BokRobot 읽기판
도서
무료De Pannenkoek
Peter Christen Asbjørnsen
버전 선택
장
De Pannenkoek
Er was eens een huisvrouw die zeven hongerige kinderen had, en ze bakte een pannenkoek voor hen. Het was een zoete-melkpannenkoek, en daar lag hij in de pan, borrelend en sissend, zo dik en goed dat het een lust was voor het oog. De kinderen stonden eromheen, en de man zat erbij en keek toe.
"Och, geef me een stukje pannenkoek, lieve moeder; ik heb zo'n honger," zei het ene kind.
"Och, lieve moeder," zei het tweede.

"Och, lieve, goede moeder," zei het derde.
"Och, lieve, goede, aardige moeder," zei het vierde.
"Och, lieve, mooie, goede, aardige moeder," zei het vijfde.
"Och, lieve, mooie, goede, aardige, slimme moeder," zei het zesde.
"Och, lieve, mooie, goede, aardige, slimme, zoete moeder," zei het zevende.
Zo smeekten ze allemaal om de pannenkoek, elk nog lieflijker dan de vorige, want ze waren zo hongerig en zo braaf.
"Ja, ja, kinderen, wacht maar even tot hij zich omdraait—" had ze moeten zeggen "tot ik hem kan omdraaien"—"en dan krijgen jullie allemaal wat—een heerlijke zoete-melkpannekoek; kijk maar eens hoe dik en blij hij daar ligt."
Toen de pannenkoek dat hoorde, werd hij bang, en in een oogwenk draaide hij zich helemaal alleen om en probeerde uit de pan te springen; maar hij viel er terug in met de andere kant boven, en zo, toen hij aan de andere kant ook een beetje gebakken was, totdat hij steviger werd, sprong hij op de vloer en rolde als een wiel door de deur en de heuvel af.
"Holla! Stop, pannenkoek!" En weg ging de huisvrouw erachteraan, met de koekenpan in de ene hand en de pollepel in de andere, zo snel als ze kon, en haar kinderen erachter, terwijl de man als laatste achter hen aan hinkte.
"Hé! Wil je niet stoppen? Grijp hem! Stop, pannenkoek!" riepen ze allemaal, de een na de ander, en probeerden hem in de loop te vangen; maar de pannenkoek rolde maar door en door, en in een oogwenk was hij zo ver vooruit dat ze hem niet meer konden zien, want de pannenkoek was sneller ter been dan wie van hen ook.
Zo, toen hij een tijdje gerold had, kwam hij een man tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei de man.
"Insgelijks, Mannie Pannie," zei de pannenkoek.
"Lieve pannenkoek," zei de man, "rol niet zo snel; stop even en laat me je opeten."
"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, kan ik wel door jouw vingers glippen, Mannie Pannie," zei de pannenkoek, en rolde verder en verder totdat hij een kip tegenkwam.
"Goedendag, pannenkoek," zei de kip.
"Insgelijks, Kippie Knippie," zei de pannenkoek.
"Pannenkoek, liefje, rol niet zo snel; wacht even en laat me je opeten," zei de kip.
"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, en Mannie Pannie, kan ik wel door jouw klauwen glippen, Kippie Knippie," zei de pannenkoek, en rolde als een wiel de weg af.
Net op dat moment kwam hij een haan tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei de haan.
"Insgelijks, Haanie Kaanie," zei de pannenkoek.
"Pannenkoek, liefje, rol niet zo snel, maar wacht even en laat me je opeten."

"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, en Mannie Pannie, en Kippie Knippie, kan ik wel door jouw klauwen glippen, Haanie Kaanie," zei de pannenkoek, en zette het op een rollen zo snel als hij kon; en toen hij een hele tijd gerold had, kwam hij een eend tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei de eend.
"Insgelijks, Eendje Peendje."
"Pannenkoek, liefje, rol niet zo snel weg; wacht even en laat me je opeten."
"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, en Mannie Pannie, en Kippie Knippie, en Haanie Kaanie, kan ik wel door jouw vingers glippen, Eendje Peendje," zei de pannenkoek, en daarmee rolde hij maar door en door, sneller dan ooit; en toen hij een lange, lange tijd gerold had, kwam hij een gans tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei de gans.
"Insgelijks, Gansje Pansje."
"Pannenkoek, liefje, rol niet zo snel; wacht even en laat me je opeten."
"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, en Mannie Pannie, en Kippie Knippie, en Haanie Kaanie, en Eendje Peendje, kan ik wel onder jouw poten doorglippen, Gansje Pansje," zei de pannenkoek, en rolde verder.
Zo, toen hij een heel eind verder gerold was, kwam hij een gent tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei de gent.
"Insgelijks, Gentje Pentje," zei de pannenkoek.
"Pannenkoek, liefje, rol niet zo snel; wacht even en laat me je opeten."
"Nu ik aan Goeie Poedie ontsnapt ben, en de man, en zeven schreeuwende kinderen, en Mannie Pannie, en Kippie Knippie, en Haanie Kaanie, en Eendje Peendje, en Gansje Pansje, kan ik wel onder jouw poten doorglippen, Gentje Pentje," zei de pannenkoek, die er net zo snel vandoor rolde als altijd.
Zo, toen hij een lange, lange tijd gerold had, kwam hij een varken tegen.
"Goedendag, pannenkoek," zei het varken.
"Insgelijks, Varkie Piekie," zei de pannenkoek, die zonder nog een woord te zeggen als een gek begon te rollen en te rollen.
"Niet zo snel," zei het varken, "je hoeft niet zo'n haast te hebben; we kunnen samen zij aan zij gaan en elkaar door het bos vergezellen; men zegt dat het daar niet zo veilig is."

De pannenkoek dacht dat daar wel iets in zat, en zo hielden ze elkaar gezelschap. Maar toen ze een tijdje gegaan waren, kwamen ze bij een beek. Wat Varkie betreft, die was zo dik dat hij er veilig doorheen zwom; het was voor hem niets; maar de arme pannenkoek kon er niet over.
"Ga op mijn snuit zitten," zei het varken, "en ik draag je eroverheen."
Zo deed de pannenkoek dat.
"Ouf, ouf," zei het varken, en slikte de pannenkoek in één hap door; en toen, omdat de arme pannenkoek niet verder kon, wel—kan dit verhaal ook niet verder gaan.

BokRobot
BokRobot brings together books and fairy tales to read and explore. Discover a growing collection, or create books and fairy tales of your own.