelling met groote ruischende loofboomen. Sterren blinken door het loof heen; vogels zingen in de toppen. Een in 't groen gekleede vrouw loopt over de helling. Peer Gynt loopt haar achterna met allerlei verliefde gebaren.


(blijft staan en keert zich om)


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEIs het waar?


(strijkt als snijdend langs zijn keel)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 249 / 354


PEER GYNTZoo waar als ik Peer heet;... Zoo waar als jij een prachtige vrouw bent! Wil je mij, zeg? Je zult zien hoe netjes ik ben; Je zult niet hoeven te weven of te spinnen. Eten zal je hebben, zooveel als je maar òp kunt. Nooit zal ik je bij je haren trekken...


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEEn mij niet slaan ook?


PEER GYNTNeen; dacht je dat? Een koningszoon zal toch geen vrouwvolk slaan.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEBen je een koningszoon?


PEER GYNTJa.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEIk ben 't kind van Dovre's koning.


PEER GYNTBen je? Wel, kijk eens, hoe prachtig dat treft.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEBinnen in Rondeberg is vaders slot.


PEER GYNTDat van moeder is grooter, zoover ik zien kan.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEKen je mijn vader? Hij heet koning Brose.


PEER GYNTKen je mijn moeder? Zij heet Koningin Aase.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEAls vader raast, dan splijten de bergen.


PEER GYNTZij gaan duik'len als moeder maar aan 't kijven gaat.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEVader kan 't hoogste gewelf wel omspannen.


PEER GYNTMoeder kan den snelsten stroom wel doorrijden.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEHeb je anders geen kleeren dan die lompen daar?


PEER GYNTO, je moest mijn zondagsche pak maar eens zien!


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEIk loop door de week ook in goud en zijde.


PEER GYNTMaar dit lijkt toch meer op bladen en stengels.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEJa, er is één ding, onthoud dat vooral; Dat is bij het Rondevolk zoo gebruik: Al ons eigendom heeft twee kanten. Als je meegaat naar mijn vaders slot Kon 't gebeuren, dat je op den schijn afgaande, Meenen zoudt in een kale steenwoestijn te staan.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 250 / 354


PEER GYNTJa, dat 's nu eigenlijk precies zoo bij ons! 't Verguldsel zou lijken vol roest en roet, En misschien zou je wel de glinstrende ruiten Voor opgestopt houden met lappen en lompen.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEZwart lijkt er wit en leelijk mooi.


PEER GYNTGroot lijkt er klein, en smerig lijkt rein.


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEJa, Peer, ik zie wel dat wij bij elkaar passen!


PEER GYNTAls 't been bij de broek, als de kam bij de haren.


(roept achterom naar den berg)


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEBruidspaardje! Bruidspaardje! Kom dan toch, mijn paardje! (Een reusachtig groot varken komt aangeloopen met een touw als tuig en een ouden zak als zadel. Peer Gynt springt er met een zwaai op en neemt de vrouw vóór zich).


PEER GYNTHeisa! Wij rijden door de Rondepoort binnen, Spoed je, spoed je, mijn vurig ros!


(teeder)


DE IN-'T-GROEN-GEKLEEDEAch, gistren nog liep ik zoo moe en mat;... Je weet toch maar nooit wat gebeuren kan!


(zweept het varken dat weg draaft)


PEER GYNTDe koningshal van den Kabouterkoning. Groote bijeenkomst van Hofkabouters, Berggeesten en Aardmannetjes. De Koning op een troon, met kroon en scepter. Zijn kinderen en naaste bloedverwanten aan zijn beide zijden. Peer Gynt staat vóor hem. Groote beweging in de zaal.


DE HOFKABOUTERSSlacht hem! De christenzoon heeft verdwaasd Des Kabouterkonings lieflijkste maagd!


EEN JONGE KABOUTERMag 'k hem in zijn vinger snijden?


EEN TWEEDEMag 'k hem trekken aan zijn haar?


EEN KABOUTERMEISJEHuuh! Laat mij hem bijten in zijn dijen!


(met een schuimspaan)


EEN HEKSWordt er pekelvleesch van hem gemaakt?


(met een slachtmes)


EEN TWEEDEMoet ik hem aan 't spit braden of in de pan smoren?


DE KABOUTERKONINGDoet wat ijs in je bloed!


(wenkt zijn getrouwen naderbij).


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 251 / 354


DE KABOUTERKONINGLaat ons niet zoo brallen. 't Is met ons achteruit gegaan de laatste jaren; Wij hebben den rechten houvast verloren, En hulp van 't volk moeten wij niet versmaden. Daarbij schijnt het jongmensch zonder gebreken; En sterk gebouwd ook, zoover ik kan zien. Waar is 't dat hij maar één enkel hoofd heeft; Maar och, mijn dochter heeft er ook al niet meer; Driehoofds-kabouters gaan uit de mode, Zelfs tweehoofd'ge krijgt men haast niet meer te zien; En dan zijn die hoofden toch nog maar zoo-zoo.


(tegen Peer Gynt).


DE KABOUTERKONINGHet is dus mijn dochter die je begeert?


PEER GYNTUw dochter en 't rijk als bruidsschat er bij.


DE KABOUTERKONINGHet halve krijg je nu bij mijn leven, En de andre helft als 't met mij eens gedaan raakt.


PEER GYNTDaar ben 'k mee tevreê.


DE KONINGJa, stop, mijn zoon!... Jij moet ook nog een paar beloften geven; Alles is verbroken, als je er een verbreekt, En je komt niet levend meer hier van daan dan... Allereerst moet je beloven, dat je nooit meer omkijkt Naar wat er ligt buiten de grenzen van Ronde; Dag en daad moet je schuwen,... elk plekje licht.


PEER GYNTNoemt men mij maar koning, dan valt mij dat licht.


DE KONINGEn dan,... nu zal 'k op den tand je voelen...


(staat op van zijn troon).


(tegen Peer Gynt)


DE OUDSTE HOFKABOUTERLaat zien of je hebt genoeg verstand En 's konings raadselnoot weet te kraken!


DE KONINGWaarin verschilt 'n kabouter van een man?


PEER GYNTEr is heel geen verschil, zoo ver ik zie. Grooten willen knijpen en kleinen wringen;... Net zooals bij ons, als zij maar durfden.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 252 / 354


DE KONINGZeer waar; daarin zijn we 't eens, en in meer. Maar ochtend is ochtend, en avond, avond, Dus verschil blijft er alevel toch. Nu zal ik je zeggen waarin dat dan zit: Daarbuiten, onder het lichtend gewelf, Onder menschen heet 't: Man, wees je zelf! Hier binnen bij ons, bij 't kaboutervolk Daar heet 't: "Wees je zelf... genoeg!"


DE HOFKABOUTERVat je den zin wel?


PEER GYNT't Lijkt mij wat duister.


DE KONING"Genoeg" mijn zoon, dat afsnijdend, sterke Woord, moet voortaan je lijfspreuk worden.


(krabt zich achter het oor)


PEER GYNTJa, maar...


DE KONINGDat moet, als je hier zult regeeren!


PEER GYNTNou goed; vooruit maar; dat is niet het ergste....


DE KONINGDaarbij moet je leeren en stellen op prijs Onze eenvoudige, huis'lijke levenswijs. (Hij wenkt; twee kabouters met varkenskoppen, witte slaapmutsen enz. brengen spijs en drank). De koe geeft koeken en de os geeft meed'; Vraag niet of ze smaken zuur of zoet; Hoofdzaak is, en dat 's niet te vergeten, Dat het thuis toebereid is.


(duwt de dingen weg)


PEER GYNTDe duivel haal' jullie huismanskost! 'k Wen zeker nooit aan dat landsgebruik.


DE KONINGDe nap hoort er bij en die is van goud. En wie dien bezit heeft mijn dochters gunst.


(huilend)


PEER GYNTEr staat geschreven: gij zult uzelven dwingen; Op den duur lijkt misschien die drank minder zuur. Komaan! (geeft toe).


DE KONINGKijk, dat 's een verstandig woord. Spuw je?


PEER GYNTIk moet maar hopen dat 't wennen zal.


DE KONINGDan ook moet je afleggen al je christlijke kleeren; Want dit moet je weten ons Dovre ter eere, Hier is alles bergarbeid, niets komt uit het dal, Behalve de zijden strik aan 't eind van den staart.


(nijdig)


PEER GYNTIk heb geen staart!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 253 / 354


DE KONINGDien kan je krijgen. Kamerheer, bind hem mijn zondagschen staart aan.


PEER GYNTProbeer 't niet! Wat denk je wel... dat gaat te ver!


DE KONINGVrij nooit naar mijn dochter met naakt achterstel.


PEER GYNTMenschen maken tot een dier!


DE KONINGMijn zoon, je dwaalt! Ik maak je gewoon tot een hoofschen vrijer. Je krijgt een hèl-gelen strik te dragen, En dat geldt nu hier voor de grootste eer.


(nadenkend)


PEER GYNTMen zegt toch, een mensch is maar een zucht. En men moet zich wat schikken naar 't gebruik. Bind maar aan!


DE KONINGJe bent 'n geschikte knaap.


DE HOFKABOUTERProbeer nu ook eens hoe mooi je kunt kwisp'len!


(nijdig)


PEER GYNTZeg, wil je mij tot nog meer dingen dwingen? Eisch je soms ook nog mijn christengeloof?


DE KONINGNeen, dat mag je houden, wees maar gerust. Geloof is hier vrij, daar legt niemand beslag op; Aan handel en wandel herkent men den kabouter. Als wij 't maar eens zijn over doen en laten, Mag je wel geloof noemen, wat bij ons vrees heet.


PEER GYNTJe bent toch, je vele fratsen ten spijt, Een verstandiger kerel dan men zou denken.


DE KONINGMijn zoon, wij zijn beter dan onze reputatie; Dat is ook al een verschil tusschen jullie en ons... Maar laat het nu met den ernst gedaan zijn; Nu gaan wij ooren en oogen vergasten. Speelmeisje, voor! Laat de Dovre-harp klinken! Kom, dansmeisje! Toon hoe in Dovre men danst!


(Spel en dans).


HOFKABOUTERWat dunkt je er van?


PEER GYNTWat? Ja... hm!...


DE KONINGSpreek zonder vrees. Wat zie je, zeg?


PEER GYNTEen afschuwelijk spel. Met 'r hoeven slaat een bellenkoe op darmsnaren los; In 'n kniebroekje trippelt een bigge daarbij.


HOFKABOUTERSVerslindt hem!


DE KONINGBedenkt, hij heeft menschenzinnen!


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 254 / 354


VROUWELIJKE KABOUTERSOoren af, oogen uit moet je hem rukken!


(huilend)


DE DOCHTERHuhu! Dat moeten tot loon wij hooren, Als ik en mijn zusje spelen en dansen!


PEER GYNTOch kom, was jij het? Nou, een grapje, Dat weet je wel, is niet zoo kwaad gemeend.


DE DOCHTERKan 'k daarop vertrouwen?


PEER GYNTZoowel dansen als spelen Was, haal mij de koekoek, allerliefst.


DE KONING't Is wat wonderlijks met der menschen aard; Die blijft zoo merkwaardig lang soms hangen; Krijgt die een knauw bij ons in d' omgang Wordt 't wel een litteeken, maar geneest heel gauw. Mijn schoonzoon is nu zoo schappelijk als mooglijk; Goedschiks trok hij zijn christenpak uit; Goedschiks heeft hij van de mede gedronken, Goedschiks laten aanbinden zelfs zijn staart... Zoo gewillig in 't kort, voor al wat ik hem vroeg, Dat 'k stellig al dacht, de oude Adam Was eens en voor altijd de poort uitgejaagd; Maar kijk, daar op-eens is hij weer terug. Ja, ja, dan is er noodig een kuur Voor die hardnekkige menschennatuur.


PEER GYNTWat wil je dan doen?


DE KONINGIn 't linker oog Geef 'k even 'n sneetje; dan kijk je scheel; Maar al wat je ziet lijkt dan gaaf en mooi. Dan snijd ik je rechter kijkglas uit...


PEER GYNTBen je dronken?


(legt eenige scherpe instrumenten op tafel)


DE KONINGHier zie je mijn instrumenten; Oogkleppen krijg je als een ouwe knol; Dan zal je haar prachtig vinden, je bruid,... En nooit maken je oogen je dan meer wat wijs Van tripp'lende biggen en 'n bellenkoe...


PEER GYNTDat is gekkenpraat!


DE OUDSTE HOFKABOUTERDat is echte koningstaal. Hij is de wijze, jij bent de gek!


DE KONINGBedenk voor hoevele verdrietelijkheden Je daardoor bewaard blijft je heele leven. Zie het toch in dat je oogen de bron zijn Van 't bijtende, kwellende tranenloog.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 255 / 354


PEER GYNTHeel waar. En ik ken ook den bijbeltekst: Ergert uw oog u, ruk het dan uit. Maar zeg eens! Wanneer geneest dat dan weer, Wordt 'n menschenoog weer?


DE KONINGDat wordt het nooit meer.


PEER GYNTZoo! Ja, dan zal ik maar dankje zeggen.


DE KONINGWat wil je gaan doen?


PEER GYNT'k Ga er van door.


DE KONINGNeen, halt! 't Is gemaklijk hier binnen te komen! Maar Dovre-konings poort laat niemand meer uitgaan.


PEER GYNTJe zult mij toch niet met geweld willen dwingen?


DE KONINGHoor eens, wees nu verstandig, prins Peer! Je hebt aanleg voor kabouter. Niet waar, hij doet Zich nu al zoo taamlijk kabouterachtig voor. En dat wil je immers ook?


PEER GYNTJa, zeker, dat wil 'k. Voor een bruid en een koninkrijk op den koop toe, Kan ik mij wel 't een en ander getroosten. Maar maat moet er in alle dingen toch zijn. Den staart nam ik aan, dat 's volkomen waar: Maar ik kan losmaken wat een ander bond. Mijn broek gooide ik uit; hij was oud en gelapt; Maar dien krijg ik desnoods wel weer dicht geknoopt. En mooglijk zie 'k ook nog wel kans vrij te komen Van die kaboutersche levensmanier. Ik wil graag ook zweren dat een koe een meisje is,... Een eed kan je altijd wel stil weer opslikken; Maar dat je nooit van je leven weer vrij komt, Dat je niet kunt doodgaan als 'n fatsoenlijk mensch, Kabouter moet blijven al je levensdagen... En vooral dat je dus nooit meer terug kunt treden... Zooals 't boekje zegt: mij daarop toe te leggen, Dat 's iets waar ik voor pas, moet ik je zeggen.


DE KONINGNu word ik waarachtig toch nijdig, hoor; En dan valt er voorwaar niet te spotten met mij. Jij, bleeke melkmuil! Weet jij wel wie ik ben? Eerst vergrijp jij je aan mijn dochter hier...


PEER GYNTDat 's gelogen, zeg ik!


DE KONINGJe moet haar toch trouwen.


PEER GYNTDurf je te beweren dat...?


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 256 / 354


DE KONINGWat? Kan je ontkennen Dat je haar begeerde en achterna liep?


(fluit)


PEER GYNTAnders niet? Alsof dàt iemand zon binden!


DE KONINGDie menschen blijven toch altijd zich gelijk. De bedoeling erken je volmondig genoeg; Maar van kracht is alleen wat tastbaar is te grijpen; Dus jij denkt dat begeeren maar niets beteekent? Wacht maar; jou zal gauw een licht opgaan...


PEER GYNTMij vang je toch niet met je leugenaas!


DE DOCHTERMijn Peer, vader wordt je vóór 't eind van 't jaar.


PEER GYNTDoe open; 'k wil er uit!


DE KONINGIn 'n bokkevel Krijg jij 't jong thuisgestuurd.


(wischt zich het zweet af)


PEER GYNTWas 'k maar weer wakker!


DE KONINGMoet 't naar 't koningspark?


PEER GYNTStuur 't aan 't kerspel!


DE KONINGGoed, prins Peer, dat is dan jouw zaak. Maar zooveel is zeker: gedaan is gedaan, En ook dat je telg opgroeien zal; Zoo'n tweeslachtig ding groeit verbazend snel op...


PEER GYNTToe, oude, wees nou niet zoo'n koppige os; Meisje, wees wijs! En luister naar rede. Je moet weten dat 'k geen prins ben en ook niet rijk;... En of je mij nu wilt meten of wilt wegen, Je zult er niets bij winnen, al hoû je mij vast.


(De dochter valt flauw en wordt door kaboutermeisjes weggedragen).


DE KONINGKwakt hem tot moes tegen den bergwand, kindren!


KLEINE KABOUTERSToe, laat ons eerst met hem spelen? Kat en muis! Wolf en schaap! 'm Bijten en jagen in 't nauw!


DE KONINGGoed, vooruit! Ik ben nijdig en slaaprig. Goênacht! (af).


(opgejaagd door de kleine kabouters)


PEER GYNTLaat los, duivelstuig!


(wil door den schoorsteen naar boven).


KLEINE KABOUTERSAardmannetjes! Dwergen! Bijt hem van achtren!


PEER GYNTAu!


(wil door het keldergat naar beneden).


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 257 / 354


KLEINE KABOUTERSSluit alle spleten!


HOFKABOUTERWat hebben die kleintjes een pret! PEER GYNT (vechtend met een kleinen kabouter die zich in zijn oor heeft vastgebeten). Laat je los, smeerlap!


(slaat hem op zijn vingers)


HOFKABOUTERPas op wat, vlegel, 't is een koningskind!


PEER GYNTEen rattenhol! (loopt er heen).


KLEINE KABOUTERSDwergbroertje! Dat moet je stoppen!


PEER GYNTDe oude was een fielt, maar de jongen zijn erger!


KLEINE KABOUTERSVerscheurt hem!


PEER GYNTAch, was 'k maar zoo klein als een muis!


(loopt rond).


(draaien om hem heen)


KLEINE KABOUTERSSluit den kring! Sluit den kring!


(huilend)


PEER GYNTAch, was 'k maar een luis!


(valt neer).


KLEINE KABOUTERSNou op zijn oogen aan!


(begraven onder den hoop kabouters)


PEER GYNTHelp moeder! Ik sterf!


(Klokgelui in de verte).


KLEINE KABOUTERSKlokken in 't gebergte! De zwartrok trekt uit! (De kabouters vluchten onder gehuil en gebrul. De hal stort in; alles verzinkt). Stikdonker. Peer Gynt slaat om zich heen en houwt in 't rond met een grooten tak.


PEER GYNTAntwoord! Wie ben je?


EEN STEM-IN-DE-DUISTERNISIk zelf.


PEER GYNTUit den weg!


DE STEMGa buitenom, Peer! Er is ruimte genoeg.


(wil er door op een andere plek, maar wordt gestuit)


PEER GYNTWie ben je?


DE STEMIk zelf. Kan jij 't zelfde zeggen?


PEER GYNTIk kan zeggen wat ik wil; en mijn zwaard kan raken! Pas op! Hola hei! Daar valt het al suizend! Saul versloeg honderd; Peer Gynt slaat er duizend.


(slaat en houwt).


PEER GYNTWie ben je?


DE STEMIk zelf.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 258 / 354


PEER GYNTDie domme praat Hoû maar vóór je; dat heldert de zaak niet op! Wát ben je?


DE STEMDe groote Böjgen [2].


PEER GYNTOch kom! Eerst was 't raadsel zwart; nu lijkt het al grijs. Uit den weg, Böjgen!


DE STEMGa buitenom, Peer!


PEER GYNTEr door heen! (slaat en hakt) Hij valt!


(wil vooruit maar stoot weer op tegenstand).


PEER GYNTHoho! Zijn er meer?


DE STEMBöjgen, Peer Gynt! Eén enkele maar. Böjgen, die 'n slag kreeg, en toch niet gewond is. Böjgen, die dood is, en Böjgen die toch leeft.


(gooit den tak weg)


PEER GYNT't Wapen is behekst; maar 'k heb nog knuisten!


(slaat zich door).


DE STEMJa, steun op je knuisten maar, op je lichaam. Hihi, Peer Gynt, dan bereik je den top wel.


(komt terug)


PEER GYNTHeen of terug, het is even lang... Er uit of er in, 't is een zelfde gang! Dáár is hij! En dáár! Overal rondom! Zóó als ik er uit ben, sta 'k weer in den kring... Noem je! Laat mij je zien! Wát ben je dan toch?


DE STEMBöjgen.


(tast in 't rond)


PEER GYNTNiet dood; niet levend. Een nevel. Een damp. Geen gestalte. Ontastbaar! Het is als grijpen In een hoop brommende halfwakk're beren! (schreeuwt). Sla van je af!


DE STEMBöjgen is niet gek.


PEER GYNTSla!


DE STEMBöjgen slaat niet.


PEER GYNTVecht! Je moet!


DE STEMDe groote Böjgen wint 't wel zonder vechten.


PEER GYNTWas hier maar een dwerg die mij eens kon prikken! Was hier maar 'n kabouter niet ouder dan één jaar! Maar iets om mee te vechten. Maar dat is hier niet... Nou snurkt hij! Böjg!


DE STEMWat?


PEER GYNTGebruik geweld!


DE STEMDe groote Böjgen wint alles met zachtheid.


(bijt zich in armen en handen)


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 259 / 354


PEER GYNTKlauwen in 't vleesch, verscheurende tanden! Ik moet zien een druppel van mijn eigen bloed!


(Men hoort als den vleugelslag van groote vogels).


VOGELGESCHREEUWBöjg, komt hij?


DE STEMJa! voet voor voet.


DE VOGELSZusters allen, in de verte! Vliegt hier naar toe!


PEER GYNTWil je mij redden, deern, doe het dan gauw. Kijk niet zoo schuw en bedroefd voor je uit Je kerkboek! Smijt het hem vlak in zijn oogen!


DE VOGELSHij wankelt!


DE STEMWij hebben 'm.


DE VOGELSZusters! Gezwind!


PEER GYNTTe duur gekocht is het leven zoo, Met zulk een uur van moordend spel.


(zakt in elkaar).


DE VOGELSBöjg, daar valt hij! Grijp hem! Grijp hem!


(in de verte klinkt klokgelui en psalmgezang).


DE VOGELSBöJGEN (lost zich op in niets en roept in een doodssnik). Hij was te sterk. Er stonden vrouwen naast hem. Zonsopgang. In het gebergte vóór Aase's berghut. De deur is gesloten; alles stil en leeg. Peer Gynt ligt te slapen tegen den buitenmuur van de hut.


(ontwaakt, kijkt rond met tragen slaperigen blik. Hij spuwt)


PEER GYNTHè, 'k wou dat 'k een gezouten haring had! (spuwt weer, ziet meteen Helga, die met een mand vol etenswaren aankomt). Ha, kleintje, ben jij daar? Wat wou je hier, zeg?


HELGA't Is Solvejg...


(springt op)


PEER GYNTWaar is zij?


HELGAHier achter de hut.


(verscholen)


SOLVEJGAls je hierheen komt, zet ik 't op een loopen.


PEER GYNTBen je misschien bang dat ik je eens zal pakken?


SOLVEJGSchaam je!


PEER GYNTWeet je waar ik was van nacht?... De kabouterprinses hing aan mijn lijf als een klit.


SOLVEJGDan was 't maar goed dat in 't dorp klokken luidden.


Tweede bedrijfBokRobot · Pagina 260 / 354


PEER GYNTPeer Gynt is de kerel niet dien zij lokken,... Wat zeg je, hè?


(huilend)


HELGAO, daar loopt ze al hard weg! (loopt haar na). Wacht even!


(houdt haar bij een arm vast)


PEER GYNTKijk eens, wat 'k heb in mijn zak! Een zilv'ren knoop, zeg! Die is voor jou... Doe een goed woord voor mij!


HELGAToe, laat mij gaan!


PEER GYNTDaar heb je 'm.


HELGALaat los! Daar staat de mand met eten!


PEER GYNTGod help' je, als je niet...!


HELGALaat mij los! Ik ben bang!


(zacht; laat haar los)


PEER GYNTIk wou zeggen; vraag haar mij niet te vergeten!


(Helga loopt hard weg).

EINDE VAN HET TWEEDE BEDRIJF

Derde bedrijfBokRobot · Pagina 261 / 354

Derde bedrijf


Diep in het pijnbosch. Grauw herfstweer. Sneeuwval. Peer Gynt staat in zijn hemdsmouwen hout te kloven.


(hakt een groote den met kromme takken om)


PEER GYNTJa, ja, je bent taai, jij ouwe vriend; Maar dat helpt je niets, je moet er toch aan.


(hakt weer).


PEER GYNTIk zie wel, je draagt een pantserhemd;... Maar dat sla 'k wel kapot, al was 't ook nog zoo sterk... Ja, ja, je schudt je knoestigen arm; 't Is begrijplijk genoeg, je bent kwaad, hebt 't land; Maar hoe 't ook zij, je moet bukken voor mij...!


(breekt plotseling af).


PEER GYNTZinsbedrog! 't Is maar een oude boom. Zinsbedrog! 't Is geen pantserhemd; Het is maar een pijnboom met ruigen bast... Het is inspannend werk, dat boomen hakken, Maar waanzin te hakken en daarbij nog te droomen. Dat moet uit zijn nu,... in den mist te staren En zich klaar wakker te laten wegdrijven... Verbannen ben je! Een 't bosch in gejaagde.


(hakt een tijdlang hard door).


PEER GYNTVerbannen. Je hebt geen moeder meer Om je eten te brengen, je tafel te dekken; Wil je eten, kerel, help dan je zelf maar, Haal je wat rauws uit bosch of beek. Zoek je wat rijshout en steek het in brand, Pruts wat en kook wat en maak maar wat klaar. Wil je warme kleeren, vang dan een rendier; Wil je een huis bouwen, houw dan blokken steen; Wil je 't opbouwen, moet je balken zagen En zelf ze op je rug naar de plaats toe dragen....


(zijn bijl zinkt neer, hij staart voor zich uit).


PEER GYNTMooi zal het worden. 'n Toren met vaan Zal er op het dak staan en uitsteken hoog; En op den gevel, van hout gesneden, Een zeemeermin, met 'n vischstaart in plaats van beenen. Koper moet er zijn aan het slot en het vaantje. Glas moet ik ook zien te krijgen nog; Vreemden zullen dan vragen, verbaasd, Wat daar zoo schittert verweg in de bergen.


(lacht grimmig).


