Peter Chr. Asbjørnsen og Jørgen MoeOosten van de Zon en Westen van de Maan

BokRobot leeseditie

Boeken

Gratis

Oosten van de Zon en Westen van de Maan

Østenfor Sol og vestenfor Maane

Peter Chr. Asbjørnsen og Jørgen Moe

31 pagina's
Gedraaid: 2026-08-01 16:29BokRobot · Pagina 1 / 32
Illustratie bij Pagina 1
Illustratie bij Pagina 1
Illustratie bij Pagina 1
Illustratie bij Pagina 1

Er was eens een arme dagloner die veel kinderen had en niet veel te eten of te kleden had. Mooi waren ze allemaal, maar de mooiste was de jongste dochter, die zo prachtig was dat er niets op haar aan te merken viel.

Toen was het een donderdagavond, laat in de herfst. Het was slecht weer buiten en vreselijk donker, en het regende en waaide zo dat het kraakte in de muren. Ze zaten allen rond de haard en hadden iets te doen. Opeens klopte het drie keer op de ruit.

BokRobot · Pagina 2 / 32

De man ging naar buiten om te zien wat er aan de hand was, en toen hij buiten kwam, stond er een grote, grote ijsbeer. "Goedenavond, jij!" zei de ijsbeer. "Goedenavond!" zei de man. "Wil je mij je jongste dochter geven, dan zal ik je zo rijk maken als je nu arm bent," zei die.

Ja, de man vond het heel wat dat hij zo rijk zou worden, maar hij vond dat hij eerst met zijn dochter moest praten. Hij ging naar binnen en zei dat er een grote ijsbeer buiten was die beloofde hen rijk te maken, als hij haar maar kon krijgen.

BokRobot · Pagina 3 / 32

Zij zei nee en wilde niet, en zo ging de man weer naar buiten en werd met de ijsbeer overeengekomen dat die de volgende donderdagavond terug zou komen om het antwoord te halen. Ondertussen overtuigden ze haar en spraken haar toe over al de rijkdom die ze zouden krijgen, en over hoe goed ze het zelf zou hebben.

Uiteindelijk schikte ze zich erin, waste en verzorgde haar vodden, tooide zich zo goed ze kon, en hield zich reisklaar. Niet veel had ze mee te nemen. De volgende donderdagavond kwam de ijsbeer haar halen.

BokRobot · Pagina 4 / 32

Ze ging op zijn rug zitten met haar bundel, en toen ging het op weg. Toen ze een flink eind op weg waren, zei de ijsbeer: "Ben je bang?" Nee, dat was ze niet.

"Ja, houd je maar goed vast aan mijn vacht, dan is er ook geen gevaar," zei hij. Nu reed ze ver, heel ver weg, en toen kwamen ze bij een grote berg. Daar klopte de ijsbeer aan, toen ging er een poort open, en ze kwamen in een kasteel waar veel verlichte kamers waren die schitterden van goud en zilver, en dan was er een grote zaal met een gedekte tafel, en dat zag er zo prachtig uit dat je niet kunt geloven hoe prachtig het was.

BokRobot · Pagina 5 / 32

Toen gaf de ijsbeer haar een zilveren bel. Wanneer ze iets wilde, hoefde ze maar te bellen, en dan kreeg ze het. Ja, toen ze gegeten had en het tegen de avond liep, werd ze slaperig van de reis en vond ze dat ze wel wilde gaan slapen.

Toen belde ze op de bel, en ze had nog niet gebeld of ze kwam in een kamer waar een opgemaakt bed stond zo heerlijk als je maar liggen kon, met zijden dekens en gordijnen en gouden franjes, en alles wat er was was van goud en zilver.

BokRobot · Pagina 6 / 32

Maar toen ze zich had gelegd en het licht had gedoofd, kwam er een mens en ging naast haar liggen, en dat was de ijsbeer die 's nachts zijn huid afwierp. Maar ze kreeg hem nooit te zien, want altijd kwam hij nadat ze het licht had gedoofd, en voordat het licht werd in de ochtend, was hij weer weg.