PEER GYNTO helsche leugens! Daar zijn ze weer. Je bent 'n banneling, kerel!


(hakt weer met woede).


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 262 / 354


PEER GYNTEen dak van schors Beschut ook voldoend tegen wind en vorst.


(kijkt op naar den boom).


PEER GYNTNu staat hij te wank'len. Kom, nog maar één houw! Dan valt hij, zoo lang als hij is, van zelf al; Het trilt al in 't jonge hout, ruischend en klagend! (wil beginnen den stam van zijn takken te ontdoen; op-eens luistert hij en blijft stilstaan met opgeheven bijl). Daar komt iemand achter mij!... Doe je het zóó, Jij Haegstad-boer;... dat is een valsche streek.


(schuilt weg achter den boom en gluurt).


PEER GYNTEen kerel! Maar één. Hij lijkt wel bang. Schuw kijkt hij in 't rond. Wat verbergt hij Onder zijn buis? Een sikkel! Hij staat stil en gluurt, Legt zijn vuist op zijn stok neer... en nu? Wat is dat? Waarom staat hij nu stil en grijpt zijn sikkel? O jé! Daar hieuw hij zijn vinger af! Zijn heelen vinger! Hij bloedt als een varken! Daar gaat hij er van door met zijn vuist in een doek.


(staat op).


PEER GYNTDie lijkt wel bezeten! Een onmisbare vinger! Er af! En zonder dat iemand hem dwingt... Wacht! Nu begrijp ik 't...! Dat is het eenige Middel om van den dienst vrij te komen. Dat is 't. Zij wilden hem in d'oorlog sturen, En de kerel natuurlijk, wou niet graag weg... Maar afhakken...? Hem verliezen voor goed...? 't Te bedenken, te wenschen, te willen zelfs; En 't te doen! Neen, dat begrijp ik toch niet!


(Schudt even het hoofd, dan gaat hij weer aan het werk).


PEER GYNTEen kamer in Aase's huis. Alles is in wanorde; kisten staan open; daagsche kleeren liggen uitgespreid in het rond; een kat in het bed. Aase en de buurvrouw druk bezig met bij elkaar te pakken en op te ruimen.


(loopt naar den éénen kant)


AASEKari, hoor eens!


KARIWat is 't?


(aan den anderen kant)


AASEHoor eens...! Waar ligt...? Waar kan 'k vinden...? Zeg eens, waar is...? Waar zoek ik toch naar? Ik ben als versuft! Waar is de sleutel van de kist?


KARIDie steekt er op.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 263 / 354


AASEWat rammelt zoo buiten?


KARIDe laatste vracht. Wordt naar Haegstad gebracht.


(schreiend)


AASEO, ik zou blij zijn Als 'k zèlf in de zwarte kist werd uitgedragen! Och, hoevéél moet een mensch toch lijden en uitstaan! God zij mij genadig! 't Heele huis is leeg! Wat de Haegstad-boer liet staan, nam de deurwaarder mee. Zelfs de kleeren aan 't lijf bleven niet gespaard. 't Is schande een mensch zoo te behand'len!


(gaat op den rand van het bed zitten).


AASENu is alles, huis, hof en land verloren; Hard was de oude, maar harder het gerecht; Er was geen hulp meer en ook geen genade; Peer was er niet, en niemand kon mij bijstaan.


KARIHier in huis mag je nu toch blijven tot je dood.


AASEJa, de kat en ik, wij krijgen genadebrood!


KARIJa, moeder, 't was Peer die je duur kwam te staan!


AASEPeer? Zeg, ben je nu heelemaal mal! Ingrid kwam immers heelhuids weer thuis. Zij hadden zich bij den duivel moeten houden;... Hij is de schuldige, hij, en niemand anders; De booze dreef mijn armen jongen er toe!


KARIZou je niet liever eens om den priester sturen? 't Gaat hem slechter dan je misschien wel denkt.


AASEOm den priester? Och ja, dat was zoo kwaad niet.


(richt zich op).


AASEMaar neen! dat kan ik niet! Ik ben z'n moeder toch; Ik zal helpen; dat 's niet meer dan mijn moederplicht; Doen zooveel ik kan, als geen ander iets doet. Dat buis hier, mag hij hebben. Dat zal ik lappen. 'k Wou dat ik hun ook dat vel durfde afsnappen! Waar zijn de kousen?


KARIDáár, bij den anderen rommel.


(rommelt er in)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 264 / 354


AASEWat vind ik daar? Och neen maar, een ouden Gietlepel, Kari! Daarmee heeft hij gespeeld Knoopen-gieten, smelten en stemplen. Eens, toen hier feest was, kwam de jongen thuis En vroeg zijn vader om een klomp tin; Geen tin, zei Jon, maar koning Christiaans munt, Zilver; men moet zien dat je een zoon bent van Jon Gynt God vergeve het Jon; maar dronken was hij, En dan lette hij op geen goud of geen tin. Hier zijn de kousen. O, wat een gaten! Dat geeft stopwerk, Kari!


KARIDat 's noodig, dunkt mij.


AASEAls dat gedaan is, ga 'k maar naar bed; Ik voel mij zoo zwak en ziek en benauwd... Twee wollen hemden; die hebben zij vergeten!


KARIJa, dat hebben zij nèt.


AASEDat treft juist goed. Het eene kan je op zijde leggen. Of wacht, wij moesten ze maar beide houden; Dat wat hij aan heeft is al zoo dun.


KARIMaar, moeder Aase, dat mag toch niet!


AASENou ja, maar je weet, de priester verkondigt Vergeving voor dit en meer andere zonden. Buiten een nieuwgebouwde hut in het bosch. Een rendiergewei boven de deur. De sneeuw ligt hoog. Het schemert al. Peer Gynt staat voor de deur en spijkert een groot houten slot vast.


(lacht nu en dan hardop)


PEER GYNTEen slot moet er zijn; een slot dat houdt buiten Al de kabouters, mannen en vrouwen. Een slot moet er zijn, om de hut af te sluiten Voor al die kwaadaardige, looze dwergen... Zij komen met 't donker; zij kloppen en tikken: Maak open, Peer Gynt, wij zijn vlug als gedachten! Wij schudden het bed, wij blazen het vuur aan, Stijgen op door den schoorsteen als vurige draken. Hihi! Peer, denk je met spijkers en planken Den toegang voor 't nijdige dwergvolk te stuiten? (Solvejg komt op sneeuwschoenen over de heide; zij heeft een doek over het hoofd en een bundel in de hand).


SOLVEJGGod zegen je arbeid. Je moet mij niet verstooten. Ik kom omdat je riep, dus moet je mij nemen.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 265 / 354


PEER GYNTSolvejg! 't Is toch niet...! Jawel, 't is waar!... En je bent niet meer bang om dicht bij mij te komen!


SOLVEJGJe zondt mij een boodschap door kleine Helga; Vele bracht nog later heimlijk de wind mij. 'n Boodschap was al wat je moeder vertelde, 'n Boodschap mijn droom als 'k te slapen mij legde. Nachten zoo droef, en zoo leeg al de dagen, Zeiden het mij, dat ik nu moest komen. Als uitgebluscht was het leven daarginder; Ik kon niet van harte meer lachen of schreien. Ik wist niet heel zeker wat in jou omging; Ik wist alleen maar, dat het mij naar je toe drong.


PEER GYNTMaar je vader?


SOLVEJGOp Gods wijde wereld Heb 'k niemand, die vader of moeder mij is. Ik ben los nu van allen.


PEER GYNTSolvejg, jij lieve, Om de mijne te zijn?


SOLVEJGJa, alleen de jouwe; Jij moet alles mij zijn; mijn thuis en familie.


(schreiend).


SOLVEJG't Ergst was het mijn zusje achter te laten;... Maar erger toch nog van vader te gaan; Maar 't allerergst te scheiden van moeders borst;... Neen, God vergeef mij, 't ergst nog van alles Was de smart van 't heengaan van allen... allen!


PEER GYNTEn ken je mijn vonnis in 't voorjaar geveld? Dat scheidt mij voor goed van huis en hof.


SOLVEJGDenk je soms dat ik voor wereldsche have Voor altijd van die mij lief waren scheidde?


PEER GYNTEn weet je ook, dat ik, eens buiten het bosch, Mag opgepakt worden als iemand mij ziet?


SOLVEJGOp sneeuwschoenen liep ik, en vroeg naar den weg; Zij vorschten waar 'k heen moest; ik antwoordde: naar huis.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 266 / 354


PEER GYNTWeg dan met al die spijkers en planken. Geen grendels nu meer tegen nijdige dwergen. Durf jij voortaan bij den jager te blijven, Dan zal mijn hut ook gewijd zijn, dat weet ik. Solvejg! 'k Moet je aanzien! Niet al te dicht bij! Aanzien alleen maar! Wat ben je toch stralend blank! Je óplichten even! Wat ben je toch licht en teer! Als ik je dragen moet, Solvejg, word ik nooit moe! 'k Zal je niet vuil maken. Met gestrekte armen Hou ik je voor mij uit, jij lieve, barmhartige! Wie had ooit gedacht dat ik je zou dragen...! O maar, naar je verlangd heb ik nachten en dagen. Hier, zie je, heb ik getimmerd en gebouwd; Maar dat moet nu weer weg; 't is hier arm en kaal...


SOLVEJGOf arm of rijk,... het is hier naar mijn zin. Je ademt zoo vrij in den bergkoelen wind... Beneden was 't bedompt; daar had ik het benauwd; Dát was het óok wel wat uit 't dorp mij heeft gejaagd. Maar hier, waar je hoort der dennen geruisch.... Hier is rust en gezang!... hier voel ik mij thuis.


PEER GYNTEn weet je 't ook goed? Je heele leven lang?


SOLVEJGDe weg, dien ik ging, voert nooit meer terug.


PEER GYNTIk heb je dus! Kom! Laat 'k je zien in mijn huisje! Ga binnen! 'k Zal even wat brandhout gaan halen; Warm en gezellig en licht zal het worden, Zacht zal je zitten en geen koû zal je lijden! (doet de deur open; Solvejg gaat binnen. Hij staat een oogenblik stil; dan lacht hij luid van blijdschap en maakt een luchtsprong).


PEER GYNTMijn koningskind! Nu is 't gevonden en gewonnen! Neen, nu wordt de slotbouw van nieuw af weer begonnen! (hij grijpt de bijl en wil teruggaan; op hetzelfde oogenblik komt een oudachtige vrouw in een gescheurden groenen rok uit het kreupelhout. Een leelijke jongen met een bierflesch in de hand hinkt haar achterna, zich aan haar rok vasthoudend).


DE VROUWGoên avond, Peer Luchthart!


PEER GYNTHè? Wie 's dat?


DE VROUWOude vrienden, Peer Gynt! Mijn woning staat dicht bij. Wij zijn buren.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 267 / 354


PEER GYNTZoo? Dat is meer dan ik weet.


DE VROUWAl naar je hut oprees, ontstond ook de mijne.


(wil weg)


PEER GYNTIk heb haast...


DE VROUWJa, dat heb je altijd, man; Maar ik loop je achterna en je raakt mij zoo niet kwijt.


PEER GYNTJe vergist je!


DE VROUWDat heb ik ééns gedaan; Dat deed ik dien keer toen met beloften jij kwam.


PEER GYNTBeloften...? Wat duivel is dat voor praat?


DE VROUWVergeet je den avond bij vader thuis? Vergeet je...?


PEER GYNT'k Vergat wat ik nooit geweten heb. Waar zagen we elkaar dan den laatsten keer?


DE VROUWWaar wij elkaar zagen den eersten keer.


(tegen den jongen).


DE VROUWLaat vader eens drinken; 'k geloof dat hij dorst heeft.


PEER GYNTVader? Je bent dronken! Noem je hem...?


DE VROUWJe moest toch het dier aan zijn huid herkennen!... Heb je geen oogen? Je kunt 't toch wel zien Zijn poot is even lam als jouw heele aard is.


PEER GYNTWou je mij wijs maken...?


DE VROUWWou je uitvluchten zoeken?


PEER GYNTDie langbeenige jongen...!


DE VROUWHij is hard gegroeid.


PEER GYNTDurf jij mij opdringen, leelijke heks...


DE VROUWHoor eens, Peer Gynt, je bent grof als een os...!


(huilend).


DE VROUWKan ik het helpen dat 'k niet meer zoo mooi ben, Als toen je mij lokte over glooiende heuvels? De duivel, toen 'k baarde in den herfst, trok krom Mijn rug, en daar wordt je niet beter van. Maar als je mij mooi weer als vroeger wilt zien, Wijs dan maar die meid, die daar ginds zit, de deur. Jaag haar uit je oogen en zinnen maar weg;... Doe dat, lieve vriend, dan verander 'k van tronie!


PEER GYNTWijk van mij, booze heks!


DE VROUWMaar ik ga niet, hoor!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 268 / 354


PEER GYNTIk sla je de hersens in...!


DE VROUWJa, zie eens of je durft! Hoho, Peer Gynt, geen slag die mij deert!... Ik kom hier toch iedren dag weer terug. Ik kijk door de deur, en begluur je te zamen. Zit met de deern je dan in 't schemeruur,... Wordt je teeder... Peer Gynt... wil je een deuntje vrijen,... Kom ik bij je zitten en eisch ook mijn deel. Zij en ik, wij hebben je dan beurt om beurt. Vaarwel, jongenlief; hoû jij nu morgen maar bruiloft, hoor!


PEER GYNTJij helsche nachtmerrie!


DE VROUWMaar dat 's waar ook! Den jongen, jouw mankepoot, dien voedt jij op! Duivelskind, wil jij naar je vader toe?


(spuwt naar hem)


DE JONGENDaar! 'k Zal je hakken met een bijl, hoor; wacht maar, mettertijd!


(kust den jongen)


DE VROUWOch, wat een hoofd op dat lichaam toch zit! Jij maakt je vader nog eenmaal beschaamd!


(stampvoetend)


PEER GYNTO, was je zoo ver...!


DE VROUWAls wij dichtbij zijn nu?


(balt de vuisten)


PEER GYNTEn dat alles...!


DE VROUWVoor zinnenbegeerte alleen! 't Is zonde van je, Peer!


PEER GYNT't Meest voor een andre!... Solvejg! mijn parel, zoo zuiver, zoo rein!


DE VROUWJa, ja, zei de duivel, de onschuld moet lijden, Toen z'n vader zat was en z'n moeder 'm sloeg! (Zij gaat het kreupelhout weer in met den jongen die hem de bierflesch achterna gooit).


(na lang zwijgen)


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 269 / 354


PEER GYNTEr omheen, zei Böjg. Ja, nu moet ik 't doen... Daar viel mijn koninklijk slot in duigen! 't Trok een muur op om haar... en 'k was zoo nabij; Op-eens was hier 't mooi weg; verlept was mijn blijdschap... Geef het op, kerel! Er is geen weg Dwars door dat alles van jou naar haar toe. Dwars er doorheen? Die moet toch zijn te vinden. Er staat iets van berouw, als ik mij goed herinner. Maar wat? Wat staat er? Ik heb 't boek niet meer, Heb 't meeste vergeten, en hier is ook niemand In 't wilde bosch, die mij terecht kan helpen... Berouw? Daar konden wel jaren mee heengaan Eer ik er doorheen was. Zoo'n leven zou triest zijn. Kapot slaan wat glanzend en licht en mooi is, En dan van de scherven weer maken wat nieuws. Dat gaat met 'n viool maar gaat niet met een klok. Je moet niet vertrappen wat nog groeien moet. Maar dat was toch 'n leugen van die heksentronie! Nu is al dat afschuwlijke weer uit mijn oogen... Ja; wel uit mijn oogen, maar niet uit mijn hoofd. Nasluipen zal dat mij toch overal. Ingrid! En die drie daar boven op den berg! Moeten die ook meedoen? Met gieren en mal doen Eischen als zij te worden omarmd, Voorzichtig en teer te worden gedragen? Buiten om, Peer; al was je arm zoo lang Als de slankste den of een pijnboomstam,... 'k Geloof dat ik haar toch nog te dicht bij mij hield Om haar smetloos en ongedeerd neer te zetten... Ik moet daar omheen komen, hoe 't dan ook ga, Dat 't mij geen gewin wordt en ook geen verlies. Je moet zoo iets afschudden tot je 't vergeet...


(doet eenige stappen naar de hut toe, maar blijft weer staan).


PEER GYNTBinnen gaan na dit alles? Zoo vuil en gemeen? Binnen gaan met al die spoken achter me aan?


(werpt de bijl weg).


PEER GYNT't Is de avond vóór 't feest. Haar nu aan te vatten Zoo, als ik nù ben, zou heiligschennis zijn.


(in de deur)


SOLVEJGKom je haast?


(halfluid)


PEER GYNTBuiten om!


SOLVEJGWat?


PEER GYNTWacht nog even. 't Is hier donker, en 'k heb nog iets zwaars te halen.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 270 / 354


SOLVEJGWacht; 'k zal je helpen; dan dragen wij 't samen.


PEER GYNTNeen, blijf liever daar! Ik zal 't alleen wel dragen.


SOLVEJGMaar blijf niet te lang, zeg!


PEER GYNTGeduld maar, meisje! Of lang of kort,... blijf maar wachten.


(knikt hem toe)


SOLVEJG'k Zal wachten! (Peer Gynt gaat het bosch in. Solvejg blijft in de halfopen deur staan). Aase's kamer. Avond. Een rijshoutvuur brandt in den haard en verlicht de kamer. De kat op een stoel aan den voet van het bed. Aase ligt te bed en tast onrustig met de handen over de dekens.


AASEOch, lieve Heer, zou hij niet komen? Het duurt al zoo schrikkelijk lang. 'k Kan niet meer om hem zenden En zeggen moet ik hem zooveel. Ik heb niet veel tijd te verliezen! Zoo plotseling! Wie had dat gedacht! O, als ik toch maar kon weten Of 'k niet te streng voor hem was!


(komt binnen)


PEER GYNTGoeien avond!


AASEGod zal je zeegnen! Daar is hij! Mijn jongen! Mijn Peer! Maar hoe durf je hier je te wagen? Hier loopt je leven gevaar!


PEER GYNTOch, wat kan het leven mij schelen. Ik moest nu eens naar je toe.


AASEWat zal Kari staan te kijken! Nu ga ik in vrede heen!


PEER GYNTGa heen? Wat zijn dat voor praatjes? Waar denk je dan heen te gaan?


AASEOch Peer, het loopt op zijn einde; Het duurt met mij niet meer lang!


(wringt de handen en loopt op en neer)


PEER GYNTEn ik die het leed dacht te ontloopen, En meende hier vrij te zijn...! Heb je 't koud aan handen en voeten?


AASEJa, Peer, 't is nu gauw voorbij... Als je ziet dat mijn oogen breken, O, druk ze dan zachtjes dicht. En dan moet voor een kist je zorgen; Maar, jongen, laat mooi die zijn. Och, neen, 't is waar...


PEER GYNTWees maar stil, hoor! Daarvoor is 't nog tijds genoeg.


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 271 / 354


AASEJa, ja. (kijkt onrustig rond in de kamer). Hier zie je het beetje Dat overbleef. Zoo zijn de luî.


(balt de handen)


PEER GYNTNu alweer! (hard). Ik weet dat 't mijn schuld is. Wat helpt 't of ik het weer hoor?


AASEJij! Neen, dat vervloekte drinken, Daar komt al het onheil van daan! Mijn jongen, jij was immers dronken: Dan weet iemand niet wat hij doet; En dan hadt je op dat rendier gereden; Dat je dol was is duidlijk genoeg!


PEER GYNTPraat daar nu maar niet meer over. Laat rusten die heele zaak. Wat droef is zullen wij sparen Tot later... een andren dag.


(gaat op den rand van het bed zitten).


PEER GYNTNu, moedertje, gaan wij babb'len, Over koetjes en kalfjes maar, En 't nare en bitt're vergeten, En alles wat pijn doet en kwelt... Och kijk eens, daar zit de oude kat nog; Dus die hield het ook zoo lang uit?


AASEDie doet 's nachts ook al zoo aaklig; Je weet wel wat dat beduidt!


PEER GYNTWat is er voor nieuws in 't dorp, zeg?


(glimlachend)


AASEZe zeggen dat ergens hier is Een meisje, dat naar de bergen...


(snel)


PEER GYNTMads-Moën, slaat die er zich door?


AASEZe zeggen, zij heeft geen ooren Voor beî haar ouders verdriet. Jij moest er toch eens naar hooren Jij, Peer, weet misschien wel raad...


PEER GYNTEn hoe staat het met smid Aslak?


AASEOch zwijg van dien vuilen smid. Liever wil ik den naam je zeggen Van 't meisje, je weet wel... van haar...


PEER GYNTNeen, nu gaan wij samen praten,... Over koetjes en kalfjes alleen, En al 't nare en bitt're vergeten En alles wat pijn doet en kwelt. Heb je dorst? Zal ik halen wat drinken? Lig je goed, zeg? Het bed is maar kort. Laat eens zien;... ja dat is zoo waar nog Het bed, waar 'k als jongen in sliep? Weet je 't nog, hoe dikwijls je 's avonds Daar zat aan het voeteneind, Mij toedekte warm en lekker, En allerlei liedjes zong?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 272 / 354


AASEJawel! En dan speelden wij "sleden", Als vader aan 't boemelen was. 't Dek was de vacht van de slede De grond een bevroren fjord.


PEER GYNTJa, maar het allermooiste, Zeg, moeder weet je 't nog?... Dat waren de wilde paarden...


AASEJa, denk je dat ik 't niet meer weet...? Wij leenden de kat van Kari; Die zat op een houten kruk...


PEER GYNTNaar 't slot van de maan in 't westen, Naar 't oosterslot van de zon, Naar 't Soria-Moria slot dan Ging 't hoepla-hei! over den vloer. Een stok, in de kast gevonden Gebruikten wij voor een zweep.


AASEVooróp op den bok zat ik dan...


PEER GYNTEn dan liet je de teugels los! Je keek om, zoodra als wij reden, En vroeg mij: heb je 't niet koud? God zegen je, oude stumperd,... Je was toch een goede ziel...! Hoe kreun je zoo?


AASE'k Heb zoo'n pijn in Mijn rug, van die harde plank.


PEER GYNTStrek je uit; ik zal je steunen. Zie zoo; lig je nu niet zacht?


(onrustig)


AASENeen, Peer, ik wil weggaan!


PEER GYNTWeggaan?


AASEJa, weggaan; 'k verlang er zoo naar.


PEER GYNTKom praatjes! Blijf onder de dekens. Laat mij zitten aan 't voeteneind. Zie zoo; nu korten wij d' avond Met sprookjes en allerlei spel.


AASEHaal liever den bijbel uit 't kastje: Ik ben zoo onrustig te moê.


PEER GYNTIn 't slot van Soria-Moria Geven koning en prins een groot feest. Rust maar uit in de warme slede Ik rijd door het veld je er heen...


AASEMaar, Peer-lief, ben ik genoodigd?


PEER GYNTJa, dat zijn wij allebei. (gooit een touw om den stoel waarop de kat ligt, neemt een stok in de hand en gaat op het voeteneinde van het bed zitten). Hop! Rijd wat aan, jij Zwartje! Zeg, moeder, heb je 't niet koud? Ja, ja; want je voelt het snijden Als Grane aan 't draven gaat!


AASELieve Peer, wat hoor ik toch luiden...?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 273 / 354


PEER GYNTDe bellen van 't blanke tuig!


AASEHuuh! Wat klinkt dat hol, mijn beste!


PEER GYNTWij rijden ook over een fjord.


AASEIk ben bang! Wat is toch dat bruisen En steunen, zoo wonderlijk wild?


PEER GYNT't Zijn de kruinen, moeder, die ruischen Van 't pijnbosch. Zit nu maar stil.


AASEWat schittert en blinkt er daar ginder? Waar komt toch dat schijnsel van daan?


PEER GYNTVan 't slot. Alle ruiten glinstren. Hoor je wel hoe zij dansen?


AASEJa.


PEER GYNTSint Petrus staat buiten de deur al En noodigt tot binnengaan.


AASEGroet hij ons?


PEER GYNTHij staat te buigen, Inschenkend den lekkersten wijn.


AASEO, wijn! Heeft hij soms ook koekjes?


PEER GYNTJa, òf hij! Een heelen berg. De vrouw van den proost komt ook aan Met koffie en suikerwerk.


AASEEn spreken wij daar dan elkander?


PEER GYNTZoo vaak en zoo lang als je wilt.


AASEO Peer, wat al heerlijkheden, Waar je mij, arme ziel, heen brengt!


(klapt met de zweep)


PEER GYNTHop! Rep, je dan toch, mijn Zwartje!


AASEZeg, Peer-lief, je rijdt toch wel goed?


(klapt weer)


PEER GYNTHier kan je niet dwalen.


AASEDat slingren. Dat maakt mij zoo raar en moe.


PEER GYNTDaar zie ik het slot al verrijzen; Nog even, dan zij wij er al.


AASEIk zal stil maar mijn oogen toe doen, Vertrouwen op jou, mijn Peer!


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 274 / 354


PEER GYNTVooruit dan, Grane, mijn draver! In 't slot is er groot gedrang; Zij stuwen en dringen de poort in. Dáár komt Peer Gynt met oud' Aase! Wat zegt u dáárvan Heer Petrus? Mag moeder niet binnengaan? 'k Geloof dat u lang kan zoeken Eer u vindt een zoo eerlijke ziel; Van mij wil ik maar niet spreken; Ik kan òmkeeren als het moet. Wil u inschenken, neem ik 't in dank aan Zoo niet, ga ik óók tevree weg. 'k Heb verzonnen evenveel leugens Als de duivel die preêken ging, En moeder voor 'n kip uitgescholden Omdat zij kakelde soms. Maar haar moet u achten en eeren En maken dat goed zij het heeft; Er komt hier stellig geen beetre Van waar ook, in dezen tijd... Aha! daar is God de Vader! Sint Petrus, nu krijg je er langs!


(met diep stemgeluid).


PEER GYNT"Hou op toch met dat gezeur daar; Moeder Aase heeft vrij entree!"


(lacht luid en keert zich naar zijn moeder om).


PEER GYNTAlsof ik dat niet had geweten! Nu komt er wat anders weer!


(angstig).


PEER GYNTWaarom kijk je of je oogen gaan breken? Zeg, moeder! Wat scheelt er nu aan...?


(gaat naar het hoofdeinde).


PEER GYNTJe moet niet zoo liggen te staren...! Spreek, moeder, ik ben het, Peer! (betast voorzichtig haar voorhoofd en handen; dan gooit hij het touw van den stoel af en zegt gedempt): Zoo, ja!... Je kunt uitrusten, Grane; Want nu is de reis volbracht.


(drukt haar de oogen dicht en buigt zich over haar heen).


PEER GYNTHeb dank voor je heele leven, Voor klappen en teedere zorg... Maar nu moet jij mij ook bedanken...


(drukt zijn wang tegen haar mond).


PEER GYNTZoo; dat was jouw dank voor den rit.


(De buurvrouw komt binnen).


KARIWat? Peer! Nou, dan zijn we ook over Haar bitterste leed al heen! Lieve Heer, wat slaapt zij vast nu!... Of is zij al...?


Derde bedrijfBokRobot · Pagina 275 / 354


PEER GYNTStil; ze is dood. (Kari schreit bij het lijk. Peer Gynt loopt lang rond door de kamer; eindelijk blijft hij bij het bed staan). Laat haar met alle eer begraven. Ik moet zien hoe 'k hier van daan kom.


KARIMoet je ver weg gaan?


PEER GYNTNaar zee toe.


KARIZoo ver!


PEER GYNTEn nog verder weg.


(af).

EINDE VAN HET DERDE BEDRIJF

Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 276 / 354

Vierde bedrijf


Aan de zuidwestkust van Marokko. Een palmbosch. Gedekte tafel, zonnetent en biezenmatten. Dieper onder de boomen hangmatten. Buiten op zee ligt een stoomjacht met Noorsche en Amerikaansche vlaggen. Aan het strand een sloep. Het gaat tegen zonsondergang.


Peer Gynt een knap heer van middelbaren leeftijd in elegant reistoilet, een gouden lorgnet op de borst hangend, presideert de tafel als gastheer. Mister Cotton, Monsieur Ballon en de heeren von Eberkopf en Trumpeterstraale zijn juist gereed met hun maaltijd.


PEER GYNTDrinkt heeren! Is de mensch gemaakt Om te genieten, dat hij 't doe dan. En dood is dood... Wat mag 'k aanbieden?


TRUMPETERSTRAALEJe bent een prachtgastheer, broer Gynt!


PEER GYNTIk deel die eer dan met mijn geld, Mijn kok en steward...


MR. COTTONVery well! Ik drink op 't heil van alle vier!


MR. BALLONMonsieur, u heeft een goût, een ton, Als zelden nu meer wordt gevonden Bij iemand, levend en garçon,... Een zeker... 'k weet niet wat...


V. EBERKOPFEen waas Een glans van vrije geestontwikling, Een wereldburgerschapbezitting, Een blik door 't dichte wolkenfloers, Door geen vooroordeelen gebonden, Begaafd met hoogere verlichting, Een oer-natuur die kent het leven Vereend op 't hoogst der trilogie. Niet waar, monsieur, dat meende u?


MR. BALLONJawel, dat kan wel; ook al klinken Die dingen, op zijn Fransch, zoo mooi niet.


V. EBERKOPFAch was! Die taal is ook zoo stijf... Maar zullen wij den grond nu zoeken Van 't fenomeen...


PEER GYNTDie is gevonden. Dat komt doordat 'k niet ben getrouwd. Ja, mijne heeren, dat 's zoo klaar Als water. Wat moet 'n man toch wezen? Zich zelf: antwoord ik in 't kort. Voor zich en 't zijne moet hij zorgen. Maar kan hij dat, als pakkameel Voor 't wel en wee van andren, soms?


V. EBERKOPFMaar dat voor-zich en in-zich leven, Vermoed ik, heeft u strijd gekost...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 277 / 354


PEER GYNTO, zeker, ja; in vroeger tijd; Maar altijd kwam 'k met eer er af. Een keer toch was 'k er na aan toe Te vallen in 'n gespannen strik. Ik was een flinke, knappe kerel, En zij, de dame was mijn keus,... Die was van vorstelijken bloede...


MR. BALLONOch, vorstelijk?


(minachtend)


PEER GYNTVan die families, U weet wel...


(slaat op de tafel)


TRUMPETERSTRAALEAdellijk gespuis!


(haalt de schouders op)


PEER GYNTVervallen grootheden, steeds zoekend Hun trots, in 't hun geslacht vrijhouden Van vlekken door plebeïsch bloed.


MR. COTTONEn liep daardoor de zaak toen mis?


MR. BALLONDe ouders wilden de partij niet?


PEER GYNTIntegendeel!


MR. BALLONAh!


(vergoelijkend)


PEER GYNTU begrijpt! Er was iets, dat vereischte 't huwlijk Zoo snel als mooglijk te doen doorgaan. Maar, 'k zeg 't ronduit, die heele zaak Stond van 't begin af mij al tegen. In enkele dingen ben 'k wat vreemd, En liefst blijf ik mijn eigen baas. En toen mijn schoonvader nu kwam Met d'eisch, ofschoon verbloemd gesteld, Dat 'k zou van stand en naam verandren, In d'adelstand mij doen verheffen, Met nog veel meer dat onaanneemlijk, Om niet te zeggen hoogst onkiesch, was... Toen trok 'k fatsoenlijk mij terug. Ik weigerde zijn ultimatum,... Deed afstand van mijn jonge bruid.


(trommelt op de tafel, schijnbaar met aandacht).


PEER GYNTJa, ja; er heerscht toch wel een Fatum, Waarop een mensch vertrouwen kan; En dat te weten is een troost.


MR. BALLONEn daarmee was de zaak dus uit?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 278 / 354


PEER GYNTNeen, 'k kreeg te doen met nog wat anders; Want onbevoegden mengden zich Met luid gekrijsch ook in 't geval; 't Ergst der familie jong're leden. Met zeven kreeg ik een duel. Dat was een tijd, dien 'k nooit vergeet, Ofschoon 'k er heel gelukkig afkwam. Het kostte bloed; maar al dat bloed Heeft mij in waarde veel doen winnen, En wijst bekrachtigend op 't feit, Zoo 'k zei, van een besturend Fatum.


V. EBERKOPFU heeft een blik op 's levens loop Die tot een denker u verheft. Terwijl een ander meent te aanschouwen Afzonderlijk verspreide beelden, En nooit een oplossing kan vinden, Weet u het àl bijeen te voegen. Met ééne maat meet u de dingen. U scherpt een punt aan al uw woorden, Die, alle dan als stralen uitgaan Van 't licht van één levensbeschouwing... En u is nooit student geweest?


PEER GYNTIk ben, zooals ik u al zei, Gewoonweg een autodidact. Methodisch heb ik niets geleerd; Maar veel gedacht en overwogen, En over alles veel gelezen. 'k Begon er mee op later leeftijd; Dan valt het wel een beetje zwaar soms Maar door te lezen, blad voor blad, En op te nemen rijp en groen. Geschiedenis nam ik bij stukjes, Want voor méér had ik nooit den tijd. En daar men toch in booze tijden Iets hebben wil tot vasten steun, Zoo nam 'k den godsdienst in met rukjes. Zoo gaat 't gemaklijker naar binnen. Men moet niet al te gulzig lezen, Maar enkel zien wat nuttig zijn kan...


MR. COTTONKijk, dat is praktisch!


(steekt een sigaar op)


PEER GYNTLieve vrienden, Bedenkt toch wat mijn levensloop was. Hoe kwam ik daar toch aan in 't Westen! Een arme vent, met leege handen! Ik moest hard zwoegen voor mijn broodje; Gelooft mij, 't viel mij dikwijls zwaar. Maar 't leven, vrienden, is veel waard; En, zoo men zegt, de dood is bitter. Wel! Fortuna, ziet u, was mij gunstig; En 't oude Fatum niet afgunstig. Het ging. En daar ik zelf ook flink was, Zoo ging 't gestadig beter, beter. Tien jaren later werd 'k genoemd Den Kroesos onder Charlestown's reeders. Nu vloog mijn naam van stad tot stad; 't Geluk had ik nu binnen boord...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 279 / 354


MR. COTTONWaarin deed u?


PEER GYNTVooral in negers, Naar onzen Bondsstaat Carolina; En afgodsbeelden ook, naar China.


MR. BALLONFi donc!


TRUMPETERSTRAALEPotztausend, oome Gynt.


PEER GYNTU vindt misschien 't bedrijf niet strookende Met wat geoorloofd is... of niet? Ik voelde dat soms zelf ook levendig, En vond het menigmaal odieus. Maar, eens begonnen... zooals 't gaat,... Is 't moeilijk het weer los te laten. En 't gaat althans zoo maklijk niet In zulk een groote onderneming, Waar duizend andren in gemoeid zijn, Botweg te breken met zoo'n zaak. Aan "botweg breken" heb 'k een hekel; Maar geef toe aan den andren kant dat Ik altijd acht geslagen heb Op wat men noemt de konsekwenties; En dat, de grenzen overschrijden Onaangenaam mij altijd was. Ook werd ik bovendien wat ouder; 'k Begon de vijftig al te naadren,... Kreeg zachtjes aan al grijzend haar; En schoon mijn voorspoed steeds nog toenam, Werd de gedachte mij toch pijnlijk: Wie weet hoe gauw het uurtje slaat, Dat het gerecht ingrijpend optreedt, De bokken scheidend van de lamm'ren. Wat nu te doen? De vaart te staken Op China ging onmooglijk aan. 'k Vond toch een uitweg. Ik begon met Wat anders op hetzelfde land. In 't voorjaar exporteerde ik goden, In 't najaar klaarde ik priesters uit; Voorzag hen goed van al het nood'ge Als kousen, bijbels, rhum en rijst...


MR. COTTONEn met profijt?


PEER GYNTNatuurlijk, ja. Het ging. Zij werkten onvermoeid, en Voor iedren god, dien ik verkocht, Werd een Chinees bekeerd, gedoopt. Zoo werkte 't dus neutraliseerend. Het veld der missie lag nooit braak, Want iedren god, dien 'k colporteerde, Dien hield een priester in bedwang.


MR. COTTONJa, maar de Afrikaansche waren?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 280 / 354


PEER GYNTDaar zegevierde ook mijn moraal. 'k Zag in dat 't geen geschikt bedrijf Meer was voor iemand op mijn leeftijd. Men weet toch niet wanneer het afloopt. En dan de strikken ons gespannen Door 't heele filantropen-heir, Om van de kapers niet te spreken, En risico van wind en weer. Dat alles samen gaf den doorslag. Ik dacht: Kom Peter, reef de zeilen; En zie wat je nog goed kunt maken. Zoo kocht ik dan wat land in 't Zuiden, Behield den laatsten vleeschimport, Die prima kwaliteit ook was. Zij tierden, werden rond en vet, Dat het voor hen en mij een lust was. Ja, ik durf zeggen, zonder grootspraak, Dat ik voor hen was als een vader,... Wat dan ook goede renten opbracht. Ik bouwde scholen, dat behoorlijk De deugd bestendig blijven zou Op 'n zeker algemeen niveau, En zag streng toe dat onder 't peil nooit Haar thermometer even zakte. Nu trouwens heb ik dan ook dáárvan Teruggetrokken mij geheel;... 'k Heb de plantage met het heele Gedoe verkocht met huid en haar. Ten afscheid gaf ik allen nog, Zoo groot als klein, ook gratis grog. Toen kreeg al 't volk een flinken roes, De weduwen daarbij nog snuif. Kijk, daarom hoop ik, in zoover Dat woord geen holle frase is: Hij, die geen kwaad doet, die doet goed,... Zoo is mijn vroeg're schuld gedelgd; En meer dan velen kan ik steunen Mijn zonden, met veel goede werken.


(klinkt met hem)


V. EBERKOPFWat is 't opbouwend hier te hooren Een theorie tot daad gemaakt, Ontdaan van nevelen en nacht, Trots al het uiterlijk gebeuren! PEER GYNT (die onder het voorgaande de verschillende flesschen vlijtig heeft aangesproken). Wij, volk van 't Noorden, wij verstaan het Ons door te slaan! 't Geheim daarvan, Door 't leven heen, is doodgewoon: Hoû je ooren altijd stevig dicht, Dat er geen adder binnen sluipe.


MR. COTTONWat voor een adder, waarde vriend?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 281 / 354


PEER GYNTEen kleintje, maar een sterk verleidende Tot 't eens-en-voor-altijd beslissende. (drinkt weer.) De heele kunst om wat te wagen, Den moed te hebben van zijn daad,... Is die: te staan voor vrije keus Op 's levens duizend slingerpaden... Te weten vast, dat alle dagen Niet uit zijn met één dag van strijd,... Te weten dat er open staat Een brug, die u terug kan voeren. Die theorie hield mij steeds óp; Die heeft gekleurd mijn levenswandel. En dat beginsel is een erfstuk Van mijn voorvaderlijk geslacht.


MR. BALLONU is een Noor?


PEER GYNT'n Geboren Noor; Maar wereldburger van gemoed. Wat van 't geluk mijn aandeel werd, Dank ik meest aan Amerika. Mijn welvoorziene boekenplanken Aan Duitschlands jongere geleerden. Uit Frankrijk kreeg 'k, behalve vesten, Manieren en mijn beetje geest,... Van England leerde ik zaken doen Met scherpen blik op eigen voordeel. De Joden leerden mij te wachten. Wat zin voor dolce far niente Kreeg 'k van Italië meegegeven... En één keer, in het nauw gedreven, Verweerde ik mij, redde ik mijn leven, Door middel van het Zweedsche staal.


(heft zijn glas op)


TRUMPETERSTRAALEJa, 't Zweedsche staal...!


V. EBERKOPFHem, die 't gebruikte Laat allereerst ons hulde brengen!


(Zij klinken en drinken met hem. Zijn hoofd begint warm te worden).


MR. COTTONDit alles is heel mooi en goed;... Maar Sir, nu zou 'k zoo gaarne weten Wat u met al uw geld wil doen?


PEER GYNTHm; hoe zoo, doen?


(schuiven naderbij)


ALLE VIERJa, laat eens hooren.


PEER GYNTNu, 'k wil vooreerst nog wat gaan reizen. Kijk, daarom nam 'k u mee aan boord, Tot reisgezelschap, in Gibraltar. 'k Verlangde naar een vriendenkring Om rond mijn gouden kalf te dansen.


V. EBERKOPFHeel geestig dat!


MR. COTTONMaar niemand hijscht er Zijn zeil uitsluitend om te zeilen. U heeft een doel, dat kan niet missen, En 't doel is...?


PEER GYNTIk wil keizer worden.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 282 / 354


ALLE VIERWat?!


(knikt)


PEER GYNTKeizer!


DE HEERENWaar?


PEER GYNTIn heel de wereld!


MR. BALLONHoe dat, mijn vriend...?


PEER GYNTWel, door mijn geld! Het plan is heelemaal niet nieuw; Het was de ziel van al mijn tochten. Als jongen reed ik in mijn droomen Ver op de wolken over zee, Steeg op met zwaard en langen mantel... En kwam pardoes omlaag getuimeld. Maar 't doel bleef vast bij mij bestaan. Er is geschreven of gezegd Hier of daar, ik weet niet meer waar, Dat als heel de aarde hij gewint En toch zich zelf verliest, een man Niets meer wint dan een doornenkroon. Zoo staat er... of iets dergelijks; En in dat woord ligt heel veel waars.


V. EBERKOPFMaar wat is dan dat Gyntsche Ik?


PEER GYNTDe wereld hier, achter mijn voorhoofd, Die maakt dat 'k niemand ben dan ik, Als God, God, niet de duivel is.


TRUMPETERSTRAALEJa, nu begrijp ik de bedoeling!


MR. BALLONSubliem als denker!


V. EBERKOPFHoog als dichter!


(in stijgende opwinding)


PEER GYNTHet Gyntsche Ik,... dat is het heir Van wenschen, lusten en begeerten,... Het Gyntsche Ik, dat is de zee Van eischen, invallen, verlangens, Van alles wat mijn borst doet zwellen, En maakt dat ik als Gynt moet leven. Maar zooals God behoeft de aarde Zal hij bestaan als 's werelds God, Zoo heb ook ik aan geld behoefte Zal ik een echte keizer zijn.


MR. BALLONMaar geld, dat heeft u!


PEER GYNTNiet genoeg. Ja, mooglijk voor een dag of vier, vijf, Als keizer à la Lippe-Detmold. Maar ik wil zijn mijzelf en bloc, Wil Gynt zijn waar ik ga of sta, Sir Gynt zijn, zeg 'k, van top tot teen!


(meegesleept)


MR. BALLONBezitten 's werelds grootste schoonheid!


V. EBERKOPFHet oudste merk Johannisberger!


TRUMPETERSTRAALEVan Koning Karel al de zwaarden!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 283 / 354


MR. COTTONMaar eerst een gunstige belegging Die goed rendeert...


PEER GYNTDie 's al gevonden; En daarom liet 'k hier 't anker vallen. Van avond gaan wij noordwaarts op. Couranten die ik kreeg aan boord Berichten me een gewichtig nieuwtje...!


(staat op met opgeheven glas).


PEER GYNT't Is of 't geluk niet uit kan scheiden Om hem te helpen, die zelf "pluck" heeft...


DE HEERENNu? Zeg eens...


PEER GYNTHellas is in oproer.


(opspringend)


ALLE VIERWat! De Grieken...?


PEER GYNTZijn opgestaan.


DE VIERHoera!


PEER GYNTDe Turk zit in de klem! (drinkt zijn glas uit).


MR. BALLONNaar Hellas! Op! Tot roem en eer! Ik help mee met mijn Fransche zwaard!


V. EBERKOPFIk met oproepen... uit de verte!


MR. COTTONIk eveneens... met leverantie!


TRUMPETERSTRAALEUit Bender haal 'k terug de sporen Door Koning Karel daar verloren!


(valt Peer Gynt om den hals)


MR. BALLONVergeef mij, dat 'k, een oogenblik U heb miskend!


(drukt hem de handen)


V. EBERKOPFIk domme eend Ik hield u haast voor een schavuit.


MR. COTTONDat is te sterk; wel voor een dwaas...


(wil hem kussen)


TRUMPETERSTRAALEIk, oome Gynt, voor 'n exemplaar Van 't ergste Yankee-volk-gespuis...! Vergeef mij...!


V. EBERKOPFAllen dwaalden wij...


PEER GYNTWat moet dat toch?


V. EBERKOPFVereenigd zien wij Nu schitterend 't heele Gyntsche heir Van wenschen, lusten en begeerten...!


(bewonderend)


MR. BALLONZoo doet dus Monsieur Gynt zich kennen!


(evenzoo)


V. EBERKOPFDat noem ik eerst Gynt zijn met eere!


PEER GYNTMaar zegt mij toch...?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 284 / 354


MR. BALLONBegrijpt u 't niet?


PEER GYNTIk laat mij hangen als ik 't doe!


MR. BALLONComment donc? Zet u dan niet koers Naar Griekenland met schip en geld?


(fluit spottend)


PEER GYNTNeen, dank je wel! Ik steun den sterksten En leen den Turk mijn zilverlingen.


MR. BALLONNiet mooglijk!


V. EBERKOPFWel geestige ironie! PEER GYNT (zwijgt even, leunt op een stoel en neemt een voornaam air aan). Hoort nu eens, heeren, 't lijkt mij best Te scheiden, vóór de laatste rest Van vriendschap gansch opgaat in rook. Wie niets bezit kan licht wat wagen. Wie van de wereld niets beheert Dan 't streepje grond dat hij beschaduwt, Is voor kanonvleesch als gemaakt. Maar heeft zijn schaapjes men op 't droge Als ik, dan is de inzet grooter. Gaat u naar Hellas! Ik zend, gratis Gewapend, u er allen heen. Hoe meer u aanmoedigt den strijd, Hoe beter ik den boog kan spannen. Dus òp voor vrijheid en voor recht! Loopt storm! Maakt het den Turken heet! En sluit met eere dan uw loopbaan Op spitse Janitscharen-lansen... Maar excuseert mij. (klopt op zijn zak). Ik heb geld En ben mijzelf, Sir Peter Gynt. (Hij steekt zijn zonnescherm op en gaat naar het boschje waar de hangmatten hangen).


TRUMPETERSTRAALEWat een zwijnjak!


MR. BALLONVoelt niets voor eer!


MR. COTTONOch eer, nou ja, dat zegt niet veel; Maar denkt eens wat een kans voor ons Als de opstand lukt en 't land wordt vrij...


MR. BALLONIk zag mij al als overwinnaar! Omringd van mooie Grieksche vrouwtjes!


TRUMPETERSTRAALEIk zag al in mijn Zweedsche handen De eens verloren heldensporen!


V. EBERKOPF'k Zag de beschaving van heel 't land Uitgaande van mijn vaderland...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 285 / 354


MR. COTTONHet ergst is 't materieel verlies. Goddam! 'k Zou tranen kunnen storten! 'k Zag mij al als Olymp-bezitter. Als 't waar is wat er wordt gezegd, Moet men er kopermijnen vinden, Die te exploiteeren zouden zijn. En daarbij die rivier Kastale, Waarvan zooveel al is verteld, Met vallen, die men laag gesteld, Op meer dan duizend paardenkracht schat...!


TRUMPETERSTRAALEToch wil ik gaan. Mijn Zweedsche zwaard Is meer dan Yankee-dollars waard!


MR. COTTONMisschien; maar eenmaal in 't gedrang Verdrinken wij gauw in de massa; En waar blijft dan de kans op voordeel?


MR. BALLONVerdomd! Zoo dicht bij zijn geluk zijn...! En plotsling het te zien verzinken!


(met gebalde vuisten tegen het jacht)


MR. COTTONDaarginder in die zwarte kast ligt 't In goud verkeerde negerbloed!...


V. EBERKOPFEen koninklijke inval! Komt! Zijn keizerrijk is naar de maan! Vooruit!


MR. BALLONWat wil u?


V. EBERKOPF'k Wil de macht! Het scheepsvolk is wel om te koopen. Aan boord! Ik annexeer het jacht!


MR. COTTONU... wát...?


V. EBERKOPFIk pak wat 'k krijgen kan


(loopt naar de sloep toe).


MR. COTTONMijn eigen welzijn eischt volstrekt Dat 'k ook wat pak. (volgt hem).


TRUMPETERSTRAALEWat een schavuit!


MR. BALLONEen boevenstuk is 't!... Maar... enfin!


(volgt de anderen).


TRUMPETERSTRAALEDan moet ik ook wel mee in 't schuitje;... Doch onder hevig protesteeren...!


(volgt hem).


TRUMPETERSTRAALEEen andere plek aan de kust. Maneschijn en drijvende wolken. Het jacht ver weg in zee onder vollen stoom. Peer Gynt loopt langs het strand. Dan knijpt hij zich in zijn arm, dan weer staat hij in zee te turen.


PEER GYNTNachtmerrie!... Droom!... Aanstonds ontwaak ik! 't Jacht steekt in zee! En in razende vaart! 't Is verbeelding! Ik slaap! Ik ben dronken en gek!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 286 / 354


(wringt de handen).


PEER GYNTHet gaat toch niet aan dat ik sterven ga!


(trekt zich aan de haren).


PEER GYNTEen droom! Ik wil het... 't Moet zijn een droom! Ontzettend! Och neen, het is waarheid, helaas! Zulke schurken van vrienden...! Verhoor mij, o Heer! Gij zijt immers wijs en rechtvaardig...! O, straf...!


(met opgeheven armen).


PEER GYNTIk ben het, Peer Gynt! Lieve Heer, o zie toe! Ontferm u mijner, anders moet ik vergaan! Laat hen achteruit stoomen! Laat hen de boot neerlaten! Houd de dieven! Maak iets onklaar aan het tuig! Hoor mij! Laat andere zaken liggen! De wereld redt wel zich zelf, in dien tijd... Och hemel, hij hoort niet! Hij is doof als gewoonlijk! Dat 's wat moois! Een God die geen uitkomst weet!


(wenkt naar boven).


PEER GYNTPsst! 'k Heb gedaan met die negerplantage! Ik heb zendelingen overgezonden naar Azië! De eene dienst is toch den anderen waard! Och, help mij aan boord...! (Een vuurstraal schiet òp uit het jacht en een dikke rookwolk stijgt op; men hoort een doffen knal; Peer Gynt geeft een gil en zinkt neer in het zand; langzamerhand trekt de rook op; het schip is verdwenen).


(bleek en zachtjes)


PEER GYNTDat was 't straffend zwaard! Verzonken op slag met man en muis! O, gezegend zij 't toeval en mijn geluk... (aangedaan). 't Toeval? O, neen, het was meer dan dat. Mij moest hij redden; zij moesten vergaan. O lof en dank, dat gij mij bewaard hebt, Een oog op mij hieldt, trots al mijn gebreken...


(haalt diep adem).


PEER GYNTWat een heerlijke gerustheid en troost Is 't zich zoo apart beschermd te weten. Maar hier in de woestijn! Waar vind 'k wat te eten? Och, ik vind toch wel iets. Dat is zijn zaak nu. Het is niet zoo gevaarlijk;... (luid en vleiend). hij zal niet willen Dat ik, kleine armzalige musch, zal vergaan? Maar nederig van zin zijn. En hem gunnen den tijd. Laat den Heer zorgen. Niet het hoofd laten hangen...


(schrikt plotseling op).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 287 / 354


PEER GYNTWas dat een leeuw, die daar knorde in 't riet...?


(klappertandend).


PEER GYNTNeen, het was toch geen leeuw. (vermant zich). Een leeuw, wel waarom niet! Die beesten, die blijven wel op een afstand, 't Is geen zaak te beginnen met wie de baas is. Zij hebben instinkt;... zij voelen, dat 's zeker, Dat 't gevaarlijk is te spelen met olifanten... Maar alével... ik ga zoeken naar een boom. Daarginder wuiven acacia's en palmen. Als 'k daarin kan klimmen, zit ik veilig en kalm;... Vooral als ik daarbij kende een paar psalmen...


(klautert naar boven).


PEER GYNTDe ochtend is niet aan den avond gelijk; Dat woord is al dikwijls gewikt en gewogen.


(gaat op zijn gemak zitten).