Het ging zowel goed als wel een tijdje, maar toen begon ze zo stil en droevig te worden, want ze liep daar de hele dag alleen en verlangde naar huis naar haar ouders en broers en zussen. Toen de ijsbeer vroeg wat haar scheelde, zei ze dat het zo eenzaam was daar, ze liep er zo alleen en verlangde naar huis naar haar ouders en broers en zussen, en dat was omdat ze niet bij hen kon komen dat ze zo treurig liep.

BokRobot · Pagina 7 / 32

"Daar kan wel een oplossing voor zijn," zei de ijsbeer, "maar je moet me beloven dat je niet alleen met je moeder praat, alleen wanneer de anderen meeluisteren. Want ze pakt je bij de hand," zei hij, "en wil je in een kamer hebben om alleen met je te praten.

Maar dat moet je helemaal niet doen, anders maak je ons beiden ongelukkig." Op een zondag kwam de ijsbeer en zei dat ze nu naar haar ouders konden reizen. Ja, ze reisden. Ze zat op zijn rug, en het ging zowel ver als lang. Uiteindelijk kwamen ze bij een grote witte hoeve.

BokRobot · Pagina 8 / 32

Daar liepen haar broers en zussen buiten te spelen, en het was zo mooi dat het een lust was om te zien. "Daar wonen je ouders," zei de ijsbeer, "maar vergeet niet wat ik je gezegd heb, anders maak je zowel mij als jou ongelukkig." Nee, welnee, dat zou ze heus niet vergeten.

En toen ze daar aangekomen was, draaide de ijsbeer zich om en vertrok weer. Er was zo'n vreugde toen ze bij haar ouders binnenkwam dat er geen maat aan was. Ze vonden dat ze haar niet genoeg konden bedanken voor wat ze voor hen had gedaan.

BokRobot · Pagina 9 / 32

Nu hadden ze het zowel goed als heel goed, en iedereen vroeg haar hoe ze het had daar waar ze was. Ze had het zowel goed als wel, en had alles wat ze maar kon wensen, zei ze.

Wat ze voor de rest antwoordde, kan ik niet zeggen, maar ik geloof niet dat ze er echt wijs uit werden. Maar dan 's middags, toen ze gegeten hadden, gebeurde het zoals de ijsbeer had gezegd: de moeder wilde alleen met haar praten in de kamer.

Maar ze herinnerde zich wat de ijsbeer had gezegd, en wilde op geen enkele manier. "Wat we te bespreken hebben," zei ze, "dat kunnen we altijd bespreken." Maar hoe het ook ging of niet, uiteindelijk kreeg de moeder haar overgehaald, en toen moest ze vertellen hoe ze het had.

BokRobot · Pagina 10 / 32

Ze zei toen dat er altijd een mens kwam en naast haar lag wanneer ze 's avonds het licht had gedoofd, en hem kreeg ze nooit te zien, want hij was altijd weg voordat het licht werd in de ochtend.

Daar liep ze over te treuren, want ze vond dat ze hem zo graag wilde zien, en overdag liep ze daar alleen, en het was zo eenzaam. "Huf! Het kan best een trol zijn waar je mee ligt," zei de moeder, "maar ik zal je een raad leren zodat je hem kunt zien.

BokRobot · Pagina 11 / 32

Je krijgt een stuk kaars van mij dat je in je boezem kunt meenemen. Beschijn hem daarmee wanneer hij slaapt, maar pas op dat je geen talg op hem druppelt." Ja, ze nam de kaars en verstopte die in haar boezem, en 's avonds kwam de ijsbeer haar halen.

Toen ze een stuk op weg waren, vroeg de ijsbeer of het niet gegaan was zoals hij had gezegd. Ja, dat kon ze niet ontkennen. "Ja, heb je naar je moeders raad geluisterd, dan heb je ons beiden ongelukkig gemaakt, en dan is het uit tussen ons," zei hij.