PEER GYNTHoe heerlijk zijn geest zoo verlicht te voelen. Edel te denken is meer dan zich rijk te weten. Maar vertrouwen op hem. Hij weet wel hoeveel Als lijdenskelk, ik voor mij, kan verdragen. Hij voelt vaderlijk ook jegens mijn persoon... (werpt een blik op de zee en fluistert met een zucht): Maar econoom,... neen, dat is hij niet! Nacht. Een Marokkaansch kamp op de grens der woestijn. Wachtvuren en rustende soldaten.


(komt op, zich de haren uittrekkend)


EEN SLAAF's Keizers witte paard is verdwenen!


(komt op, zijn kleeren verscheurend)


EEN TWEEDE SLAAF's Keizers heilig gewaad is gestolen!


(komt op)


OPZICHTERHonderd slagen op de voetzool Krijgt wie niet den dief kan vangen!


(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).


OPZICHTERDageraad. Een boschje van palmen en acacia's. PEER GYNT (op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf). Fataal! Een allerellendigste nacht! (slaat om zich heen). Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat 's wat anders. Akelige dieren zijn apen toch! Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten; Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.


(wordt weer geplaagd; ongeduldig).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 288 / 354


OPZICHTER'k Moet zien dat 'k een eind aan die kwelling maak! 'k Moet zien een van die kerels te vangen, Hem hangen en villen, en met zijn vel Bedek ik mijzelf, zoo goed als 't gaat; Dan houden de andren mij voor een echten... Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht. En men moet zich wat voegen naar landsgebruik... Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt... Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn. Had ik nu maar een verdwaalden staart!... Iets dat mij zoowat op 'n dier deed gelijken... Wat 's dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd...!


(kijkt naar boven).


OPZICHTERDie oude,... zijn vuisten vol vuil of drek...! (kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. De aap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond). Zoo,... ben je daar, jij oude Sim! Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden! Hij zal niet gooien;... hij denkt er niet aan... Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden! Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken? Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar? Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor...! Jij beest! Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..! Of was 't eten misschien? Aan den smaak was 't niet te kennen; Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest; Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd: Men spuwt maar en moet hopen dat 't wennen zal...? Daar heb je ook de jongen! (vecht en slaat). 't Is toch al te gek, Dat de mensch, die toch heet heer der schepping, Zich genoodzaakt ziet tot...! Politie! politie! Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger! Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Een dief en een heler in de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden. Ruiters in de verte.


DE DIEFBlinkende, flikkerende Punten van lansen,... Kijk! Kijk!


DE HELERIk voel al mijn kop In 't zand wegrollen. Wee! Wee!


(kruist zijn armen over de borst)


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 289 / 354


DE DIEFMijn vader was 'n dief; Zijn zoon moet stelen.


DE HELERMijn vader was 'n heler; Zijn zoon moet helen.


DE DIEFJe lot moet je dragen; Je zelf moet je wezen.


(luisterend)


DE HELERVoetstappen in 't hout! Gauw weg! Maar waar?


DE DIEFDiep is het hol, En groot de Profeet! (Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).


(komt op, een fluitje van riet snijdend)


PEER GYNTWat een verrukkelijke morgenstond!... De mestkever rolt zijn ballen van mest, De slak kruipt uit haar slakkenhuis. D'ochtendstond ja, heeft goud in den mond. Het is in den grond toch 'n merkwaardige macht, Die in 't daglicht aldus de natuur heeft gelegd. Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien. Zou wel durven 't desnoods met een os op te nemen... Wat een stilte in 't rond! Ja, de landlijke vreugden... Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde; Dat men zich opsluit in groote gebouwen, Om allerlei volk in huis te halen... Och, kijk, wat heeft 't hagedisje het druk, Hapt maar en denkt verder aan niemendal! Wat een onschuld toch in 't leven van zoo'n dier. Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid, Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid, Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd, Zich zelf, zoo als het werd, toen voor 't eerst het werd.


(zet zijn lorgnet op).


PEER GYNTEen padde. Midden in een zandsteenblok. Versteening rondom. Alleen de kop er uit. Daar zit ze nu te kijken als door een ruit, Naar de wereld en is zich zelf... genoeg... (denkt na). Genoeg? Zich zelf...? Waar staat dat ook weer? Ik las het als jongen in 'n godsdienstig boek. Was 't in den bijbel? Of in Salomons spreuken? Treurig; ik merk dat jaar op jaar Mijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.


(gaat in de schaduw zitten).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 290 / 354


PEER GYNTHier is 't lekker koel rusten... nu even uitblazen. Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels. (proeft er van). 't Is wel meer eten voor 't redelooze vee;... Maar er staat geschreven: dwing je natuur! En verder staat er: hoogmoed moet men buigen. En wie zich vernedert zal worden verhoogd. (onrustig). Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;... Iets anders laat zich onmogelijk denken. 't Fatum helpt mij wel dat 'k hier van daan kom, Zal 't aanleggen zóó dat ik hooger stijg. Dit is een beproeving; later komt er verlossing,... Als de Heere mij maar gezond blijven laat. (schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn). Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak. Heel in de verte wandelt een struis... Wat of toch Gods bedoeling kon zijn Met het scheppen van al dat leege en doode, Dat, wat ontbeert alle levensbronnen; Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;... Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak; Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping, Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht! Waar dient het voor?... De natuur is verkwistend... Is dat de zee, daar in 't oosten, dat vlakke, Daar schitt'rend? Neen, 't is maar zinsbedrog, De zee is in 't westen; daarachter, en hooger, Afgedamd door een glooiende heuvelrij.


(een gedachte gaat door zijn hoofd).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 291 / 354


PEER GYNTAfgedamd? Dus dan kon ik...! De heuvels zijn smal; Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,... Als een levensstroom zou het water zich storten Door de geul en vullen de gansche woestijn! Gauw zou dat heele gloeiende graf Worden een frissche, golvende zee. Tot eilanden werden dan de oasen, Groen rees de Atlas als noordlijke grens; Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven 't Pad, voor karavanen tot heden bestemd. Frissche lucht zou er verdrijven de heete Dampen,... uit wolken druppelen dauw; Stad aan stad zou er bouwen het volk, En gras zou er groeien om wuivende palmen. In 't zuiden werd 't land, achter Sahara's muur, Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur. Stoom zou er drijven Tomboektoe's fabrieken; Bornoe werd ras gekoloniseerd; Veilig door Habes reed dan de explorator In zijn waggon naar den Boven-Nijl. Midden in zee, op een vette oase, Wil 'k overplanten het Noorsche ras; 't Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk; Kruising met 't Arabische doet dan de rest. Rondom een bocht, op een rijzende kust, Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten. De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurt Aan Gyntiana, mijn jonge land!


(springt op)


PEER GYNTAlleen maar kapitaal, dan is 't gebeurd... Een gouden sleutel voor de poort der zee! 'n Kruistocht tegen 't doode! Kom! Open de zakken O, schraper, door u angstvallig bewaakt. Men gloeit voor vrijheid in alle landen;... Als de ezel van Noach wil 'k over de wereld Uitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengen Aan de heerlijke, zwoele, wordende stranden. Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of 't Westen! Mijn rijk,... de helft in 't Oosten of 't Westen! Mijn rijk,... mijn halve rijk voor een paard!


(het paard hinnikt in de rotskloof).


PEER GYNTEen paard! En kleeren...! Juweelen,... en wapens!


(komt naderbij).


PEER GYNTOnmooglijk! Ja, waarlijk...! Ik las wel eens Ergens, dat willen kan bergen verzetten;... Maar dat het óók kan verzetten een paard...! Onzin! 't Is mijn Fatum, dat hier een paard staat... "Ab esse ad posse" en wat verder mag volgen...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 292 / 354


(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).


PEER GYNTSir Peter,... een Turk van top tot teen! Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren... Spoed je, Grane, mijn klepper fier!


(bestijgt het paard).


PEER GYNTGouden pantoffels tot steun voor mijn voeten! Aan 't paardentuig kent men de groote heeren!


(hij galoppeert de woestijn in).


PEER GYNTTent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase. Peer Gynt in zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp. Anitra en een troepje meisjes dansen en zingen voor hem.


KOOR VAN MEISJESDe Profeet is gekomen! De Profeet, de heer, de alles wetende! Tot ons, tot ons is hij gekomen, Over de zandwoestijn rijdende! De Profeet, de heer, de nooit mistastende. Tot ons, tot ons is hij gekomen, Door de zandwoestijn zeilende! Roert fluiten en trommels, De Profeet, de Profeet is gekomen!


ANITRAZijn klepper is blank als de melkstroom, Die golvend door 't Paradijs vloeit. Zinkt op de knieën! Buigt 't hoofd in ootmoed! Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde. Maar geen schepsel verdraagt Den schitt'renden glans van dier sterren stralen! Door de zandzee kwam hij. Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst. Waar hij reed werd het licht. Achter hem werd het donker. Achter hem woedde Samoem,... werd dorheid. Hij, de heerlijke, kwam! Door de zandzee kwam hij, Versierd als een zoon der aarde, Kaba, Kaba, staat leeg;... Hij heeft 't zelf verkondigd!


KOOR VAN MEISJESRoert fluiten en trommels, De Profeet, de Profeet is gekomen;


(De meisjes dansen op gedempte muziek).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 293 / 354


PEER GYNTIk las eens gedrukt... en het woord is waar... "Niemand wordt profeet in zijn eigen land."... Dit leven hier bevalt mij veel beter Dan dat daarginds, onder Charlestowns reeders. Er was iets hols in die heele zaak, Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;... Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak, En nooit zoo heelemaal man van 't vak. Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af? Als een molenpaard altijd maar in de zaken; Als ik het bedenk, kan ik 't niet begrijpen;... Het kwam zoo; dat is het heele geval... Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud, Dat is als zijn huis te bouwen op zand. Voor ringen en kettingen en de rest, Kwisp'len de menschen en kruipen in 't slijk; Zij nemen hun hoed af voor 'n dasspeld met kroon, Maar een ring of speld is toch niet de persoon... Profeet;... kijk, dat 's een zuivre positie. Dan weet men op welken voet men staat. Gaat het òp, dan is men 't toch zelf, die ontvangt De hulde, en niet zijn pond sterling of shilling. Men is, wat men is, eenvoudig-weg; Geen toeval of kans is men dank verschuldigd, Men steunt ook niet op patent of vergunning... Profeet;... ja, dat is net iets voor mij. En ik werd het zoo uiterst onverwacht,... Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn, En deze natuurkindren trof op mijn weg. De Profeet was gekomen; daarmee was 't klaar. Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen; Profetisch te antwoorden is ook geen liegen, En terugtrekken kan ik mij altijd nog. Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;... 't Geheel is meer een persoonlijk geval; Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereed In 't kort, ik ben meester van de positie.


(nadert den ingang van de tent)


ANITRAProfeet en heerscher!


PEER GYNTWat begeert mijn slavin?


ANITRAWachtend voor uw tent staan der vlakte zonen; Zij vragen uw aangezicht te mogen...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 294 / 354


PEER GYNTStop! Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan: Zeg hun, dat 'k van ver hun gebeden wel hoor. Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben! Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,... Echte smeerlappen, zoo als men het noemt! Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind, Hoe gemeen... ik bedoel, hoe zondig zij zijn!... Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren! De Profeet wil droevig herdenken vergeten.


(dansend)


DE MEISJESDe Profeet is goed; de Profeet is bedroefd Over 't kwaad bedreven door de zonen van 't stof! De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd; Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!


(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt)


PEER GYNTAls trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen. Jongens! 't Is een lekker klein ding waarachtig. Zij heeft wel wat extravagante vormen,... Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid; Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,... Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd. En juist dat extravagante is aantreklijk Als je het normale door-en-door kent. Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes. Of overdreven gevuld, òf overdreven mager, Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;... Van 't gemiddelde walg ik... Haar voeten... nou ja, munten niet uit door reinheid; Ook haar armen niet, dat 's waar, vooral de ééne. Maar daar is ze in den grond toch niet minder om; Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij... Anitra, hoor eens!


(komt naderbij)


ANITRAUw slavin heeft gehoord!


PEER GYNTJe bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd. Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan 't bewijs: Ik maak je tot Houri in het Paradijs!


ANITRADat kan niet, heer!


PEER GYNTWat? Denk je dat 't scherts is? Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.


ANITRAMaar ik heb toch geen ziel.


PEER GYNTDie krijg je wel!


ANITRAHoe dan, o heer?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 295 / 354


PEER GYNTLaat dat aan mij maar over;... Ik zal je opvoeding in handen nemen. Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom, Zooals men 't noemt. Dat heb ik met smart ondervonden. Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats. Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten... Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel. 't Is waar,... heel diep zal je wel nooit leeren denken; En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;... Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;... Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan...


ANITRADe Profeet is goed...


PEER GYNTJe aarzelt? Spreek!


ANITRAMaar ik had nog liever...


PEER GYNTZeg op zonder dralen!


ANITRAIk geef niet zooveel om een ziel;... geef mij liever... Als ik 't zeggen mag...


PEER GYNTWat?


(wijst op zijn tulband)


ANITRADie mooie opaal!


(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt)


PEER GYNTAnitra! Eva's ongekunstelde dochter! Magnetisch trek je me aan; 'k ben een man, En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver: "Das ewig weibliche zieht uns an!" Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra's tent. Peer Gynt met een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.


(speelt en zingt)


PEER GYNTGesloten heb 'k mijn Paradijs En nam den sleutel mee; De Noorderbries mijn schip voortdreef, En schoone vrouwen aan het strand Beweenden hun verlies. Naar 't Zuiden joeg door 't zilte nat Der baren, 't vluchtend schip. Waar palmen wuiven mooi en fier, Omkransend luwe, blauwe baai, Stak ik mijn schip in brand. Toen steeg ik op een zandzee-schip... Vier beenen had dat schip; Het schuimde onder spoor en zweep... Ik ben een vogel, vang mij toch,... Zit tjilpend op een tak. Anitra, palmwijn ben je, zoet, Dat kan 'k getuigen nu! Ja zelfs Angorageiten-kaas Is nog maar half zoo lekker als Anitra, schatje, jij!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 296 / 354


(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).


PEER GYNTStilte! Zou mijn liefje luistren? Hoorde zij mijn liedje wel? Gluurt zij achter de gordijnen, Niet in sluiers gedrapeerd?... Stil! Het klonk of met geweld daar Van een flesch de kurk afsprong Nu alweer! En nog eenmaal! Liefdezuchten? Neen, gezang;... Neen, het is een hoorbaar snurken. Zoet geluid! Anitra sluimert! Nachtegaal, houd op met slaan! Of het zal je er naar vergaan, Als je 't nog waagt met je fluiten... Doch, het zij zoo, zegt het boek. Nachtegaal is toch een zanger, Ach, ik ben het eveneens. Hij, als ik, vangt met zijn tonen Teedre harten, week en jong. Zwoele nacht en zoet gezang Zijn ons beiden lief en gunstig; Als wij zingen, zijn wij beiden Wij, Peer Gynt en nachtegaal. En juist dat zij slaapt, mijn liefje, Voert mijn liefderoes ten top;... Met de lippen aan den beker Zonder dat ik er van proef...! Maar daar is zij net, zoo waar! Beter toch maar dat zij kwam.


(uit de tent)


ANITRARiep mijn heer mij in den nacht?


PEER GYNTDe Profeet, ja, heeft geroepen. Ik werd wakker straks door katten Die een woeste drijfjacht hielden...


ANITRAAch, dat was geen drijfjacht, heer, 't Was iets van heel andren aard.


PEER GYNTWat dan?


ANITRAO, verschoon mij!


PEER GYNTSpreek!


ANITRAO, 'k moet blozen...


(dichterbij)


PEER GYNTWas 't misschien ook Wat mij zoo geheel vervulde, Toen ik jou gaf mijn opaal?


(verschrikt)


ANITRANoemen u, o werelds schat, In één adem met een kat!


PEER GYNTKind, op 't punt van liefde staan Soms een kater en 'n Profeet Vrijwel op eenzelfde lijn.


ANITRAHeer, uw schertsen vloeit als honing Van uw lippen.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 297 / 354


PEER GYNTLieve kind, Jij, als andre meisjes, ziet nooit Groote mannen als zij zijn. 'k Hoû van schertsen, moet je weten, Met je beidjes zoo vooral. 'k Ben verplicht door mijn positie Tot een valschen schijn van ernst; Plichten maken mij gedwongen, Al die zorgen, dat gedoe, Dat ik heb met iedereen, Maakt mij vaak het leven zwaar: Doch dat ligt maar bovenop... Weg daarmee! In 't tête-à-tête Ben ik Peer,... ja dat ben ik. Hop, wij jagen den profeet weg, En hier ben ik zelf nu, Peer!


(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).


PEER GYNTKom, Anitra, laat ons rusten Onder groene palmenwaaiers! Ik zal fluistren, jij moet lachen; Later wislen wij de rollen; En terwijl ik lachend luister Fluister jij dan liefdewoordjes!


(gaat voor zijn voeten liggen)


ANITRAZoet als zang uw woorden klinken, Al begrijp ik lang niet alles. Zeg mij, heer, kan uwe dochter 'n Ziel verkrijgen door te luistren?


PEER GYNT'n Ziel en weten, 't licht des geestes, Zal je later wel geworden. Als het oosten rood-goud-glanzend Meldt: nu breekt er weer een dag aan, Geef ik jou, mijn liefje, lessen; O, je zult van alles leeren, Maar in nachtlijk stille uren Ware 't dwaasheid zoo ik wilde Met geleerdheid, duf, versleten, Als magister mij gedragen. Eigenlijk is ook de ziel niet Welbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak. 't Is het hart, waar 't meest op aan komt.


ANITRASpreek, o heer! Als 'k u hoor spreken Zie 'k een glans als van opalen!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 298 / 354


PEER GYNTAl te scherpe geest is domheid; Lafheids knop ontbloeid, is boosheid; Overdreven waarheid is Averechtsche wijsheidstaal; Ja, mijn kind,... 't is ongelogen, Er zijn menschen op de wereld Met een overvoerde ziel, Die tot klaarheid moeilijk komen. Ik heb er zoo een gekend, 'n Parel uit den heelen hoop; En zelfs hij heeft 't doel gemist toch In 't gedrang van 't drukke leven. Zie je 't zand rondom de oase? Wenk ik even met mijn tulband, Dwing 'k de wereldzee te vullen Met haar waatren heel de vlakte. Maar ik zou een domkop wezen Als ik nu schiep zee en landen. Weet je wat het is te leven?


ANITRALeer het mij!


PEER GYNTHet is te zweven Droogvoets met den tijdstroom mee, Gansch en eenig als zichzelf. Slechts als man van kracht kan 'k wezen Hij, die 'k ben, mijn lieve kleintje! 'n Oude valk verliest zijn veeren, 'n Oude ram krijgt zwakke pooten. 'n Oude vrouw verliest haar tanden 'n Oude vent krijgt dorre handen,... Iedereen een dorre ziel. Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschen Als een sultan, vurig, echt,... Niet aan Gyntiana's kusten, Onder loofomrankte palmen,... Maar gegrondvest op de frischheid Van jonkvrouwlijke gedachten... Zie je nu, mijn lieve kindje, Waarom ik je uitverkoren En je hartje zoo ontroerd heb? Waarom ik, om zoo te zeggen, Daar mijn kalifaat gesticht heb? Naar mij moet gaan je verlangen. Almacht wil ik in mijn staat! Jij moet heel alleen van mij zijn. Ik wil 't zijn die je gevangen Houdt, als goud en edelsteenen. Scheiden wij, is 't leven niets meer,... Althans, dat wil zeggen: 't jouwe! Heel je wezen, alle leegten, Zonder willen ja of neen, Wil ik weten vol van mij. 't Nachtlijk donker van je lokken, En al je bekoorlijkheden Moeten... Babylonsche tuinen... Wenken mij tot sultansfeesten. Daarom is 't ook nog zoo kwaad niet Dat je hoofdje leeg maar blijft. Met een ziel wordt zelfbeschouwing Tot een allereersten plicht. Wacht eens,... 'k krijg daar juist een inval: 'k Zal je geven, als je 't wilt, 'n Mooien ring voor om je enkel;... Dat is 't best voor allebei; Jij krijgt mij als ziel, en verder Blijft het alles... status quo.


(Anitra snurkt).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 299 / 354


PEER GYNTWat? Zij slaapt! Zoo gleed dus alles Langs haar heen, wat 'k heb gezegd?... Neen; dat kenmerkt juist mijn macht, Want gewiegd door liefdewoorden Zweeft zij weg in zoete droomen.


(staat op en legt sieraden in haar schoot).


PEER GYNTHier zijn ringen! Hier nog meer! Slaap, Anitra! Droom van Peer! Slaap! En op je keizers voorhoofd Drukte slapend jij de kroon! Peer won, enkel door zijn wezen, 'n Keizerrijk in dezen nacht! Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond. Peer Gynt op zijn witte paard, jaagt door de woestijn. Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.


ANITRAHoû op! Ik ga bijten...!


PEER GYNTJij kleine schelm!


ANITRAWat wil u?


PEER GYNTWat? Spelen duifje en valk! 'k Voer je weg! Ik bega dolle streken!


ANITRASchaam u! Een oude Profeet...!


PEER GYNTMalligheid! De Profeet is nog niet oud, kleine gans! Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?


ANITRALaat los! 'k Wil naar huis!


PEER GYNTNu ben je koket! Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed! Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen, Wij komen hem nooit meer onder de oogen. En daarbij, mijn kind, op dezelfde plek Moet men nooit vertoeven te langen tijd; Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;... Vooral als men komt als Profeet of zoo iets. Vluchtig moet men voorbij gaan, als een "bon mot". 't Werd waarlijk al tijd dat 't bezoek op zijn eind liep. Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen, Op 't laatst al ontbraken gebeden en wierook.


ANITRAMaar u is toch Profeet?


PEER GYNTIk ben je keizer!


(wil haar kussen).


PEER GYNTKijk 'ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!


ANITRAGeef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.


PEER GYNTNeem, lieve Anitra, den heelen boel!


ANITRAZoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 300 / 354


PEER GYNTZalig, wie zoozeer bemind wordt als ik! Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.


(reikt haar de karwats en stijgt af).


PEER GYNTZiezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem; Hier wil ik loopen in zand en wind, Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan. Ik ben jong, Anitra, hoû dat in 't oog! Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw. Grappen uithalen is een teeken van jeugd! Als dus je hoofdje wat helderder was, Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel, Je liefste maakt grappen... ergo is hij jong!


ANITRAJa, u is jong. Heeft u nog meer ringen?


PEER GYNTJa, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen! Was hier wijnloof in de buurt, dan zou 'k mij bekransen. Ja, waarachtig ben 'k jong! Hopsa! 'k Ga dansen!


(danst en zingt).


PEER GYNTIk ben een gelukkig haantje! Pik mij, mijn lief kippetje! Hei! Hop! Laat mij trippelen;... Ik ben een gelukkig haantje!


ANITRAU zweet er van, Profeet; 'k ben bang dat u zal smelten;... Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.


PEER GYNTTeedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;... Zonder goud zijn minnende harten content!


(danst en zingt weer).


PEER GYNTJonge Peer Gynt is een dolleman; Hij weet niet op welken voet hij zal staan. Pah, zei Peer;... laat maar begaan! Jonge Peer Gynt is een dolleman!


ANITRAVerruklijk is 't den Profeet te zien dansen!


PEER GYNTProfeet? Malligheid!... Laat ons van kleeren wislen! Komaan! Trek uit!


ANITRAUw kaftan is te lang, Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw...


PEER GYNTEh bien! (knielt neer). Maar doe mij een groot verdriet, Het is zoet te lijden, voor minnende harten! Hoor, als wij aankomen in mijn slot,...


ANITRAIn uw Paradijs;... is dat héél ver weg nog?


PEER GYNTO, zoo wat duizend mijlen...!


ANITRATe ver!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 301 / 354


PEER GYNTJe krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.


ANITRAVeel dank, maar ik red mij wel zonder ziel. Doch u vroeg om verdriet...


(staat op)


PEER GYNTJa, bij mijn ziel! Hevig, maar kort,... voor een dag of twee, drie!


ANITRAAnitra volgt uw gebod!... Wees gegroet! (Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).


(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen)


PEER GYNTNeen maar,... heb je nu toch ooit...! Zelfde plaats. Een uur later. Peer Gynt bedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.


(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit)


PEER GYNTDaar ligt de Turk dan, en hier sta ik!... Die heidensche boel deugt ook al niet. 't Was gelukkig, dat 't mij alleen zat in de kleeren, En niet diep tot in 't merg was doorgedrongen... Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af? Een mensch doet toch 't best als een christen te leven, Te versmaden het kleurige pauwenkleed, Zijn doen te steunen op wet en moraal, Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgen Een toespraak aan 't graf en een krans op de kist.


(doet eenige stappen).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 302 / 354


PEER GYNTDat deerntje,... het scheelde zoo waar maar een haar, Of door haar had 'k haast mijn verstand verloren. 'k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijp Wat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft. Nou goed: het is uit! Was één stap verder De grap gegaan, was 'k belachlijk geworden. 'k Heb gefaald. Och ja;... maar het is toch een troost Dat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie. Het was niet dezelfde persoon die nu viel. Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven, Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout, Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte. Een slechte betrekking profeet te zijn! In dat beroep moet je zweven in wolken;... Profetisch beschouwd heb je afgedaan Zoodra als je optreedt nuchter en wakker. In zoover heb ik de rol volgehouden, Juist door dat gansje aldus te huldigen. Maar, dat laat niet na...


(barst in lachen uit).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 303 / 354


PEER GYNTO, als ik 't bedenk! Met trip'len en dansen mijn dagen vertreuz'len, Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp'lend, Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten, En eindigen als haan... met mij te laten plukken! Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol... Ja, plukken!... Jongens, wat bén ik geplukt; Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand; Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak; Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht. En dit gemiddelde is in den grond het beste, Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden; Ik heb niets te maken met koffers en karren; Kortom, zooals 't heet, ik beheersch de positie... Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open; En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden. Mijn zakenmans-leven is 'n afgedaan hoofdstuk, Mijn minnarij is een afgelegd jasje. Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust: "Heen en terug, het is even lang; Er uit of er in, 't is een zelfde gang,"... Zoo staat er, meen 'k, in een geestig geschrift... Dus weer iets nieuws; een verheffend werk, Een doel, dat het geld en de moeite loont. Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen...? 'n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld...? Of wacht...! 'k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking... Als 'k eens de begeerigheid van vroeger tijden, Als een reizend geleerde ging bestudeeren...? Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij! Kronieken las ik, toen 'k nog klein was, En wetenschap heb ik ook later beoefend... 'k Zal volgen der menschheid oeroude baan! 'k Zal drijven op den stroom der historie als 'n veer, Die weer doorleven, als in een droom,... Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,... Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,... Zien denkers vallen, martelaars sneven, Zien rijken stichten en rijken vergaan,... Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan... Kortom, 'k wil de heele historie afroomen... Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen, En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen. 't Is waar... in geschiedenis ben ik niet sterk, En hoe 't in elkaar zit begrijp ik nooit recht. Maar och! waar 't uitgangspunt soms het gekst is, Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen... Hoe verheffend toch is 't zich een doel te kiezen, En alles te willen om dat te bereiken!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 304 / 354


(stil aangedaan).


PEER GYNTLosmaken, scheuren familiebanden, Alles wat bindt aan magen en vrienden,... In de lucht laten vliegen je geld en goed, Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,... Alles om te vinden der waarheid mysterie..


(droogt een traan af).


PEER GYNTDat is het kenmerk van 'n waar onderzoeker! 'k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkig Nú weet ik dan 't raadsel van mijn bestemming. Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun! 't Is wel te vergeven dat ik 't hoofd hoog draag En voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt, Ook wel genaamd de keizer van 't leven... De som van 't verleden wil ik bezitten; Nooit meer loopen der levenden wegen;... Het heden is nog geen schoenzool waard; Zonder merg of pit is der mannen gedoe: Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;...


(haalt de schouders op).


PEER GYNTEn vrouwen,... dat 's maar een poover geslacht!... Zomerdag. Hoog boven in 't Noorden. Een hut in 't bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande. Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.


(werpt een blik op den weg beneden en zingt)


DE VROUWMisschien zullen winter en lente vergaan, En zomer en herfst met stervende blaân... Maar ééns zal je komen... mijn liefde gelooft! En wachten zal ik... dat heb ik beloofd.


(lokt de geiten, spint en zingt weer).


DE VROUWGod helpe je, waar je op aarde ook gaat, God zegen je, als aan zijn voeten je staat! Hier zal ik wachten van jaar tot jaar... En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar! In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand. Peer Gynt komt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 305 / 354


PEER GYNTHier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen... Dus nu ben 'k Egyptenaar voor de verandring; Maar Egyptenaar, steunend op 't Gyntsche ik; Later denk ik dan naar Assyrië te gaan. Te beginnen heelemaal met de schepping, Zou enkel tijdverlies na zich slepen;... 'k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten, Het spoor dáárvan vind 'k toch altijd terug; En om, zooals 't heet, 't naadje van de kous te zoeken, Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.


(gaat op een steen zitten).


PEER GYNTNu ga ik wat rusten en wachten, geduldig, Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen. Na 't ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen; Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen. Dan over land naar de Roode Zee; Misschien vind ik daar Koning Potifars graf... Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga 'k zoeken De wereldberoemde hangende tuinen, Te weten, 't voornaamste spoor van cultuur. En dan met een sprong naar Troja's muur. Van Troja is er directe verbinding Over zee, naar 't heerlijke, oude Athene;... Daar wil 'k op de plaats zelf, goed bezien En berijden, den pas dien Leonidas dekte;... Dan maak 'k mij vertrouwd met de beste filosofen, Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer...; Neen, 't is waar ook,... daar wordt nu gevochten...! Nou, dan moet 't Hellenisme maar blijven liggen.


(kijkt op zijn horloge).


PEER GYNT't Is toch al te gek dat 'k zoo lang moet wachten Vóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort. Dus 't oude Troja;... daar kwam ik van daan...


(staat op en luistert).


PEER GYNTWat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?


(Zonsopgang).


(zingt)


DE MEMNONZUILUit Goddelijke asch verrijzen verjongende Vogels, zingende. Zeus, de Alwetende, Schiep hen als strijdenden. Wijsheidsuilen, Waar slapen mijn vogels? Gij moet sterven of raden 't Gezongen raadsel!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 306 / 354


PEER GYNTWaarachtig,... klonk het niet of daar kwam Geluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek. Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen... Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden. (noteert in zijn zakboekje): "De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid, Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed. Het geheel was natuurlijk zinsbedrog. Anders niets belangrijks opgemerkt van daag."


(gaat verder).


PEER GYNTBij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro. Peer Gynt komt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.


PEER GYNTWaar ter wereld heb ik toch vroeger gezien Iets, dat mij herinnert aan dit model? Want 'k héb 't gezien ergens, in Noord of Zuid. Was het een persoon? En zoo ja dan, wie? Hij, Memnon, dat viel mij achterna in, Leek op den ouden Kabouterkoning, Zoo als hij zat daar, stijf en strak, Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen... Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier, Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,... Zit mij dit ook uit een sprookje in 't hoofd? Of herinner ik 't mij uit de werkelijkheid? Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer! 't Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,... Dat 's te zeggen, ik droomde... want ik lag te ijlen...


(komt nader).


PEER GYNTNet dezelfde oogen; en dezelfde lippen;... Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen; Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde... Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw, Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag! Kan je nog wel raden? Dat zal 'k eens probeeren. Nu zal 'k eens zien of je weer antwoordt als laatst!


(roept tegen de sfinx).


PEER GYNTZeg, Böjg, wie ben je?


(achter de sfinx)


EEN STEMAch, Sfinx, wer bist du!


PEER GYNTWat! De echo antwoordt in 't Duitsch! Merkwaardig!


DE STEMWer bist du?


PEER GYNTEn spreekt het daarbij uitstekend! Die opmerking is van mij en nieuw.


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 307 / 354


(noteert in zijn zakboekje:)


PEER GYNT"Echo in 't Duitsch. Dialect van Berlijn."


(komt van achter de sfinx te voorschijn)


BEGRIFFENFELDTEen mensch!


PEER GYNTAh zoo! 't Was hij die sprak.


(noteert weer:)


PEER GYNT"Kwam tot een ander besluit naderhand."


(onder allerlei zenuwachtige gebaren)


BEGRIFFENFELDTMijnheer, excuseer...! Een levensvraag...! Wat voert u op heden juist hierheen?


PEER GYNTEen bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.


BEGRIFFENFELDTWat? De sfinx...?


PEER GYNTIs een kennis uit vroeger tijd.


BEGRIFFENFELDTVerbazend... En dat na dezen nacht! Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat 't zal barsten! Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggen Wat zij is?


PEER GYNTWat zij is? Ja, dat kan ik glad; Zij is zich zelf.


(opspringend)


BEGRIFFENFELDTHa, de oplossing flitste Als 'n bliksemschicht daar!... Inderdaad? Weet u 't vast? Zich zelf?


PEER GYNTJa, dat zei zij mij ten minste.


BEGRIFFENFELDTZich zelf! 't Uur der omwenteling naakt!


(neemt zijn hoed af).


BEGRIFFENFELDTO, uw naam, bitte sehr?


PEER GYNTPeer Gynt, met verlof.


(met stille bewondering)


BEGRIFFENFELDTPeer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten... Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,... De komende, wiens komst mij verkondigd was...


PEER GYNTOch, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen...?


BEGRIFFENFELDTPeer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp! Ieder woord is een bron van diepe wijsheid! Wat is u?


(bescheiden)


PEER GYNT'k Heb altijd getracht te wezen Mij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.


BEGRIFFENFELDTAlweer dat raadselvolle woord op den bodem!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 308 / 354


(grijpt hem bij den pols).


BEGRIFFENFELDTNaar Kaïro! Der navorschers keizer is gevonden!


PEER GYNTKeizer?


BEGRIFFENFELDTKom!


PEER GYNTBen ik waarlijk bekend...?


(terwijl hij hem meetrekt)


BEGRIFFENFELDTDer navorschers keizer... op grondslag van het zelf! In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien. Drie oppassers op de binnenplaats. Een vierde komt op.


DE KOMENDESchafmann, zeg eens, waar is de directeur?


EEN OPPASSERVan morgen heel vroeg al uitgereden.


DE EERSTE'k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen; Want van nacht...


DE TWEEDESst, wees stil; hij is daar aan de deur! (Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).


(in zich zelf)


PEER GYNTIn waarheid, een uiterst begaafde man; Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.


(kijkt rond).


PEER GYNTDus dit hier is de geleerden-club?


BEGRIFFENFELDTHier zijn ze allen, de heele troep;... Een zeventig navorschers en geleerden, Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd...


(roept tegen de oppassers).


BEGRIFFENFELDTMichel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,... Gauw in je kooien, een, twee, drie!


DE OPPASSERSWij?


BEGRIFFENFELDTWie anders? Vooruit! vooruit! Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.


(dwingt ze in een kooi).


BEGRIFFENFELDTVan daag is hij gekomen, de groote Peer;... De rest kan je wel begrijpen,... ik zeg verder niets meer.


(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).


PEER GYNTMaar, waarde heer dokter en directeur...?


BEGRIFFENFELDTNiets van dat alles! Dat ben ik niet meer... Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten...


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 309 / 354


(in toenemende onrust)


PEER GYNTWat is er?


BEGRIFFENFELDTBeloof dat u niet zal beven.


PEER GYNT'k Zal mijn best doen...


(trekt hem in een hoek en fluistert)


BEGRIFFENFELDTDe volstrekte rede Is gistren gestorven precies om elf uur.


PEER GYNTGod bewaar me...!


BEGRIFFENFELDTJa, dat is uiterst bedroevend, En dubbel onaangenaam in mijn positie, Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwd Als een gekkenhuis.


PEER GYNTWat! Als een gekkenhuis!


BEGRIFFENFELDTNu niet meer, begrijpt u!


(bleek en zachtjes)


PEER GYNTNú herken ik de plaats wel! En gek is die man;... en niemand weet het!


(tracht weg te komen).


(volgt hem)


BEGRIFFENFELDTIk hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen? Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn. Zij ging van haar zelve... is uit haar vel gesprongen,... Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.


PEER GYNTEen oogenblik maar...


(houdt hem vast)


BEGRIFFENFELDTNeen, het was als een aal;... Niet als een vos. Door het oog stak een naald; Zij spartelde hevig...


PEER GYNTWaar vind ik een uitweg!


BEGRIFFENFELDTOm haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!


PEER GYNTHij 's gek! Volslagen krankzinnig nu!


BEGRIFFENFELDTEén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen... Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben, Een heelen omkeer te land en te zee. De personen, die vroeger krankzinnig heetten, Zijn gistren avond normaal geworden, Overeenkomstig 't verstand in zijn nieuwe phase. En kijkt men dan verder de zaak goed aan, Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uur De zoogenaamd wijzen begonnen te razen.


PEER GYNTU noemde 't woord uur; mijn tijd is kort...


BEGRIFFENFELDTUw tijd? 't Is goed dat u daarvan spreekt!


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 310 / 354


(opent een deur en roept).


BEGRIFFENFELDTEr uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd! De rede is dood. Leve Peer Gynt!


PEER GYNTMaar, mijn goede man...!


(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).


BEGRIFFENFELDTGoêmorgen! Komt hier! Begroet der bevrijding morgenrood! Uw keizer staat vóór u!


PEER GYNTKeizer?


BEGRIFFENFELDTGewis.


PEER GYNTMaar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig...


BEGRIFFENFELDTAch, laat alle valsche bescheidenheid varen In 'n uur als dit...


PEER GYNTJa, maar gun mij toch tijd...! Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!


BEGRIFFENFELDTEen man, die gehoord heeft der sfinx opinie? Die zichzelf is?


PEER GYNTDaar zit juist de knoop, ja. Ik ben mijzelf in allen deele; Maar hier, zoover 'k begrijp, hier moet Men buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.


BEGRIFFENFELDTWat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis! Hier is men zichzelf juist zonder genade, Volstrekt zichzelf, zonder ook maar iets anders; Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind. In 't vat van zijn ik bergt een ieder zich op; In eigen gisting duikt hij naar den grond,... En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik; En dicht het hout in de bron van zijn ik. Niemand heeft tranen voor andermans smarten, Niemand gedachten voor andermans denken. Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden, Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank... En dus, moet er keizer hier iemand worden, Is u voor den troon onze ware man.


PEER GYNTIk wou dat de duivel...!


BEGRIFFENFELDTMaar goeden moed! Haast alles op aarde is nieuw in 't begin. "Zichzelf";... kom, hier zal 'k een voorbeeld u toonen, Ik kies maar het eerste het beste dat 'k zie...


(tegen een sombere gedaante).


BEGRIFFENFELDTGoêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon, Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 311 / 354


HOEHOEKan ik anders, als mijn volk steeds Onvertolkt, vergeten sterft? (tegen Peer Gynt). U is vreemdling; wil u hooren?


(buigt)


PEER GYNT't Zal me een eer zijn!


HOEHOEGoed dan, luister... Als een bloemkrans, ver in 't Oosten, Ligt de Malabaarsche kuststreek. Hollanders en Portugeezen Hebben daar gebracht beschaving. Bovendien zijn daar nog massa's Van de echte Malabaren. Zij, die onze taal verknoeiden, Zijn nu meester van het land daar; Maar in lang vervlogen tijden Heerschte daar de Orang-oetan. Hij was heer van 't bosch en meester; Vrij mocht hij daar dooden, brullen. Ongetemd natuurvoortbrengsel Groeide en gaapte hij als zoodanig. Onbelemmerd mocht hij schreeuwen; Hij was in zijn rijk de heerscher... Maar toen kwam het juk der vreemden Onze oerwoudstaal verwarren. 'n Nacht van viermaal honderd jaren Sloopte Orang-oetan's krachten; En men weet, zoo lange nachten Houden alle ontwikling tegen. 't Oergeluid van 't woud verstomde En men hoorde niet meer brommen;... Zullen wij gedachten uiten Moeten wij dat doen met woorden. Welk een dwang voor alle standen! Hollanders en Portugeezen, Kleurlingen en Malabaren, Alles was het even lastig... 'k Heb beproefd er voor te vechten, Voor onze oerwoudstaal, de echte,... 't Arme lijk te doen herleven,... 't Recht van 't volk op schreeuwen steunend,... Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook 't Nut er van in volksgezangen... Doch geen mensch waardeert mijn pogen... Mijn verdriet zal u begrijpen. Dank, dat u naar mij wou luistren;... Weet u raad, laat mij dien hooren!


(zachtjes)


PEER GYNTGeschreven staat er: men moet huilen Met de wolven, die in 't bosch zijn.


(luid).


PEER GYNTWaarde vriend, ik meen te weten Dat er in Marokko's bosschen Nog zijn Orang-oetantroepen, Levend zonder tolk of zangen; Hun geluid klonk Malabarisch! 't Ware mooi en exemplarisch, Als u nu, als andre grooten, Daarheen trok, uw volk ten bate...


HOEHOEDank, dat u naar mij wou luistren! Ik zal doen wat u mij aanraadt.


(met een plechtig gebaar).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 312 / 354


HOEHOE't Oosten heeft zijn tolk verstooten! Orang-oetans heeft het Westen! (Af).


BEGRIFFENFELDTNu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen. Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne. Hij 's zichzelf in alles wat hij van zich geeft, Zichzelf juist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn. Kom hier! Nu zal 'k u een ander wijzen, Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.


(tegen een Fellah die een mummie op zijn rug draagt).


BEGRIFFENFELDTKoning Apis, verheven heer, hoe gaat het?


(woest tegen Peer Gynt)


DE FELLAHBen 'k koning Apis?


(schuift achter den dokter)


PEER GYNTIk moet helaas bekennen Dat 'k niet ben op de hoogte der omstandigheden. Maar 'k geloof toch, als 'k mag afgaan op den toon, dat...


DE FELLAHNu lieg jij ook!


BEGRIFFENFELDTLaat uwe Hoogheid vertellen, Hoe dan de zaken staan.


DE FELLAHDat zal ik u zeggen.


(wendt zich tot Peer Gynt).


DE FELLAHZie je hem, dien ik hier op mijn rug draag? Koning Apis was eens zijn naam. Nu draagt hij den naam van mummie, En is dan ook heelemaal dood. Hij bouwde de Pyramiden, Beeldhouwde de groote sfinx, En streed, zooals zegt de dokter, Met de Turken, rechts en links. En daarom heeft heel Egypte Als 'n God hem geprezen hier, En vereerd hem in al zijn tempels In de afbeelding van een stier... Maar ik ben die koning Apis, Dat 's zoo zeker als 'k hier sta; En als je dat niet begrijpt nog, Dan zal je 't zien weldra. Koning Apis, die was op de jacht eens, En steeg even af, de held, En ging een oogenblik zitten Terzijde, op mijn voorvaders veld. Maar 't veld dat de koning bemestte, Dat voedde mij met zijn graan; En eischt iemand meer bewijzen, 'k Toon onzichtbare horens hem aan. En is 't dan voor mij niet wanhopig Dat niemand erkent mijn macht! 'k Ben Apis naar recht van geboorte, Maar word als Fellah veracht. Kan een goeden raad je mij geven O, doe het dan, zonder bedrog;... Wat moet ik doen om te worden Als Apis, de Groote, nu nog?


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 313 / 354


PEER GYNTUw Hoogheid bouw' Pyramiden, Beeldhouwe een groote sfinx, En strijde, als zegt de dokter, Met de Turken, rechts en links.


DE FELLAHJa, dat is een prachtig praatje! Een Fellah! Zoo'n kale luis! 'k Heb mijn handen vol om mijn hut vrij Te houden van 't rattengespuis. Ga, man,... ga, zoek naar wat beters, Wat groot maakt, geeft rust mij terug! En daarbij geheel mij gelijk maakt Aan Apis, den held, op mijn rug!


PEER GYNTAls dan Uw Hoogheid zich ophing, En daarnà in der aarde schoot, Zich binnen de grenzen der doodkist Ook hield als volslagen dood?


DE FELLAHDat zal ik! Een strop voor mijn leven! Aan de galg dan met mijn huid... Aanvanklijk maakt 't eenig verschil wel; Maar dat slijt mettertijd wel uit.


(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).


BEGRIFFENFELDTDat was een persoonlijkheid, mijnheer,... Een man met methode...


PEER GYNTJawel, dat zie 'k...; Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig! Ik word duiz'lig;... 'k voel in mijn hoofd al verwarring!


BEGRIFFENFELDTEen overgangstoestand; dat duurt maar kort.


PEER GYNTEen overgang? Wat? Excuseer... ik moet weg...


(houdt hem vast)


BEGRIFFENFELDTIs u krankzinnig?


PEER GYNTNog niet... God bewaar me!


(Alarm. De minister Hoessein dringt vooruit door de menigte).


HOESSEINMen zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?


(tegen Peer Gynt)


HOESSEINIs u dat?


(wanhopend)


PEER GYNTJa, dat 's een uitgemaakte zaak!


HOESSEINGoed... Hier zijn stukken die antwoord eischen.


(grijpt zich in 't haar)


PEER GYNTHeisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!


HOESSEINWil u mij de eer doen mij in te doopen? (buigt diep). Ik ben een pen.


(buigt nog dieper)


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 314 / 354


PEER GYNTEn ik, als u ziet, Een verfrommeld keizerlijk perkament.


HOESSEINMijn geschiedenis, heer, is kortweg dit: Mij houdt men voor 'n zandkoker en 'k ben een pen.


PEER GYNTEn de mijne, heer pen, kan 'k ook u vertellen... 'k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.


HOESSEINWaar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen; Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!


PEER GYNTIk behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;... Wees wijs of wees gek, dat 's alleen maar een drukfout!


HOESSEINDenk eens: welk een leven van lijden, Pen te zijn en nooit 't genot van een mes te smaken!


(maakt een sprong)


PEER GYNTDenk eens: een rendier zijn; springen van boven;... Aldoor vallen,... nooit grond voelen onder zijn hoeven!


HOESSEINEen mes! Ik ben stomp;... laat snijden en splijten mij! De wereld vergaat, als men 't mes er niet in zet!


PEER GYNT't Waar' zonde van de wereld, die, als meest eigen werk, Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.


BEGRIFFENFELDTZiehier een mes!


(grijpt het)


HOESSEINO, wat zal 'k de inkt opslurpen! Wat een wellust zich te snijden.


(snijdt over zijn keel).


(wijkt op zij)


BEGRIFFENFELDTNiet zoo spatten!


(in stijgenden angst)


PEER GYNTHoudt hem vast!


HOESSEINHoud mij vast! Dat is het woord! Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel...! (valt neer). Nu ben 'k verbruikt. Onthoud dat: dit is 't naschrift: Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!


(wankelend)


PEER GYNTWat moet ik...! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast! 'k Ben al wat gij wilt... een Turk, een zondaar,... 'n Kabouter...; maar help!... er was iets dat brak...!


(schreeuwt).


Vierde bedrijfBokRobot · Pagina 315 / 354


PEER GYNTIk weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!... Help mij... gij toevlucht voor alle dwazen!


(valt flauw).


PEER GYNTBEGRIFFENFELDT (met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten). Ha, kijk hoe hij in 't stof zich hoog houdt!... En van zichzelf is...! Hij zij gekroond!...


(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)


PEER GYNTLang leve de keizer van het zelf!


(in de kooi)


SCHAFMANNEs lebe hoch der grosse Peer

EINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF

Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 316 / 354

Vijfde bedrijf


Aan boord van een schip in de Noordzee, bij de kust van Noorwegen. Zonsondergang. Stormachtig weer.


Peer Gynt, een krachtig oud man, haar en baard zilvergrijs, staat achter op het dek. Hij is half-en-half als zeeman gekleed, met een jekker en hooge laarzen. Zijn kleeren zien er wat versleten en afgedragen uit; hij zelf verweerd en met een hardere uitdrukking in zijn gezicht. De kapitein van het schip aan het roer bij den stuurman. Het scheepsvolk verder vooruit.


(leunt met de armen op de reeling en tuurt naar de kust)


PEER GYNTKijk daar de Halling in winterkleed,... Hij tooit zich, de oude, met 't avondrood. Schuins achter hem staat de Jökel, zijn broer; Die heeft nog zijn groenen ijsmantel om. De Folgefaan is al bizonder fijn,... Ligt als een jonkvrouw in lichtenden schijn. Weest toch geen dwazen, oude jongens! Blijft waar je staat maar, granieten kerels!


(roept naar voren)


DE KAPITEINTwee man aan 't roer,... en lantarens uit.


PEER GYNTEen stijve bries!


DE KAPITEINEr komt storm van nacht.


PEER GYNTKan je van zee uit den Ronden zien?


DE KAPITEINNeen, dat kan niet;... hij ligt achter den gletscher.


PEER GYNTOf Blaahö?


DE KAPITEINOok niet; maar boven in de ra's Zie je bij mooi weer den Galdhöpig.


PEER GYNTWaar ligt nu Haartejgen?


(wijst)


DE KAPITEINDaar, zoo wat.


PEER GYNTJuist, ja.


DE KAPITEINU is hier naar 't schijnt bekend.


PEER GYNTToen ik wegtrok uit 't land, voer ik hier voorbij; En 't aanzetsel, zegt men, hangt 't langst in den pot.


(spuwt en tuurt naar de kust).


PEER GYNTDaarginder, waar 't waast, blauw, in scheer en kloof,... Waar de bergspleet donkert, nauw als een groef, En onderlangs, aan de open fjord,... Dáár wonen óók nog menschen, zegt men.


(kijkt den kapitein aan).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 317 / 354


PEER GYNTZij bouwen ver uit elkaar hier.


DE KAPITEINJa. Er is ruimte en afstand van huis tot huis.


PEER GYNTZijn wij binnen voor daglicht?


DE KAPITEINZoo ongeveer, Als de nacht niet àl te bar wordt, althans.


PEER GYNTIn 't westen broeit wat.


DE KAPITEINDat doet 't, ja.


PEER GYNTStop! Herinner 'r mij aan, als wij afreeknen straks... Ik ben van plan 't met het scheepsvolk... zooals men zegt... "Goed te maken"...


DE KAPITEINIk dank u!


PEER GYNTO, 't is maar weinig; Goud heb ik gegraven en verloren wat ik vond;... 't Fatum en ik zijn geen vrienden meer; U weet wat 'k u hier te bewaren gaf. Dat is 't overschot;... de rest nam de duivel mij af.


DE KAPITEINHet is meer dan genoeg om vertoon te maken Bij de menschen daarginds.


PEER GYNTIk heb geen familie. Geen mensch verwacht er den rijken booswicht... Nou,... dan ben ik ook vrij van herrie bij mijn aankomst.


DE KAPITEINDaar is de bui al.


PEER GYNTDaar heb je 't, ja... Heeft één van de mannen 't bizonder noodig, Dan zie ik zoo nauw niet op 'n paar centen.


DE KAPITEINDat 's royaal. De meesten hebben 't maar arm; Allen hebben een vrouw en kindren thuis. Alleen met hun loon, is 't armoe troef; Maar brengen ze soms nog wat extra's mee, Wordt het weerzien een nooit te vergeten feest.


PEER GYNTWat zegt u? Hebben zij vrouw en kindren? Zijn ze getrouwd?


DE KAPITEINWis en drie! Allemaal... Wie 't slechtst er aan toe is, dat 's wel de kok; Bij hem thuis heerscht bittre honger en armoe.


PEER GYNTGetrouwd? Hebben thuis iemand die wacht? Die blij is als zij komen? Wat?


DE KAPITEINJawel,... Op armelui's manier.


PEER GYNTEn als zij er dan zijn, Wat dan?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 318 / 354


DE KAPITEINIk denk dat de vrouw dan eens opschept Wat lekkers, zoo'n enklen keer...


PEER GYNTEn licht op tafel?


DE KAPITEINMisschien wel twee; en een slokje bij 't eten.


PEER GYNTEn dan zitten zij daar bij de kachel, gezellig? Met kindren om zich heen? En in huis een leven Dat niemand verstaat wat de andren vertellen,... Is dat hun feestvieren, zeg...?


DE KAPITEINDat kon wel gebeuren; En daarom zou 't royaal zijn, wat u daar straks Beloofde, te doen.


(slaat op de reeling)


PEER GYNTWaarachtig niet! Houdt u mij voor den gek? Denkt u dat ik afschuif Om andermans kindren te plezieren? 'k Heb zuur genoeg zwoegend mijn geld verdiend. Niemand verwacht er den ouden Peer Gynt.


DE KAPITEINNu, zooals u wil; uw geld behoort u.