BokRobot · Pagina 12 / 32

Nee, dat had ze nu helemaal niet gedaan. Toen ze thuisgekomen was en zich had gelegd, ging het zoals gewoonlijk: er kwam een mens en ging naast haar liggen. Maar toen het tegen de nacht liep en ze hoorde dat hij sliep, stond ze op en sloeg vuur, stak de kaars aan en bescheen hem.

En toen zag ze dat hij de heerlijkste prins was die je je kon voorstellen, en ze werd zo verliefd op hem dat ze vond dat ze niet kon leven als ze hem niet meteen op het moment kon kussen.

BokRobot · Pagina 13 / 32

Dat deed ze ook, maar op hetzelfde moment druppelde ze drie hete talgdruppels op zijn hemd, zodat hij wakker werd. "O, wat heb je nu gedaan?" zei hij. "Nu heb je ons beiden ongelukkig gemaakt. Had je maar het jaar volgehouden, dan was ik gered geweest, want ik heb een stiefmoeder die mij heeft betoverd, zodat ik overdag een ijsbeer ben en 's nachts een mens.

Maar nu is het uit tussen ons. Nu moet ik van je weg naar haar. Ze woont in een kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan ligt, en daar is een prinses met een neus die drie el lang is.

BokRobot · Pagina 14 / 32

Haar moet ik nu hebben." Ze huilde en jammerde, maar er was niets aan te doen. Hij moest vertrekken. Toen vroeg ze of ze dan niet mee mocht. Nee, dat ging niet. "Kun je me de weg zeggen, dan zal ik je opzoeken.

Dat mag ik toch wel?" zei ze. Ja, dat mocht ze, zei hij, maar er was geen weg daarheen. Het lag oosten van de zon en westen van de maan, en daar zou ze nooit komen. 's Ochtends toen ze wakker werd, waren zowel de prins als het kasteel verdwenen.

BokRobot · Pagina 15 / 32

Ze lag toen op een kleine groene plek midden in het donkere, dichte bos, en naast haar lag dezelfde voddenbundel die ze van huis had meegebracht. Toen ze nu de slaap uit haar ogen had gewreven en zich moe had gehuild, ging ze op weg.

En zo liep ze vele, vele dagen, tot ze bij een grote berg kwam. Daarbuiten zat een oud wijfje zich te vermaken met een gouden appel. Haar vroeg ze of ze de weg wist naar de prins die bij zijn stiefmoeder was in een kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan lag, en die een prinses met een neus van drie el lang zou krijgen.

BokRobot · Pagina 16 / 32

"Waar ken je hem van?" vroeg het wijfje. "Misschien was jij het die hem had moeten krijgen?" Ja, dat was het wel. "Zo, ben jij het?" zei het wijfje. "Ja, ik weet niets meer over hem, behalve dat hij in dat kasteel woont dat oosten van de zon en westen van de maan ligt, en daar kom je laat of nooit.

Maar je mag mijn paard lenen, en daarmee kun je naar mijn buurvrouw rijden. Misschien kan die het je zeggen. En wanneer je aangekomen bent, kun je gewoon het paard onder het linkeroor slaan en het vragen om naar huis te gaan.

BokRobot · Pagina 17 / 32

En deze gouden appel kun je meenemen." Ze ging toen op het paard zitten en reed lange, lange tijden, en toen kwam ze uiteindelijk bij een berg waar een oud wijfje buiten zat met een gouden haspel.

Haar vroeg ze of ze de weg wist naar het kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan lag. Ze zei, zoals het vorige wijfje, dat ze er niets over wist, maar dat het zeker oosten van de zon en westen van de maan was, "en daar kom je laat of nooit.

BokRobot · Pagina 18 / 32

Maar je mag mijn paard lenen naar mijn dichtstbijzijnde buurvrouw. Misschien durft die het te weten. En wanneer je daar gekomen bent, kun je het gewoon onder het linkeroor slaan en het vragen om naar huis te gaan." En toen gaf ze haar de haspel, want die zou ze wel nodig kunnen hebben, zei ze.

Het meisje ging toen op het paard zitten en reed weer een lange tijd, en na lange tijd kwam ze dan bij een grote berg, waar een oud wijfje zat te spinnen op een gouden spinnewiel.

BokRobot · Pagina 19 / 32

Haar vroeg ze of ze de weg wist naar de prins en waar dat kasteel was dat oosten van de zon en westen van de maan lag. Toen ging het net zo. "Misschien ben jij het die die prins daar had moeten krijgen?" zei het wijfje. Ja, dat zou het wel zijn dan.

Maar ze wist de weg niet beter dan de andere twee. Oosten van de zon en westen van de maan was het, dat wist ze, "en daar kom je laat of nooit," zei ze. "Maar je mag mijn paard lenen, dan denk ik dat je naar de Oostenwind moet rijden en hem vragen.

BokRobot · Pagina 20 / 32

Misschien is hij daar bekend en kan hij je erheen blazen. Wanneer je aangekomen bent, kun je het paard gewoon onder het oor slaan, dan gaat het weer naar huis." En toen gaf ze haar het gouden spinnewiel. "Misschien kun je het nodig hebben," zei het wijfje.

Ze reed vele dagen en een lange tijd voordat ze daar kwam, maar na lange tijd kwam ze aan, en toen vroeg ze de Oostenwind of hij haar de weg kon wijzen naar de prins die oosten van de zon en westen van de maan woonde.

Ja, die prins had hij wel horen bespreken, zei de Oostenwind, en het kasteel ook, maar de weg wist hij niet, want hij had nog nooit zo ver geblazen. "Maar als je wilt, zal ik je naar mijn broer brengen, de Westenwind. Misschien weet die het, want hij is veel sterker.

BokRobot · Pagina 21 / 32

Je kunt op mijn rug gaan zitten, dan zal ik je daarheen dragen." Ja, dat deed ze, en het ging flink vooruit. Toen ze daar aankwamen, gingen ze naar binnen, en de Oostenwind zei dat degene die hij bij zich had, zij was die de prins had moeten krijgen in het kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan lag.

Nu reisde ze en wilde hem weer opzoeken, en dus had hij haar hierheen gebracht en wilde hij graag horen of de Westenwind wist waar dat was. "Nee, zo ver heb ik nog nooit geblazen," zei de Westenwind, "maar als je wilt, zal ik je naar de Zuidenwind brengen, want die is veel sterker dan een van ons, en hij heeft zowel wijd als breed gezworven.

BokRobot · Pagina 22 / 32

Misschien kan die het je zeggen. Je kunt op mijn rug gaan zitten, dan zal ik je daarheen dragen." Ja, dat deed ze. Ze reisden naar de Zuidenwind en waren niet lang onderweg, denk ik.

Toen ze aankwamen, vroeg de Westenwind of hij haar de weg kon wijzen naar het kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan lag. Zij was het die die prins daar had moeten krijgen. "Zo," zei de Zuidenwind, "is zij dat?

Ja, ik heb in mijn tijd wel overal rondgezworven," zei hij, "maar zo ver heb ik nog nooit geblazen. Maar als je wilt, zal ik je naar mijn broer brengen, de Noordenwind. Hij is de oudste en sterkste van ons allemaal, en weet hij niet waar het is, dan zul je het nooit ter wereld te weten komen.

BokRobot · Pagina 23 / 32

Je kunt op mijn rug gaan zitten, dan zal ik je daarheen dragen." Ja, ze ging op zijn rug zitten, en hij ging er vandoor, dat had goede schijn. Ze maakten de weg niet lang.

Toen ze aankwamen waar de Noordenwind woonde, was hij zo wild en woest dat er koude tocht van hem afkwam over een lange weg. "Wat willen jullie?" schreeuwde hij van ver, zodat het hen kil over de rug liep. "O, je moet ook niet zo streng zijn," zei de Zuidenwind, "want ik ben het, en dan is er zij die de prins had moeten krijgen die in het kasteel oosten van de zon en westen van de maan woont, en nu wil ze je vragen of je daar geweest bent en haar de weg kunt wijzen, want ze wil hem graag terugvinden."

"Ja, ik weet wel waar het is," zei de Noordenwind.