PEER GYNTJuist! 't Is van mij, en het is niet heel veel. Uw nota, zoodra u het anker laat vallen! Passage van Panama als kajuitspassagier, En 'n borrel voor het scheepsvolk. Verder niets meer; Als ik meer geef, mag u mij doodslaan, kapitein!


DE KAPITEIN'k Heb u kwitantie te geven, geen slaag;... Maar pardon; nu wordt de bries een storm. (Hij loopt naar het voordek. Het is donker geworden; in de kajuit wordt licht opgestoken. De zee wordt woelig. Mist en zware wolken).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 319 / 354


PEER GYNTThuis een troep wilde bengels hebben;... In 't aandenken van andren als 'n vreugde leven;... Door hun gedachten gevolgd op hun weg... Er is geen mensch die ooit denkt eens aan mij... Licht op tafel? Dat zal 'k beletten! Ik zal wat bedenken...! Ik maak hen stomdronken;... Geen een van de kerels komt nuchter aan land. Zat zullen ze komen bij vrouw en kinderen! Vloeken zullen ze! Beukend slaan op de tafel, Bang maken die wachten, dat ze beven van angst! De vrouw zal schreeuwen en 't huis uit vluchten; De kindren mee! Alle vreugd zal ik dooden! (Het schip slingert hevig; hij wankelt en heeft moeite zich staande te houden). Nou, dat heet je slingren naar behooren. De zee werkt of ze er voor betaald wordt;... Het is nog hetzelfde langs de kust hier in 't Noorden;... Dwarsdrijvend de zee, altijd woest nog en nijdig... (luistert). Wat is dat voor een kreet?


(vooruit)


DE WACHTEen wrak aan lei!


(midscheeps, kommandeerend)


DE KAPITEIN't Roer hard stuurboords! Dicht voor den wind!


DE STUURMANIs er volk op 't wrak?


DE WACHT'k Onderschei er drie!


PEER GYNTZet toch een boot uit!...


DE KAPITEINDie was gauw gezonken.


(gaat naar voren).


PEER GYNTWie denkt aan zoo iets?


(tegen sommigen van het volk).


PEER GYNTAls je kerels bent Helpt dan! Wat hindert het of je een nat pak haalt...


DE BOOTSMAN't Is niet te doen bij zoo'n hooge zee.


PEER GYNTZij roepen weer! De wind gaat ruimen... Kok, durf je 't wagen? Kom, ik betaal je...


DE KOKNeen, al gaf u mij twintig pond sterling...


PEER GYNTOuwe wijven! Lafbekken! Kan je vergeten Dat het menschen met vrouw en kindren thuis zijn? Die zitten te wachten...


DE BOOTSMANGeduld houdt vroolijk.


DE KAPITEINZandbank... afhouden!


DE STUURMAN't Wrak is gezonken.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 320 / 354


PEER GYNTHet werd plotseling stil...?


DE BOOTSMANAls 't getrouwde lui waren Dan zijn er drie nieuwbakken weeuwen meer nu.


(Het stormweer wordt heviger. Peer Gynt gaat naar het achterdek).


PEER GYNTEr is geen geloof onder de menschen meer,... Geen christendom, zoo, als 't geleerd en geschreven is,... Goed doen ze weinig, en bidden nog minder, En letten niet op de geweldige machten... In een weer als van nacht, is God soms gevaarlijk. De kerels moesten oppassen, denken, wat waar is, Dat 't gevaarlijk is te spelen met olifanten;... En dan maken ze ruzie met hem, waarachtig! Ik heb geen schuld; de offerschaal heeft, Ik kan 't bewijzen, mijn geld ontvangen. Maar wat geeft mij dat nu?... Men zegt zoo wel eens: Op een goed geweten is 't heerlijk rusten; Och ja, dat houdt wel steek op den drogen grond, Maar beteekent waarachtig geen lor aan boord, Waar 'n fatsoenlijk man onder schurken vertoeft. Op zee kan je nooit je zelf goed wezen; Je moet mee met de andren van 't dek naar den kelder; Slaat de ure der wrake voor bootsman of kok, Dan word ik met de bende ook meegesleept;... Je eigen verdienste wordt in 't geheel niet geteld, Je bent niet meer waard dan een worst in den slachttijd... De fout is dat ik te vroom ben geweest. En ondank is nu mijn loon voor alles. Was ik jonger, dan keerde ik misschien nog om, En probeerde eens een tijd den baas te spelen. Wel, ik heb nog den tijd! In 't dorp zal men zeggen: Peer kwam terug als een groote meneer! De hoeve wil 'k weer hebben, het ga hoe het ga;... Het huis verbouw ik, het zal schittren als een slot. Maar niemand krijgt toegang of komt er binnen! Ze zullen staan voor de deur en bakzeil halen;... Beedlen en smeeken,... dat mogen ze vrij; Maar niemand krijgt een enkle shilling van mij;... Moest het lot mij onder zijn zweepslag doen huilen, Dan vind ik er wel, die 'k op mijn beurt slaan kan... DE VREEMDE PASSAGIER (staat in 't donker naast Peer Gynt en groet vriendelijk). Goên avond!


PEER GYNTGoên avond! Wat...? Wie is u?


DE VREEMDE PASSAGIERIk ben uw medepassagier, om te dienen.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 321 / 354


PEER GYNTZoo, ja? Ik dacht dat ik de eenige was.


DE VREEMDE PASSAGIERDat was een dwaling, die is nu voorbij.


PEER GYNTMaar zonderling toch dat 'k van avond eerst U hier zie...


DE VREEMDE PASSAGIERIk kom overdag niet buiten.


PEER GYNTIs u misschien ziek? U ziet wit als een laken...


DE VREEMDE PASSAGIERNeen, dank u,... ik voel mij volkomen wel.


PEER GYNTHet stormt hard.


DE VREEMDE PASSAGIERJa, gezegend, man!


PEER GYNTGezegend?


DE VREEMDE PASSAGIERDe golven zijn huizenhoog. Het is om er van te watertanden! Bedenk wat een wrakken de nacht zal maken;... En hoeveel lijken zullen drijven aan land!


PEER GYNTLieve God!


DE VREEMDE PASSAGIERZag u nooit iemand hangen, Gestikt,... of verdronken?


PEER GYNTNu wordt het te erg...


DE VREEMDE PASSAGIERLijken lachen. Maar hun lach is gedwongen; En de meesten hadden liever hun tong afgebeten.


PEER GYNTSchei nu toch uit!...


DE VREEMDE PASSAGIERNog een enkle vraag! Als wij bijvoorbeeld stootten op grond... En zonken...


PEER GYNTDenkt u dat er gevaar is?


DE VREEMDE PASSAGIERIk weet waarlijk niet welk antwoord te geven. Doch, gesteld dat ik drijf en u zinkt naar den grond...


PEER GYNTOch, onzin...


DE VREEMDE PASSAGIERIk stel het als mooglijkheid maar. Maar staat men met éénen voet in het graf, Wordt men zacht, en geeft graag nog milde gaven...


(tast in den zak)


PEER GYNTO, geld dus!


DE VREEMDE PASSAGIERNeen; maar och, wees u zoo goed Mij uw hoog vereerd kadaver te schenken?


PEER GYNTDat gaat toch te ver!


DE VREEMDE PASSAGIERAlleen 't lijk maar, begrijpt u; 't Is voor de wetenschap...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 322 / 354


PEER GYNTNu is 't genoeg!


DE VREEMDE PASSAGIERIk bid u, bedenk,... de zaak is voordeelig! Ik open uw lichaam en toon het der wereld. Voornaamlijk wil 'k zoeken den zetel der droomen... En overigens kritisch 't geheel onderzoeken...


PEER GYNTPak u weg!


DE VREEMDE PASSAGIEROch kom,... een verdronken mensch...


PEER GYNTGa weg, heiligschenner! U roept 't onweer op! Het is toch te erg, met storm en regen Een woeste zee en allerlei teekens Van iets, dat ons een kop kleiner kan maken, Doet u alles als 't ware om 't uit te lokken!


DE VREEMDE PASSAGIERU is niet gestemd voor verdre onderhandling;... Maar och, de tijd brengt dikwijls verandring...


(groet vriendelijk).


DE VREEMDE PASSAGIER'k Zie u weer bij 't zinken, zoo al niet eer! Misschien is u dan in een beter humeur.


(gaat de kajuit binnen).


PEER GYNTGriezelige kerels, die wetenschap'lijke lui! Zulke vrijdenkers toch...


(tegen den bootsman die langs hem komt).


PEER GYNTZeg eens, die man... Die andre passagier? Wat is dat voor een snuiter?


DE BOOTSMANIk weet niet dat er een andre is dan u.


PEER GYNTGeen andre? Nu wordt het hoe langer hoe gekker.


(tegen het jongmaatje dat uit de kajuit komt).


PEER GYNTWie ging daar de kajuit in?


HET JONGMAATJEDe scheepshond, meneer!


(gaat verder).


(roept)


DE WACHTLand vlak vooruit!


PEER GYNTMijn koffer! Mijn geld! Mijn bagage aan dek!


DE BOOTSMAN'r Is wel wat anders te doen.


PEER GYNT't Was maar gekheid, kaptein! 'k Zei 't maar voor de grap;... Ik beloof 't u vast, 'k geef wat aan den kok...


DE KAPITEINKluiffok gebroken!


DE STUURMANEn de fokkemast ook.


(roept vooruit)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 323 / 354


DE BOOTSMANLand voor den boeg!


DE KAPITEINWij zijn er bij!


(Het schip stoot. Leven en verwarring).


DE KAPITEINAan de kust, tusschen klippen en branding. Het schip vergaat. In den mist ziet men onduidlijk de sloep met twee man. Een stortzee doet die omkantelen; men hoort een kreet; daarna een poos alles stil. Dan komt de omgekeerde boot aandrijven. Peer Gynt duikt op, dicht bij de boot.


PEER GYNTHelp! Boot van land! Help! Ik verga! Help mij, o God,... als zegt uw woord!


(klampt zich vast aan de kiel).


(duikt op aan den anderen kant)


DE KOKOch, lieve Heer,... och sta mij bij! Mijn arme kindren! Stuur me aan land!


(houdt zich aan de kiel vast).


PEER GYNTLos!


DE KOKLos!


PEER GYNTIk sla!


DE KOKIk sla terug!


PEER GYNT'k Verpletter je! Ik trap je dood! Laat los! De kiel draagt geen twee man!


DE KOKDat weet ik! Weg!


PEER GYNTWeg jij!


DE KOKJawèl! (Zij vechten; de kok bezeert zijn eene hand; hij klampt zich vast met de andere).


PEER GYNTDoe weg die knuist!


DE KOKOm Godswil toch! Denk aan mijn vrouw en kindren thuis!


PEER GYNTDan komt mij eerder 't leven toe, Want ik laat nog geen kindren na.


DE KOKU heeft geleefd al; ik ben jong!


PEER GYNTWeg; gauw wat! Zink;... je wordt te zwaar.


DE KOKGenade! Laat mij, in Godsnaam! Om u wordt door geen mensch getreurd...


(schreeuwt en laat los).


DE KOK'k Verdrink...!


(grijpt hem vast)


PEER GYNTIk hou je bij je kraag; Bid gauw je Onze-Vader nog!


DE KOKIk weet niet meer...; 't wordt alles zwart...!


PEER GYNT't Voornaamste dan maar... haast je wat...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 324 / 354


DE KOKGeef ons van daag!


PEER GYNTSla over dat; Je krijgt wel wat je noodig hebt.


DE KOKGeef ons van daag...


PEER GYNTDezelfde deun! 't Is merkbaar... altijd was je kok... (laat hem glippen).


(zinkend)


DE KOKGeef ons van daag ons... (zinkt weg).


PEER GYNTAmen, man! Je was en bleef tot 't eind je zelf...


(werkt zich boven op de kiel).


PEER GYNTWaar leven is, daar is nog hoop...


(slaat de hand aan de boot)


DE VREEMDE PASSAGIERGoêmorgen!


PEER GYNTHoei!


DE VREEMDE PASSAGIERIk hoorde uw roep! 't Doet mij plezier dat 'k u toch vond. Wel? Ziet u dat 'k voorspellen kan?


PEER GYNTLos! Los! 'k Heb nauwlijks plaats alleen!


DE VREEMDE PASSAGIERIk zwem wel met mijn linkerbeen. Ik drijf, al houd ik maar den top van Mijn vinger hier, in deze gleuf vast. Maar à propos van 't lijk...


PEER GYNTWees stil!


DE VREEMDE PASSAGIERAls 't nu dan toch ten einde loopt...


PEER GYNTMond houden!


DE VREEMDE PASSAGIERNet zooals u wil! (stilte).


PEER GYNTNou... èn...?


DE VREEMDE PASSAGIERIk zwijg.


PEER GYNTWat Satanswerk!... Wat wil je?


DE VREEMDE PASSAGIERWachten.


(grijpt zich in 't haar)


PEER GYNTIk word gek!... Wat ben je?


(knikt)


DE VREEMDE PASSAGIERVriendlijk!


PEER GYNTWat nog meer?


DE VREEMDE PASSAGIERWat denkt u? Weet u iemand anders Die op mij lijkt?


PEER GYNTDen duivel weet ik...!


(zachtjes)


DE VREEMDE PASSAGIERBrengt hij gewoonlijk dan nog licht aan Op 's levens weg door angst en donker?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 325 / 354


PEER GYNTWel ja! Als 't er op aankomt is U mooglijk wel een lichtgezant?


DE VREEMDE PASSAGIERVriend,... heeft u elk halfjaar maar éénmaal Den diepen ernst van angst gevoeld?


PEER GYNTBang wordt men als gevaren dreigen;... Maar opgeschroefd vind ik uw woorden...


DE VREEMDE PASSAGIERViel u te beurt één keer in 't leven De zege, in den angst gegeven?


(kijkt hem aan)


PEER GYNTKomt u mij met een uitweg aan? Dat had u eerder moeten doen. Het lijkt naar niets uw tijd te kiezen Als ik op 't punt ben te verdrinken.


DE VREEMDE PASSAGIERU steunt meer op een overwinning, Gezellig bij uw haardvuur zittend?


PEER GYNTMij wel... maar hou die gekheid voor u. Denkt u dat die opwekkend zijn kan?


DE VREEMDE PASSAGIERWaar ik van daan kom, geldt een lach Net zooveel als verheven taal.


PEER GYNTEen ieder 't zijn', wat past voor mindren, Mag 'n bisschop zich niet permitteeren.


DE VREEMDE PASSAGIEREn zij, wier asch rust in de urnen Gaan ook niet altijd op kothurnen.


PEER GYNTGa weg, jij spooksel! Weg die hand! Ik wil niet sterven! Wil aan land!


DE VREEMDE PASSAGIERWees maar gerust! Zoo midden in De vijfde akte sterft men niet.


(glijdt weg).


PEER GYNTDaar kwam 't er uit ten slotte nog!... 't Was een zwaarwichtig moralist. Kerkhof in een hoog gelegen berggehucht. Een begrafenisstoet. De priester en het volk. Het laatste psalmvers wordt gezongen. Peer Gynt gaat er langs over den weg.


(bij het hek)


PEER GYNTDaar gaat een landsman onder den grond. God lof en dank dat ik 't niet ben.


(gaat het hek binnen).


(spreekt aan het graf)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 326 / 354


DE PRIESTEREn nu, terwijl zijn ziel ten hemel stijgt, En 't lichaam als een leeg omhulsel ligt,... Nu, lieve vrienden, zij een woord gezegd Van 't leven van dien doode, hier op aard'. Hij was niet rijk, en ook niet heel verstandig. Zijn stem was zwak, zijn optreden onmanlijk. Zijn meening sprak hij slap en weiflend uit, En nauwlijks was hij baas in eigen huis; In 't kerkje kwam hij stil, verlegen binnen, Als vroeg hij of, als andren, hij mocht zitten. Uit 't Gudbransdal, gij weet 't, was hij gekomen. Toen hij hier kwam, was hij nog haast een knaap; En tot op 't laatst, gij weet het vast nog wel, Hield hij zijn rechterhand steeds in zijn jaszak. De rechterhand verstopt,... dat was het kenmerk... Dat 't beeld van dezen man onthouden deed, En daarbij dat gedrukte, die verlegen Teruggetrokkenheid, bij 't binnen gaan. Hoewel hij liefst maar stil zijn eigen weg ging En ook een vreemdling bleef hier onder ons, Toch weet gij wel, hoe hij het ook verborg, Dat aan die hand vier vingers nog maar waren. Ik weet nog goed, dien morgen, lang geleên, Toen er te Lunde keuring werd gehouden. Het was in oorlogstijd. In aller mond was De nood van 't land en wat te wachten stond. Ik was er ook. Breed voor de tafel zat De kapitein met ambt'naar en sergeanten; En de eene knaap na d'andere werd gemeten, Gekeurd, en ingeschreven als soldaat. Vol was 't vertrek, en buiten voor de ramen Klonk van het jonge volk luidruchtig lachen. Een naam werd afgeroepen. 'n Nieuwe kwam, Die bleek zag, doodlijk wit, als gletschersneeuw. Men wenkte hem; hij naderde de tafel, De rechterhand gewikkeld in een doek;... Hij hijgde, slikte, hapte naar zijn woorden, Maar kon niet spreken, schoon men 't hem gebood. Toch eindlijk nog; en toen, de wangen gloeiend, Half staamlend, stotterend en dan weer snel, Vertelt hij van een sikkel, die uitschietend, Hem had glad afgekapt den éénen vinger. 't Werd in de kamer doodlijk stil. Men keek elkander aan; kneep dicht den mond; Men steenigde den knaap met stomme blikken. Hij voelde 't wel, maar dorst niet op te kijken. De kapitein stond op, oud, grijs en stram;... Hij spuwde, wees de deur hem, zeggend: ga! En hij ging heen. Men week naar beide kanten, Dat 't was of hij spitsroeden loopen moest;... Eens buiten, ging hij ijlings aan den haal;... Naar boven nu,... òp, tusschen rots en struiken, Op, tusschen losse steenen, rollend, stortend... Hoog boven in 't gebergte lag zijn woning... Een half jaar later was het toen hij hier kwam Met moeder, zuigling en aanstaande vrouw. Hij pachtte 'n stukje land, dat braak lag ginds, Daar, waar de grens is van de groote hei. Hij trouwde toen zoo gauw als 't doenlijk was; Hij bouwde een hut; hij brak den harden grond; Hij kwam vooruit, wat menig stukje land Getuigde, golvend als een gele zee;... Ter kerke kwam hij met de hand verborgen,... Maar ongezien en thuis, daar werkten wel Die negen vingers ruim zoo hard als tien... Een voorjaarsvloed eens sleepte alles weg. Hun leven redden zij. Toen arm en naakt, Toog hij opnieuw aan het ontginningswerk. En vóór het najaar, steeg alweer de rook Op meer beschutte plek, uit 'n nieuwe hut. Beschut? Voor 't water, ja... niet voor lawinen; Twee jaar daarna lag ze onder sneeuw bedolven, Doch moedig bleef de man, en onverschrokken; Hij ruimde en hakte, hij groef steenen uit,... En vóór in 't volgend jaar de eerste sneeuw viel Stond daar ten derde maal zijn huis gebouwd. Drie zoons had hij, drie flinke, sterke jongens; Die moesten schoolgaan en de school was ver. Om van zijn huis te komen op den landweg, Moest men een rotskloof door, heel nauw en steil, Wat deed hij toen? De oudste moest zich redden Zoo goed als 't ging,... waar 't pad werd àl te steil, Sloeg hij een touw om 't kind om het te steunen;... De andre twee droeg hij op arm en rug. Zoo streed hij jaar op jaar; zij groeiden op. Kreeg hij nu dank, die hem wel toekwam toch? Drie rijke heeren in de nieuwe wereld Vergaten 't Noorsche bergland en hun vader. Hij had geen ruimen blik. Van wat er buiten Zijn naaste omgeving was, kon hij niets zien. Geen zin had het voor hem, wat ons als klokken, Sonoor van klank, tot diep in 't harte dringt. Volk, vaderland, 't verhevene, het hooge, Stond als in mist gehuld voor 't oog zijns geestes. Maar hij was needrig, needrig deze man; En van dien keuringsdag af droeg hij 't oordeel, Zoo zeker als het schaamrood op zijn wang, En zijn vier vingers, in zijn zak verborgen. Een schender van de wet des lands? O, ja! Maar er is iets dat uitschijnt boven wetten, Zoo wel als ginds dier toppen blanke tent Heeft wolken en daar boven uit weer toppen. Slecht burger was hij. En voor kerk en staat Onvruchtbaar hout. Maar hier, op 't hooge veld, In zijn familiekring, waar hij zijn arbeid zag, Dáár was hij groot, omdat hij was zichzelf! Zijn ingeschapen klank bleef zich gelijk; Gedempt van toon, dat was zijn heele leven. En daarom: vrede zij u, stille strijder, Die kampte en viel in kleinen boerenstrijd! Wij willen hart en nieren niet doorgronden; Dat is geen werk voor ons, maar voor den Schepper;... Doch vast en vrij durf ik de hoop uitspreken: Die man zal voor zijn God niet als verminkt staan! (De menschen van den stoet gaan uiteen en weg. Peer Gynt blijft alleen achter).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 327 / 354


PEER GYNTKijk dat, dat noem ik nu Christendom! Volstrekt niets dat iemand griezelig aandoet... Ja, 't thema; zichzelf te wezen onwrikbaar,... Waar heel de preek zich omheen bewoog,... Is op zichzelf alleen al opbouwend.


(kijkt in het open graf).


PEER GYNTWas hij het misschien, die zich daar verminkte Toen ik in 't bosch was aan 't boomen vellen? Wie weet? Stond ik hier niet met mijn stok Aan den rand van 't graf van dien geestverwant, Kon ik denken dat ik het was, die sliep En hoorde, als waar-gedroomd, mijn lof... Inderdaad, 't is een christelijk mooi gebruik, Welwillend den blik nog te laten gaan In herinring over des dooden leven. Ja, zelf zou 'k wel mijn lot willen hooren Den volke verhaald door dien waardigen man. Nou, het kan licht nog een poosje duren, Eer de doodgraver komt en mij noodigt te gast;... En, als de Schrift zegt: beter is best,... En eveneens: alle leed op zijn tijd,... En verder: leen voor je begraafnis geen geld... De kerk blijft toch maar je ware troost. 'k Heb er vroeger zooveel niet aan gehecht;... Nu voel ik toch hoeveel goed het doet, Door kundige menschen te hooren verzeekren: Wat iemand zaait, dat zal hij ook oogsten... Zichzelf moet hij wezen; om zich en 't zijne Moet hij zich bekomren in 't groote en 't kleine. Loopt 't hem niet mee, dan blijft hem de eer toch Dat hij zijn leven naar de leer wist te richten... Nu huiswaarts! Valt moeilijk en steil ook de weg, Laat 't lot toch lang nog maar met mij spotten;... Oude Peer Gynt gaat zijn eigen weg, En blijft wie hij is altijd: arm maar braaf.


(af).


PEER GYNTEen berghelling met het uitgedroogde bed van een beek. Een ingestorte molen aan de beek; opengebarste grond, verwoesting rondom. Hoogerop een groote hoeve. Boven, op de hoeve, wordt publieke verkooping gehouden. Veel menschen zijn er bijeen. Drinken en lawaai. Peer Gynt zit beneden op een puinhoop dicht bij den molen.


PEER GYNTHeen en terug, het is even lang; Er in of er uit, 't is een zelfde gang;... De tijd verwoest, de beek is verdroogd. Ga buitenom, zei Böjgen;... dat doe 'k dus ook.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 328 / 354


EEN MAN-IN-DE-ROUWNu is er niets dan rommel meer...


(krijgt Peer Gynt in het oog).


EEN MAN-IN-DE-ROUWZijn hier nog vreemden ook? God zegen je, vriend!


PEER GYNTInsgelijks! Het gaat vroolijk toe hier van daag. Is hier een doopfeest, of wordt bruiloft gevierd?


DE MAN-IN-DE-ROUWIk zou 't liever noemen een inwijdingsfeest. De bruid, die ligt in een wormenkast.


PEER GYNTEn de wormen vechten om 't lekkere beetje.


DE MAN-IN-DE-ROUWDat is 't einde van 't lied; daarmee is het uit.


PEER GYNTAlle liedjes eindigen eender; En allemaal zijn ze oud; ik kende ze al als knaap.


(met een gietlepel)


EEN TWINTIGJARIGEKijk nu eens hier, wat ik heb gekocht! Hierin goot zijn zilvren knoopen Peer Gynt!


EEN TWEEDEEn ik dan! Een geldschepper voor een schelling!


EEN DERDEIs dat al? Vijfd'half voor 'n marskramers-randsel!


PEER GYNTPeer Gynt? Wie was dat?


DE MAN-IN-DE-ROUWIk weet alleen Dat hij zwager van Aslak was en van den dood.


EEN-MAN-IN-'T-GRIJSVergeet je nu mij? Ben je dronken, zeg?


DE MAN-IN-DE-ROUWVergeet jij dat 'r op Haegstad 'n blokhuisdeur was?


DIE-IN-'T-GRIJSJa, ja; maar jij was nooit erg kieschkeurig.


DE MAN-IN-DE-ROUWAls zij nu den dood maar niet bij den neus neemt...


DIE-IN-'T-GRIJSEen borrel, zwager! Op ons zwagerschap!


DE MAN-IN-DE-ROUWDe duivel je zwager! Dat 's dronkenmanstaal...


DIE-IN-'T-GRIJSOch, gekheid; ons bloed is nog niet zoo verdund, Je voelt je toch altijd verwant aan Peer Gynt.


(gaat met hem weg).


(zachtjes)


PEER GYNTIk ontmoet nog kennissen.


(roept den man-in-de-rouw na)


EEN JONGENAls je weer drinkt, Dan komt moeder uit haar graf je nog halen, Aslak!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 329 / 354


(staat op)


PEER GYNTHier is niet van pas 't woord van den agronoom: Hoe meer men omgraaft, hoe beter het riekt.


(met een berenvel)


EEN JONGENDe kat van Dovre! Alleen maar het vel, kijk! Dat was 't wat kabouters weg joeg, met Kerstmis!


(met een rendierschedel)


EEN TWEEDEHier is het wilde rendier, dat eens Peer Gynt droeg over den Gendinskam.


(met een hamer, roept tegen den man-in-de-rouw)


EEN DERDEHeidaar, Aslak! Ken je dien hamer? Heb je dien niet gebruikt om die noot te kraken?