BokRobot · Pagina 24 / 32

"Ik heb er eens een espenblad heen geblazen, maar toen was ik zo moe dat ik vele dagen erna niet kon blazen. Maar als het zo is dat je er per se heen wilt, en je niet bang bent om met mij mee te gaan, dan zal ik je op mijn rug nemen en proberen of ik je erheen kan blazen." Ja, ze wilde en ze moest erheen als het op enige manier mogelijk was, en bang was ze niet, ook al ging het nog zo mis.

"Ja ja, je moet hier de nacht doorbrengen," zei de Noordenwind, "want we moeten de dag hebben, en nog wel, om daar te geraken." Vroeg de tweede ochtend wekte de Noordenwind haar en blies zich op en maakte zich zo groot en sterk dat het vreselijk was.

BokRobot · Pagina 25 / 32

En toen ging het met hen hoog door de lucht, alsof ze meteen naar het einde van de wereld zouden varen. Op het land was er zo'n storm dat er zowel bospercelen als huizen omver waaiden, en toen ze over de grote zee kwamen, vergingen er schepen bij honderden.

Zo gingen ze voort zo ver, zo ver dat niemand kan geloven hoe ver ze gingen, en altijd ging het over de zee, en de Noordenwind werd steeds vermoeider, en zo uitgeput dat hij bijna niet meer kon blazen, en het daalde en daalde steeds meer met hem, en uiteindelijk ging het zo laag dat de golftoppen tegen haar hielen sloegen.

BokRobot · Pagina 26 / 32

"Ben je bang?" zei de Noordenwind. "Nee," zei ze, dat was ze niet. Maar toen waren ze ook niet ver van land, en er was net genoeg kracht over in de Noordenwind dat hij haar op het strand onder de ramen van het kasteel kon werpen dat oosten van de zon en westen van de maan lag.

Maar toen was hij ook zo moe en zo ellendig dat hij vele dagen moest rusten voordat hij naar huis kon komen. De tweede ochtend ging ze buiten de ramen van het kasteel met de gouden appel spelen, en het eerste wat ze zag, was dat neusijzer dat de prins zou krijgen.

BokRobot · Pagina 27 / 32

"Wat moet je voor die gouden appel hebben, jij?" zei ze en opende het raam. "Die is niet te koop voor goud of geld," zei het meisje. "Is hij niet te koop voor goud of geld, wat wil je er dan voor hebben? Je kunt krijgen wat je wilt," zei de prinses.

"Ja, als ik bij de prins die hier is kan komen en de nacht bij hem mag doorbrengen, dan krijg je hem," zei zij die met de Noordenwind was gekomen. Ja, dat kon wel. Daar was een oplossing voor. De prinses kreeg de gouden appel.

BokRobot · Pagina 28 / 32

Maar toen het meisje 's avonds op de kamer van de prins kwam, sliep hij. Ze riep hem en schudde aan hem, en tussendoor huilde ze, maar ze kon hem niet wakker krijgen, want ze hadden hem 's avonds een slaapdrank gegeven.

's Ochtends, toen het daglicht werd, kwam de prinses met de lange neus en joeg haar er weer uit. Overdag ging ze buiten de ramen van het kasteel zitten om met de haspel te haspelen, en het ging toen net zo.

De prinses vroeg wat ze ervoor wilde hebben, en ze zei dat het niet te koop was voor goud of geld, maar als ze toestemming kon krijgen om naar de prins te gaan en de nacht bij hem te blijven, zou ze het krijgen. Maar toen ze daar boven kwam, sliep hij weer.

BokRobot · Pagina 29 / 32

En al riep en schreeuwde en schudde ze aan hem, en al huilde ze, hij sliep, zodat ze hem niet tot leven kon wekken. En toen het daglicht werd in de ochtend, kwam de prinses met de lange neus en joeg haar er weer uit.

Toen het laat op de dag werd, ging het meisje buiten de ramen van het kasteel zitten om op het gouden spinnewiel te spinnen, en die wilde de prinses met de lange neus ook hebben. Ze opende het raam en vroeg wat ze ervoor wilde hebben.