(met leege handen)


EEN VIERDEMads Moën, dit 's de mantel die onzichtbaar maakt! Daarmee vloog Peer Gynt met Ingrid de lucht in!


PEER GYNTBrandewijn, jongens! Iets dat mij wat opwekt...! Nu ga ik eens wat ouden rommel veilen!


EEN JONGENWat heb je te koop dan?


PEER GYNTIk heb een slot,... Dat ligt in den Ronden; 't is stevig ommuurd.


DE JONGENEen knoop geboden!


PEER GYNTEr mag 'n borrel op staan. Minder te bieden zou schande zijn.


EEN TWEEDEHij is moppig, de oude!


(De menschen komen om hen heen staan).


PEER GYNTGrane, mijn klepper, Wie biedt er?


EEN-UIT-DEN-HOOPWaar loopt hij?


PEER GYNTIn 't Westen, Ver van hier, jongens! Die draver kan rennen, Zoo gauw, zoo gauw, als Peer Gynt maar kon liegen.


STEMMENWat heb je nog meer?


PEER GYNTZoowel lorren als goud! 't Is gekocht met verlies! 'k Verkoop het met schâ.


EEN JONGENRoep op!


PEER GYNTVan een kerkboek een droom! Die 's voor een kromme vischhaak te koop.


DE JONGENNaar den duivel met droomen!


PEER GYNTMijn keizerrijk! Dat gooi ik te grabb'len; je moogt vechten er om!


DE JONGENIs de kroon er bij?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 330 / 354


PEER GYNTVan het prachtigste stroo. Die past d'eersten den besten, die ze zet op zijn hoofd. Hier is nog meer! Een windei, kijk! Een grijs haar van 'n gek! Een profetenbaard! Alles krijgt hij, die mij toont op den berg Den wijzer met opschrift: hier loopt de weg!


(die er bijgekomen is)


DE AMBTENAARMijn goede man, als dat lang nog zoo duurt, Kan het zijn dat je weg regelrecht in arrest voert.


(met zijn hoed in de hand)


PEER GYNTBest mooglijk. Maar zeg mij, wie was Peer Gynt?


DE AMBTENAARGeen gekheid...


PEER GYNTPardon! Ik meen het in ernst!...


DE AMBTENAAROch, ze zeggen hij was een afschuwelijk dichter...


PEER GYNTEen dichter...?


DE AMBTENAARJa, al wat sterk was en groot, Dat stelde hij voor alsof hij 't had gedaan. Maar permitteer,... ik heb andre plichten... (af).


PEER GYNTEn waar is hij nu, die merkwaardige man?


EEN OUDERE MANHij trok over zee naar een ver, vreemd land, Daar ging het hem slecht, als men wel had verwacht... En jaren geleden hing men hem op.


PEER GYNTGehangen? Ja, juist, dat dacht ik wel; Wijlen Peer Gynt bleef tot 't laatst zich gelijk. (groet). Gegroet,... en vriendelijk dank voor van daag!


(gaat enkele schreden verder maar blijft weer staan).


PEER GYNTZeg, vroolijke jongens en mooie meisjes,... Zal ik, op mijn beurt, je nu een verhaal doen?


VERSCHEIDENENJa, weet je er een?


PEER GYNTDan is het in orde...


(Komt nader; er glijdt als een vreemde uitdrukking over zijn gezicht).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 331 / 354


PEER GYNTIn San-Francisco groef ik naar goud. Heel de stad was van kermisvolk vol. Eén kon viool spelen met zijn teenen; Eén danste een Spaanschen dans op zijn knieën. Een derde, hoorde ik, maakte verzen Terwijl men zijn hersenkas doorboorde. Daar kwam ook de duivel met zijn kunsten;... Wou zien, als zoovelen, wat te verdienen. Zijn kunst was dit: op bedrieglijke wijs Te kunnen knorren als een werklijke big. Zijn persoonlijkheid trok, hoewel onbekend. 't Huis was propvol, de verwachting was groot. Hij kwam òp in een mantel met zwierende slippen; Men moet zich "drapiren", als zeggen de Duitschers. Maar onder dien mantel, wat niemand wist... Was 't hem gelukt te verstoppen een big. En nu kon de voorstelling dan beginnen. De duivel kneep en de big gaf geluid dan. 't Geheel werd gegeven als een fantazie Over 't bestaan van de big, gevangen en vrij; Tot slot een schreeuw, als onder 't slagersmes;... Waarna dan de artist buigend groette en ging... 't Geval werd door vaklui besproken heel druk; De toonaard gelaakt, zoowel als geroemd; Het stemgeluid klonk toch te dun, vond de één; Een ander den doodsschreeuw te veel bestudeerd;... Maar allen waren het daarover eens: als geknor Was de prestatie bepaald overdreven... Kijk, zoo ging 't den duivel, omdat hij dom was, En met zijn publiek geen rekening hield.


(Hij groet en gaat heen. Een weifelend zwijgen overvalt de menigte).


PEER GYNTPinksteravond. In het groote bosch. Verder weg, op een stuk ontgonnen land, een hut met een rendiergewei boven den gevel. Peer Gynt kruipt door het hout en zoekt wilde uien.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 332 / 354


PEER GYNTDit hier is een standpunt. Waar is 't volgende? Onderzoek alles, en kies dan het beste. Zoo deed ik ook;... van af keizer Caesar Tot in de diepte naar Nebukadnezar, Zoo moest ik nu toch heel den bijbel doorwerken. De oude kwam weer bij zijn moeder terecht. Er staat immers ook: uit stof zijt gij geboren... Waar 't op aankomt in 't leven, is je pens te vullen. Met uien te vullen? Dat lijkt mij niet bijster;... Ik zal liever sluw zijn en strikken zetten. Hier is weer water, dorst zal ik niet lijden; Onder wilde dieren geld ik als nommer één nog. Als ik eens dood ga,... wat ook wel gebeurt... Dan kruip ik onder 'n omgewaaiden boom; En dek,... als een beer... mij toe met dorre blaren, En snijd in den bast met heel groote letters: Hier rust Peer Gynt, die brave kerel, Keizer van alle andere dieren,... Keizer?


(lacht in zichzelf).


PEER GYNTJij waarzegger, oude dwaas! Je bent geen keizer; je bent een ui. Nu zal 'k je eens schillen, mijn waarde Peer! Het helpt niets of je al huilt of smeekt.


(neemt een ui en schilt laag voor laag af).


PEER GYNTDaar ligt de gehavende buitenste huid, De schipbreukeling op de kiel van de jol. De passagiershuid hier, schraal en dun;... Heeft in haar smaak toch iets weg van Peer Gynt. Daar onder weer zit de goudgravers-ikheid; Het sap is er uit... als 't er ooit in geweest is. Die dikke huid hier, met die harde slip, Is de pelsjager aan de Hudsons-baai. Dat daaronder lijkt op een kroon... dank je wel! Dat gooien wij zonder praatjes maar weg. Hier d'oudheidsnavorscher, kort, maar krachtig. En hier de profeet, kersversch en sappig. Hij stinkt, als geschreven staat, naar leugens, Dat een eerlijk man tranen krijgt in de oogen. Dit huidje, dat week en slap zich laat rollen, Is 't heertje, dat lui en lekker geleefd heeft. Dat nu komt lijkt wel ziek. Het heeft zwarte strepen;... Zwart kan beteeknen priesters en negers.


(plukt er verscheidene tegelijk af).


PEER GYNTWat een verbazende massa lagen! Komt nu de kern niet voor den dag haast?


(plukt de heele ui kapot).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 333 / 354


PEER GYNTNeen, nog altijd niet! Tot 't allerbinnenste Zijn 't allemaal huidjes,... al kleiner en kleiner... De natuur is geestig!


(gooit de overblijfselen weg).


PEER GYNTVervloekt dat gezanik! Ga je aan het denken, kom je slecht te pas soms. Nou, ik heb althans van gevaar niets te vreezen, Want ik lig hier stevig op handen en voeten.


(krabt zich in den nek).


PEER GYNT'n Wonderlijk stel, de heele boel toch! 't Leven als men zegt, heeft een vos achter de ooren; Maar grijpt men er naar, gaat heer vos aan den haal, En men vangt dan wat anders,... of ook niemendal.


(hij is de hut genaderd, krijgt ze in het oog en schrikt).


PEER GYNTDie hut daar? In 't pijnbosch...! O!


(wrijft zich de oogen).


PEER GYNT't Is mij net Of ik eens aan dat bouwwerk kennis had... 'n Rendierschedel, die prijkt aan den gevel...? Een zeemeermin, half visch, half vrouwmensch...! Leugens! Geen zeemeermin!... Spijkers,... planken,... 'n Slot dat afsluit kaboutergedachten...!


(zingt in de hut)


SOLVEJGNu is hier voor 't Pinksterfeest alles bereid. Mijn lieve jongen, zoo ver, ver weg... Je komt toch, zeg? Heb je een zware vracht, Gun je dan tijd;... Je weet dat ik wacht... Dat heb ik gezeid.


(staat op, stil en doodsbleek)


PEER GYNTEen, die getrouw bleef,... en een, die vergat... Een, die bewaard heeft,... en een, die verloor... O, ernst!... En nooit is 't over te doen! O, angst!... Hier lag mijn keizerrijk!


(loopt het bosch in).


PEER GYNTNacht. Pijnbosch. Een boschbrand heeft gewoed. Verkoolde boomstammen mijlen ver. Witte nevels hier en daar over den boschgrond hangend. Peer Gynt loopt haastig door het bosch.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 334 / 354


PEER GYNTAsch en stof en witte dampen,... Al genoeg bouwstoffen hier! Stank en rottend loof van binnen, Saâm te mets'len tot een graf. Schijn, droom, doodgeboren weten, Daarmee wordt het geplaveid dan; Overwelfd, door 't werk, als koepel, Waarvoor leugens treden vormen. Vlucht voor ernst, afkeer van boete, Als een wapenschild er boven... Prijkt er met de oordeelswoorden: Petrus Gyntus Caesar fecit!


(luistert).


PEER GYNTWat een schreien!--kinderstemmen? Schreien, dat op zingen lijkt... Voor mijn voeten rollen kluwen...!


(schopt er naar).


PEER GYNTWeg! Je hindert mij in 't gaan!


(op den grond)


DE KLUWENWij zijn gedachten; Ons moest je denken;... Trippelvoetjes Moest je ons schenken!


(loopt er om heen)


PEER GYNT't Leven schonk ik er aan één;... 't Werd een leelijk, kreupel wicht!


DE KLUWENWij moesten stijgen Als trillende stemmen,... Nu moeten wij rollen Als grauw-garen kluwen.


(struikelt)


PEER GYNTKluwen! Jij vervloekte deugniet! Wou jij vader beentje lichten?


(vlucht).


PEER GYNTVERWELKTE BLâREN (vliegen in het rond). Wij zijn een leuze, Die moest je voeren. Zie hoe de asch ons Jammerlijk scheurde. 'n Worm doorknaagde ons Iedere vezel; Nooit mochten wij vormen Een krans om vruchten.


PEER GYNTNiet voor niet was je ontstaan toch;... Ligt maar stil en dient voor mest nog.


EEN SUIZEN-IN-DE-LUCHTWij zijn gezangen; Ons moest je zingen!... Duizende malen Heb je gesmoord ons. Diep in je ziel eens Lagen en wachtten wij;... Nooit riep je óp ons. Gif in je keel nu!


PEER GYNTGif in jou, jij dwaas gezang! Had ik tijd voor lied en zang?


(slaat zich door het kreupelhout heen).


(druppelen van de takken)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 335 / 354


DAUWDROPPELSWij zijn tranen, Die je niet stortte. IJskorst, die open rijt, Konden wij smelten. Nu zit het ijs vast Om 't hart gevroren; Dicht is de wond nu; En wij zijn machtloos.


PEER GYNT'k Heb gehuild in 't slot van Ronden,... En toch kreeg ik daar een staart aan!


GEBROKEN HALMENWij zijn daden, Die moest je volbrengen; Twijfel, de moordende, Knakte en kloofde ons. Aan 't einde der dagen Komen wij allen Om je aan te klagen,... Dan krijg je 't loon!


PEER GYNTSchurkenstreken! Durf je schrijven Op mijn schuldboek 't negatieve?


(ijlt weg).


(ver weg)


AASE'S STEMFoei, wat een voerman! Ach, je hebt me omgegooid! Sneeuw viel den heelen dag;... Kwaad heeft die mij gedaan... Mis ging de heele rit. Peer, waar is 't slot nu? Verlokt heeft de duivel je Met den stalbezemsteel!


PEER GYNT't Best doe 'k mij maar weg te pakken. Moet 'k bij al mijn zonden ook nog Die des duivels voortaan dragen, Dan zal ik wel gauw bezwijken.


(haastig af).


PEER GYNTEen ander gedeelte van het bosch.


PEER GYNTEen doodgraver! Waar zit je, kerel? Gezang uit balkende kostermonden; Een rouwfloers, gebonden om mijn hoed. Ik heb vele dooden; die begraaf ik nu! DE KNOOPENGIETER (met een kist met gereedschappen en een grooten gietlepel, komt van een zijweg). Goên avond, oude!


PEER GYNTVan 't zelfde, man!


DE KNOOPENGIETER't Schijnt dat je haast hebt. Waar gaat het heen?


PEER GYNTNaar 't kerkhof.


DE KNOOPENGIETERZoo? Ik zie niet heel goed,... Vraag excuus,... heet jij bij geval ook Peer?


PEER GYNTPeer Gynt, is mijn naam.


DE KNOOPENGIETERWel, dat noem ik geluk! Peer Gynt is het juist, dien 'k moet halen van daag.


PEER GYNTMoet je? Wat wil je dan?


(wijst op zijn gietlepel)


DE KNOOPENGIETERKijk maar eens hier; 'k Ben knoopengieter. En jij moet hierin.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 336 / 354


PEER GYNTWaarvoor?


DE KNOOPENGIETEROm opgesmolten te worden.


PEER GYNTGesmolten?


DE KNOOPENGIETERHier, hij is leeg en geschuurd. Je graf is gegraven, je kist gereed. Je lichaam is voor de wormen bestemd;... Maar ik heb order, om, zonder dralen, Op last van mijn Meester je ziel te halen.


PEER GYNTOnmooglijk! Zoo zonder vooraf iets te zeggen...!


DE KNOOPENGIETER't Is een oud gebruik bij geboorte en bij sterven In stilte den dag voor het feest te kiezen, En den held van het feest niets vooruit te zeggen.


PEER GYNTZeer zeker. Mijn hoofd draait mij wel een beetje. Je bent dus...?


DE KNOOPENGIETERJe hoorde 't toch:... knoopengieter.


PEER GYNTBegrepen! Veel namen heeft 't lieve kindje. Zoo zoo, Peer, kom je dus daar te belanden! Maar dit, goede vriend, is geen eerlijk spel! Ik weet dat ik beet're behandling verdien;... Ik ben niet zoo slecht als je denkt misschien,... Heb hier op aarde ook wel goeds gedaan;... Op zijn ergst kan men een domkop mij noemen,... Maar volstrekt niet zoo'n bizonder groot zondaar.


DE KNOOPENGIETERNeen, dáár zit ook juist de knoop, mijn vriend; Je bent ook geen zondaar in hoogeren zin; En daarom ontkom je dan ook aan de hel, En komt in mijn lepel, als zoovelen meer.


PEER GYNTNoem 't zooals je wilt,... lepel of hel; Brown stout of ale, 't is allebei bier. Weg Satan!


DE KNOOPENGIETERJe bent toch niet zoo onbeleefd Om te denken dat 'k loop op een paardevoet?


PEER GYNTOp paardevoet of vosseklauw,... Pak je weg! En let op wat je doet!


DE KNOOPENGIETERGoede vriend, je verkeert in een groote dwaling. Wij hebben allebei haast, en om tijd te sparen Zal ik je grondig de zaak verklaren. Je bent, als je zelf daareven gezegd hebt, Niet wat men noemt een waarlijk groot zondaar; Op z'n best middelmatig...


PEER GYNTKijk, nu begin je Verstandig te praten...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 337 / 354


DE KNOOPENGIETERJa... wacht nog even; Maar je deugdzaam te noemen, zou wat te ver gaan...


PEER GYNTDaar maak ik ook heelemaal geen aanspraak op.


DE KNOOPENGIETERDus zoo tusschenbeiden, zoo om en bij. Een zondaar van 't echte voorname slag Vindt men tegenwoordig niet zoo langs den weg; Daar hoort wat meer toe dan ploetren in vuil; Echte zonde eischt ernst, echte zonde eischt kracht.


PEER GYNTJa, dat 's waarachtig een juiste bewering; Je moet er op los gaan als de oude Vandalen.


DE KNOOPENGIETERJij, evenwel, nam de zonde licht op.


PEER GYNTUitwendig maar, man, als een vuile vlek.


DE KNOOPENGIETERNu worden wij 't eens. De zwavelpoel Is niet voor jullie, die ploetert in 't vuil...


PEER GYNTEn dus, goede vriend, kan 'k vrij weer heengaan?


DE KNOOPENGIETERNeen, dus wordt je opgesmolten, man.


PEER GYNTWat is dat voor een streek, die je hebt bedacht Hier thuis, terwijl ik in 't buitenland was?


DE KNOOPENGIETER't Gebruik is zoo oud als de slang en haar wording, En berekend om waardeverlies te voorkomen. Je kent toch het handwerk,... weet wel dat vaak Een gietsel mislukken kan, en niets meer waard is; Soms worden het knoopen zonder oog. Wat zou jij doen?


PEER GYNT'k Gooide 't gietsel weg.


DE KNOOPENGIETERJawel; Jon Gynt verstond ook dat kunstje, Zoo lang er nog geld was in geldkist en zak. Maar, Meester, zie je, die is heel spaarzaam; En daardoor is hij 'n welgesteld man. Hij gooit 't minste niet weg, als geheel ondeugdlijk, Zoo het als grondstof nog valt te gebruiken. Jij was bedoeld als een blinkende knoop Op 't vest van de wereld; maar 't oog hield niet. Daarom moet 'k je nu met het uitschot smelten, Om, zooals 't heet, òp te gaan in de massa.


PEER GYNTJe bedoelt toch niet mij met Jan, Piet en Klaas Samen op te smelten, weer tot iets nieuws?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 338 / 354


DE KNOOPENGIETERJa, dat is inderdaad juist mijn plan. Dat hebben we al zoo vaak gedaan. In Kongsberg doen zij hetzelfde met de munten, Waar de stempel van afsleet door 't lange rollen.


PEER GYNTMaar dat 's toch een gemeene schraperij! Beste vriend, hoor eens, laat mij nu vrij!... Een knoop zonder oog, een versleten stuk geld,... Wat is dàt nu voor iemand in je Meesters positie?


DE KNOOPENGIETERO, hoe dan ook, als de geest er nog in is, Heeft als metaal iemand altijd nog waarde.


PEER GYNTNeen, zeg ik! Neen! Met hand en tand Zal ik mij verzetten. Alles liever dan dat!


DE KNOOPENGIETERMaar wàt dan anders? Wees toch verstandig, Je bent toch niet luchtig genoeg voor den hemel...


PEER GYNT'k Ben bescheiden; mijn streven gaat niet zoo hoog; Maar van mij zelf geef ik niets af. Laat mij straffen op de oude manier, volgens recht! Zet mij een tijdlang bij hem-met-de-hoef,... Een honderd jaren, als 't niet minder kan; Kijk, dat is iets wat iemand kan dragen; Want de pijn is toch enkel maar moreel En dus ook wel niet zoo pyramidaal. Het is een overgang, zooals er staat, En zooals de vos zei:... men wacht dan; eens slaat Het uur der verlossing; men trekt zich terug, En hoopt maar intusschen op betere dagen... Maar dat andere,... óp te moeten gaan In een vreemd, onverschillig lichaam, als damp,... Die gietlepel-manier, dat oplossen van Gynt,... Dat brengt in oproer mijne heele ziel!


DE KNOOPENGIETERMaar, waarde Peer, hoe kom je er bij Zoo'n drukte te maken voor een kleinigheid. Je bent nooit vroeger je zelf geweest;... Wat hindert 't dan nu of je heelemaal sterft?


PEER GYNTBen ik nooit geweest...? Nu moet ik toch lachen! Peer Gynt is wat anders geweest dus? Och kom! Neen, Knoopengieter, je praat in den blinde. Kon je doorzoeken mijn hart en mijn nieren, Dan vondt je daar Peer, en nog eens Peer. En stellig niets anders en ook niet veel meer.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 339 / 354


DE KNOOPENGIETERDat kan toch niet waar zijn. Hier heb ik mijn order. Kijk, hier staat duidlijk: Peer Gynt moet je halen. Hij heeft zijn levensbestemming gemist. In den gietlepel met hem, als mislukte waar.


PEER GYNTMalligheid! Er is zeker een ander bedoeld. Staat er werkelijk Peer? Is 't niet Rasmus of Jon?


DE KNOOPENGIETERDie heb ik al lang geleden gesmolten. Kom dus nu goedschiks en verspil geen tijd meer!


PEER GYNTWaarachtig niet! Ja, dat ware wat moois Als het morgen dan bleek dat een ander bedoeld was. Jij bent verantwoordelijk, mijn goede man! Pas dus maar op, voor wat volgen kan...


DE KNOOPENGIETERIk heb 't hier op schrift toch...


PEER GYNTMaar gun mij toch tijd!


DE KNOOPENGIETERWat wil je dan doen?


PEER GYNTBewijzen wil ik, Dat ik was mijzelf mijn heele leven; En dat is toch de kwestie waarover wij keven.


DE KNOOPENGIETERBewijzen? Hoe?


PEER GYNTMet getuigen en attesten.


DE KNOOPENGIETERIk vrees dat mijn meester die niet zal erkennen.


PEER GYNTOnmooglijk! Maar dat is van later zorg! Goede vriend, laat mij stellen mijzelf als borg; Ik kom gauw weer terug. Men komt ééns maar ter wereld, En men houdt aan zichzelf, als schepsel, vast. Zeg zijn wij 't nu ééns, hè?


DE KNOOPENGIETERNou, 't zij zoo, dan. Maar onthoû, 'k vind je weer op den volgenden kruisweg!


(Peer Gynt loopt hard weg).


DE KNOOPENGIETERVerder weg in het bosch.


(in volle vaart)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 340 / 354


PEER GYNTTijd is geld, als geschreven staat. Als je nu maar wist waar een kruisweg komt... Misschien is 't nog ver, misschien al vlak bij, De grond brandt mij hier als gloeiend metaal. 'n Getuige! 'n Getuige! Waar vind ik er een? Het is haast ondenkbaar hier in het bosch. De wereld is knoeiwerk. De inrichting slecht, Als iemand moet bewijzen zijn zonneklaar recht. (Een kromgebogen, oude man, met een stok in de hand en een zak op zijn rug, sukkelt voor hem uit).


(blijft staan)


DE OUDEAch, goede heer; een aalmoes voor een dakloos man!


PEER GYNT't Spijt me; ik heb geen klein geld bij de hand...


DE OUDEPrins Peer! Neen maar! Dat is een ontmoeting...


PEER GYNTWie ben je?


DE OUDEKent hij den oude van Ronden niet meer?


PEER GYNTMaar je bent toch niet...?


DE OUDEDe Kabouterkoning, ja!


PEER GYNTDe Kabouterkoning? Meen je 't? De Kabouterkoning, zeg?


DE OUDEOch ja, ik ben er maar heel slecht aan toe...!


PEER GYNTGeruïneerd?


DE OUDEUitgekleed tot op het hemd. Nu loop ik te bedelen met een honger als 'n wolf.


PEER GYNTHoera! Zoo'n getuige groeit niet aan de boomen!


DE OUDEMeneer de prins is ook grijs geworden, sinds ik hem zag.


PEER GYNTWaarde schoonpapa, de jaren knagen en slijten. Nou; wij halen 'n streep door private affaires,... En, bovenal geen familietwist. Ik was een dolleman...


DE OUDEOch ja, och ja;... Maar wijs was de prins dat hij de bruid niet wou; Daardoor heeft hij zich verdriet en schande bespaard! Want sedert heeft zij zóó er op los geleefd...


PEER GYNTOch kom!


DE OUDEZij ging geheel haar eigen gang; En nu,... denk eens aan, woont zij samen met Trond.


PEER GYNTWelken Trond?


DE OUDEVan de Valbergen.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 341 / 354


PEER GYNTHem? Wel, wel; Hij was 't wien ik eens drie meiden ontstal.


DE OUDEMijn kleinzoon is groot, en dik en vet geworden, En heeft knappe kindren over 't heele land...


PEER GYNTJa, goede man, spaar mij je verhalen;... Er ligt mij iets heel anders nu op 't hart... Ik ben in een moeilijk parket geraakt, naamlijk... En verlang een getuignis of een attest;... Daarmee kan nu schoonpapa mij helpen 't best... 'k Heb daar natuurlijk wel wat voor over...


DE OUDEZoo zoo? Kan ik meneer den prins van dienst zijn? Misschien krijg ik dan ook een getuigschrift in ruil?


PEER GYNTMet plezier. 'k Zit een beetje slecht in m'n contanten, En moet zuinig zijn, en sparen aan alle kanten. Maar hoor nu wat de zaak is. Je weet nog wel Toen ik om je dochter kwam, op Ronden, dien dag...


DE OUDEDat zal waar zijn, prins!


PEER GYNTLaat dat prins nu maar weg! Genoeg. Jullie wilden met alle geweld toen Mij 't gezicht benemen door een snee in de lens, En van Peer Gynt een kabouter maken. Wat deed ik toen? Ik bleef mij verzetten,... Zwoer dat ik mijn eigen zin wou volgen; Ik deed afstand van liefde en eer en macht, Enkel en alleen om mijzelf te zijn. Dit feit, zie je, moet je voor de rechtbank bezweren...


DE OUDEDat kan ik niet!


PEER GYNTWat beteekent dat nu?


DE OUDEJe wilt mij toch niet tot een leugen dwingen? Je weet toch wel dat je onze broek aantrok, En dronk van de mede...?


PEER GYNTJa, je lokte verleidend,... Maar tegen 't beslissende bleef 'k mij verzetten. En het is juist dááraan dat men zijn man kent. De slotwoorden zijn het waar het op aan komt.


DE OUDEMaar aan het slotwoord hieldt je juist vast.


PEER GYNTWat moet dat nu weer?


DE OUDEToen je Ronden verliet, Schreef jij je achter 't oor mijn levensleuze.


PEER GYNTWelke?


DE OUDEHet woord... 't afsnijdende, sterke...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 342 / 354


PEER GYNTHet woord?


DE OUDEDat ons scheidt van het menschenvolk, En zegt: kabouter, wees u zelf genoeg!


(wijkt achteruit)


PEER GYNTGenoeg!


DE OUDEEn je hebt je heele leven Sedert altijd daarnaar gehandeld.


PEER GYNTIk! Peer Gynt?


(huilt)


DE OUDEDat 's toch ondankbaar! Je leefde als 'n kabouter maar hieldt het verborgen. 't Woord, dat ik je leerde, stelde je in staat Om vooruit te komen als 'n welgesteld man!... En nu kom je hier en wilt niets meer weten Van mij en van 't woord, waaraan je 't hebt te danken.


PEER GYNTGenoeg! 'n Kabouter! Een egoïst! Dat is toch alles onzin; 't is zeker een streek!


(haalt een pak oude couranten te voorschijn)


DE OUDEJe weet zeker niet dat wij ook een krant hebben? Wacht; dan zal je eens zien hier, rood op zwart, Hoe de "Bloksberg-post" je prijst en verheerlijkt; En dat zelfde deed ook de "Heklaberg-courant", Al sinds den winter toen je vertrok... Wil je ze lezen, Peer? Doe 't dan gerust; Hier staat iets onderteekend met: "Paardehoef", En hier: "Van 't kabouterachtig-nationale". De schrijver discht hier de waarheid op Dat het weinig aankomt op staart en horens, Als je er verder van binnen maar op gelijkt. "Ons genoeg", zegt hij, "drukt kabouters" stempel "Op den man",... en dan noemt hij jou als exempel.


PEER GYNT'n Kabouter? Ik!


DE OUDEJa, 't lijkt er wel naar.


PEER GYNTKon dus net zoo goed gebleven zijn, waar ik was? Kon in Ronden blijven zitten op mijn doode gemak? Sparen zorg en moeite en schoenen menig paar? 'n Kabouter... Peer Gynt!... Dat is onzin! Dat 's klets! Vaarwel! Daar heb je een fooitje voor tabak.


DE OUDEMaar, lieve prins Peer!


PEER GYNTKom, je bent gek, Of misschien kindsch. Zoek een hospitaal op.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 343 / 354


DE OUDEOch, dat is het nu juist wat ik zoek. Maar mijn kindskindren, zooals ik al zei, Hebben verbazend veel invloed in 't land; En zij zeggen, dat 'k enkel besta in boeken. Men zegt wel eens, van je familie moet je het hebben... Ik stakkerd, voel wat een waar woord dat is. 't Is hard om voor leugen en nonsens te gelden...


PEER GYNTGoede man, dat ongeluk overkomt velen.


DE OUDEEn wij zelf hebben geen armenkas, Geen spaarpot, hulpkas of bedeeling;... In Ronden zou zoo iets toch ook niet gaan.


PEER GYNTNeen, dáár gold dat helsche: wees je zelf genoeg!


DE OUDEO, de prins mag zich over dat woord niet beklagen. En als hij, op eene of andere wijs...


PEER GYNTManlief, je bent heelemaal op een dwaalspoor. Ik ben zelf, als men zegt, zoo kaal als een kerkrot...


DE OUDEDat kan toch niet waar zijn? Is de prins ook arm?


PEER GYNTStraatarm. Mijn prinselijk ik is verpand. En dat 's jullie schuld, vervloekte kabouters! Zoo ziet men wat 't gevolg is van slecht gezelschap.


DE OUDEDan is dus de kans voor mij ook weer verkeken! Vaarwel! 'k Zal mijn best doen de stad te bereiken.


PEER GYNTWat wil je daar?


DE OUDEGaan naar de comedie. Zij vragen in de krant nationale sujetten...


PEER GYNTNu, goede reis dan; en groet hen van mij. Als 'k los komen kan, ga ik ook maar dien weg. Dan schrijf ik een farce, dwaas en diepzinnig, Die heeten zal: "Sic transit gloria mundi."


(Loopt hard weg. De Oude roept hem nog na).


PEER GYNTAan een kruisweg.


PEER GYNTNu komt het er op aan, Peer, meer nog dan ooit! Dat kaboutersche woord heeft het oordeel geveld. 't Schuitje is wrak, je moet drijven op planken. Alles liever dan in den hoop oude lorren!


(op het kruispunt)


DE KNOOPENGIETERNu dan, Peer Gynt, waar is nu je attest?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 344 / 354


PEER GYNTIs 't hier weer een kruisweg? Dat is vlug, hoor!


DE KNOOPENGIETERIk lees op je gezicht net als in een boek, Wat 't papier vertelt, nog vóór ik het zie.


PEER GYNTDat rennen verveelt mij;... je loopt telkens mis...


DE KNOOPENGIETERJa, en dan nóg, wat helpt het je?


PEER GYNTNatuurlijk; zoo 's nachts in het dichte bosch...


DE KNOOPENGIETERGinds loopt een oude man. Wil je dat 'k hem hier roep?


PEER GYNTNeen, laat hem maar gaan. Hij is toch dronken!


DE KNOOPENGIETERMaar misschien zou hij...


PEER GYNTStil; neen... laat hem loopen!


DE KNOOPENGIETERNou... zijn wij dan klaar?


PEER GYNTEén vraag nog maar! Wat is dat: "zichzelf te zijn" welbeschouwd toch?


DE KNOOPENGIETEREen zonderling vragen, vooral in den mond van Een man, die nog pas...


PEER GYNTGeef kort en goed antwoord!


DE KNOOPENGIETERZichzelf te zijn, is: zichzelf te dooden. Maar voor jou is die uitleg bepaald niet genoeg? Laat ons zeggen daarom: overal te verschijnen Met mijn Meesters bedoeling als uithangbord.


PEER GYNTMaar als iemand nu nooit te weten kwam Wat Meester vóór had met hem?


DE KNOOPENGIETERDat moet hij voelen.


PEER GYNTMaar hoe dikwijls misleiden gevoelens ons,... En dan gaat men ad undas zoo ongemerkt.


DE KNOOPENGIETERZeer waar, Peer Gynt; 't gebrek aan juist voelen Doet hem-met-de-hoef, de beste vangst doen.


PEER GYNTDit is een beroerd verwarde historie,... Hoor eens, 'k doe afstand van mijzelf-te-wezen;... Het kon mooglijk lastig zijn het te bewijzen. Dat gedeelte van de zaak houd ik voor verloren. Maar onlangs, toen 'k hier eenzaam dwaalde door 't pijnbosch, Voelde ik mijn geweten toch ernstig knagen; Ik zei tegen mijzelf: je bent toch een zondaar.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 345 / 354


DE KNOOPENGIETERNu schijn je van nieuw af weer te beginnen...


PEER GYNTWel neen, volstrekt niet; een groot zondaar, meen ik; Niet in daden alleen, ook in woorden en willen. In 't buitenland heb ik schandalig geleefd...


DE KNOOPENGIETERKan wel zijn; maar 'k zou 't geregistreerd moeten zien.


PEER GYNTJa, gun mij maar tijd, dan zoek ik een priester, En biecht hals over kop, en breng je zijn attest dan.


DE KNOOPENGIETERJa, als je dat brengt dan is het in orde, En blijf je gespaard voor de gietlepel-kwestie. Maar mijn order, Peer...


PEER GYNTDat papier is oud; Dat moet van een vroeger tijdperk dateeren;... Toen leefde ik een tijd, zoo misselijk en week En speelde profeet en geloofde aan 't Fatum. Dus, mag ik 't beproeven?


DE KNOOPENGIETERJa, maar...!


PEER GYNTOch kom,... Je hebt toch zeker zooveel niet te doen, Hier in 't district is de lucht zoo gezond;... De menschen hier leven zooveel langer daardoor. Bedenk wat de priester van Justedal schreef: "'t Komt zelden voor dat iemand sterft hier in 't dal."


DE KNOOPENGIETERTot den volgenden kruisweg... maar dan niet langer.


PEER GYNTEen priester, al moest 'k er een grijpen met tangen!


(draaft weg).


PEER GYNTHeideheuvel. De weg gaat slingerend opwaarts.


PEER GYNTDie kan mij nog dienen tot velerlei, Zei Esben, en raapte een eksterwiek op. Wie kon nu denken dat zijn zondenschuld Hem den laatsten avond nog vrij maken zou? Nou, eigenlijk blijft 't zaakje al even leelijk, Want 't brengt me uit de asch in het vuur toch ten slotte;... Maar er is ook een troostwoord, oud en beproefd,... Dat zegt: zoo lang er leven is, is er nog hoop. (Een magere persoon, in een hoog opgenomen priesterkleed en met een vogelvangersnet over den schouder, loopt snel den heuvel op).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 346 / 354


PEER GYNTWie daar? Een priester met 'n vogelnet? Peer, je bent toch de lieveling van 't geluk! Goeden avond, eerwaarde! Het pad is steil...


DE MAGEREDat is 't; maar wat doet men al niet voor een ziel?


PEER GYNTAha; is er een die gaat hemelen?


DE MAGERENeen; Ik hoop dat hij is op een and'ren weg.


PEER GYNTEerwaarde, mag 'k met u meegaan een eindje?


DE MAGEREHeel graag. Gezelschap is mij altijd welkom.


PEER GYNTIk heb iets op mijn hart, en...


DE MAGEREHeraus! Vooruit!


PEER GYNTU ziet hier vóór u 'n fatsoenlijk man. Ik heb nooit gezondigd tegen de wet; Heb nooit gezeten achter grendel en slot. Doch, somtijds verliest men vasten voet En struikelt...


DE MAGEREDat gebeurt ook den beste... ach ja!


PEER GYNTDe kleine zonden...


DE MAGEREKleine enkel?


PEER GYNTJa; Van zonden "en gros" hield ik altijd mij vrij.


DE MAGEREJa, goede vriend, laat mij dan met rust;... Ik ben niet de man voor wien u mij houdt... U kijkt naar mijn vinger? Wat vindt u daaraan?


PEER GYNTEen merkwaardig ontwikkeld nagelsysteem.


DE MAGEREEn nu weer? U kijkt zoo naar mijn voet?


(wijzend)


PEER GYNTIs die hoef ook een echte?


DE MAGEREJa, daar vlei ik mij mee.


(neemt zijn hoed af)


PEER GYNT'k Had een eed willen doen dat u priester was; En dus heb ik de eer... Wel, beter is best; Staat de zaaldeur open... mijd dan de keuken; Kan je terecht bij den koning... laat den lakei staan!


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 347 / 354


DE MAGEREUw hand! U schijnt mij zonder vooroordeel. Nu, vriendlief, waar kan ik u mee van dienst zijn? Maar u moet mij niet vragen om macht of geldswaarde, Dat kan 'k u niet verschaffen, al wou u mij ook hangen. U kan niet begrijpen welk een slapte er is in zaken. Er is zoo'n geweldige achteruitgang in den omzet; Niets geen aanvoer van zielen; maar zoo nu en dan Een enkle...


PEER GYNTHeeft 't menschdom zich zoo merkbaar verbeterd dan?


DE MAGEREIntegendeel, het is juist schandelijk achteruit gegaan: De meesten komen in 'n gietlepel terecht.


PEER GYNTJa, ja,... van dien lepel heb 'k ook wat gehoord; 't Was eigenlijk naar aanleiding dáárvan dat 'k kwam.


DE MAGERESpreek vrij uit!


PEER GYNTAls 't niet onbescheiden is, Dan zou ik wel wenschen...


DE MAGEREEen toevluchtsoord? Wat?


PEER GYNTU raadt mijn verzoek al, nog vóór ik het uit. 't Bedrijf gaat, zoo zegt u, niet bijster goed; Misschien neemt u het daarom niet al te nauwkeurig...


DE MAGEREMaar, vriendlief...


PEER GYNTMijn eischen zijn niet buitensporig. Eenig loon is eigenlijk volstrekt niet noodzakelijk; Enkel vriendlijke omgang, naar omstandigheid en plaats.


DE MAGEREWarme kamer?


PEER GYNTNiet ál te warm;... en liefst Verlof om weer heen te gaan, vrank en vrij,... 't Recht, zooals men 't noemt, om terug te treden, Als zich gelegenheid opdoet om 't beter te krijgen.


DE MAGEREMijn goede vriend, dat zal moeilijk gaan; U zou niet gelooven, wat een massa verzoeken Van dergelijken inhoud, de menschen mij sturen, Als zij van hun aardsche werk weg moeten.


PEER GYNTMaar als ik mijn vroeger leven herdenk nu, Dan komt mij het toegangsrecht, meen ik, wel toe...


DE MAGERE't Was maar klein werk toch...


PEER GYNTWat men zoo noemt;... Doch, het viel mij nu in, ik dreef handel in negers...


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 348 / 354


DE MAGEREZij dreven wel handel in zinnen en willen, Maar zij deden het dom, en kwamen ook niet binnen.


PEER GYNTIk verzond ook veel Brahma-figuren naar China.


DE MAGEREWat een bombast en bluf! Dat 's voor ons om te lachen! Er zijn er die erger figuren uitzenden In preeken, in kunsten en litteratuur... Toch moeten zij buiten staan...


PEER GYNTMaar nog meer... U moet weten,... ik heb voor profeet gespeeld.


DE MAGEREIn 't buitenland? Humbug! De meeste kijkers "Ins Blaue" komen terecht in den lepel. Heeft u anders niet om u op te beroepen Dan kan 'k, tot mijn spijt, u geen onderdak geven.


PEER GYNTJawel, luister...: 'k leed schipbreuk... zat op een wrak... En wie verdrinkt grijpt naar een stroohalm,... En er staat geschreven: zichzelf is men het naast,... En zoo verloor, half door mij, een kok het leven.


DE MAGERE'k Had liever gehoord dat een keukenmeid Tegelijk iets anders verloor, half door u. Wat zijn dat nu toch voor praatjes van "half"?... Met alle respect... Wie, denkt u, heeft lust om Het kostbare vuur te stoken, in tijden Als deze, voor zulk karakterloos volk? Word niet boos; uw zonden zijn boevenstreken; Excuseer dat ik ronduit maar zeg mijn opinie... Neen, beste vriend, zie daarvan af; En maak u vertrouwd met de lepelgedachte. Wat wint u er bij, of 'k u kost geef en woning? Denk na toch; u is een verstandig man. Ja, herinring behoudt u; dat is wel waar;... Maar 't uitzicht over 't áchter-u-liggende land Werd, voor uw hart en voor uw verstand, Een uitkijk over een dorre vlakte. Niets heeft u om over te huilen, te lachen, Niets om over te juichen of wanhoop te voelen; Enkel dingen waarover u ergernis voelt.


PEER GYNTGeschreven staat: dat men niet oordeelen kan Waar de schoen wringt, heeft men dien zelf niet aan.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 349 / 354


DE MAGEREDat is waar; ik heb... die-en-die zij geloofd,-- Enkel behoefte aan een ònpare laars. Maar 't was 'n geluk dat ik sprak van laarzen; Het herinnert mij dat ik verder moet... Ik moet uit op gebraad, naar ik hoop dik en vet; En ik sta mijn tijd hier maar te verpraten...


PEER GYNTEn mag ik ook vragen, welk zondenvoeder Dien kerel gemest heeft?


DE MAGEREZoover ik weet, Was hij altijd zichzelf, bij nacht en bij dag; En dat is toch ten slotte de hoofdzaak maar.


PEER GYNTZichzelf? Komt dan dát soort bij u in huis?


DE MAGEREZoo als 't uitkomt; de deur staat althans op een kier. Bedenk, men kan zijn op tweeërlei wijs Zichzelf: zijn de rechterkant of de verkeerde. U weet, men heeft pas te Parijs uitgevonden Om portretten te maken met hulp van de zon. Men kan geven daarop directe beelden, Of negatieve, die evenveel waard zijn,... Alleen dat daar licht en schaduw verkeerd zijn,... En voor leeken-oogen dus leelijk lijken; Maar gelijkenis ligt er toch ook in deze, En het is maar de zaak die te voorschijn te halen. Heeft nu een ziel in haar levenswandel Zich negatief gefotografeerd, Wordt daarom de plaat nog niet gebroken,... Men stuurt die dood-eenvoudig aan mij. Ik neem die dan onder verdre behandling, En passende midd'len bewerken verandring. Wij stoomen, wij baden, wij branden, wij poetsen, Met zwavel en meer zulke ingrediënten, Tot het beeld verschijnt dat de plaat moest geven,... Dat naamlijk, wat men noemt 't positieve. Maar heeft men, als u, zich half uitgewischt,... Dan helpen geen zwavel of kaliloog meer.


PEER GYNTDus wie bij u komt, zwart als een raaf, vertrekt Als een witte patrijs? Mag 'k vragen welke naam Er staat onder 't negatieve portret, Dat u nu tot een positief maken moet?


DE MAGEREEr staat Peter Gynt.


PEER GYNTPeter Gynt? Och kom! En is Gynt zichzelf?


DE MAGEREDat bezweert hij, ja.


PEER GYNTNu, geloofwaardig is hij, die meneer Peer.


DE MAGEREKent u hem wellicht?


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 350 / 354


PEER GYNTOch ja, wel zoo wat;... Men kent zooveel menschen.


DE MAGEREIk heb weinig tijd... Waar zag u hem 't laatst?


PEER GYNTDat was aan de Kaap.


DE MAGEREDi buona speranza!


PEER GYNTJa, maar hij vertrok weer Met 't eerstvolgende schip, als 'k goed mij herinner.


DE MAGEREDan moet ik er heen, op staanden voet. Als 'k hem nu nog maar bijtijds kan vangen! Dat Kaapland... daaraan had ik altijd het land; Daar zijn van die kwade zendelingen van Stavanger.


(zuidwaarts af).


PEER GYNTZoo'n stommerik! Daar gaat hij aan den haal Als een hijgende hond, met de tong uit den bek! 't Was mij een wellust hem te bedotten. Zoo'n kerel verbeeldt zich wat en speelt den baas nog! 't Is wel de moeite waard om zich dik te maken. Zijn ambacht zal hem niet den mond open houden; Straks valt hij van de graat nog met al zijn drukte... Hm, ik zit ook niet zoo heel vast in het zadel; Ik ben uitgestooten, kan 'k zeggen, van den eigen-zelf adel.


(een vallende ster licht; hij knikt haar toe).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 351 / 354


PEER GYNTGroet van Peer Gynt, broer meteoor! Lichten, dooven en vergaan in een zucht... (Huivert als in angst, en loopt dieper de nevels in; na een poos zwijgen schreeuwt hij het uit:) Is er niemand, niemand in 't heele woelen... Niemand in den afgrond, niemand in den hemel...! (Komt een eind lager weer te voorschijn, gooit zijn hoed op den grond en grijpt zich met de handen in 't haar. Zachtjes aan wordt hij kalmer). Zoo onzegbaar arm kan een menschenziel Terugvallen in grauwe neev'len van 't Niet. O, heerlijke aarde, wees niet verstoord, Dat ik trad op uw gras, zonder nut te doen. O, heerlijke zon, die uw stralen zondt In een leege hut, waar geen mensen ze begroette. Er zat niemand binnen om te warmen, te koestren,... De eigenaar, zei men, was altijd van huis. Heerlijke zon, en heerlijke aarde, Waarom deedt gij mijn moeder ontstaan in uw licht? Geest is maar schaarsch, de natuur is verkwistend, Het is hard zijn geboorte te boeten met 't leven... Naar boven wil ik, naar de heel hooge toppen; Nog éénmaal wil ik zien opgaan de zon, Moe staren mij op het beloofde land, Zien in een sneeuwval mijn rustbed te vinden; Daar kan men dan schrijven: "hier ligt niemand begraven". En dan,... daarna...! moet 't maar gaan zooals 't kan.


(Kerkgangers zingen op den boschweg).


PEER GYNTGezegende morgen, Toen vurige tongen Uit 't Godsrijk neerdaalden op aard'! Van de aarde nu stijgen Der kindskindren zangen, Tot lof van den Heiligen Geest!


(krimpt verschrikt ineen)


PEER GYNTNiet daarheen zien! Daar is nacht en verderf... Ik ben bang dat ik dood was lang vóór ik stierf!


(Wil door het kreupelhout wegsluipen, maar stuit op een kruisweg).


DE KNOOPENGIETERGoêmorgen, Peer Gynt, waar is 't zondenregister?


PEER GYNTZou je niet denken dat ik aanriep en floot Wat in mijn bereik viel?


DE KNOOPENGIETEREn je vondt niemand?


PEER GYNTNiemand,... dan een reizenden fotograaf.


DE KNOOPENGIETERJa, 't verlof is nu uit.


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 352 / 354


PEER GYNTAlles is uit. De uil speurt een prooi. Hoor je hem huilen?


DE KNOOPENGIETERIk hoor enkel maar klokken...


(wijzend)


PEER GYNTWat is daar dat schijnsel?


DE KNOOPENGIETERDat 's maar licht in een hut.


PEER GYNTWat is dat voor geluid...?


DE KNOOPENGIETERDat 's maar een zingende vrouw.


PEER GYNTJa daar,... dáár vind ik Mijn zondenregister...


(pakt hem beet)


DE KNOOPENGIETERBeschik je huis!


(Zij zijn uit het hout gekomen en staan bij de hut. De dag breekt aan).


PEER GYNTMijn huis beschikken? Dáár is het! Weg! Ga heen! Was de lepel zoo groot als een kist... Voor mij en mijn zondenlijst ware er geen ruimte.


DE KNOOPENGIETERTot den derden kruisweg, Peer; maar dán...!


(hij buigt op zij af en verdwijnt).


(dichter bij het huis)


PEER GYNTHeen en terug, het is even lang. Er uit of er in, 't is een zelfde gang. (blijft stilstaan). Neen!... Als een wilde, oneindige klacht Is 't naar huis te gaan, binnen, en weer terug.


(gaat enkele stappen verder, maar blijft weer staan).


PEER GYNTBuitenom, zei Böjgen!


(hoort zingen in de hut).


PEER GYNTNeen, dezen keer Dwars er doorheen, hoe moeilijk het ook zij! (Hij loopt hard naar het huis toe; op hetzelfde oogenblik komt Solvejg de deur uit, gekleed voor de kerk en met het gezangboek in haar zakdoek gewikkeld; een stok in de hand. Zij staat rechtop, hoog en zachtzinnig).


(laat zich op den drempel neervallen)


PEER GYNTWil je een zondaar verdoemen, spreek het dan uit!


SOLVEJGDaar is hij! Daar is hij! God zij geloofd!


(zoekt tastend naar hem).


PEER GYNTKlaag 't uit hoe zwaar ik gezondigd heb!


SOLVEJGMijn eenige jongen! Je zondigde niet!


(tast weer en vindt hem).


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 353 / 354


(achter het huis)


DE KNOOPENGIETER't Register, Peer Gynt?


PEER GYNTSchreeuw uit mijn misdaad!


(gaat bij hem neerzitten)


SOLVEJGDoor jou werd mijn leven een mooi gezang. Wees gezegend dat je weer bij mij kwam! Gezegend het Pinksterfeest, waarop we elkaar weerzien.


PEER GYNTDan ben 'k verloren!


SOLVEJGEén is er die raad weet.


(lacht)


PEER GYNTVerloren! Tenzij je kunt raadsels oplossen!


SOLVEJGNoem ze.


PEER GYNTNoem ze! Wel ja! Komaan! Kan je zeggen waar Peer Gynt is geweest al dien tijd?


SOLVEJGGeweest?


PEER GYNTIn zijn borst 't bestemmingsmerk dragend! Geweest... zoo als God hem gewild en gedacht had! Kan jij dat zeggen? Zoo niet, dan moet ik weg... En ondergaan in de nevellanden.


(glimlacht)


SOLVEJGO, dat 's licht te raden.


PEER GYNTZeg dan wat je weet! Waar was ik, als mij zelf, als de heele, de ware? Waar was ik, met Gods stempel gemerkt in mijn wezen?


SOLVEJGIn mijn geloof, in mijn hoop en in mijn liefde.


(schrikt terug)


PEER GYNTWat zeg je...! Stil! Die woorden zijn waan! Van den jongen in mij, was moeder jij zelf!


SOLVEJGDat ben ik, ja, maar wie is zijn vader? Dat is hij, die vergeeft om moeders gebeden.


(een lichtglans glijdt over hem heen; hij roept uit)


PEER GYNTMoeder! Vrouw! Reine, onschuldige maagd!... O, berg mij, berg mij in je ziel! (Hij klampt zich aan haar vast en verbergt zijn gezicht in haar schoot. Lang zwijgen. De zon komt op).


(zachtjes zingend)


Vijfde bedrijfBokRobot · Pagina 354 / 354


SOLVEJGSlaap nu, liefste jongen mijn! Ik zal je wiegen, ik zal waken... Mijn jongen zat op zijn moeders schoot. Zij speelden samen hun leven lang. Mijn jongen sliep aan zijn moeders borst Zijn leven lang. God zegen je, mijn vreugd! Mijn jongen lag zoo dicht bij mijn hart Zijn levenlang. Nu is hij zoo moe. Slaap nu liefste jongen mijn! Ik zal je wiegen, ik zal waken!


(achter het huis)


DE STEM VAN DEN KNOOPENGIETERWij zien elkaar weer op den laatsten kruisweg; En dan zullen wij zien, of...; ik zeg niets meer.


(zingt luider in het licht van den dag)


SOLVEJGIk zal je wiegen, ik zal waken;... Slaap en droom nu, liefste mijn!


AANTEEKENINGEN[1] een boerendans. [2] "den store Böjgen" = letterlijk: "het groote Buigen". Bedoeld wordt alle halfheid, alles wat niet flink durft, maar langs omwegen gaat en buigt en uitvluchten zoekt. Hier een onzichtbaar, ontastbaar, ongrijpbaar symbolisch spooksel dat Peer Gynt aan alle kanten omsluit en belemmert. (Vert.


BokRobot

BokRobot

BokRobot brings together books and fairy tales to read and explore. Discover a growing collection, or create books and fairy tales of your own.

Meer boeken die je misschien leuk vindt