BokRobot · Pagina 30 / 32

Het meisje zei zoals de beide vorige keren dat het niet te koop was voor goud of geld, maar als ze naar de prins die daar was kon gaan en de nacht bij hem blijven, zou ze het krijgen. Ja, dat kon ze gerust doen.

Maar toen waren er enkele christelijke mensen die daar gevangen waren genomen, en die hadden in de kamer gezeten die het dichtst bij de prins was. Ze hadden gehoord dat er een vrouw binnen was geweest die twee nachten achter elkaar had gehuild en naar hem geroepen, en dat vertelden ze aan de prins.

BokRobot · Pagina 31 / 32

's Avonds, toen de prinses met de slaapdronk kwam, deed hij alsof hij dronk, maar goot die achter zich over, want hij kon wel begrijpen dat het een slaapdrank was. Toen het meisje nu binnenkwam, was de prins wakker, en toen moest ze vertellen hoe ze hier was gekomen.

"Ja, nu kom je precies op tijd ook," zei de prins, "want morgen zou ik trouwen. Maar ik wil dat neusijzer niet, en jij bent de enige die me kan redden. Ik zal zeggen dat ik wil zien waar mijn bruid toe in staat is, en haar vragen dat hemd met de drie talgvlekken erop te wassen.

Dat zal ze doen, want ze weet niet dat jij dat gedaan hebt. Maar daarvoor zijn christelijke mensen nodig, en niet zulk trolgebroed. En dan zal ik zeggen dat ik geen andere bruid wil dan degene die dat kan, en dat kun jij, dat weet ik." Toen was er grote vreugde en blijdschap bij hen die nacht.

Maar de volgende dag, toen de bruiloft zou plaatsvinden, zei de prins: "Ik wil eerst wel zien waar mijn bruid toe in staat is." Ja, dat kon best, zei de stiefmoeder. "Ik heb een mooi hemd dat ik als bruidegomhemd wil hebben, maar er zijn drie talgvlekken op gekomen die ik eraf gewassen wil hebben.

En dat heb ik beloofd dat ik geen andere neem dan degene die dat kan. Kan zij dat niet, dan is ze het niet waard om te bezitten." Ja, dat was geen probleem, vonden ze, en dat gingen ze aan.

BokRobot · Pagina 32 / 32

En zij met de lange neus begon het beste te wassen wat ze kon, maar hoe meer ze waste en wreef, hoe groter de vlekken werden. "O, jij kunt niet wassen," zei de oude trolheks, haar moeder. "Geef hem aan mij!" Maar ze had het hemd nog niet aangeraakt of het werd lelijker dan voorheen, en hoe meer ze waste en wreef, hoe groter en zwarter de vlekken werden.

Toen moesten de andere trollen gaan wassen, maar hoe langer het duurde, hoe lelijker en afschuwelijker het werd, en uiteindelijk zag het hele hemd eruit alsof het in de schoorsteenpijp was geweest. "O, jullie deugen geen van allen," zei de prins. "Daar buiten het raam zit een zwerfmeisje.

Ik weet zeker dat zij veel beter kan wassen dan een van jullie. Kom binnen, jij meid!" riep hij. Ja, ze kwam binnen. "Kun jij dit hemd schoonwassen, jij?" zei hij.

"O, ik weet het niet," zei ze, "ik zal het proberen." En ze had het hemd nog niet aangeraakt en in het water gedoopt of het was spierwit als nieuwe sneeuw en nog witter. "Ja, jou wil ik," zei de prins.

Toen werd de oude trolheks zo boos dat ze barstte, en de prinses met de lange neus en de kleine trollen barstten ook wel, want ik heb sindsdien niets meer van hen gehoord. De prins en zijn bruid bevrijdden toen al het christenvolk dat daar gevangen was genomen, en toen namen ze zoveel goud en zilver mee als ze konden dragen, en verhuisden ver weg van het kasteel dat oosten van de zon en westen van de maan lag.

BokRobot

BokRobot

BokRobot brings together books and fairy tales to read and explore. Discover a growing collection, or create books and fairy tales of your own.

More books you might like